“De weg der trouwelozen is streng”
Spreuken 13:15
“Zij, die naar David wijzen en zo trachten de schuld van hun eigen overtredingen te verminderen, moeten uit het Bijbels verslag leren, dat de weg van de overtreder hard is.” –Patriarchen en Profeten, blz. 663.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 654-665.
A. Volg de weg, die David op een dwaalspoor leidde.
2 Samuël 11:1-4.
Hoe worden wij voor deze zonde gewaarschuwd?
Hebreeën 13:4.
“De geest van zelfvertrouwen en zelfverheffing leidde tot de val van David. Vleierij en de verlokkingen van macht en luxe bleven niet zonder invloed op hem… Naar de gewoonten van oosterse heersers werden misdaden, die niet onder het volk werden gedoogd, niet veroordeeld in het geval van de koning. De vorst hoefde niet dezelfde zelfbeheersing te bezitten als zijn onderdanen. Dit alles leidde ertoe, dat Davids besef van zonde verzwakte. In plaats van nederig te steunen op de macht van God, begon hij te vertrouwen op eigen macht en wijsheid…
Aan alle kanten waren de resultaten zichtbaar van Davids verstandige en bekwame heerschappij, en plukte hij de vruchten van zijn overwinningen. Nu, terwijl hij niet op zijn hoede was, greep de verleider de kans aan, zijn geest in beslag te nemen. Het feit, dat God David zo nauw met Zich verbonden had en hem zoveel gunsten had bewezen, had een sterke aansporing voor hem moeten zijn om zijn karakter onbesmet te bewaren. Maar toen David in een tijd van voorspoed en zekerheid God losliet, gaf hij zich over aan Satan en laadde een grote schuld op zich. Hij, die door de hemel was aangewezen om de leidsman te zijn van het volk en door God was gekozen Zijn wet ten uitvoer te brengen, overtrad zelf de geboden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 654, 655.
A. Hoe verklaarde Jezus, wat iemand kwetsbaar maakt voor zonde?
Johannes 15:5 (laatste deel);
Romeinen 8:5-6.
“Alles wat de gedachten aftrekt van God, wat leidt tot zelfverheffing of zelfvertrouwen, bereidt de weg voor op onze nederlaag…
Zodra Satan kans ziet de ziel te scheiden van God, die de enige Bron van kracht is, zal hij zondige lusten wekken in de vleselijke natuur van de mens.Het werk van de vijand is niet overhaast. Het werk wordt niet meteen duidelijk opgemerkt. Het begint met een onmerkbaar ondermijnen van de beginselen. Het begint met schijnbaar onbelangrijke dingen, het nalaten om God in alles trouw te zijn, Hem in alles te vertrouwen, de neiging de gebruiken en gewoonten van de wereld na te volgen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 654, 655.
B. Wat maakte de situatie van David ingewikkeld?
2 Samuël 11:5.
Leg uit, waarom God Davids poging om zijn zonde te bedekken niet kon slagen.Verzen 10-13.
“Alles, wat David deed om zijn schuld te bedekken, bleek tevergeefs. Hij had zich overgeleverd in de macht van Satan; gevaren omringden hem, en een schande, erger dan de dood, wachtte hem.” –Patriarchen en Profeten, blz. 655.
C. Hoe voelde David zich, toen hij ertoe werd aangezet zonde aan zonde toe te voegen, en hoe dacht God hierover? Verzen 14-17, 26-27;
Psalm 32:3-4.
“Er scheen slechts één uitweg, en in zijn wanhoop voegde hij aan zijn overspel een moord toe. Hij, die de ondergang van Saul had bewerkstelligd, trachtte nu ook David ten onder te brengen. Hoewel de verzoekingen van elkaar verschilden, hadden beide geleid tot het overtreden van Gods wet.” –Patriarchen en Profeten, blz. 655-656.
“Hij (David) had zijn eigen zondige handelwijze voor zichzelf verontschuldigd, totdat zijn wegen in zijn eigen ogen begaanbaar leken. Eén verkeerde stap had de weg gebaand voor een andere…
Toen David van God wegging en zijn deugdzame karakter door zijn misdaden bezoedelde, was hij niet langer een man naar Gods hart.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 86-87.
A. Welke boodschap zond God door de profeet Nathan?
2 Samuël 12:1-9.
“God liet in Zijn barmhartigheid David niet over aan de ondergang door de bedrieglijke vrucht der zonde.
Ter wille van Israël moest God wel ingrijpen. Met het verstrijken van de tijd werd de zonde van David met Bathseba bekend, en het vermoeden rees, dat hij de dood van Uria had veroorzaakt. De Here werd onteerd. Hij had David begunstigd en verheven, en de zonde van David stelde Gods karakter onjuist voor en wierp smet op Zijn naam. De kans bestond, dat de standaard van godsvrucht zou worden verlaagd, dat velen minder afschuw zouden koesteren voor de zonde, terwijl degenen, die God niet liefhadden en God niet vreesden, in de zonde gestijfd zouden worden.”
–Patriarchen en Profeten, blz. 657.
B. Vertel het antwoord van David en de onmiddellijke barmhartigheid van God. Vers 13. Wat zouden echter enkele van de bittere gevolgen van Davids zonde zijn? Verzen 10-12, 14.
“David wordt wakker als uit een droom. Hij voelt de strekking van zijn zonde. Hij probeert zijn handelwijze niet te verontschuldigen of zijn zonde te verzachten, zoals Saul deed; maar met wroeging en oprecht verdriet buigt hij zijn hoofd voor de profeet van God en erkent zijn schuld. Nathan vertelt David, dat God vanwege zijn berouw en nederige belijdenis zijn zonde zal vergeven en een deel van de dreigende ramp zal afwenden en zijn leven sparen. Toch moet hij gestraft worden, omdat hij de vijanden van de Heer een grote aanleiding had gegeven om te spotten. Deze gelegenheid is ontwikkeld door de vijanden van God, vanaf de tijd van David tot de huidige tijd. Sceptici hebben het christendom aangevallen en de Bijbel belachelijk gemaakt, omdat David hen daartoe de gelegenheid gaf…
God toont zijn ongenoegen over het feit, dat David meerdere vrouwen heeft door hem te bezoeken met oordelen en door toe te staan, dat kwaad vanuit zijn eigen huis tegen hem opstaat. De vreselijke ramp, die God toestond over David te komen, die vanwege zijn integriteit eens een man naar Gods hart werd genoemd, bewijst aan latere generaties, dat God niemand zou rechtvaardigen bij het overtreden van Zijn geboden, maar dat Hij zeker de schuldigen zal straffen, hoe rechtvaardig en begunstigd door God ze ook mochten zijn geweest, toen ze de Heer volgden in zuiverheid van hart. Wanneer de rechtvaardigen zich afkeren van hun gerechtigheid en kwaad doen, zal hun gerechtigheid uit het verleden hen niet redden van de toorn van een rechtvaardige en heilige God.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 86-87.
A. Beschrijf de diepte van Davids oprechte berouw.
Psalm 51:1-6,
Psalmen 51:9,
Psalmen 51:12-16.
Welke openlijke oproep doet hij door middel van heilige liederen aan ons allemaal?
“David had berouw van zijn zonde in stof en as. Hij smeekte om de vergeving van God en verborg zijn berouw niet voor de grote mannen, en zelfs niet voor dienaren van zijn koninkrijk. Hij schreef een boetepsalm, waarin hij zijn zonde en berouw vertelde, waarvan hij wist, dat deze door latere generaties zou worden gezongen. Hij wenste, dat anderen zouden worden geïnstrueerd door de trieste geschiedenis van zijn leven.
De liederen, die David componeerde, werden door heel Israël gezongen… Hij wist, dat de belijdenis van zijn schuld zijn zonden onder de aandacht zou brengen van andere generaties. Hij presenteert zijn zaak en laat zien, in wie zijn vertrouwen en hoop op vergeving was.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 88.
“Hij (David) stelde zich niet gerust met de gedachte, dat zonde iets was, waarmee hij niets te maken had, en dat dit hem niet betrof. Toen hij de diepten van bedrog in zijn eigen hart zag, had hij grote afkeer van zichzelf, en hij bad, dat God hem door Zijn kracht zou bewaren voor de zonde van aanmatiging en hem zou reinigen van verborgen afdwalingen.” –Bijbelkommentaar, blz. 184.
B. Wat moeten wij allemaal beseffen over zonde?
Ezechiël 33:12-13,
Ezechiël 33:18;
1 Johannes 3:4.
“Zonde blijft zonde, of deze begaan wordt door iemand op de troon, of door iemand uit het gewone leven. De dag komt, waarop allen, die gezondigd hebben, de zonde moeten belijden, zelfs al is het dan te laat om vergeving te ontvangen. God wacht lang, tot de zondaar zich zal bekeren. Hij openbaart een wondere verdraagzaamheid. Maar ten slotte moet Hij de overtreder van Zijn wet ter verantwoording roepen…
Het ware kind van God houdt terdege rekening met Zijn eisen…
Het is niet veilig voor ons om onze ogen te sluiten en ons geweten te verharden, zodat we onze zonden niet zullen zien of beseffen. We moeten de raad, die we gekregen hebben wat betreft de hatelijke aard van de zonde, steeds voor ogen houden, zodat we ons kunnen bekeren en onze zonden belijden.” –Bijbelkommentaar, blz. 184.
A. Hoe weten wij, dat God berouw aanneemt?
Psalm 51:18-19;
Psalmen 32:1-2,
Psalmen 32:5-7.
“David gaf zich niet wanhopig over. In Gods belofte aan berouwvolle zondaars zag hij de zekerheid van zijn vergiffenis en aanneming.” –Patriarchen en Profeten, blz. 664.
B. Hoe kan Davids berouw ons bemoedigen?
Jesaja 55:7;
1 Johannes 1:9.
“Velen hebben zich geërgerd aan, wat ze Gods onrechtvaardigheid noemen, omdat Hij David, wiens schuld zo groot was, spaarde, terwijl Saul werd verworpen voor in hun oog veel onbelangrijker zonden. Maar David verootmoedigde zich en beleed zijn schuld, terwijl Saul de bestraffing verwierp en onboetvaardig zijn hart verhardde.
Dit voorval uit Davids leven heeft veel betekenis voor de berouwvolle zondaar. Het is een van de welsprekendste voorbeelden, die ons gegeven zijn betreffende de strijd en verzoekingen van de mens, en van het oprecht berouw jegens God en het geloof in onze Here Jezus Christus. Door de eeuwen heen is het een bron van bemoediging geweest voor mensen, die in zonde zijn gevallen en die gebukt gingen onder de last van hun schuld. Duizenden kinderen Gods, die in zonde gevallen zijn en op het punt stonden de moed te verliezen, hebben gedacht aan Davids oprecht berouw en zijn schuldbekentenis, die door God zijn aanvaard, hoewel hij de straf voor zijn zonde moest ondergaan. Ze hebben moed geschept, zich bekeerd en zich ingespannen verder te gaan op de weg van Gods geboden.
Wie zich onder Gods bestraffing wil verootmoedigen en berouw wil tonen, zoals David dat deed, kan zeker zijn, dat er voor hem hoop is. Wie in geloof Gods beloften aanvaardt, zal vergiffenis ontvangen.“–Patriarchen en Profeten, blz. 664-665.
1. Welke omgeving zou mij meer de kans geven om in zonde te vallen?
2. Wanneer was David een man naar Gods hart en wanneer niet?
3. Wat kan ik van David leren, als iemand mij confronteert, zoals Nathan deed?
4. Waarom is diep, oprecht berouw voor ons allemaal zo belangrijk?
5. Hoe kan de tragische geschiedenis van Davids val ons hoop geven?