Lessen uit het boek Markus — SABBAT, 28 november 2020

Les 9: Wie accepteert Jezus?

Tekst om te onthouden

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zend, wie hem ontvangt, die ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft”

Johannes 13:20

“Degenen, die Christus ontvangen, worden verlost en onderworpen door de manifestatie van Zijn liefde en Zijn vernedering, lijden en dood namens hen.” –My Life Today, blz. 77.

Aanvullende studie :: -Testimonies 2, blz. 679-681.

ZONDAG — 22 november

1. De gewone mensen ontvangen de Verlosser

A. Beschrijf de houding van veel mensen tegenover Jezus en Zijn wonderen.

Markus 7:37;

Markus 7:37: En zij ontzetten zich bovenmate zeer, zeggende: Hij heeft alles wel gedaan, en Hij maakt, dat de doven horen, en de stommen spreken.

Markus 5:42 (tweede deel).

[Mark.5.42.b]

“Nooit had iemand gesproken met zo’n kracht om tot denken aan te zetten, om naar het hogere te streven, om elk vermogen van lichaam, geest en ziel tot leven te wekken.” –Karaktervorming, blz. 81.

B. Hoe reageerde het gewone volk op Jezus en Zijn bediening?

Markus 12:37 (laatste deel).

[Mark.12.37.b]

Waarom?

“Op een onopvallende wijze diende Hij (Jezus), vanaf Zijn kinderjaren, anderen, en hierdoor luisterden velen graag naar Hem, toen Hij Zijn openbaar dienstwerk begon.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 292.

“Jezus’ manier van onderwijzen was mooi en aantrekkelijk, en werd altijd gekenmerkt door eenvoud. Hij ontvouwde de geheimen van het koninkrijk der hemelen door het gebruik van figuren en symbolen, waarmee Zijn toehoorders bekend waren, en het gewone volk hoorde Hem graag; want zij konden Zijn woorden begrijpen.” –Christian Education, blz. 126.

MAANDAG — 23 november

2. Het Woord ontvangen

A. Wat wordt in de gelijkenis van de zaaier voorgesteld door het zaad?

Markus 4:14-15.

Markus 4:14: De zaaier is, die het Woord zaait. Markus 4:15: En dezen zijn, die bij den weg bezaaid worden, waarin het Woord gezaaid wordt; en als zij het gehoord hebben, zo komt de satan terstond, en neemt het Woord weg, hetwelk in hun harten gezaaid was.

Waar wordt het zaad gezaaid?

“Het zaad is het woord van God en de ziel, die het ontvangt, moet wedergeboren worden, niet uit vergankelijk zaad, maar uit onvergankelijk, dat leeft en voor eeuwig blijft…

Het goede zaad van het woord valt in het hart en meteen wordt de eerste ontwikkeling van de christelijke ervaring openbaar gemaakt. Deze ervaring wordt vergeleken met het tere blaadje en met het jonge kind. Het blad is mooi en het kind is aantrekkelijk, maar als er geen verdere ontwikkeling is, zouden wij de plant als onvolgroeid beschouwen en het kind als een dwerg. De jonge bekeerling moet vooruitgang maken in kennis, groeien in genade. Christus kijkt naar Zijn kinderen en Hij is niet onwetend over hoe het zaad zich ontwikkelt.” –The Signs of the Times, 27 maart 1893.

B. Wat zijn drie bewijzen, die aantonen, dat het zaad gezaaid is in een ontvankelijk hart? Vers 20;

Lukas 8:15.

Lukas 8:15: En dat in de goede aarde valt, zijn dezen, die, het Woord gehoord hebbende, hetzelve in een eerlijk en goed hart bewaren, en in volstandigheid vruchten voortbrengen.

“De hoorder van de goede grond ontvangt het Woord niet als het woord van mensen, maar als Gods Woord, wat het in waarheid is (1 Thessalonicensen 2:13). Alleen, wie de Schrift aanvaardt als Gods stem, die tot hem spreekt, leert werkelijk. Hij beeft voor het Woord. Voor hem is het een levende werkelijkheid. Hij opent zijn verstand en hart om het aan te nemen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 31.

“Gods Woord komt vaak in botsing met de overgeërfde en aangekweekte karaktertrekken van de mens en zijn gewoonten. Maar de hoorder van de goede grond, die het Woord ontvangt, aanvaardt al zijn voorwaarden en eisen. Zijn gewoonten, gebruiken en daden worden ondergeschikt gemaakt aan Gods Woord.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 32.

C. Wat laten wij zien door wel of niet de woorden van Christus te bewaren? Wat zegt Christus over Zijn eigen woorden?

Johannes 14:23-24.

Johannes 14:23: Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken. Johannes 14:24: Die Mij niet liefheeft, die bewaart Mijn woorden niet; en het woord dat gijlieden hoort, is het Mijne niet, maar des Vaders, Die Mij gezonden heeft.

“In ons godzalig leven zullen wij gevangen worden geleid door Jezus Christus. Niet langer zullen wij het gewone leven van zelfzucht leiden, maar Christus zal in ons leven. Zijn karakter zal in onze natuur tot uitdrukking komen. Op deze wijze zullen wij de vruchten des Geestes dragen, ‘sommige dertig-, sommige zestig- en sommige honderdvoudig’.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 33.

DINSDAG — 24 november

3. De Verlosser vrezen

A. Wat was de reactie van de discipelen, toen zij op zee in gevaar waren? Hoe bekeken zij Jezus daarna?

Markus 4:38-41.

Markus 4:38: En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen; en zij wekten Hem op, en zeiden tot Hem: Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan? Markus 4:39: En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte. Markus 4:40: En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij zo vreesachtig? Hoe hebt gij geen geloof? Markus 4:41: En zij vreesden met grote vreze, en zeiden tot elkander: Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?

“Een stilzwijgen kwam over de discipelen. Zelfs Petrus trachtte niet het ontzag, dat zijn hart vervulde, onder woorden te brengen.” – De Wens der Eeuwen, blz. 285.

B. Wat vonden de hogepriesters van Jezus, nadat Hij de tempel de tweede keer had gereinigd? Wat wilden zij daarna doen?

Markus 11:18.

Markus 11:18: En de Schriftgeleerden en de overpriesters hoorden dat, en zochten, hoe zij Hem doden zouden; want zij vreesden Hem, omdat de ganse schare ontzet was over Zijn leer.

“Drie jaar geleden waren de oversten van de tempel over hun vlucht voor het bevel van Jezus beschaamd geweest. Sinds die tijd hadden zij zich verwonderd over hun vrees, en over hun onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan één enkele man van nederige afkomst. Zij hadden gemeend, dat het onmogelijk was, dat zij zich nog eens op een zo onwaardige wijze zouden overgeven. Toch waren zij nu meer bevreesd dan tevoren, en ze haastten zich nog meer om Zijn bevel te gehoorzamen. Er was niemand, die Zijn gezag in twijfel durfde trekken. Priesters en handelaars vluchtten uit Zijn tegenwoordigheid, terwijl ze hun vee voor zich uitdreven…

Na verloop van tijd waagden de priesters en oversten het om naar de tempel terug te keren. Toen de paniek geluwd was, werden zij ongerust en wilden weten, wat de volgende daad van Jezus zou zijn.” –De Wens der Eeuwen, blz. 512.

“De Farizeeën waren uitermate in de war en ontsteld. Iemand, Wie zij geen vrees konden inboezemen, beheerste hier het terrein. Jezus had zijn plaats ingenomen als wachter van de tempel. Nooit tevoren had Hij zulk een koninklijk gezag gebruikt. Nooit tevoren hadden Zijn woorden en werken zo’n grote macht bezeten. Hij had heerlijke dingen gedaan in geheel Jeruzalem, maar nooit op zulk een plechtige en indrukwekkende wijze. In aanwezigheid van de mensen, die getuigen waren geweest van Zijn wonderwerken, durfden de priesters en oversten Hem niet openlijk hun vijandigheid te tonen. Hoewel zij vertoornd en verbijsterd waren door Zijn antwoord, konden zij die dag verder niets bereiken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 513.

C. Beschrijf de manier, waarop God wil, dat wij Hem vrezen.

Hebreeën 12:28.

Hebreeën 12:28: Daarom, alzo wij een onbewegelijk Koninkrijk ontvangen, laat ons de genade vast houden, door dewelke wij welbehagelijk Gode mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid.

“In ons spreken, ons zingen en in al onze geestelijke oefeningen moeten wij laten zien die kalmte, waardigheid en goddelijke vrees, die elk oprecht kind van God aandrijft.” –Selected Messages 3, blz. 373.

WOENSDAG — 25 november

4. Jezus, het Woord, afwijzen

A. Hoe was Jezus’ houding tegenover de rijke jongeling? Wat was het antwoord van de jongeling?

Markus 10:17-22.

Markus 10:17: En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieen vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beerve? Markus 10:18: En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God. Markus 10:19: Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder. Markus 10:20: Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af. Markus 10:21: En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij. Markus 10:22: Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.

“Christus keek de jonge man in het gelaat, alsof Hij zijn leven peilde en zijn karakter doorzocht. Hij had hem lief en Hij verlangde zeer naar hem die vrede en genade en vreugde te schenken, die zijn karakter wezenlijk zouden veranderen…

Hij (Christus) verlangde in hem een nederig en berouwvol hart te zien, dat zich bewust was van de verhevenste liefde, die wij God moeten geven, en dat zijn gebreken verborg in de volmaaktheid van Christus.” –De Wens der Eeuwen, blz. 448-449.

“Hij (Jezus) had alles achtergelaten voor de redding van de mens, en Hij smeekte de jongeman te komen en Zijn voorbeeld na te volgen en verzekerde hem, dat hij een schat in de hemel zal hebben. Sprong het hart van de jongeman op van vreugde door deze verzekering, dat hij inderdaad een schat in de hemel zal hebben? O neen! Zijn aardse schatten waren zijn afgod; zij overschaduwden de waarde van de eeuwige erfenis.” –Testimonies 2, blz. 679.

B. Noem een algemene reden, waarom de mensen Gods Woord afwijzen.

Johannes 8:47;

Johannes 8:47: Die uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gijlieden niet, omdat gij uit God niet zijt.

Johannes 6:60.

Johannes 6:60: Velen dan van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard; wie kan dezelve horen?

“Zij kunnen ter wille van Christus geen smaad verduren. Als Gods Woord hen wijst op een of andere geliefkoosde zonde, of zelfverloochening of offers eist, komen zij ten val. Het zou hun te veel moeite kosten om in hun leven een radicale verandering aan te brengen. Zij zien op de huidige ongemakken en beproevingen en vergeten de eeuwige werkelijkheden. Net als de discipelen, die Jezus verlieten, staan zij klaar om te zeggen: ‘Deze rede is hard; wie kan haar aanhoren?’ (Johannes 6:60).” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 24.

C. Wat kan het moeilijk maken om het Woord aan te nemen?

Matthéüs 6:24.

Mattheüs 6:24: Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon.

“Een vereniging met Christus … kost ons iets… Er zal een pijnlijk werk moeten worden volbracht; een werk van ‘zich losmaken’, en ook een werk van ‘zich vastmaken’. Trots, zelfzucht, ijdelheid, wereldsgezindheid, zonde in al haar vormen, moeten worden overwonnen, wanneer wij met Christus verenigd willen worden. De oorzaak, waardoor zovelen het christelijke leven zo ellendig hard vinden, en waarom zij zo wispelturig en veranderlijk zijn, ligt hierin, dat zij zich proberen te verbinden met Christus zónder zich los te maken van deze geliefde afgoden.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 221.

DONDERDAG — 26 november

5. Wilt u Jezus aannemen?

A. Welke oproep wordt er nu gedaan aan een ieder van ons?

Jozua 24:15.

Jozua 24:15: Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!

“Christus heeft ons eerst uitgekozen. Hij heeft een oneindige prijs voor onze verlossing betaald. En een ware gelovige kiest Christus in alles als eerste, laatste en beste. Maar die band kost ons wel iets. Het is een band van volkomen afhankelijkheid, die door een trots wezen wordt aangegaan. Ieder, die hieraan begint, moet beseffen, dat hij het verzoenend bloed van Christus nodig heeft. Je hart moet veranderen. Je moet je wil onderwerpen aan de wil van God.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 111.

B. Waar begint de keuze om God te volgen en wat volgt op deze keuze?

Spreuken 23:26.

Spreuken 23:26: Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.

“ “God vraagt u om Hem uw hart te geven. Uw krachten, uw talenten, uw genegenheden moeten allemaal aan Hem worden overgegeven, opdat Hij in u kan werken om te willen en te doen naar Zijn welbehagen en u geschikt maken voor het eeuwige leven.

Als Christus in het hart woont, zal de ziel zo vervuld zijn met Zijn liefde, met de vreugde van gemeenschap met Hem, dat deze zich aan Hem zal hechten; en in de overdenking van Hem zal het ik vergeten zijn. Liefde voor Christus zal de bron van daden zijn. Degenen, die de dwingende liefde van God voelen, vragen niet, hoe weinig gegeven kan worden om aan de eisen van God te voldoen; zij vragen niet om de laagste standaard, maar streven naar volmaakte overeenstemming met de wil van hun Verlosser.” –My Life Today, blz. 7.

VRIJDAG — 27 november

Terugblik

1. Waarom luisterden mensen graag naar Jezus in Zijn openbare bediening?

2. Beschrijf echte leerlingen. Wat bepaalt al hun daden?

3. Wat waren de gevoelens van de priesters en leiders, nadat Jezus de tempel voor de tweede keer had gereinigd?

4. Wat zijn enkele redenen, waarom mensen Jezus en Zijn Woord afwijzen?

5. Beschrijf hoe volledig onze overgave moet zijn.