Lessen uit het boek Markus — SABBAT, 14 november 2020

Les 7: De oproep tot absolute overtuiging

Tekst om te onthouden

“Weest mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus”

1 Korintiërs 11:1

“Christus koos eerst enkele personen uit en vroeg hun Hem te volgen. Toen zochten zij hun familieleden en bekenden op en brachten hen tot Christus. Zó moeten wij werken. Een paar zielen, die gewonnen worden en volledig op de waarheid gegrondvest zijn, zullen, net als de eerste discipelen, werken voor anderen.” –Christus Weerspiegelen, blz. 244.

Aanvullende studie :: -Gospel Workers (1915), blz. 111-116.

ZONDAG — 8 november

1. Aanvaarding van de oproep

A. Wie riep Jezus eerst om Hem te volgen, en wat was hun antwoord?

Markus 1:16-18.

Markus 1:16: En wandelende bij de Galilese zee, zag Hij Simon en Andreas, zijn broeder, werpende het net in de zee (want zij waren vissers); Markus 1:17: En Jezus zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal maken, dat gij vissers der mensen zult worden. Markus 1:18: En zij, terstond hun netten verlatende, zijn Hem gevolgd.

“Toen Jezus Petrus en zijn metgezellen gebood Hem te volgen, lieten ze onmiddellijk hun boten en netten achter. Sommigen van deze discipelen hadden vrienden, die van hen afhankelijk waren voor ondersteuning; maar toen ze de uitnodiging van de Heiland ontvingen, aarzelden ze niet, zich afvragende: Hoe zal ik leven en mijn gezin onderhouden? Ze waren gehoorzaam aan de oproep; en toen Jezus daarna hun vroeg: ‘Toen Ik u uitzond, zonder buidel, en reiszak, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets’ (Lukas 22:35).”

–Gospel Workers, blz. 113-114.

B. Wat deden ze, toen Jezus Jakobus en Johannes riep? Waarom moeten we geïnspireerd worden door, hoe ze op Zijn oproep reageerden? Verzen 19-20.

“God zal mensen roepen van de ploeg en uit de wijngaard en zal hen naar Zijn dienst sturen, zoals Christus vissers riep vanuit hun dagelijkse bezigheid… Deze toegewijde dienstknechten van Christus zullen niet de hoogste zetel zoeken, maar zullen Christus volgen op het pad van zelfverloochening en opoffering, en ze zullen zielen winnen voor de Heiland.” –Manuscript Releases, nr. 760, blz. 11.

MAANDAG — 9 november

2. De prijs van dienen

A. Wat zou er gebeuren, als de volgelingen van Christus het evangelie deelden?

Markus 13:9,

Markus 13:9: Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis.

Markus 13:12.

Markus 13:12: En de ene broeder zal den anderen overleveren tot den dood, en de vader het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.

Hoe zal de geschiedenis zich herhalen?

“In de geschiedenis van profeten en apostelen vinden we vele indrukwekkende voorbeelden van trouw jegens God. Christus’ getuigen ondergingen liever gevangenschap, marteling en zelfs de dood, dan dat zij Gods gebod overtraden. Het geschreven getuigenis over Petrus en Johannes is even heldhaftig als welk ander ook uit deze tijd van evangelieverkondiging. Toen zij voor de tweede maal voor de mannen stonden, die het klaarblijkelijk op hun ondergang hadden gemunt, was er geen vrees of aarzeling in hun woorden of houding te bespeuren.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 59.

“Er zal een tijd komen, dat we voor raadsvergaderingen en voor duizenden mensen gebracht zullen worden vanwege Zijn naam en iedereen voor zich zal de redenen van zijn geloof moeten geven.” –Maranatha, blz.252.

B. Welke zekerheid hebben we, als we voor anderen gebracht worden om te getuigen?

Markus 13:11;

Markus 13:11: Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.

Matthéüs 10:19.

Mattheüs 10:19: Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult.

“De dienstknechten van Christus moeten geen vaste toespraak voorbereiden om te presenteren, wanneer ze voor hun geloof berecht worden. Hun voorbereiding moet van dag tot dag worden gemaakt, door de kostbare waarheden van Gods Woord in hun hart te koesteren, zich te voeden met de leer van Christus en door gebed hun geloof te versterken; dan zal de Heilige Geest, wanneer ze in beproeving worden gebracht, de waarheden in hun herinnering brengen, die de harten zullen bereiken van degenen, die zullen komen om te horen. God zal de kennis, die is verkregen door ijverig zoeken in de Schrift, in hun geheugen doen opkomen op het moment, dat het nodig is.” –Our High Calling, blz. 356.

C. Welke belofte heeft Hij al Zijn volgelingen gegeven, hoewel we om Christus’ zaak worden gehaat door alle mensen?

Markus 13:13.

Markus 13:13: En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.

“Het verlossingswerk is geen kinderspel, om het naar believen vast te houden en het weer los te laten. Het is het vaste doel, de onvermoeibare inspanning, die uiteindelijk de overwinning zal behalen. Hij is het, die tot het einde volhardt, die verlost zal worden. Zij zijn het, die geduldig doorgaan met het doen van goede dingen, die het eeuwige leven en de onsterfelijke beloning zullen hebben.” –Testimonies 2, blz. 101-102.

DINSDAG — 10 november

3. De grootste Dienstknecht

A. Welke prijs moest Jezus spoedig betalen voor de zonden van de wereld?

Markus 9:31;

Markus 9:31: Want Hij leerde Zijn discipelen, en zeide tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan.

Markus 10:33-34.

Markus 10:33: Zeggende: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren, en den Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen, en Hem den heidenen overleveren; Markus 10:34: En zij zullen Hem bespotten, en Hem geselen, en Hem bespuwen, en Hem doden; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.

“Op de reis door Galiléa had Christus opnieuw getracht de geest van Zijn discipelen voor te bereiden op de gebeurtenissen, die vóór Hem lagen. Hij vertelde hun, dat Hij opging naar Jeruzalem om ter dood gebracht te worden en weer op te staan. En Hij voegde daaraan de vreemde en plechtige aankondiging toe, dat Hij door verraad zou worden overgeleverd in de handen van Zijn vijanden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 375.

B. Wat was de reactie van de discipelen, toen Jezus hun vertelde over Zijn toekomstige lijden?

Markus 9:32;

Markus 9:32: Maar zij verstonden dat woord niet, en zij vreesden Hem te vragen.

Markus 10:32.

Markus 10:32: En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;

“Zelfs nu begrepen de discipelen Zijn woorden niet. Hoewel de schaduw van een groot verdriet over hen viel, ontstond er in hun harten een geest van jaloezie. Zij twisten onder elkander, wie de grootste zou zijn in het koninkrijk.” –De Wens der Eeuwen, blz. 375.

C. Hoe lieten zij zien, dat zij de aard van Zijn koninkrijk nog niet begrepen?

Markus 9:33-35.

Markus 9:33: En Hij kwam te Kapernaum, en in het huis gekomen zijnde, vraagde Hij hun: Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg? Markus 9:34: Doch zij zwegen; want zij waren onder elkander in woorden geweest op den weg, wie de meeste zou zijn. Markus 9:35: En nedergezeten zijnde, riep Hij de twaalven, en zeide tot hen: Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn, en aller dienaar.

“Hoewel Hij (Christus) zo duidelijk had gesproken over datgene, wat Hem te wachten stond, deed het noemen van het feit, dat Hij spoedig naar Jeruzalem zou gaan, hun hoop weer aanwakkeren, dat het koninkrijk eerlang opgericht zou worden. Dit had hen ertoe gebracht, onder elkaar te vragen, wie de hoogste ambten zouden vervullen…

De Heiland verzamelde Zijn discipelen om Zich heen en zei: ‘Indien iemand de eerste wil zijn, die zal de allerlaatste zijn en aller dienaar’. In deze woorden lag een ernstige en indrukwekkende betekenis, die de discipelen in het geheel niet begrepen. Datgene, wat Jezus opmerkte, konden zij niet zien. Zij begrepen de aard van het koninkrijk van Christus niet, en deze onwetendheid was blijkbaar de oorzaak van hun twist. De ware oorzaak lag echter dieper… De strijd om de hoogste plaats was het gevolg van dezelfde geest, die het begin was van de grote strijd in de werelden hierboven, en die Christus van de hemel had doen dalen om te sterven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 378.

WOENSDAG — 11 november

4. De zegeningen van dienen

A. Welke opmerking van Petrus toonde de aard van de belofte, die de discipelen hadden gedaan?

Markus 10:28.

Markus 10:28: En Petrus begon tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.

“Maar nu nodigt Jezus hen uit hun vroeger leven te verlaten en hun belangen te verenigen met de Zijne. Petrus had deze uitnodiging aanvaard. Toen ze de kust bereikten, zei Jezus tot de drie andere discipelen: ‘Komt achter Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken’. Onmiddellijk verlieten ze alles en volgden Hem.” –De Wens der Eeuwen, blz. 201-202.

B. Wat voorziet God voor degenen, die alles voor Hem opofferen? Verzen 29-30.

“Voordat Hij (Jezus) hun vroeg hun netten en vissersboten te verlaten, had Jezus hun de verzekering gegeven, dat God in hun behoeften zou voorzien. Het gebruik van de boot van Petrus voor het evangeliewerk was rijkelijk beloond. Hij, Die ‘rijk is voor allen, die Hem aanroepen’, heeft gezegd: ‘Geeft, en u zal gegeven worden: een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat’ (Romeinen 10:12; Lukas 6:38). Met deze maat had Hij de dienst van Zijn discipelen beloond. En iedere offerande, die in Zijn dienst gebracht wordt, zal vergoed worden naar ‘de overweldigende rijkdom Zijner genade’ (Efeze 3:20; 2:7).” –De Wens der Eeuwen, blz. 202.

“Als wij leven om anderen goed te doen en om God te verheerlijken, zullen wij geen aandacht voor onszelf hebben, maar zullen wij proberen in de wereld van dienst te zijn en de mensheid tot zegen te zijn, en wij zullen de zegen ontvangen van ‘Goed gedaan’ van de lippen van de Meester…

Ik heb gezien, dat degenen, die leven voor een doel, die hun medemensen willen helpen en zegenen en hun Verlosser willen eren en verheerlijken, de werkelijk gelukkige mensen op aarde zijn, terwijl de mens, die rusteloos is, ontevreden en dit zoekt en dat probeert, in de hoop geluk te vinden, altijd klaagt over teleurstelling. Hij heeft altijd gebrek, is nooit tevreden, omdat hij alleen voor zichzelf leeft. Laat het uw doel zijn om goed te doen, om uw deel in het leven getrouw te doen.” –This Day with God, blz. 280.

“God belooft ons geen gemak, eer of rijkdom in Zijn dienst; maar Hij verzekert ons, dat hier alle noodzakelijke zegeningen ons deel zullen zijn, ‘met vervolgingen’, en in de toekomstige wereld het ‘eeuwige leven’. Christus accepteert niets minder dan volledige toewijding in dienst van Hem. Dit is de les, die iedereen van ons moet leren.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 41.

DONDERDAG — 12 november

5. De oproep aan ons nu

A. Wat moet nu de eerste prioriteit in ons leven zijn, ongeacht wat onze specifieke roeping in het leven mag zijn?

Matthéüs 6:33.

Mattheüs 6:33: Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

“Wij moeten ons niet bezighouden met een zaak, geen dingen najagen, geen genoegens zoeken, die de uitwerking van Zijn gerechtigheid in ons karakter en leven zouden kunnen verhinderen. Wat wij ook doen, moet van harte gedaan worden, als voor de Heere.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 88.

B. Wat moet ons motiveren? Hoe?

2 Korinthe 5:14-15.

2 Korinthe 5:14: Want de liefde van Christus dringt ons; 2 Korinthe 5:15: Als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.

“Als het eigen ik in Christus opgaat, komt echte liefde spontaan naar voren. Het is geen emotie of een impuls, maar een besluit van een geheiligde wil. Het bestaat niet uit een gevoel, maar uit de verandering van het gehele hart, de ziel en het karakter, dat dood is voor het eigen ik en leeft voor God. Onze Heer en Heiland vraagt om onszelf aan Hem te geven. De overgave van het ik aan God is alles, wat Hij vraagt, door onszelf aan Hem te geven om te worden gebruikt naar het Hem goeddunkt. Als wij niet tot dit punt van overgave komen, kunnen wij nooit gelukkig, bruikbaar of met succes ergens werken.” –Bijbelkommentaar, blz. 513.

VRIJDAG — 13 november

Terugblik

1. Hoe reageerden de discipelen, toen zij geroepen werden om voor de Meester te werken? Hoe zorgt God in deze tijd voor Zijn arbeiders?

2. Wat kunnen wij elke dag doen om ons voor te bereiden om getuigen voor God te zijn? Hoe zal Hij ons bijstaan in onze tijd van nood?

3. Wat gebeurde er onder hen, toen Jezus probeerde de discipelen voor te bereiden op de gebeurtenissen van Zijn lijden? Waarom?

4. Welke verzekering gaf Jezus hun, voordat Hij de discipelen vroeg hun beroep te verlaten? Hoe? Wat kunnen wij hiervan leren?

5. Wat moet de toetssteen voor ons zijn, wanneer wij besluiten, welke carrière te volgen of met welke activiteit ons bezig te houden?