“Weest mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus”
1 Korintiërs 11:1
“Christus koos eerst enkele personen uit en vroeg hun Hem te volgen. Toen zochten zij hun familieleden en bekenden op en brachten hen tot Christus. Zó moeten wij werken. Een paar zielen, die gewonnen worden en volledig op de waarheid gegrondvest zijn, zullen, net als de eerste discipelen, werken voor anderen.” –Christus Weerspiegelen, blz. 244.
Aanvullende studie :: -Gospel Workers (1915), blz. 111-116.
A. Wie riep Jezus eerst om Hem te volgen, en wat was hun antwoord?
Markus 1:16-18.
“Toen Jezus Petrus en zijn metgezellen gebood Hem te volgen, lieten ze onmiddellijk hun boten en netten achter. Sommigen van deze discipelen hadden vrienden, die van hen afhankelijk waren voor ondersteuning; maar toen ze de uitnodiging van de Heiland ontvingen, aarzelden ze niet, zich afvragende: Hoe zal ik leven en mijn gezin onderhouden? Ze waren gehoorzaam aan de oproep; en toen Jezus daarna hun vroeg: ‘Toen Ik u uitzond, zonder buidel, en reiszak, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets’ (Lukas 22:35).”
–Gospel Workers, blz. 113-114.
B. Wat deden ze, toen Jezus Jakobus en Johannes riep? Waarom moeten we geïnspireerd worden door, hoe ze op Zijn oproep reageerden? Verzen 19-20.
“God zal mensen roepen van de ploeg en uit de wijngaard en zal hen naar Zijn dienst sturen, zoals Christus vissers riep vanuit hun dagelijkse bezigheid… Deze toegewijde dienstknechten van Christus zullen niet de hoogste zetel zoeken, maar zullen Christus volgen op het pad van zelfverloochening en opoffering, en ze zullen zielen winnen voor de Heiland.” –Manuscript Releases, nr. 760, blz. 11.
A. Wat zou er gebeuren, als de volgelingen van Christus het evangelie deelden?
Markus 13:9,
Markus 13:12.
Hoe zal de geschiedenis zich herhalen?
“In de geschiedenis van profeten en apostelen vinden we vele indrukwekkende voorbeelden van trouw jegens God. Christus’ getuigen ondergingen liever gevangenschap, marteling en zelfs de dood, dan dat zij Gods gebod overtraden. Het geschreven getuigenis over Petrus en Johannes is even heldhaftig als welk ander ook uit deze tijd van evangelieverkondiging. Toen zij voor de tweede maal voor de mannen stonden, die het klaarblijkelijk op hun ondergang hadden gemunt, was er geen vrees of aarzeling in hun woorden of houding te bespeuren.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 59.
“Er zal een tijd komen, dat we voor raadsvergaderingen en voor duizenden mensen gebracht zullen worden vanwege Zijn naam en iedereen voor zich zal de redenen van zijn geloof moeten geven.” –Maranatha, blz.252.
B. Welke zekerheid hebben we, als we voor anderen gebracht worden om te getuigen?
Markus 13:11;
Matthéüs 10:19.
“De dienstknechten van Christus moeten geen vaste toespraak voorbereiden om te presenteren, wanneer ze voor hun geloof berecht worden. Hun voorbereiding moet van dag tot dag worden gemaakt, door de kostbare waarheden van Gods Woord in hun hart te koesteren, zich te voeden met de leer van Christus en door gebed hun geloof te versterken; dan zal de Heilige Geest, wanneer ze in beproeving worden gebracht, de waarheden in hun herinnering brengen, die de harten zullen bereiken van degenen, die zullen komen om te horen. God zal de kennis, die is verkregen door ijverig zoeken in de Schrift, in hun geheugen doen opkomen op het moment, dat het nodig is.” –Our High Calling, blz. 356.
C. Welke belofte heeft Hij al Zijn volgelingen gegeven, hoewel we om Christus’ zaak worden gehaat door alle mensen?
Markus 13:13.
“Het verlossingswerk is geen kinderspel, om het naar believen vast te houden en het weer los te laten. Het is het vaste doel, de onvermoeibare inspanning, die uiteindelijk de overwinning zal behalen. Hij is het, die tot het einde volhardt, die verlost zal worden. Zij zijn het, die geduldig doorgaan met het doen van goede dingen, die het eeuwige leven en de onsterfelijke beloning zullen hebben.” –Testimonies 2, blz. 101-102.
A. Welke prijs moest Jezus spoedig betalen voor de zonden van de wereld?
Markus 9:31;
Markus 10:33-34.
“Op de reis door Galiléa had Christus opnieuw getracht de geest van Zijn discipelen voor te bereiden op de gebeurtenissen, die vóór Hem lagen. Hij vertelde hun, dat Hij opging naar Jeruzalem om ter dood gebracht te worden en weer op te staan. En Hij voegde daaraan de vreemde en plechtige aankondiging toe, dat Hij door verraad zou worden overgeleverd in de handen van Zijn vijanden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 375.
B. Wat was de reactie van de discipelen, toen Jezus hun vertelde over Zijn toekomstige lijden?
Markus 9:32;
Markus 10:32.
“Zelfs nu begrepen de discipelen Zijn woorden niet. Hoewel de schaduw van een groot verdriet over hen viel, ontstond er in hun harten een geest van jaloezie. Zij twisten onder elkander, wie de grootste zou zijn in het koninkrijk.” –De Wens der Eeuwen, blz. 375.
C. Hoe lieten zij zien, dat zij de aard van Zijn koninkrijk nog niet begrepen?
Markus 9:33-35.
“Hoewel Hij (Christus) zo duidelijk had gesproken over datgene, wat Hem te wachten stond, deed het noemen van het feit, dat Hij spoedig naar Jeruzalem zou gaan, hun hoop weer aanwakkeren, dat het koninkrijk eerlang opgericht zou worden. Dit had hen ertoe gebracht, onder elkaar te vragen, wie de hoogste ambten zouden vervullen…
De Heiland verzamelde Zijn discipelen om Zich heen en zei: ‘Indien iemand de eerste wil zijn, die zal de allerlaatste zijn en aller dienaar’. In deze woorden lag een ernstige en indrukwekkende betekenis, die de discipelen in het geheel niet begrepen. Datgene, wat Jezus opmerkte, konden zij niet zien. Zij begrepen de aard van het koninkrijk van Christus niet, en deze onwetendheid was blijkbaar de oorzaak van hun twist. De ware oorzaak lag echter dieper… De strijd om de hoogste plaats was het gevolg van dezelfde geest, die het begin was van de grote strijd in de werelden hierboven, en die Christus van de hemel had doen dalen om te sterven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 378.
A. Welke opmerking van Petrus toonde de aard van de belofte, die de discipelen hadden gedaan?
Markus 10:28.
“Maar nu nodigt Jezus hen uit hun vroeger leven te verlaten en hun belangen te verenigen met de Zijne. Petrus had deze uitnodiging aanvaard. Toen ze de kust bereikten, zei Jezus tot de drie andere discipelen: ‘Komt achter Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken’. Onmiddellijk verlieten ze alles en volgden Hem.” –De Wens der Eeuwen, blz. 201-202.
B. Wat voorziet God voor degenen, die alles voor Hem opofferen? Verzen 29-30.
“Voordat Hij (Jezus) hun vroeg hun netten en vissersboten te verlaten, had Jezus hun de verzekering gegeven, dat God in hun behoeften zou voorzien. Het gebruik van de boot van Petrus voor het evangeliewerk was rijkelijk beloond. Hij, Die ‘rijk is voor allen, die Hem aanroepen’, heeft gezegd: ‘Geeft, en u zal gegeven worden: een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat’ (Romeinen 10:12; Lukas 6:38). Met deze maat had Hij de dienst van Zijn discipelen beloond. En iedere offerande, die in Zijn dienst gebracht wordt, zal vergoed worden naar ‘de overweldigende rijkdom Zijner genade’ (Efeze 3:20; 2:7).” –De Wens der Eeuwen, blz. 202.
“Als wij leven om anderen goed te doen en om God te verheerlijken, zullen wij geen aandacht voor onszelf hebben, maar zullen wij proberen in de wereld van dienst te zijn en de mensheid tot zegen te zijn, en wij zullen de zegen ontvangen van ‘Goed gedaan’ van de lippen van de Meester…
Ik heb gezien, dat degenen, die leven voor een doel, die hun medemensen willen helpen en zegenen en hun Verlosser willen eren en verheerlijken, de werkelijk gelukkige mensen op aarde zijn, terwijl de mens, die rusteloos is, ontevreden en dit zoekt en dat probeert, in de hoop geluk te vinden, altijd klaagt over teleurstelling. Hij heeft altijd gebrek, is nooit tevreden, omdat hij alleen voor zichzelf leeft. Laat het uw doel zijn om goed te doen, om uw deel in het leven getrouw te doen.” –This Day with God, blz. 280.
“God belooft ons geen gemak, eer of rijkdom in Zijn dienst; maar Hij verzekert ons, dat hier alle noodzakelijke zegeningen ons deel zullen zijn, ‘met vervolgingen’, en in de toekomstige wereld het ‘eeuwige leven’. Christus accepteert niets minder dan volledige toewijding in dienst van Hem. Dit is de les, die iedereen van ons moet leren.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 41.
A. Wat moet nu de eerste prioriteit in ons leven zijn, ongeacht wat onze specifieke roeping in het leven mag zijn?
Matthéüs 6:33.
“Wij moeten ons niet bezighouden met een zaak, geen dingen najagen, geen genoegens zoeken, die de uitwerking van Zijn gerechtigheid in ons karakter en leven zouden kunnen verhinderen. Wat wij ook doen, moet van harte gedaan worden, als voor de Heere.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 88.
B. Wat moet ons motiveren? Hoe?
2 Korinthe 5:14-15.
“Als het eigen ik in Christus opgaat, komt echte liefde spontaan naar voren. Het is geen emotie of een impuls, maar een besluit van een geheiligde wil. Het bestaat niet uit een gevoel, maar uit de verandering van het gehele hart, de ziel en het karakter, dat dood is voor het eigen ik en leeft voor God. Onze Heer en Heiland vraagt om onszelf aan Hem te geven. De overgave van het ik aan God is alles, wat Hij vraagt, door onszelf aan Hem te geven om te worden gebruikt naar het Hem goeddunkt. Als wij niet tot dit punt van overgave komen, kunnen wij nooit gelukkig, bruikbaar of met succes ergens werken.” –Bijbelkommentaar, blz. 513.
1. Hoe reageerden de discipelen, toen zij geroepen werden om voor de Meester te werken? Hoe zorgt God in deze tijd voor Zijn arbeiders?
2. Wat kunnen wij elke dag doen om ons voor te bereiden om getuigen voor God te zijn? Hoe zal Hij ons bijstaan in onze tijd van nood?
3. Wat gebeurde er onder hen, toen Jezus probeerde de discipelen voor te bereiden op de gebeurtenissen van Zijn lijden? Waarom?
4. Welke verzekering gaf Jezus hun, voordat Hij de discipelen vroeg hun beroep te verlaten? Hoe? Wat kunnen wij hiervan leren?
5. Wat moet de toetssteen voor ons zijn, wanneer wij besluiten, welke carrière te volgen of met welke activiteit ons bezig te houden?