“Maar heeft Zichzelf (Christus) vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden”
Filippensen 2:7
“Onze Heere Jezus Christus kwam naar deze wereld als de onvermoeibare dienstknecht van de mens. ‘Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen’, opdat Hij in alle behoeften van de mensheid zou voorzien. De last van ziekte, ellende en zonde kwam Hij wegnemen. Het was Zijn missie om de mensen volledig herstel te brengen; Hij kwam om aan hen gezondheid, vrede en een volmaakt karakter te geven.” –Our Father Cares, blz. 284.
Aanvullende studie :: -De Weg tot Gezondheid, blz. 13-16.
A. Hoe verreikend was de bediening van Christus?
Markus 2:2;
Markus 5:21,
Markus 5:24.
“Onder de scharen, die zich rond de Heiland verdrongen, waren vele mensen, die hun leven hadden doorgebracht rond het meer van Galiléa.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 130.
B. Hoe doordrongen was Hij van de behoeften van anderen?
Markus 3:20;
Matthéüs 8:20.
“Zij hoorden, dat Hij (Christus) hele nachten wijdde aan gebed, dat Hij gedurende de gehele dag omringd werd door grote scharen van mensen, en Zich zelfs de tijd niet gunde om te eten.” –De Wens der Eeuwen, blz. 271.
“Zijn (Jezus’) leven was een voorbeeld van voortdurende zelfopoffering. Hij had geen thuis in deze wereld, tenzij de vriendelijkheid van vrienden Hem als reiziger opnam. Voor ons leefde Hij het leven van de armsten, Hij trok rond en werkte voor de behoeftigen en lijdenden. Niet erkend en ongeëerd wandelde Hij onder het volk, waarvoor Hij zoveel gedaan had.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 14.
A. Wat deed Jezus, omdat de behoeften van de mensen zo dringend waren, om Zijn discipelen rust te verschaffen?
Markus 6:31.
Waarom?
“Hoewel de tijd kort is en er een groot werk moet worden verricht, is de Heer er niet blij mee, dat we onze tijden van activiteit zo verlengen, dat er geen tijd zal zijn voor rustperiodes, voor de studie van de Bijbel en voor gemeenschap met God. Dit alles is essentieel om de ziel te versterken, om ons in een positie te plaatsen, waarin we wijsheid van God zullen ontvangen om onze talenten ten dienste van de Meester te gebruiken.
Toen Jezus zei, dat de oogst groot was en er weinig arbeiders waren, drong Hij er bij Zijn discipelen niet op aan de noodzaak van onophoudelijk werk te verzetten… Hij vertelt Zijn discipelen, dat hun kracht zwaar is beproefd, dat ze niet geschikt zullen zijn voor toekomstige arbeid, tenzij ze een tijd rusten… Spaar in de naam van Jezus uw krachten, zodat u, nadat u weer door rust bent opgefrist, meer en beter werk kunt doen.” –My Life Today, blz. 133.
“Het is niet verstandig om voortdurend onder de spanning van het werk te leven. Want op zo’n wijze verwaarloost men de persoonlijke oefening van het geloof, en dan worden de kracht van verstand en ziel overbelast.
Wij moeten er voor zorgen, dat wij niet de regelmaat van slaap en werk veronachtzamen. Wij moeten van tijd tot tijd rust nemen voor ogenblikken van ontspanning en overdenking.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 233.
B. Wat was de reactie van Jezus, toen de mensen hen bleven volgen? Hoe voorzag Hij in hun behoeften? Verzen 34-44.
“Jezus, de dierbare Heiland, leek nooit moe te worden van de opdringerigheid van de zonde-zieke zielen en de zieken met allerlei ziekten. ‘En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen’ (Markus 6:34). Dit betekent veel voor de lijdenden. Hij identificeerde Zijn interesse met die van hen. Hij deelde hun lasten. Hij voelde hun angsten. Hij verlangde naar medelijden, dat pijn was in het hart van Christus.” –That I May Know Him, blz. 47.
C. Hoe zorgde Jezus, nadat de mensen lichamelijk en geestelijk waren gevoed, voor rust voor Zichzelf en Zijn discipelen? Verzen 45-46.
A. Wat houdt het in Christus te volgen op het pad van dienstbetoon?
Markus 8:34.
“Christus, de geliefde Leraar, zegt: ‘Wie achter Mij wil komen, verloochene zichzelf, neemt zijn kruis op en volge Mij’. Ja, volg Hem zowel door een kwaad als door een goed verslag. Volg Hem in vriendschap met de meest behoeftigen en zonder vrienden. Volg Hem door uzelf te vergeten, overvloedig in daden van zelfverloochening en zelfopoffering om anderen goed te doen; wanneer beschimpt, beschimpt niet terug; toon liefde en mededogen voor het gevallen ras. Hij telde Zijn leven niet dierbaar, maar gaf het voor ons allemaal op. Volg Hem van de nederige kribbe naar het kruis. Hij was ons voorbeeld. Hij vertelt u, dat als u Zijn discipel wilt zijn, u het kruis, het verachte kruis, moet opnemen en Hem volgen. Kunt u uit de beker drinken? Kunt u gedoopt worden met de doop?” –Testimonies 2, blz. 178.
B. Hoe vergelijkt Jezus wereldse winst met de prijs, die betaald wordt om Hem te dienen? Verzen 35-37.
“Wat kan vergeleken worden met het verlies van een menselijke ziel? Het is een vraag, die elke ziel voor zichzelf moet bepalen, of de schatten van het eeuwige leven verwerven of dat alles verliezen vanwege zijn nalatigheid om van God en Zijn gerechtigheid zijn eerste en enige bedrijf te maken. Jezus, de Verlosser van de wereld, … kijkt met verdriet naar het grote aantal van degenen, die beweren christenen te zijn, die Hem niet dienen maar zichzelf. Ze denken nauwelijks aan eeuwige realiteiten, ondanks dat Hij hun aandacht vestigt op de rijke beloning in afwachting van de gelovigen, die Hem zullen dienen met hun onverdeelde genegenheid…
Hij zou elk individu zijn verantwoordelijkheid willen laten voelen om zijn kostbare tijd hier in deze wereld zo te gebruiken, dat het dagelijks vrucht zal dragen in goede werken. Dit is het enige waardige doel van elke levende sterveling, om zijn door God gegeven faciliteiten te gebruiken met eindeloze resultaten voor ogen.” –That I May Know Him, blz. 321.
C. Waarvan verzekert Hij ons, als we ons volledig aan God overgeven om te dienen, waar Hij maar wil?
Lukas 22:35.
A. Welk verzoek werd gedaan met betrekking tot Jakobus en Johannes, en wat was Jezus’ antwoord?
Markus 10:35-40.
“In het koninkrijk Gods verkrijgen wij onze plaats niet door bevoordeling. Deze wordt niet verdiend en wordt ons ook niet toebedeeld door een willekeurige schenking. Ze is het resultaat van ons karakter. De kroon en de troon zijn de tekenen van een toestand, die wij verkregen hebben; zij zijn de tekenen van zelfoverwinning door onze Here Jezus Christus.” –De Wens der Eeuwen, blz. 475.
B. Hoe gebruikte Jezus deze gelegenheid om wereldse koninkrijken met Zijn eigen koninkrijk te vergelijken? Verzen 41-44.
“Alleen in een dienstbaar leven wordt echt geluk gevonden. Hij, die een nutteloos, egoïstisch leven leidt, is ellendig. Hij is ontevreden over zichzelf en over iedereen. De Heer bestraft Zijn arbeiders, dat zij bereid moeten zijn om de aan hen aangewezen plaatsen te vervullen. Daarom verlangt Hij, dat zij geschikt zijn om een meer aanvaardbare dienst te doen…
Velen zijn niet tevreden om God vrolijk te dienen op de plaats, die Hij voor hen heeft uitgekozen of om het werk, dat Hij in hun handen heeft gelegd, zonder klagen te doen. Het is goed voor ons, dat we ontevreden zijn over de manier, waarop we onze plicht doen, maar we moeten niet ontevreden zijn over de plicht zelf, omdat we liever iets anders zouden willen doen. In Zijn voorzienigheid plaatst God voor de mensen een dienst, die als medicijn zal dienen voor hun zieke geest. Zo tracht Hij hen ertoe te brengen de zelfzuchtige voorkeur opzij te zetten, die hen, indien gekoesterd, zou diskwalificeren voor het werk, dat Hij voor hen heeft.” –In Heavenly Places, blz. 229.
C. Hoe getuigde Jezus’ eigen leven, dat Hij de grootste Dienaar van allemaal was? Vers 45.
“Christus had Zich vanwege onze schuld ver van ons kunnen terugtrekken. Maar in plaats Zich verder van ons te verwijderen, kwam Hij onder ons wonen, vervuld met alle volheid Gods, om één met ons te zijn, opdat wij door Zijn genade de volmaaktheid zouden bereiken. Door een schandelijke dood vol lijden betaalde Hij onze losprijs. Vanuit de hoogste waardigheid kwam Hij, Zijn goddelijkheid bekleed met menselijkheid. Hij daalde stap voor stap af tot de diepste diepten van de vernedering. Op geen enkele manier is de diepte van Zijn liefde te peilen.” –Christus Weerspiegelen, blz. 16.
A. Wat deed Jezus ten tijde van het Pascha voor Zijn discipelen?
Johannes 13:3-5.
“De discipelen hadden net ruzie gehad over wie de grootste in het Koninkrijk van de hemelen zou zijn. Zij konden het niet eens worden. De één eiste de eer voor zichzelf op, de ander ook. Geen van de discipelen had de juiste geestestoestand om te begrijpen, wat de komende gebeurtenissen betekenden, of om het plechtige van het moment in te zien. Zij waren niet klaar om deel te nemen aan de Pesach-maaltijd.
Christus keek hen bedroefd aan. Hij wist, dat hun beproevingen stonden te wachten, en Zijn grote liefdevolle hart ging in tedere ontferming en medelijden naar hen uit. Om Zijn liefde voor hen te tonen nam Hij ‘een linnen doek en omgordde Zich daarmee. Daarna deed Hij water in het bekken en begon de voeten van de discipelen te wassen, en af te drogen met de doek, waarmee Hij omgord was’. Dit was een ernstig verwijt richting hen allemaal.” –Christus Weerspiegelen, blz. 260.
B. Welke les van dienen gaf Hij hun? Verzen 12-16.
“In het bevel nederig te zijn krijgen wij een indrukwekkende les. Christus heeft ons de noodzaak laten zien om nederig voor God te wandelen en om te beseffen, wat Hij voor ons heeft gedaan door Zijn Zoon te geven. Christus wist, dat Zijn discipelen de les over nederigheid, die hun bij het Laatste Avondmaal gegeven was, nooit zouden vergeten. Door de nederigste vorm van dienstbaarheid op Zich te nemen gaf Hij aan de twaalf het strengste verwijt, dat hen ooit gemaakt kon worden.” –Christus Weerspiegelen, blz. 260.
1. Noem enkele manieren, waarop Jezus de behoeften van anderen boven Zijn eigen menselijke behoeften plaatste.
2. Hoe zorgt Jezus in deze tijd voor Zijn arbeiders? Wat gebeurt er, als we onszelf overbelasten?
3. Wat betekent het praktisch om Christus in zelfverloochening te volgen?
4. Hoe kunnen we echt geluk vinden? Hoe moeten we reageren op het werk, dat God in onze handen legt?
5. Hoe gaven Jezus’ daden tijdens het Laatste Avondmaal Zijn discipelen een sterke berisping?
Canada is het op een na grootste land ter wereld per gebied en beslaat 9.984.670 vierkante kilometers. De bevolking bedraagt momenteel ongeveer 37 miljoen. Van de G7-landen heeft Canada de grootste demografische groei. Het is een constitutionele monarchie en een federatie van tien provincies en drie territoria. Vanwege zijn geschiedenis heeft Canada twee officiële talen: Engels, gesproken door de meerderheid van de Canadezen, en Frans, de moedertaal van ongeveer 20% van de bevolking. Een grote meerderheid van de Franse moedertaalsprekers woont in de provincie Quebec. De zetel van de provincie is in Quebec City, maar het economische centrum van de provincie is de stad Montreal, de op een na grootste Franstalige stad ter wereld, met meer dan 4 miljoen inwoners.
Vanwege de taalbarrière werd het evangeliewerk in Canada het meest ontwikkeld in het Engels sprekende deel. Maar sinds 2002 heeft onze gemeente in Canada verschillende protestantse kerken in Montreal gehuurd, waar we regelmatig Sabbatdiensten houden in zowel het Frans als het Engels. We bieden ook kooklessen aan, Bijbelstudies, verspreiden geestelijke literatuur en bereiken de gemeenschap door gezondheidsdiensten en persoonlijke getuigenis. De Heer heeft onze inspanningen gezegend. De gelovigen zijn sterk in het geloof en nieuwe zielen komen bij de kudde. Veel bezoekers komen regelmatig naar onze gemeente en verscheidenen worden op de doop voorbereid. Onze gemeente weerspiegelt een grote etnische, culturele en taalkundige diversiteit, afkomstig uit landen zoals: China, Colombia, Frankrijk, Haïti, Jamaica, de Verenigde Staten en de inheemse Canadezen.
Onze grote behoefte op dit moment is een huis van aanbidding, dat ook zou kunnen dienen als een centrum voor het Frans sprekende evangeliewerk in de provincie Quebec en daar buiten. Onze lokale gemeenteleden hebben al gulle giften gedaan en wat geld ingezameld, maar het is nog lang niet voldoende om de kosten van het gebouw te dekken.
We bidden, dat de Heer uw geest en hart mag imponeren met het besef van onze grote behoefte, maar ook van de enorme mogelijkheden om zielen in de Franstalige wereld te bereiken. Geef alstublieft genereus, wanneer deze speciale Eerste Sabbatgaven worden ingezameld, zodat op een dag een kapel in dit deel van de wereld tot eer van God tot stand kan komen. Dank u, en moge God iedere gave en gever zegenen.
–Uw broeders en zusters van het Canadese veld