“En er kwam een stem uit de hemelen: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb”
Markus 1:11
“Niettegenstaande het feit, dat de zonden van een schuldige wereld op Christus gelegd waren, niettegenstaande de vernedering, dat Hij onze gevallen natuur had aangenomen, verklaarde de stem uit de hemel, dat Hij de Zoon van de Eeuwige was.Johannes was diep bewogen, toen Hij Jezus gebogen zag als een smekeling, die met tranen in de ogen smeekte om de goedkeuring van Zijn Vader. Terwijl de heerlijkheid van God om Hem heen zweefde en de stem van de hemel gehoord werd, herkende Johannes het teken, dat God hem beloofd had. Hij wist, dat het de Verlosser der wereld was, Die hij gedoopt had.” –De Wens der Eeuwen, blz. 82-83.
Aanvullende studie :: -De Wens der Eeuwen, blz. 513-521.
A. Hoe erkende de Vader Zijn Zoon bij Zijn doop?
Markus 1:11.
“Het gebed van Christus aan de oevers van de Jordaan omvat iedereen, die in Hem zal geloven. De belofte, dat u aangenomen bent in de Geliefde, komt tot u. Houd het vast met de greep van onverzettelijk geloof. God zei: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb’. Dit betekent, dat Christus door de donkere schaduw, die Satan op uw pad heeft geworpen, de weg voor u heeft gebaand naar de troon van de oneindige God. Hij heeft beslag gelegd op de almachtige kracht en u wordt aangenomen in de Geliefde.” –Lift Him Up, blz. 109.
“Het gebed van Christus voor de verloren mensheid baande zijn weg door elke schaduw, die Satan tussen de mens en God had opgeworpen, en liet een duidelijk communicatiekanaal achter naar de troon der heerlijkheid…
De stem van God werd gehoord als antwoord op het verzoek van Christus, en dit vertelt de zondaar, dat zijn gebed een onderkomen zal vinden bij de troon van de Vader. De Heilige Geest zal worden gegeven aan degenen, die zoeken naar haar kracht en genade en zal onze zwakheden helpen, wanneer wij gehoor bij God zouden hebben.” –Our High Calling, blz. 156.
A. Wat gebeurde er, toen Jezus drie van Zijn discipelen mee nam op een hoge berg, en wat was hun reactie?
Markus 9:1-6.
“Terwijl Hij (Jezus) in nederigheid gebogen ligt op de rotsachtige grond, gaat plotseling de hemel open, de gouden poorten van de stad Gods worden wijd opengeworpen, en een heilige lichtstroom daalt neer op de berg en omgeeft de gestalte van de Heiland. De goddelijkheid van binnenuit straalt door de menselijke natuur heen, en ontmoet de heerlijkheid, die van boven komt. Christus rijst op uit Zijn gebogen houding, en staat daar in goddelijke majesteit. De zielenstrijd is verdwenen. Zijn gelaat straalt nu ’gelijk de zon’, en Zijn klederen zijn ’wit als het licht’.
De discipelen ontwaken, en aanschouwen de stroom van heerlijkheid, die de berg verlicht. In vrees en verwondering staren ze naar de stralende gestalte van hun Meester. Wanneer zij in staat zijn om het wonderbare licht te aanschouwen, zien ze, dat Jezus niet alleen is.” –De Wens der Eeuwen, blz. 366.
B. Hoe maakte God Zich in die tijd bekend? Vers 7.
“Toen ze de wolk van heerlijkheid aanschouwden, die helderder was dan de wolk, die voor de stammen van Israël uitging in de woestijn; toen ze de stem van God hoorden spreken in verschrikkelijke majesteit, die de berg deed beven, vielen de discipelen verschrikt ter aarde.” –De Wens der Eeuwen, blz. 369.
C. Hoe waarschuwde Hij de discipelen, toen zij weer alleen waren met Jezus? Waarom? Verzen 8-9.
“De openbaring, die aan de discipelen gegeven was, moest in hun harten overdracht, en niet wijd en zijd verkondigd worden. Het aan de menigte vertellen, zou alleen maar bespotting opwekken of ijdele verwondering. En zelfs de negen apostelen zouden het schouwspel niet begrijpen, totdat Jezus uit de doden was opgestaan. Hoe traag van begrip zelfs de drie bevoorrechte discipelen waren, zien we in het feit, dat, ondanks alles wat Christus gezegd had over datgene wat voor Hem lag, zij onder elkander vroegen, wat het opstaan uit de doden zou betekenen. Toch vroegen zij niet aan Jezus om een verklaring.” –De Wens der Eeuwen, blz. 370.
A. Welke vraag werd Jezus gesteld door de priesters en Schriftgeleerden om Hem in de val te laten lopen?
Markus 11:27-28.
“De oversten hadden de bewijzen voor ogen, dat Hij de Messias was. Zij besloten nu geen teken te vragen voor Zijn gezag, maar Hem te dwingen iets toe te geven of te verklaren, waarop Hij veroordeeld zou kunnen worden…
Zij verwachtten, dat Hij zou beweren, dat Zijn gezag van God kwam. Zij hadden het plan een dergelijke verklaring te ontkennen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 513-514.
B. Vertel het antwoord van Jezus en dan het antwoord van de priesters en Schriftgeleerden. Verzen 29-33 (eerste deel).
“De priesters zagen, dat zij voor een lastige keuze waren gesteld, waarvan geen spitsvondigheid hen zou redden. Indien zij zeiden, dat de doop van Johannes uit de hemel was, zou hun inconsequentie aan het licht komen. Christus zou zeggen: ’Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?’ Johannes had van Christus getuigd: ’Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt’ (Johannes 1:29). Indien de priesters het getuigenis van Johannes geloofden, hoe konden zij dan ontkennen, dat Christus de Messias was? Indien zij datgene verklaarden, wat zij werkelijk geloofden, namelijk dat het werk van Johannes uit de mensen was, zouden ze een storm van verontwaardiging over zich brengen; de mensen geloofden immers, dat Johannes een profeet was.
Met intense belangstelling wachtte de schare op de beslissing. Zij wisten, dat de priesters hadden beleden, dat zij het werk van Johannes aannamen, en zij verwachtten, dat zij zonder verdere vragen zouden erkennen, dat hij van God gezonden was. Maar nadat zij heimelijk met elkander hadden overlegd, besloten de priesters zich niet in de vingers te snijden. Huichelachtig betuigden ze onwetendheid en zeiden: ’Wij weten het niet’.” –De Wens der Eeuwen, blz. 514.
C. Vertelde Jezus hun door wiens autoriteit Hij werkte? Vers 33 (laatste deel). Waarom of waarom niet?
“Schriftgeleerden, priesters en oversten waren allen tot zwijgen gebracht. Beschaamd en teleurgesteld stonden ze daar met neergeslagen ogen en durfden Christus geen verdere vragen te stellen. Door hun lafhartigheid en besluiteloosheid hadden zij in grote mate de eerbied van het volk verspeeld, dat nu toekeek en zich amuseerde bij het zien, hoe deze trotse, eigengerechtige mensen waren verslagen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 514.
A. Wat moesten bepaalde beambten doen, toen de Farizeeën niet blij waren met Jezus, en wat was het gevolg?
Johannes 7:44.
B. Waarom volgden de beambten hun orders niet op? Verzen 45-46.
“De beambten, die waren gestuurd om Jezus vast te nemen, meldden, dat nooit een man sprak zoals deze man. Maar de reden hiervan was, dat nooit iemand leefde als deze man; want als hij niet zo geleefd had, kon hij niet zo gesproken hebben. Zijn woorden droegen een overtuigende kracht met zich mee, omdat zij kwamen uit een zuiver en heilig hart, vol liefde en medeleven, weldadigheid en waarheid. Er is welsprekendheid in die woorden, in het rustige, beginselvaste leven van een zuivere, ware christen.” –Gospel Workers (1892), blz. 244.
C. Hoe was Jezus’ onderwijs in vergelijking met dat van andere leraren van Zijn tijd?
Markus 1:22.
Waarom?
Matthéüs 23:1-3.
“Zoals Hij leerde, zo leefde Hij. ‘Ik heb u een voorbeeld gegeven’, zei Hij tot Zijn discipelen, ‘opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb’. ‘Ik heb de geboden Mijns Vaders bewaard’ (Johannes 13:15; 15:10). Zo ging er van Christus’ woorden in Zijn leven voorbeeld en kracht uit. Maar nog meer, zoals Hij leerde, zo was Hij. Zijn woorden waren de uitdrukkingen, niet enkel van Zijn eigen levenservaring, maar ook van Zijn persoonlijk karakter. Niet alleen leerde Hij de waarheid, maar Hij was de waarheid. En dat was het, wat aan Zijn leer kracht verleende.” –Karaktervorming, blz. 78.
“Hij (Christus) handelde niet in algemene theorieën, maar in dat wat van belang is voor de ontwikkeling van het karakter; dat wat het vermogen van de mens om God te kennen zal vergroten, en zijn kracht om goed te doen toenemen. Hij sprak over die waarheden, die verbonden zijn met de levenshouding en die de mens met de eeuwigheid verenigen.
In plaats van de mensen te leiden tot het bestuderen van de theorieën van de mens over God, Zijn Woord of Zijn werken, leerde Hij hun Hem te aanschouwen, zoals getoond in Zijn werken, in Zijn Woord en door Zijn voorzieningen. Hij bracht hun geest in contact met de geest van de Oneindige… Nooit eerder sprak iemand, die zo’n kracht had om gedachten te doen ontwaken, aspiratie aan te wakkeren, om elk vermogen van lichaam, geest en ziel op te wekken.” –Lift Him Up, blz. 177.
A. Welke woorden van David werden door Christus aangehaald? Hoe toont Jezus Zijn autoriteit als Hoeksteen?
Psalm 118:22-23;
Markus 12:10-11.
“Christus was de hoeksteen van het Joodse godsdienstige stelsel en van het gehele verlossingsplan. Deze hoeksteen waren de Joodse bouwlieden, de priesters en de leiders van Israël, nu bezig te verwerpen. De Heiland vestigde hun aandacht op de profetie, waardoor zij het gevaar, waarin zij verkeerden, zouden zien. Met ieder middel, dat binnen Zijn bereik lag, probeerde Hij hun de aard van de daad, die zij van plan waren te verrichten, duidelijk te maken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 517-518.
B. Hoe wordt Jezus bevestigd als de Hoeksteen?
Jesaja 28:16;
Deuteronomium 32:4;
1 Samuël 2:2.
“Met oneindige wijsheid koos God de steen voor de fundering en legde die Zelf neer. Hij noemde die ‘een vaste grondslag’. De gehele wereld kan daarop haar lasten en smarten leggen; hij kan ze alle dragen. Men kan er volkomen veilig op bouwen. Christus is ‘een beproefde steen’. Hij stelt hen, die op Hem vertrouwen, nooit teleur. Hij heeft iedere beproeving doorstaan. Hij heeft de last van Adams schuld en de schuld van zijn nageslacht gedragen, en is meer dan overwinnaar geworden over de machten der duisternis. Hij heeft de lasten gedragen, die op Hem geworpen worden door iedere berouwvolle zondaar. In Christus heeft het schuldige hart verlichting gevonden. Hij is de vaste grondslag. Allen, die zich van Hem afhankelijk maken, rusten in volkomen veiligheid.” –De Wens der Eeuwen, blz. 519.
1. Wat betekent Gods antwoord op het gebed van Christus bij de Jordaan voor u?
2. Wat zagen en hoorden de drie discipelen op de berg met Christus?
3. Wat antwoordde Jezus, toen Hem werd gevraagd naar Zijn autoriteit om te onderwijzen? Waarom?
4. Wat gaf Jezus zo’n autoriteit, toen Hij sprak? Hoe zit het met ons?
5. Welke verdere waarschuwing gaf Jezus, toen Hij over de Hoeksteen sprak? Waarom deed Hij dit?