“De mensen dan, gezien hebbende het teken, dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de profeet, Die in de wereld komen zou”
Johannes 6:14
“Toen Jezus door Zijn machtige wonderen Zijn goddelijkheid openbaarde, toen Hij de zieken genas en de doden opwekte, hadden de mensen onder elkander de vraag gesteld: ’Dit is toch niet de zoon van David?’… Maar velen, die Jezus de Zoon van David noemden, erkenden niet Zijn goddelijkheid. Zij begrepen niet, dat de Zoon van David ook de Zoon van God was.” –De Wens der Eeuwen, blz. 529.
Aanvullende studie :: : -De Wens der Eeuwen, blz. 283-287;; 312-319.
A. Hoe antwoordden de mensen op het genezingswerk van Jezus?
Markus 1:32-33.
“Het wonder was op Sabbat verricht en uit vrees voor de rabbi’s durfde het volk niet te komen voor genezing, voordat de zon was ondergegaan. Toen kwamen uit de huizen, de winkels en de marktplaatsen de inwoners van de stad en drongen naar de nederige woning, waar Jezus verbleef. De zieken werden op draagbaren gebracht, zij kwamen leunend op een staf of ondersteund door vrienden, strompelden zij zwakjes naar de Verlosser.
Uur na uur kwamen en gingen zij; want niemand kon weten of de Heelmeester Zich de volgende morgen nog onder hen zou bevinden. Nooit eerder had Kapernaüm een dag als deze meegemaakt. De lucht was vervuld met de stem van triomf en kreten van bevrijding.
Niet voordat de laatste zieke genezing had gevonden, beëindigde Jezus Zijn werk. Het was diep in de nacht, toen de menigte vertrok en de stilte over het huis van Simon neerdaalde. De lange, opwindende dag was voorbij en Jezus zocht rust. Maar terwijl de stad in sluimer gehuld was, ‘stond de Heiland lang voor het dag werd op en ging naar een eenzame plaats en bad aldaar’ (Markus 1:35).” –De Weg tot Gezondheid, blz. 21.
A. Wat gebeurde er, toen Jezus bij een andere gelegenheid per schip in Gennésareth aankwam?
Markus 6:53-55.
“Intussen was Hij (Jezus) aangekomen in Gennésareth, nadat Hij daar slechts één dag afwezig was geweest. Zodra bekend werd, dat Hij aan land was gegaan, liepen de mensen ’die gehele streek af en begonnen degenen die ernstig ongesteld waren, op matrassen rond te dragen naar de plaats, waar zij hoorden dat Hij was’ (Markus 6:55).” –De Wens der Eeuwen, blz. 329.
B. Hoe wanhopig waren de zieken om Jezus te zien? Hoe werd hun geloof beloond? Vers 56.
C. Wie was er op een ander moment op dezelfde manier genezen?
Markus 5:25-34.
Wat kunnen wij leren van dit voorbeeld van geloof?
“Toen de vrouw haar hand uitstak en de zoom van Zijn kleed aanraakte, dacht zij, dat deze heimelijke aanraking niemand zou bemerken; maar Christus herkende die aanraking en reageerde op haar geloof door Zijn genezende kracht. Zij realiseerde zich in een oogwenk, dat zij genezen was en dat de Heer Jezus zulk geloof niet onopgemerkt zou laten.” –In Heavenly Places, blz. 108.
“Jezus was in staat de aanraking des geloofs te onderscheiden van de toevallige aanraking van de onachtzame menigte. Zulk een vertrouwen zou niet zonder opmerking voorbijgezien worden. Hij zou tot de nederige vrouw woorden van troost spreken, die voor haar tot een bron van vreugde zouden zijn, woorden die een zegen zouden zijn, woorden die een zegen zouden worden voor Zijn volgelingen tot het einde des tijds.” –De Wens der Eeuwen, blz. 294.
“Het geloof, dat helpt om ons in vitaal contact met Christus te brengen, drukt van onze kant de hoogste voorkeur, volkomen vertrouwen en volledige toewijding uit. Dit geloof werkt door liefde en zuivert de ziel. Het bewerkt in het leven van de volgeling van Christus ware gehoorzaamheid aan Gods geboden; want liefde voor God en liefde voor de mens zullen het gevolg zijn van een onmisbare verbinding met Christus.” –Selected Messages 1, blz. 334.
A. Welk plan voerde Jezus uit, naarmate het werk van Hem groeide?
Markus 6:7-11.
“Om het werk doeltreffend voortgang te laten vinden zendt de Heere Zijn discipelen twee aan twee uit.” –Schetsen uit het Leven van E. G. White, blz. 275.
“Er moeten twee samenwerken; want de een kan de ander bemoedigen, en zij kunnen samen overleggen, bidden en de Bijbel onderzoeken. Hierdoor kunnen zij een breder licht krijgen op de waarheid; want de een zal de ene fase zien en de ander een andere fase van de waarheid. Als zij zich vergissen, kunnen zij elkaar verbeteren in spraak en houding, zodat de waarheid niet lichtvaardig wordt gewaardeerd vanwege de tekortkomingen van haar voorstanders.” –Evangelism, blz. 74.
“Het in liefde en eenvoud huis aan huis uiteenzetten van de waarheid, is in harmonie met de opdracht, die Christus aan Zijn discipelen heeft gegeven, toen Hij hen uitzond op hun eerste zendingsreis. Door lofliederen voor God, nederige gebeden uit de grond van ons hart en een eenvoudige uitleg van Bijbelse waarheid in de familiekring, kunnen velen worden bereikt.” ¬–Christus Weerspiegelen, blz. 201.
B. Hoe combineerden de discipelen prediking met genezing, toen zij uitgingen? Verzen 12-13. Hoe moeten wij nu op dezelfde manier werken?
“Christus, de grote Medische Zendeling, is ons voorbeeld…. Hij genas de zieken en predikte het evangelie. In Zijn dienstwerk waren genezen en onderwijs nauw met elkaar verbonden. Tegenwoordig moeten zij niet worden gescheiden.” –Counsels on Health, blz. 395-396.
“Het leven van Christus en Zijn dienstwerk voor de getroffenen zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Uit het licht, dat mij is gegeven, weet ik, dat er steeds een nauwe verbinding moet bestaan tussen het medische zendingswerk en de evangelische bediening. Zij zijn samen verbonden in heilige eenheid als één werk, en moeten nooit gescheiden worden. De hemelse beginselen moeten worden aangenomen en in praktijk gebracht door degenen, die beweren in de voetsporen van de Heiland te wandelen. Door Zijn voorbeeld heeft Hij ons laten zien, dat medisch zendingswerk niet de plaats van de verkondiging van het evangelie moet innemen, maar het moet er nauw mee verbonden zijn. Christus gaf een volmaakte weergave van ware godsvrucht door het werk van een arts en een prediker te combineren, in de behoeften van lichaam en ziel te voorzien, lichamelijke ziekten te genezen en vervolgens woorden te spreken, die vrede in het verontruste hart brachten.” –Counsels on Health, blz. 528.
A. Wat gebeurde er, toen de discipelen met Jezus in een kleine boot de zee over gingen?
Markus 4:35-37.
“De avond was rustig en aangenaam geweest, en stilte heerste op het meer; maar opeens bedekte duisternis de hemel, de wind gierde wild door de bergkloven op de oostelijke oever, en een zware storm brak los over het meer.
De zon was ondergegaan en de duisternis van de nacht viel over het stormachtige meer. De golven, woedend opgezweept door de gierende wind, sloegen onstuimig over de boot van de discipelen en dreigden die te overspoelen. Die geharde vissers … waren hulpeloos in de greep van de storm, en hun hoop verdween, toen ze zagen, dat hun boot volliep. “ –De Wens der Eeuwen, blz. 284.
B. Waar was Jezus in de storm en hoe reageerde Hij? Verzen 38-40.
“Opeens doorklieft een bliksemschicht de duisternis, en ze zien, dat Jezus ligt te slapen, zonder last te hebben van het geraas. In verbazing en wanhoop roepen ze uit: ’Meester, trekt Gij U er niets van aan, dat wij vergaan?’… .
Hun kreet wekt Jezus. Wanneer het licht van de bliksem Hem toont, zien ze de vrede des hemels op Zijn gelaat; zij lezen in Zijn blik zelf vergetende, tedere liefde, en, terwijl hun harten zich tot Hem wenden, roepen ze uit: ‘Here, help ons, wij vergaan!’
Nooit heeft een ziel die kreet geuit zonder verhoord te worden. Terwijl de discipelen hun riemen grijpen om nog een laatste poging te doen, staat Jezus op. Hij staat te midden van Zijn discipelen, terwijl de storm raast, de golven over hen heen slaan en de bliksem Zijn gelaat verlicht. Hij heft Zijn handen, die Hij zo dikwijls gebruikt heeft om barmhartigheid te bewijzen, op en zegt tot de woedende zee: ’Zwijg, wees stil’.” –De Wens der Eeuwen, blz. 284-285.
C. Wat was de reactie van de discipelen op dit wonder? Vers 41.
“De storm bedaart. De golven komen tot rust. De wolken verdwijnen en de sterren komen tevoorschijn. De boot rust op een kalme zee. Terwijl Hij Zich tot Zijn discipelen wendt, vraagt Jezus verdrietig: ’Waarom zijt gij zó bevreesd? Hoe hebt gij geen geloof?’ (Markus 4:40).
Een stilzwijgen kwam over de discipelen. Zelfs Petrus trachtte niet het ontzag, dat zijn hart vervulde, onder woorden te brengen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 285.
A. Welk wonder liet Jezus’ medeleven zien voor onze materiële behoeften?
Markus 6:35-44.
“Hij, Die de mensen de weg geleerd had om vrede en geluk te verkrijgen, dacht evenzeer aan hun stoffelijke noden als aan hun geestelijke nood. De mensen waren vermoeid en wee. Er waren moeders aanwezig met baby’s in hun armen, terwijl kleine kinderen zich aan hun rokken vastklemden. Velen hadden urenlang gestaan…
Het eenvoudige voedsel, dat door de handen van de discipelen werd rondgedeeld, bevatte een ware schat aan lessen. Het was eenvoudige kost, dat werd gegeven; vis en gerstebrood vormden het dagelijks voedsel van de vissersbevolking rondom het Meer van Galiléa … voedsel, dat slechts bereid was om de eetlust te bevredigen, zou geen les voor hun welzijn hebben ingehouden.” –De Wens der Eeuwen, 313-314.
B. Welke zekerheid hebben wij van Gods vermogen om ons in deze tijd te voorzien?
Filippensen 4:19.
“God kent onze behoeften en heeft daarin voorzien. De Heer heeft een schatkamer met voorraden voor Zijn kinderen en kan hun onder alle omstandigheden geven, wat zij nodig hebben. Waarom vertrouwen wij Hem dan niet? Hij heeft kostbare beloften gedaan aan Zijn kinderen op voorwaarde van trouwe gehoorzaamheid aan Zijn voorschriften. Er is geen last, die Hij niet kan verwijderen, geen duisternis die Hij niet kan verdrijven, geen zwakheid die Hij niet kan veranderen in kracht, geen angst die Hij niet kan kalmeren, geen waardige aspiratie die Hij niet kan leiden en rechtvaardigen.” –That I May Know Him, blz. 224.
1. Wanneer stopte Jezus’ werkdag van genezen?
2. Hoe zal genezend geloof zich manifesteren?
3. Waarom is het doeltreffender om twee samen te laten werken dan één alleen?
4. Hoe toonde Jezus controle over de elementen van de natuur?
5. Waarom voorzag Jezus de mensen alleen van eenvoudig voedsel?