Lessen uit het boek Markus — SABBAT, 19 december 2020

Les 12: Verlaten door vriend en vijand

Tekst om te onthouden

“En zij, Hem verlatende, zijn allen gevlucht”

Markus 14:50

“Hij (de Zoon van God) werd gekweld, Hij werd veracht en verworpen, een man van smarten en bekend met leed. De Majesteit des hemels moest het toneel van Zijn arbeid keer op keer verlaten vanwege het bezeren van Zijn door Satan bezeerde hiel, en uiteindelijk bereikte Satans kwaadaardigheid zijn uiterste kracht, toen Satan de geest van slechte mensen inspireerde en beheerste om Hem te kruisigen.” –Christ Triumphant, blz. 248.

Aanvullende studie :: -De Wens der Eeuwen, blz. 609-623.

ZONDAG — 13 december

1. Verraden door een vriend

A. Hoe verraadde Judas Jezus?

Markus 14:10-11,

Markus 14:10: En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren. Markus 14:11: En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.

Markus 14:43-46.

Markus 14:43: En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen. Markus 14:44: En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen. Markus 14:45: En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, Rabbi, en kuste Hem. Markus 14:46: En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.

“Het geval van Judas is mij getoond als een les voor allen. Judas was gedurende de gehele periode van Christus’ openbaar werk bij de Heiland. Hij bezat alles, wat Christus hem kon geven. Als hij zijn bekwaamheden met oprechte ijver had gebruikt, zou hij andere talenten hebben vergaard. Als hij had getracht om een zegen te zijn, in plaats van een vragen stellend, kritisch, egoïstisch mens, zou de Heere hem hebben gebruikt om Zijn koninkrijk te bevorderen. Maar Judas was een toeschouwer. Hij meende, dat hij de gelden van de kerk kon beheren en door zijn scherpzinnig zakendoen winst kon maken. Zijn hart was verdeeld. Hij hield van de lof van de wereld. Hij weigerde om de wereld prijs te geven voor Christus. Nooit heeft hij zijn eeuwige belangen aan Christus toevertrouwd. Hij bezat een oppervlakkige godsdienst; daarom speculeerde hij met zijn Meester en verried Hem aan de priesters, omdat hij er ten volle van overtuigd was, dat Christus Zich niet zou laten gevangen nemen.” –Bijbelkommentaar, blz. 342.

B. Hoe was dit geprofeteerd?

Psalm 41:10.

Psalmen 41:10: Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven.

MAANDAG — 14 december

2. Verlaten door een beste vriend

A. Wat hield Petrus vol, toen Jezus Zijn discipelen vertelde, dat zij allen vanwege Hem geërgerd zouden zijn? Welk verder inzicht gaf Jezus?

Markus 14:27-31.

Markus 14:27: En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden. Markus 14:28: Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea. Markus 14:29: En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden. Markus 14:30: En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen. Markus 14:31: Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.

B. Hoe werden Jezus’ woorden vervuld? Verzen 66-72.

“Petrus volgde zijn Heer, nadat Deze verraden was. Hij was verlangend om te zien, wat zij met Jezus doen zouden. Maar toen hij beschuldigd werd van één van Zijn discipelen te zijn, leidde de vrees voor zijn eigen veiligheid er hem toe te verklaren, dat hij de mens niet kende. De discipelen waren bekend om de kuisheid van hun taal, en Petrus loochende de beschuldiging voor de derde maal door zich te vervloeken en te bezweren, ten einde zijn beschuldigers hierdoor te overtuigen, dat hij niet één van Christus’ discipelen was.” –Eerste Geschriften, blz. 197.

“Toen het gekraai van de haan hem herinnerde aan de woorden van Christus, keerde hij zich verrast en geschokt over wat hij zojuist had gedaan, om en keek naar zijn Meester. Op dat ogenblik zag Christus naar Petrus, en door die bedroefde blik, waarin liefde en medelijden voor hem samengingen, begreep Petrus zichzelf. Hij ging naar buiten en weende bitter. Die blik van Christus had zijn hart gebroken. Petrus was op het keerpunt gekomen en had bitter berouw over zijn zonde… De blik van Christus gaf hem de verzekering van vergiffenis.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 90

C. Hoe uitten de Oudtestamentische schrijvers dit gevoel van verlatenheid?

Psalm 88:9 (eerste deel);

[Ps.88.9.a]

Psalmen 69:9;

Psalmen 69:9: Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen.

Job 19:13-14.

Job 19:13: Mijn broeders heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd. Job 19:14: Mijn nabestaanden houden op, en mijn bekenden vergeten mij.

Waarom stond Jezus dit toe?

“Christus verliet Zijn hemels tehuis en kwam naar de aarde om te lijden en te sterven om zondaars te redden. Voor hen werkte, leed en bad Hij, totdat Hij, gebroken van hart en verlaten door hen, voor wie Hij gekomen was, Zijn leven gaf op Golgotha.” –Het geheiligde Leven, blz. 62.

“Niets kon Christus bewogen hebben Zijn eer en majesteit in de hemel te verlaten en naar een zondige wereld te komen om daar geminacht, veracht en verworpen te worden door hen, die Hij kwam redden, en uiteindelijk aan het kruis te lijden, dan de eeuwige, verlossende liefde, die altijd en eeuwig een verborgenheid zal blijven.” –Testimonies 2, blz. 207.

DINSDAG — 15 december

3. Veracht en verworpen door de mensen

A. Wat gebeurde er met de getuigen, die door de overpriesters waren gebracht om tegen Christus te getuigen?

Markus 14:55-59.

Markus 14:55: En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet. Markus 14:56: Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig. Markus 14:57: En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende: Markus 14:58: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen. Markus 14:59: En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.

“Valse getuigen waren omgekocht om Jezus te beschuldigen van aanstichting tot oproer en van poging tot het oprichten van een aparte regering. Maar hun getuigenis bleek vaag te zijn en spraken elkaar tegen. Wanneer zij werden ondervraagd, logenstraften zij hun eigen verklaringen…

Op deze wijze werden de woorden van Christus verdraaid. Indien zij waren overgebracht precies, zoals Hij ze had gesproken , dan zouden ze zelfs bij het Sanhedrin niet tot zijn veroordeling hebben geleid.” –De Wens der Eeuwen, blz. 614.

B. Wat was het antwoord van Jezus, toen Hem werd gevraagd, of Hij de Christus was, de Zoon van God? Hoe ontving de hogepriester deze woorden? Verzen 61-64.

“Overtuiging vermengd met hartstocht bracht Kajafas ertoe te handelen, zoals hij deed. Hij was woedend op zichzelf, omdat hij de woorden van Christus geloofde, en in plaats van zijn hart te scheuren in een diep besef van de waarheid, en te belijden, dat Jezus de Messias was, scheurde hij zijn priesterlijke gewaden in vastbesloten verzet. Deze daad had een diepe betekenis. Kajafas vatte maar vaag de betekenis hiervan. Met deze daad, die hij verrichtte om de rechters te beïnvloeden en de veroordeling van Christus te bewerkstelligen, veroordeelde de hogepriester zichzelf. Door de wet van God werd hij uitgesloten van het priesterschap. Hij had zijn eigen doodvonnis uitgesproken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 616-617.

C. Hoe werd de profetie van Jesaja vervuld in de beproeving van Jezus?

Jesaja 53:3,

Jesaja 53:3: Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.

Jesaja 53:7.

Jesaja 53:7: Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.

“Zie Hem, die met één woord legioenen engelen tot Zijn hulp kon oproepen, een onderwerp van vreugde en vrolijkheid, van smaad en haat. Hij geeft Zichzelf als een offer voor de zonde. Wanneer beschimpt, dreigt Hij niet; wanneer Hij vals beschuldigd wordt, doet Hij Zijn mond niet open. Hij bidt aan het kruis voor Zijn moordenaars. Hij sterft voor hen; Hij betaalt voor elk van hen een oneindige prijs. Hij draagt de straf van de zonden van de mens zonder te morren. En dit niet-klagende slachtoffer is de Zoon van God.” –Lift Him Up,blz. 233.

WOENSDAG — 16 december

4. Verlaten door een mensen-behager

A. Wat was de houding van Pilatus tegenover het zwijgen van Jezus?

Markus 15:2-5.

Markus 15:2: En Pilatus vraagde Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordende, zeide tot hem: Gij zegt het. Markus 15:3: En de overpriesters beschuldigden Hem van vele zaken; maar Hij antwoordde niets. Markus 15:4: En Pilatus vraagde Hem wederom, zeggende: Antwoordt Gij niet? Zie, hoe vele zaken zij tegen U getuigen! Markus 15:5: En Jezus heeft niet meer geantwoord, zodat Pilatus zich verwonderde.

“Hij (Pilatus) geloofde niet, dat de gevangene plannen tegen de regering had gesmeed. Zijn zwakke, bescheiden verschijning was in volkomen tegenspraak met de aanklacht. Pilatus was ervan overtuigd, dat er een snood complot was gesmeed om een onschuldig man, die de Joodse hoogwaardigheidsbekleders in de weg stond, uit de weg te ruimen. Hij wendde zich tot Jezus en vroeg: ‘Zijt Gij de Koning der Joden?’ De Heiland antwoordde: ‘Gij zegt het’. En terwijl Hij sprak, lichte Zijn gelaat op. alsof een zonnestraal erop viel.” –De Wens der Eeuwen, blz. 633-634.

B. Hoe probeerde Pilatus Christus te redden? Verzen 6-11.

“Hij (Pilatus) herinnerde zich nu, dat er een gewoonte bestond, die zou kunnen dienen om Christus’ vrijlating te bewerkstelligen. Het was gebruikelijk op dit feest een of andere gevangene, die door het volk werd gekozen, los te laten. Deze gewoonte was van heidense afkomst; er was geen schijn van rechtvaardigheid in, maar de Joden hechtten zeer veel waarde eraan. De Romeinse autoriteiten hielden op dat ogenblik een man gevangen, Barabbas geheten, en die ter dood was veroordeeld… Onder het mom van godsdienstige geestdrift was hij een verharde, niets ontziende schurk, uit op rebellie en wreedheid. Door het volk te laten kiezen tussen deze man en de onschuldige Heiland, meende Pilatus een rechtvaardigheidsgevoel bij hen te doen ontstaan. Hij hoopte hun sympathie voor Jezus te winnen in verzet tegen de priesters en oversten.” –De Wens der Eeuwen, blz. 641.

C. Wat deed Pilatus, hoewel hij ervan overtuigd was, dat Christus onschuldig was? Waarom? Verzen 12-15;

Matthéüs 27:24.

Mattheüs 27:24: Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer dat er oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien.

“Pilatus verlangde ernaar Jezus te bevrijden. Maar hij zag, dat hij dit niet kon doen en toch zijn eigen positie en eer behouden. In plaats van zijn wereldse macht te verliezen koos hij ervoor een onschuldig leven op te offeren. Hoe velen, om aan verlies of lijden te ontsnappen, offeren op dezelfde manier een principe op. Geweten en plicht wijzen de ene kant op, en eigenbelang wijst een andere op.” –Conflict and Courage, blz. 324.

DONDERDAG — 17 december

5. God verlaat ons nooit

A. Hoe toonde Jezus Zijn menselijkheid in Zijn stervensuren?

Markus 15:34.

Markus 15:34: En ter negender ure, riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELOI, ELOI, LAMMA SABACHTANI, hetwelk is, overgezet zijnde: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?

Hoe kon Christus de overwinning behalen over dit gevoel van verlatenheid?

“Te midden van de verschrikkelijke duisternis, schijnbaar van God verlaten, had Christus de laatste droesem gedronken uit de beker van menselijk leed. In die vreselijke uren had Hij Zich verlaten op datgene, wat Zijn Vader Hem eertijds had gegeven, namelijk het bewijs, dat Hij Hem aanvaardde. Hij kende het karakter van Zijn Vader; Hij begreep Zijn rechtvaardigheid, Zijn genade, en Zijn grote liefde. Door het geloof rustte Hij in Hem, Die Hij steeds vol vreugde had gehoorzaamd. En toen Hij Zich in onderworpenheid aan God toevertrouwde, werd het gevoel, dat Hij de gunst des Vaders had verloren, weggenomen. Door het geloof was Christus overwinnaar.“ –De Wens der Eeuwen, blz. 662.

B. Wat belooft God ons, ook al worden wij in de steek gelaten door degenen, die ons het meest naast en het meest dierbaar zijn?

Psalm 27:10;

Psalmen 27:10: Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar de HEERE zal mij aannemen.

Hebreeën 13:5 (tweede deel);

[Heb.13.5.b]

Jesaja 49:16.

Jesaja 49:16: Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd; uw muren zijn steeds voor Mij.

“Vertrouw erop, dat de Heere Jezus u stap voor stap op het rechte pad leidt. U kunt zekerheid en kracht verkrijgen bij elke stap, die u zet, want u kunt er zeker van zijn, dat uw hand in Zijn hand is. U kunt ’gaan en niet moe worden’; u kunt ‘wandelen en niet mat worden’, want u kunt door geloof beseffen, dat u uw hand in de hand van Christus hebt. U zult niet wegzakken onder ontmoediging , want als u door gaat de Heer te kennen en op Hem vertrouwt, zult u de zekerheid hebben, dat Degene, die nooit hen verlaat, die Hem volledig vertrouwen, uw voortdurende Helper is.” –The Upward Look, blz. 320.

VRIJDAG — 18 december

Terugblik

1. Welke kenmerken van Judas bleken zijn ondergang te zijn?

2. Waarom werd Petrus ertoe gebracht Christus te verloochenen?

3. Waarom waren de woorden van Christus verkeerd voorgesteld door valse getuigen?

4. Waarom liet Pilatus een onschuldige man sterven? Hoe kunnen wij in gevaar zijn op dezelfde manier te handelen?

5. Hoe vond Jezus vrede, toen Hij Zich door God verlaten voelde?