Lessen uit het boek Markus — SABBAT, 5 december 2020

Les 10: Jezus spreekt over Zijn Koninkrijk

Tekst om te onthouden

“Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat. En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen u”

Lucas 17:20–21

“Het koninkrijk Gods begint in het hart. Kijk niet hier of daar uit naar uiterlijketekenen van aardse macht om de komst van het koninkrijk te kenmerken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 438.

Aanvullende studie :: -De Wens der Eeuwen, blz. 365-369;; 441-442.

ZONDAG — 29 november

1. Een vroege hint van het lijden van de Verlosser

A. Welke vragen stelden de discipelen van Johannes aan Jezus? Hoe probeerden de Schriftgeleerden en Farizeeën Hem te kleineren in de ogen van de mensen?

Markus 2:18.

Markus 2:18: En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?

“Daarna zochten ze (de Farizeeën) de discipelen van Johannes de Doper op, en probeerden hen tegen de Heiland op te zetten. Deze Farizeeën hadden de boodschap van de Doper niet aangenomen. Ze hadden honend gewezen op zijn matig leven, zijn eenvoudige gewoonten, zijn ruwe kleding, en ze hadden verklaard, dat hij een fanaticus was…

Toen Jezus Zich onder de mensen begaf en at en dronk aan hun tafels, beschuldigden ze Hem ervan, dat Hij een vraatzuchtig mens en een wijndrinker was. Juist de mensen, die deze beschuldigingen tegen Hem inbrachten, waren zelf schuldig. Zoals God verkeerd wordt voorgesteld en door Satan bekleed wordt met diens eigen karaktertrekken, zo werden de boodschappers des Heren door deze verdorven mensen verkeerd voorgesteld.” –De Wens der Eeuwen, blz. 228.

B. Hoe maakte Jezus van deze gelegenheid gebruik om te profeteren over Zijn lijden? Verzen 19-20.

“Het was een helder beeld, dat de woorden van Jezus in herinnering hadden gebracht, maar daarover lag een zware schaduw, die alleen Zijn oog opmerkte.” –De Wens der Eeuwen, blz. 229.

MAANDAG — 30 november

2. De toekomst tonen aan de discipelen

A. Hoe openbaarde Jezus de toekomst duidelijk aan Zijn discipelen?

Markus 8:31;

Markus 8:31: En Hij begon hun te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en na drie dagen wederom opstaan.

Markus 9:31.

Markus 9:31: Want Hij leerde Zijn discipelen, en zeide tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan.

B. Wat was Petrus’ antwoord? Hoe zat het met de discipelen in het algemeen?

Markus 8:32;

Markus 8:32: En dit woord sprak Hij vrij uit; en Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen;

Markus 9:32.

Markus 9:32: Maar zij verstonden dat woord niet, en zij vreesden Hem te vragen.

C. Hoe probeerde Jezus het algemene misverstand over Zijn koninkrijk te corrigeren?

Johannes 18:36.

Johannes 18:36: Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.

Hoe verwarren veel mensen Zijn koninkrijk van genade met het toekomstige koninkrijk der heerlijkheid?

“Maar heden zijn er in de godsdienstige wereld velen, die, naar zij geloven, werken voor de oprichting van het koninkrijk van Christus als een aardse, tijdelijke heerschappij. Zij verlangen onze Here tot heerser te maken over de koninkrijken van deze wereld, de heerser aan de hoven en in de legerkampen van deze wereld, in de gerechtsgebouwen, de paleizen en op de marktplaatsen. Zij verwachten, dat Hij zal regeren door wettelijke verordeningen, die door menselijk gezag worden opgelegd. Aangezien Christus hier nu niet persoonlijk aanwezig is, willen zij zich wel verbinden in Zijn plaats te handelen, de wetten van Zijn koninkrijk ten uitvoer te brengen. In de dagen van Christus wensten de Joden de oprichting van een dergelijk koninkrijk. Zij zouden Jezus hebben aangenomen, indien Hij gewillig was geweest een tijdelijke heerschappij te vestigen, met geweld datgene door te voeren, wat zij beschouwden als de wetten van God, en hen de uitvoerders van Zijn wil en de dragers van Zijn gezag te maken. Maar Hij zei: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld’ (Johannes 18:36). Hij wilde de aardse troon niet aanvaarden.”–De Wens der Eeuwen, blz. 441.

“Heden ligt, evenals in de dagen van Christus, het werk van Gods Koninkrijk niet in handen van hen, die roepen om erkenning en steun bij aardse heersers en menselijke wetten, maar in handen van hen, die in Zijn naam aan de mensen de geestelijke waarheden verklaren, welke in degenen, die ze aannemen, de ervaring van Paulus zal teweegbrengen: ‘Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij’ (Galaten 2:20).” –De Wens der Eeuwen, blz. 442.

“Velen van ons zijn ruwe stenen uit de groeve. Maar als wij beslag leggen op de waarheid van God, beïnvloedt deze ons. Deze verheft ons en verwijdert van ons elke onvolmaaktheid en zonde van welke aard ook. Zo zijn wij bereid om de Koning in Zijn schoonheid te zien en om eindelijk verenigd te worden met de zuivere en hemelse engelen in het koninkrijk der heerlijkheid.” –Counsels on Health, blz. 44.

DINSDAG — 1 december

3. Het toekomstige koninkrijk der heerlijkheid in miniatuur

A. Wat vertelde Jezus de discipelen over het zien van Zijn toekomstige koninkrijk?

Markus 9:1.

Markus 9:1: En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van degenen, die hier staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij zullen hebben gezien, dat het Koninkrijk Gods met kracht gekomen is.

B. Wie werd een glimp van Zijn koninkrijk der heerlijkheid gegeven? Waarom? Verzen 2-4, 7.

“De Heiland heeft de bedruktheid van de discipelen gezien, en Hij heeft ernaar verlangd hun smart te verlichten door een verzekering, dat hun geloof niet tevergeefs is geweest. Zelfs van de twaalven kunnen niet allen de openbaring ontvangen, die Hij wil geven. Slechts drie, die getuigen zullen zijn van Zijn zielenstrijd in Gethsémané, zijn uitgekozen om met Hem op de berg te vertoeven. Nu is het onderwerp van Zijn gebed, dat aan hen een openbaring zal mogen worden gegeven van de heerlijkheid, die Hij had bij de Vader vóór de wereld was, dat Zijn koninkrijk geopenbaard zal mogen worden aan mensenogen, en dat Zijn discipelen kracht zullen mogen ontvangen om het te aanschouwen. Hij smeekt, dat zij getuigen zullen mogen zijn van Zijn goddelijkheid, die hen in het uur van Zijn grootste strijd zal vertroosten met de wetenschap, dat Hij zekerlijk de Zoon van God is, en dat Zijn schandelijke dood deel uitmaakt van het verlossingsplan…

Jezus was bekleed met licht des hemels, zoals Hij zal verschijnen, wanneer Hij zal komen ‘ten tweeden male zonder zonde… tot hun heil’. Want Hij zal komen ‘in de heerlijkheid Zijns Vaders, met de heilige engelen’ (Hebreeën 9:28; Markus 8:38). De belofte van de Heiland aan de discipelen ging nu in vervulling. Op de berg werd het toekomstig koninkrijk der heerlijkheid in miniatuur voorgesteld, Christus de Koning, Mozes een vertegenwoordiger van de verrezen heiligen, en Elia van de verheerlijkten.

De discipelen begrepen de betekenis van dit schouwspel niet; maar zij verblijdden zich over het feit, dat de geduldige Leraar, de Zachtmoedige en Nederige, Die heeft rondgezworven als een hulpeloze vreemdeling, geëerd wordt door hen, die door de hemel begenadigd zijn. Zij geloven, dat Elia gekomen is om de regering van de Messias aan te kondigen, en dat het Koninkrijk van Christus nu ieder ogenblik op aarde kan worden opgericht. Zij zouden voor altijd de herinnering aan hun vrees en teleurstelling uit hun gedachten willen bannen. Hier, waar de heerlijkheid van God wordt geopenbaard, willen zij vertoeven… De discipelen zijn ervan overtuigd, dat Mozes en Elia gezonden zijn om hun Meester te beschermen, en om Zijn gezag als koning te bevestigen.

Maar vóór de kroon moet het kruis komen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 366, 367, 368.

C. Wat gebood Jezus de discipelen met betrekking tot de verheerlijking? Hoe toonde hun antwoord, dat zij de aard van Zijn koninkrijk niet begrepen? Verzen 8-10.

WOENSDAG — 2 december

4. Voorbeelden van het koninkrijk der genade

A. Beschrijf hoe de groei van het zaad zich verhoudt tot het koninkrijk van God.

Markus 4:26-29.

Markus 4:26: En Hij zeide: Alzo is het Koninkrijk Gods, gelijk of een mens het zaad in de aarde wierp; Markus 4:27: En voorts sliep, en opstond, nacht en dag; en het zaad uitsproot en lang werd, dat hij zelf niet wist, hoe. Markus 4:28: Want de aarde brengt van zelve vruchten voort: eerst het kruid, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar. Markus 4:29: En als de vrucht zich voordoet, terstond zendt hij de sikkel daarin, omdat de oogst daar is.

“Hij (Christus) gebruikte andere voorbeelden, terwijl Hij bleef proberen hun gedachten af te wenden van de hoop op een werelds koninkrijk naar het werk van Gods genade in het hart.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 34.

“Het ontkiemen van het zaad stelt het begin van het geestelijke leven voor, en de ontwikkeling van de plant is een beeld van de ontwikkeling van het karakter. Er kan geen leven zonder groei zijn. De plant moet óf groeien óf sterven. Zoals haar groei in alle stilte, onmerkbaar, maar aanhoudend zich voltrekt, zo is ook de groei van het karakter…

De plant groeit, doordat zij ontvangt, wat God heeft verschaft om haar leven in stand te houden. Zo wordt de geestelijke groei verkregen door samenwerking met goddelijke hulpmiddelen. Zoals de plant wortel schiet in de grond, zo moeten wij wortel schieten in Christus. Zoals de plant de zonneschijn, de dauw en de regen ontvangt, zo moeten wij de Heilige Geest ontvangen.” –Karaktervorming, blz. 105-106.

B. Hoe is het koninkrijk van God gelijk aan een mosterdzaadje? Verzen 30-32.

“Zo scheen het koninkrijk van Christus in het begin heel nederig en onbetekenend. Vergeleken met de aardse rijken scheen het minder dan die alle. Door de oversten van deze wereld werd Christus’ aanspraak, dat Hij een koning was, belachelijk gemaakt. Toch bezat het koninkrijk van het evangelie in de machtige waarheden, die toevertrouwd waren aan Zijn volgelingen, een goddelijk leven. En hoe snel was zijn groei, hoe wijdverbreid zijn invloed!...

Zo is het werk van genade in het hart eerst klein. Er wordt een woord gesproken, een lichtstraal schijnt in het hart, en een bepaalde invloed wordt uitgeoefend, die het begin is van een nieuw leven. Wie kan de gevolgen daarvan meten?” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 43.

C. Wat zal het gevolg zijn, als het zaad van het Woord in ons groeit?

Johannes 15:5,

Johannes 15:5: Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.

Johannes 15:8;

Johannes 15:8: Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.

2 Korinthe 5:17.

2 Korinthe 5:17: Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.

“God verlangt door u de heiligheid, de vrijgevigheid en het erbarmen van Zijn eigen karakter te openbaren. Toch gebiedt de Heiland de discipelen niet, te werken om vrucht te dragen. Hij zegt hun in Hem te blijven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 594.

DONDERDAG — 3 december

5. Het koninkrijk der genade gevestigd

A. Hoe ging God om met het vestigen van Zijn koninkrijk der genade?

Romeinen 5:6-10.

Romeinen 5:6: Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven. Romeinen 5:7: Want nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; want voor den goede zal mogelijk iemand ook bestaan te sterven. Romeinen 5:8: Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren. Romeinen 5:9: Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn. Romeinen 5:10: Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.

“Het ‘koninkrijk der genade’ werd onmiddellijk na de zondeval ingesteld. Toen werd een plan uitgewerkt voor de verlossing van de gevallen mens. Dit koninkrijk bestond toen op grond van de intentie en belofte van God. De mens kon door het geloof burger van dit koninkrijk worden. Toch werd het pas bij de dood van Christus opgericht. Jezus had immers zelfs ná het begin van Zijn openbaar optreden kunnen afzien van het offer op Golgotha, als Hij ontmoedigd was door de hardnekkigheid en ondankbaarheid van de mensen. De lijdensbeker trilde in Zijn hand in de hof van Gethsémané. Hij had op dat ogenblik het bloed, dat op Zijn voorhoofd parelde, kunnen afvegen en de schuldige mensheid in haar eigen ongerechtigheid kunnen laten omkomen. Als Hij dat gedaan had, was er geen verlossing mogelijk voor de gevallen mens. Toen Hij echter Zijn leven gaf en de doodskreet ‘Het is volbracht’ slaakte, was de uitvoering van het verlossingsplan verzekerd. De belofte van verlossing, die aan het gevallen mensenpaar in het paradijs werd gedaan, werd bekrachtigd. Het koninkrijk der genade, dat vroeger beloofd was, werd toen opgericht.” –De Grote Strijd, blz. 324-326.

B. Wie moeten in de uitnodiging opgenomen zijn in het koninkrijk der genade? Met welke drang moeten zij worden uitgenodigd?

Lukas 14:21-23.

Lukas 14:21: En dezelve dienstknecht weder gekomen zijnde, boodschapte deze dingen zijn heer. Toen werd de heer des huizes toornig, en zeide tot zijn dienstknecht: Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen, en verminkten, en kreupelen, en blinden hier in. Lukas 14:22: En de dienstknecht zeide: Heer, het is geschied, gelijk gij bevolen hebt, en nog is er plaats. Lukas 14:23: En de heer zeide tot den dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde;

VRIJDAG — 4 december

Terugblik

1. Waar begint het koninkrijk van God? Waarom zoeken veel mensen naar een tijdelijk koninkrijk?

2. Welke tegengestelde principes bestaan in Gods koninkrijk ten opzichte van een werelds koninkrijk?

3. Hoe werd het toekomstige koninkrijk aan drie van de discipelen geopenbaard? Met welk doel?

4. Beschrijf hoe het koninkrijk der genade wordt vergeleken met de groei van het zaad.

5. Wanneer werd het koninkrijk der genade ingesteld? Wanneer werd het opgericht?

Eerste Sabbatgaven voor literatuur voor Afrika

Dankzij de vriendelijke vrijgevigheid van onze donateurs voor de Eerste Sabbatgaven voor literatuur, en door Gods genade zijn er nu twee drukkerijen actief in Afrika. In de afgelopen jaren moest de Generale Conferentie van de SDARM hoge kosten maken voor het verzenden van grote pakketten met de Sabbat Bijbel Lessen en andere publicaties per zeevracht. Maar bij het begin van de eerste twee kwartalen van 2020 zijn onze broeders in Afrika gezegend met het drukken en verspreiden van deze met waarheid gevulde materialen op hun eigen continent. De Noord-Afrikaanse Regio drukt onze literatuur in Rwanda en de Zuid-Afrikaanse Regio in Angola.

Wat een doorbraak is dit! Met extra ondersteuning zullen deze druk mogelijkheden binnenkort kunnen vertalen en meer publicaties produceren in inheemse Afrikaanse talen.

“Velen zijn bereid de waarheid te onderzoeken, want engelen van God hebben hun hart voorbereid op de ontvangst ervan. Publicaties moeten worden uitgegeven, geschreven in de meest duidelijke, eenvoudigste taal, waarin de onderwerpen van vitaal belang worden uitgelegd en de dingen bekend worden gemaakt, die over de wereld zullen komen. De toestand van de aarde vereist, dat licht zal schijnen op haar duisternis. Zullen de mensen, aan wie heilige verantwoording is opgedragen, niet wakker worden en elke onverschilligheid, elke jaloezie, elk misverstand wegdoen en beslag leggen op het werk met vastberaden energie?Mannen, die beweren leraren van de Bijbelse waarheid te zijn, zullen degenen aanvallen, die de waarheid omarmen, die geen ervaring hebben om bezwaren het hoofd te bieden, en ze zullen proberen hen te overweldigen met valse verklaringen en listige redeneringen. Om deze reden, en ook om andere redenen, is het noodzakelijk publicaties te hebben, waarin de leerstellingen worden uitgelegd en de argumenten van tegenstanders het hoofd te bieden. Als degenen, die tot geloof komen, een duidelijke verklaring van de aangevallen waarheden kunnen hebben, zullen ze gewapend zijn met argumenten om tegenstanders te ontmoeten en zichzelf te verdedigen. Door zichzelf te verdedigen zullen ze onbewust zaden van de waarheid zaaien… God heeft groot licht gegeven op belangrijke waarheden, en het moet naar de wereld komen.” –The Home Missionary, 1 februari 1890.

Als de Eerste Sabbatgaven ingezameld worden voor literatuur voor Afrika, geef dan alstublieft genereus, zodat kostbare zielen kunnen worden versterkt in de tegenwoordige waarheid voor deze laatste dagen!

–De Publiciteit Afdeling van de Generale Conferentie