“‘En hij (Jakob) zeide: ik zal U niet laten gaan, tenzij Gij mij zegent’’
Genesis 32:26
“In de crisis van zijn leven zonderde Jakob zich af om te bidden. Hij was vervuld van één allesoverheersend doel, te trachten een ander karakter te krijgen.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 127.
Aanvullende studie:: -The Story of Redemption, blz. 91-99.
A. Hoe voelde Jakob zich, toen hij hoorde, dat Ezau met 400 man kwam, en wat kon hij, in totale wanhoop, alleen doen?
Genesis 32:7
(eerste gedeelte), 9-12.
“De zondige weg, die Jakob had gevolgd om zijn vader te misleiden, stond hem altijd voor ogen. Hij wist, dat zijn lange ballingschap het gevolg was van zijn eigen afwijking van strikte integriteit, de wet van het goede. Hij dacht dag en nacht na over deze dingen, zijn geweten beschuldigde hem en maakte zijn reis erg triest. Wat verlangde hij ernaar weer over de grond te gaan, waar hij was gestruikeld en de smet van de zonde op zijn ziel had gebracht. Vóór zijn overtreding had hij een gevoel van Gods goedkeuring, dat hem dapper maakte onder moeilijkheden en opgewekt te midden van problemen en duisternis. Voor deze diepe, blijvende vrede was hij al lang een vreemde. Toch herinnerde hij zich dankbaar de gunst, die God hem had getoond, het visioen van de glanzende ladder en de beloften van hulp en leiding. In het plechtig overzicht van de fouten en vergissingen van zijn leven, en de omgang van God met hem, erkende hij nederig zijn eigen onwaardigheid, de grote genade van God en zijn voorspoed, die zijn werk had gekroond.
Toen de heuvels van zijn geboorteland in de verte voor hem verschenen, werd het hart van de patriarch diep geraakt. Hij had zijn God beproefd en vond zijn beloften onfeilbaar; hij geloofde, dat God met hem zou zijn; maar toen hij dichtbij Edom kwam, had hij veel vrees voor Ezau.” –The Signs of the Times, 20 november 1879.
A. Welk verstandig, tactvol plan besloot Jakob uit te voeren?
Genesis 32:13-21.
“Jakob stopte op zijn reis om weloverwogen plannen te maken om de toorn van zijn broer te bedaren. Hij wilde zich niet roekeloos in gevaar begeven, maar stuurde Ezau door middel van zijn dienaren grote geschenken, om met een goed overwogen boodschap een gunstige indruk te maken. Hij stuurde zijn vrouwen en kinderen, met al zijn bezittingen, op reis, terwijl hij zelf achterbleef. Hij dacht, dat de aanblik van dat hulpeloze kleine gezelschap de gevoelens van Ezau zou raken, die, hoewel stoutmoedig en wraakzuchtig, toch zielig en teder was tegenover de zwakke en onbeschermde. Als zijn oog eerst op Jakob gericht was, zou zijn woede opgewonden kunnen zijn en zouden zij allemaal omkomen.” –The Signs of the Times, 20 november 1879.
B. Leg de prioriteit van Jakob op dit moment uit.
Genesis 32:22-24
(eerste gedeelte).
“Jakob wilde alleen zijn met zijn God. Het was middernacht. Alles, wat hem het leven dierbaar maakte, was op een afstand, blootgesteld aan gevaar en dood. De bitterste druppel in zijn beker van angst was de gedachte, dat zijn eigen zonde dit grote gevaar had gebracht op zijn vrouwen en kinderen, die onschuldig waren aan de zonde, waaraan hij schuldig was. Hij had besloten de nacht in vernedering en gebed door te brengen. God kon het hart van zijn broer verzachten. God was zijn enige toevlucht en kracht. Op een verlaten plek, onveilig gemaakt door rovers en moordenaars, boog hij diep in nood op de aarde; zijn ziel was verscheurd van angst, en met ernstige kreten vermengd met tranen bad hij voor God.” –The Signs of the Times, 20 november 1879.
C. Hoe moest Jakobs vurige gebed een voorbeeld zijn voor toekomstige generaties?
Psalm 46:1-4,
Psalmen 46:8.
“Jakob overwon, omdat hij volhardend en vastberaden was. Zijn leven getuigt van de kracht van aanhoudend gebed. Het is nu, dat we deze les van het zegevierend gebed, van onverzettelijk geloof, moeten leren.” –Colporteur Ministry, blz. 81.
A. Wat gebeurde er plotseling, toen Jakob bad, en waarom is het belangrijk voor ons?
Genesis 32:24-26.
“Er worden plotseling sterke handen op zijn (Jakobs) schouders gelegd. Hij grijpt zijn aanvaller onmiddellijk vast, want hij is van mening dat deze aanval een aanslag op zijn leven is; dat hij in handen is van een overvaller of moordenaar. De strijd is hevig; geen van beiden spreekt een woord uit; maar Jakob zet al zijn kracht in en laat zijn inspanningen geen moment verslappen. Zo duurde de strijd tot de dageraad, toen de vreemdeling zijn vinger op Jakobs heup legde en hij onmiddellijk kreupel werd. De patriarch onderscheidt nu het karakter van zijn tegenstander. Hij weet, dat hij lichamelijk gestreden heeft met een hemelse boodschapper, en daarom hebben zijn bijna bovenmenselijke inspanningen hem niet de overwinning bezorgd. Hij is nu gehandicapt en lijdt felle pijn, maar hij zal zijn greep niet losmaken. Hij valt, een overwonnen vijand, berouwvol en gebroken, op de nek van de engel.
In de geïnspireerde geschiedenis van deze gebeurtenis wordt degene, die met Jakob worstelde, een man genoemd; Hoséa noemt hem de Engel (Hoséa 12:5); terwijl Jakob zei: ‘Ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht.’ Hij zou ook macht bij God hebben gehad. Het was de Majesteit des Hemels, de Engel van het verbond, die in de gedaante van een man naar Jakob kwam. De goddelijke boodschapper gebruikt enige kracht om Zichzelf uit de greep van Jakob te bevrijden; Hij smeekt hem: ‘Laat Mij gaan, want de dageraad is opgegaan.’ Maar Jakob had de beloften van God bepleit; hij had vertrouwd op Zijn beloofde woord, dat even zeker en onfeilbaar is als Zijn troon; en nu kan deze zondige, dwalende sterveling door vernedering, berouw en overgave een overeenkomst sluiten met Jezus Christus: ‘Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent.’ Wat wordt hier vrijmoedigheid getoond! Wat een verheven geloof, wat een volharding en een heilig vertrouwen! Was deze veronderstelling een onbehoorlijke vrijpostigheid van de kant van Jakob? Als het van dit karakter was geweest, zou hij de scène niet hebben overleefd. Het was geen zelfverheven, opschepperige, aanmatigende eis, maar de zekerheid van iemand, die zijn zwakheid en onwaardigheid realiseert en het vermogen van God om Zijn belofte te vervullen.” –The Signs of the Times, 20 november 1879.
B. Hoe vraagt Jezus ons om te volharden in gebed, zoals Jakob deed?
Lukas 18:1-8.
A. Waarom zou de machtige Engel des Verbonds niet overwinnen over een mens?
Job 23:6;
Lukas 11:13.
“’En toen Hij zag, dat Hij hem niet overmocht’ (Genesis 32:25), de Majesteit des Hemels overwon niet een man van stof, een zondige sterveling! De reden is, dat de man de bevende hand van het geloof aan de belofte van God heeft vastgemaakt, en de goddelijke boodschapper kan hem, die berouwvol, huilend, hulpeloos aan Zijn nek hangt, niet in de steek laten. Zijn grote hart van liefde kan zich niet van de smekeling afwenden zonder aan zijn verzoek te voldoen. Christus wilde hem niet ongezegend achterlaten, toen zijn ziel in wanhoop gehuld was.” –The Signs of the Times, 20 november 1879.
“Jakob had bevend beslag gelegd op Gods beloften, en het hart vol oneindige liefde kon geen weerstand bieden aan de smeekbede van de zondaar.” –Patriarchen en Profeten, blz. 168.
B. Leg het resultaat van Jakobs strijd uit en waarom zijn naam werd veranderd.
Genesis 32:27-32.
“De fout, die had geleid tot Jakob zijn zonde in het verkrijgen van het eerstgeboorterecht door bedrog, was nu open voor hem. Hij had God en Zijn beloften niet vertrouwd, zoals hij had moeten doen. Hij was ongeduldig geworden en had door zijn eigen pogingen getracht datgene te bewerkstelligen, dat God in Zijn eigen tijd en manier in staat was te vervullen.
De engel vroeg Jakob: ‘Hoe is uw naam?’ En toen Jakob antwoordde, zei Hij: ‘Uw naam zal voortaan niet Jakob (verdringer) heten, maar Israël; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht’ (Genesis 32:28). Jakob ontving de zegening, waarnaar zijn ziel had verlangd; zijn zonde als een verdringer en misleider was vergeven. De crisis in zijn leven was voorbij. God laat in Zijn omgang met Jakob zien, dat Hij niet de minste fout bij een van Zijn kinderen zal goedkeuren; evenmin zal Hij verwerpen en overlaten aan wanhoop en vernietiging degenen, die misleid en verleid en verraden zijn tot zonde. Twijfel, verbijstering en wroeging hadden Jakobs leven verbitterd; maar nu was alles veranderd, en hoe zoet was de rust en vrede in God, in de zekerheid van Zijn herstelde gunst.” –Historical Sketches, blz. 131-132.
A. Wat gebeurde er, toen Jakob en Ezau elkaar ontmoetten, en waarom?
Genesis 33:1-4.
“Terwijl Jakob op die veelbewogen nacht met de engel worstelde, werd een andere engel, een van de schare, die de patriarch hem onderweg had zien bewaken, gestuurd om tijdens zijn slaap het hart van Ezau te bewegen. In zijn droom zag hij zijn broer, al twintig jaar verbannen uit het huis van zijn vader uit angst voor zijn woede; hij was getuige van zijn verdriet om zijn moeder dood te vinden; en hij zag hem omsingeld met de legerschare van God. Ezau vertelde deze droom aan zijn vierhonderd gewapende mannen en droeg hen op Jakob niet te verwonden, want de God van zijn vader was met hem...
Gesteund door zijn staf ging de patriarch voorwaarts om die groep krijgers te ontmoeten, waarbij hij zich herhaaldelijk diep boog als teken van respect, terwijl zijn kleine gevolg met grote bezorgdheid op de kwestie wachtte. Ze zagen, hoe de armen van Ezau om de nek van Jakob werden geslagen en hem, die hij zo lang met de meest grimmige wraak had bedreigd, aan zijn borst drukte. Wraak is nu veranderd in tedere genegenheid en hij, die eens naar het bloed van zijn broer dorstte, vergoot tranen van vreugde, zijn hart smolt met de zachtste uitingen van liefde en tederheid. Het leger van de soldaten van Ezau zag het gevolg van die nacht van huilen en gebed, maar ze wisten niets van de strijd en de overwinning. Ze begrepen de gevoelens van de patriarch, de echtgenoot en vader, voor zijn gezin en zijn bezittingen; maar ze konden niet zien de verbinding, die hij met God had, die het hart van Ezau had verkregen van Hem, die alle harten in Zijn hand heeft.” –The Signs of the Times, 20 november 1879.
B. Hoe eindigde de ontmoeting?
Genesis 33:10-11,
Genesis 33:15-17.
1. Welke tekenen van Gods gunst moet ik me, net als Jakob, herinneren wanneer ik in een crisis ben?
2. Hoe bereidde Jakob zich voor, naast het brengen van geschenken, om zijn broer te ontmoeten?
3. Hoe kan mijn gebedsleven meer op dat van Jakob lijken?
4. Leg de geestelijke gevolgen van Jakobs nacht van worstelen uit.
5. Welke mogelijkheid hebben engelen om het hart van iemand die ik ken te veranderen?