“Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid”
Psalm 119:36
“Wat we moeten leren, is in alle getrouwheid het beste gebruik te maken van de talenten en kansen, die we hebben, en tevreden te zijn met het lot, ons door de Heiland opgelegd.” –Karaktervorming, blz. 116.
Aanvullende studie:: -Het Bijbels Gezin, blz. 209-212.
A. Hoewel God ernaar streefde het leven van Lea op te vrolijken, welke woorden van haar tonen desalniettemin de pijn van rivaliteit in het gezin?
Genesis 29:31-34.
“Maar de zelfzuchtige en gierige Laban, die zulk een waardevolle helper graag wilde vasthouden, bedroog Jakob op wrede wijze door Lea te geven in plaats van Rachel. Het feit, dat Lea meewerkte aan dit bedrag, was oorzaak, dat Jakob niet van haar kon houden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 159.
B. Wat kunnen wij leren van een moment, wanneer Lea een dieper geloof en vertrouwen uitte, zonder een begeleidende klacht erbij?
Genesis 29:35.
“Ons gesprek moet heilig en zonder morren zijn.” –The Review and Herald, 7 mei 1889.
“Prijs de Heer te allen tijde. Kijk naar de zonnige kant van de omstandigheden, niet naar de donkere zijde. Wees waakzaam en bid, en de Heer zal u zegenen, leiden en versterken.” –This Day With God, blz. 234.
A. Waarom begeerde Rachel, in plaats van te rusten in de voorkeursbehandeling van haar man, de zegeningen, die God haar zuster had geschonken?
Genesis 30:1;
Spreuken 30:15-16.
B. Waarom was dit een onaangename bron van moeilijkheden voor Jakob?
Genesis 30:2.
C. Welke plannen stelde Rachel wanhopig in werking om met haar rivaal te kunnen wedijveren, waardoor de huwelijksrelatie verder werd aangetast?
Genesis 30:3-8.
D. Hoe verhevigde Lea de strijd nog meer?
Genesis 30:9-13.
E. Wat bleef het gezinsleven van de familie plagen?
Genesis 30:14-20.
F. Hoe toonde God te midden van de chaos genade aan Rachel?
Genesis 30:22-24.
G. Maar wat was in het algemeen de oorzaak van heel dit conflict en hoe werd iedereen in het huishouden onvermijdelijk getroffen?
Spreuken 13:10;
Spreuken 27:4;
Jakobus 3:16.
“Door ruzie over onbelangrijke dingen ontstaat een geest van bitterheid. Open meningsverschillen en twist brengen een onbeschrijflijke ellende in huis. Mensen, die door liefdesbanden verenigd zouden moeten zijn, worden uit elkaar gedreven.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 429.
A. Nadat Jakob voor Laban 20 jaar ijverig dienstbetoon had verricht, welk gesprek hadden die twee toen eindelijk?
Genesis 30:25-30.
B. Wat werd er afgesproken over het loon van Jakob?
Genesis 30:31-34.
C. Leg Jakobs volgende stappen uit en hoe zij werden gezegend.
Genesis 30:35-43.
D. Hoe toonde het jaloerse, prestatiegerichte karakter van het gezin van Laban, dat het tijd was voor Jakob om weg te gaan van zijn schoonvader?
Genesis 31:1-5.
E. Wat legde Jakob aan zijn vrouwen uit over het leven, dat hij als herder over Labans kudden had geleefd?
Genesis 31:6-7.
“Jakob bleef gedurende twintig jaar in Mesopotamië. Al die tijd diende hij Laban, die er steeds op uit was zichzelf te bevoordelen, zonder rekening te houden met de bloedverwantschap. Veertien jaar dienst eiste hij voor zijn beide dochters en de resterende zes jaar werd het loon van Jakob keer op keer veranderd. Toch bleef Jakob trouw en ijverig in zijn werk.” –Patriarchen en Profeten, blz. 160.
F. Waarom stemden de zusters er gemakkelijk mee in de atmosfeer te verlaten, waar zij waren opgegroeid, en hoe worden wij op dezelfde wijze aangemoedigd om gretig te ontsnappen aan een hebzuchtige omgeving?
Genesis 31:14-16;
Psalm 119:36.
A. Beschrijf het leven van de getrouwe herder.
Lukas 15:4.
“De herder was verplicht dag en nacht te waken over zijn kudde. Deze stond bloot aan de gevaren van rovers en van wilde dieren, die vrij veel voorkwamen en dikwijls grote schade toebrachten aan een kudde, waarvoor niet goed werd gezorgd. Jakob had heel wat helpers om te zorgen voor de talrijke kudden van Laban, maar hij was verantwoordelijk voor al deze kudden. Bepaalde tijden van het jaar moest hij persoonlijk bij de kudden aanwezig zijn, om ze in het droge jaargetijde te behoeden tegen dorst, en gedurende de koude maanden tegen de kilheid van de nachten. Jakob was de voornaamste herder; zijn bedienden waren de onderherders. Als er een schaap werd gemist, leed de opperherder het verlies. Hij eiste van zijn dienstknechten, dat ze zo goed mogelijk zorgden voor de kudden, die aan hun zorg waren toevertrouwd, terwijl hij van hen verantwoording eiste, als de kudden niet in goede staat verkeerden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 160.
B. Waarom spreekt de Schrift veel over schapen hoeden?
Johannes 10:11-15;
Ezechiël 34:16,
Ezechiël 34:22.
“Het ijverige en zorgelijke leven van de herder, zijn zorg en medegevoel voor de hulpeloze dieren, die aan zijn hoede waren toevertrouwd, is door de geïnspireerde schrijvers gebruikt om enkele van de belangrijkste waarheden van het evangelie te verduidelijken. In zijn verhouding tot Zijn volk wordt Christus vergeleken met een herder. Na de zondeval zag Hij, hoe Zijn schapen gedoemd waren om te komen in de duisternis van de zonde. Om deze afgedwaalden te redden verliet Hij de eer en de heerlijkheid van het huis van Zijn Vader… Zijn zorg voor de kudde blijft dezelfde. Hij sterkt de zwakken, verlicht de lijdenden, neemt de lammeren in zijn armen en draagt ze aan zijn boezem. Zijn schapen hebben hem lief…
Christus heeft, als de overste Herder, de zorg over Zijn kudde toevertrouwd aan Zijn dienstknechten als onderherders; en Hij wenst, dat ze dezelfde belangstelling tonen, die Hij heeft geopenbaard; dat ze dezelfde verantwoordelijkheid beseffen voor de taak, die hun is toevertrouwd door Hem. Hij heeft hen ernstig bevolen getrouw te zijn, de kudde te voeden, de zwakken te sterken, de vermoeiden op te beuren en hen te beschermen tegen verscheurende wolven.
Om Zijn schapen te redden legde Christus Zijn leven af. Hij wijst Zijn onderherders op deze liefde, om dit voorbeeld na te volgen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 160-162.
A. Waarom had Jakob de begerige Laban niet eerder verlaten, en wat was de echte beslissende factor, die hem er uiteindelijk toe bracht weg te gaan?
Genesis 31:10-13.
“Als Jakob niet bevreesd was geweest Esau te ontmoeten, was hij reeds veel eerder vertrokken. Nu echter voelde hij zich in gevaar door de zonen van Laban, die, afgunstig op zijn rijkdom, zouden kunnen trachten deze met geweld hem afhandig te maken. Hij geraakte in grote zorg en wist niet, wat hij moest doen. Maar gedachtig aan Gods belofte in Betel, legde hij de zaak aan God voor en vroeg Hem om raad. In een droom kreeg hij antwoord op zijn gebed: ‘Keer terug naar het land uwer vaderen en naar uw maagschap, en Ik zal met u zijn’.” –Patriarchen en Profeten, blz. 163-164.
B. Wat toont een ernstig geestelijk gebrek in het karakter van de geliefde Rachel bij het inpakken om te vertrekken, en hoe is dit een waarschuwing voor ons?
Genesis 31:17-19.
“Het moderne Israël staat in een groter gevaar God te vergeten en tot afgoderij te worden geleid dan Zijn volk uit de oudheid was. Veel afgoden worden aanbeden, zelfs door belijdende Sabbathouders. God droeg vooral Zijn volk in de oudheid op zich te hoeden voor afgoderij, want als zij zouden worden afgeleid van het dienen van de levende God, zou Zijn vloek op hen rusten…
Een zegen of een vloek is nu voor het volk van God, een zegen als ze uit de wereld komen en zich afscheiden en het pad van nederige gehoorzaamheid bewandelen; en een vloek als zij zich verenigen met de afgodendienaars, die de hoge eisen van de hemel met voeten treden.” –Testimonies 1, blz. 609.
1. Hoe lijken wij te vaak op Rachel en Lea in onze kijk op het leven?
2. Welke prenatale invloeden hebben waarschijnlijk meegespeeld bij de zonen van Jakob vóór de geboorte?
3. Waarom was het een goed idee voor Jakob om bij Laban weg te gaan?
4. Hoe kan ik de eigenschappen van een herder uitdragen tegenover hen, die mij omringen?
5. Hoe heeft God in moeilijke tijden Zijn zorg voor mij getoond, net als bij Jakob?