Lessen uit het leven van Jakob — Sabbat, 25 juli 2020

Les 4: Bethel

Tekst om te onthouden

“En hij (Jakob) vreesde, en zeide: Hoe vreselijk is deze plaats! Dit is dan een huis Gods, en dit is de poort des hemels!”

Genesis 28:17

“Als wie dan ook onder ons uiteindelijk gered wordt, zal dat zijn door ons aan Jezus vast te houden, als aan de sporten van een ladder.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 440.

Aanvullende studie:: -Testimonies 4, blz. 464-469, 471.

Zondag — 19 juli

1. Rennen voor zijn leven

A. Wat besloot Ezau te doen, nadat hij besefte, dat hij het eerstgeboorterecht aan zijn broer had verloren?

Genesis 27:41.

Genesis 27:41: En Ezau haatte Jakob om dien zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had; en Ezau zeide in zijn hart: De dagen van den rouw mijns vaders naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden.

B. Wat werd Rebekka genoodzaakt om Jakob te adviseren te vluchten om haar jongste zoon te beschermen voor de woede van Ezau, en hoelang duurde dit, uiteindelijk anders dan zij had verwacht?

Genesis 27:42-45.

Genesis 27:42: Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootsten zoon, geboodschapt werden, zo zond zij heen, en ontbood Jakob, haar kleinsten zoon, en zeide tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich over u, dat hij u doden zal. Genesis 27:43: Nu dan, mijn zoon! hoor naar mijn stem, en maak u op, vlied gij naar Haran, tot Laban, mijn broeder. Genesis 27:44: En blijf bij hem enige dagen, totdat de hittige gramschap uws broeders kere; Genesis 27:45: Totdat de toorn uws broeders van u afkere, en hij vergeten hebbe, hetgeen gij hem gedaan hebt; dan zal ik zenden, en u van daar nemen; waarom zoude ik ook van u beiden beroofd worden op een dag?

“Rebekka had bitter spijt van de verkeerde raad, die zij aan Jakob gaf, want het was de reden om hem voor altijd van haar te scheiden. Hij werd gedwongen voor zijn leven te vluchten voor de toorn van Ezau, en zijn moeder zag zijn gezicht nooit meer terug.” –Spiritual Gifts 3, blz. 115-116.

C. Wat moest Isaak uiteindelijk begrijpen over het eerstgeboorterecht?

“Isaak leefde vele jaren, nadat hij Jakob de zegen gaf, en hij was overtuigd, door de weg van Ezau en Jakob, dat de zegen terecht aan Jakob toebehoorde.” –Spiritual Gifts 3, blz. 116.

Maandag — 20 juli

2. Gematigdheid en eenzaamheid

A. Welke wijze, geestelijke oproep deden zijn ouders, toen zij Jakob met tegenzin wegstuurden als erfgenaam van het eerstgeboorterecht?

Genesis 27:46; 28:1-5.

Genesis 27:46: En Rebekka zeide tot Izak: Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Heths! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Heths, gelijk deze zijn, van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn? Genesis 28:1: En Izak riep Jakob, en zegende hem; en gebood hem, en zeide tot hem: Neem geen vrouw van de dochteren van Kanaan. Genesis 28:2: Maak u op, ga naar Paddan-Aram, ten huize van Bethuel, den vader uwer moeder, en neem u van daar een vrouw, van de dochteren van Laban, uwer moeders broeder. Genesis 28:3: En God almachtig zegene u, en make u vruchtbaar, en vermenigvuldige u, dat gij tot een hoop volken wordt. Genesis 28:4: En Hij geve u den zegen van Abraham; aan u, en uw zaad met u, opdat gij erfelijk bezit het land uwer vreemdelingschappen, hetwelk God aan Abraham gegeven heeft. Genesis 28:5: Alzo zond Izak Jakob weg, dat hij toog naar Paddan-Aram, tot Laban, den zoon van Bethuel, den Syrier, den broeder van Rebekka, Jakobs en Ezau's moeder.

“Omdat Jakob door Esau bedreigd werd met de dood, verliet hij als een vluchteling het

vaderlijk huis; maar de zegen van zijn vader vergezelde hem. Isaak had de verbondsbelofte aan hem vernieuwd, en hem opgedragen om als erfgenaam een vrouw te zoeken bij de familie van zijn moeder in Mesopotamië.” –Patriarchen en Profeten, blz. 155.

B. Waarom is zo’n oproep ook nu hard nodig?

Matthéüs 24:37-38.

Mattheüs 24:37: En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen. Mattheüs 24:38: Want gelijk zij waren in de dagen voor den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging;

“Hoe zit het nu met de huwelijksrelatie? Is deze niet verdorven en verontreinigd, zoals het was in de tijd van Noach?” –Manuscript Releases 7, blz. 56.

“Satan zal ieder middel gebruiken om jonge mensen te leiden om huwelijksbanden te vormen, die het doel van God zullen tenietdoen. Hij zal trachten de standaard van geestelijkheid en heiligheid te verlagen, zodat de gemeente geen levendig werkende gemeente zal zijn en haar leden geschikt zijn in de zaak van God te werken.” –Manuscript Releases 12, blz. 283.

C. Beschrijf de soort ervaring, die Jakob onderging, toen hij gedwongen werd om ver van de veiligheid van thuis af te reizen.

Genesis 28:10;

Genesis 28:10: Jakob dan toog uit van Ber-seba, en ging naar Haran.

Psalm 102:7-9.

Psalmen 102:7: Ik ben een roerdomp der woestijn gelijk geworden, ik ben geworden als een steenuil der wildernissen. Psalmen 102:8: Ik waak, en ben geworden als een eenzame mus op het dak. Psalmen 102:9: Mijn vijanden smaden mij al den dag; die tegen mij razen, zweren bij mij.

“Toch ging Jakob met een bezwaard hart op zijn eenzame reis. Met alleen zijn staf in de hand moest hij honderden kilometers afleggen door streken, die bewoond werden door woeste, zwervende stammen. In zijn zelfverwijt en schuchterheid trachtte hij de mensen te ontlopen, zodat ze zijn vertoornde broer niet konden waarschuwen. Hij vreesde, dat hij de zegen, die God hem wilde geven, voor eeuwig had verbeurd, en Satan stond klaar om hem met zijn verzoekingen aan te vallen.

Op de avond van de tweede dag was hij op geruime afstand van de tenten van zijn vader. Hij had het gevoel dat hij een verworpene was, en hij wist, dat hij al zijn moeilijkheden te wijten had aan zijn eigen verkeerde handelwijze. Duistere wanhoop legde beslag op zijn ziel. Hij durfde haast niet te bidden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 155.

Dinsdag — 21 juli

3. Wanhoop, dan hoop

A. Hoe was Jakobs nacht?

Genesis 28:11.

Genesis 28:11: En hij geraakte op een plaats, waar hij vernachtte; want de zon was ondergegaan; en hij nam van de stenen dier plaats, en maakte zijn hoofdpeluw, en legde zich te slapen te dierzelver plaats.

“Maar hij (Jakob) voelde zich zo verlaten, dat hij meer dan ooit behoefte had aan Gods bescherming. Met tranen en in diepe ootmoed beleed hij zijn zonde en smeekte om een teken, dat hij niet geheel en al verlaten was. Toch vond zijn bezwaard hart nog geen opluchting. Hij had alle zelfvertrouwen verloren en vreesde, dat de God van zijn vaderen hem verworpen had.” –Patriarchen en Profeten, blz. 155.

B. Waarom kunnen wij bemoedigd worden door de God van Jakob, als onze toekomst donker en troosteloos lijkt?

Psalm 20:1-4;

Psalmen 20:1: Een psalm van David, voor den opperzangmeester. Psalmen 20:2: De HEERE verhore u in den dag der benauwdheid; de Naam van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek. Psalmen 20:3: Hij zende uw hulp uit het heiligdom, en ondersteune u uit Sion. Psalmen 20:4: Hij gedenke al uwer spijsofferen, en make uw brandoffer tot as. Sela.

Jesaja 57:15.

Jesaja 57:15: Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont, en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is, opdat Ik levend make den geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden.

“Maar God liet Jakob niet in de steek. Zijn barmhartigheid gold nog steeds voor Zijn dwalende, eenzame dienstknecht.” –Patriarchen en Profeten, blz. 155.

“Op alle tijden en in alle plaatsen, in alle smarten en bezoekingen, wanneer het vooruitzicht duister schijnt en de toekomst verward, en we ons hulpeloos en alleen gevoelen, zal de Trooster worden gezonden als antwoord op het gelovige gebed. Omstandigheden kunnen ons scheiden van iedere aardse vriend; maar geen omstandigheid, geen afstand kan ons scheiden van de hemelse Trooster. Waar we ook zijn, waar we ook mogen heengaan, Hij is altijd aan onze rechterhand om te steunen, kracht te geven, te schragen en te bemoedigen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 587.

C. Wat gebeurde er, toen Jakob sliep, en met welk doel?

Genesis 28:12.

Genesis 28:12: En hij droomde; en ziet, een ladder was gesteld op de aarde, welker opperste aan de hemel raakte; en ziet, de engelen Gods klommen daarbij op en neder.

“Jakobs ervaring, als een zwerver uit zijn huis, toen hem de raadselachtige ladder werd getoond, waarop de hemelse engelen afdaalden en opgingen, was bedoeld om een grote waarheid te onderwijzen met betrekking tot het verlossingsplan. De doeleinden van God werden geopend voor de ontmoedigde man, die zich afgesneden voelde van God en de mens. In wonderbare liefde toonde Christus hem in een droom de manier van leven. De waarheid werd voor hem ontvouwd in het symbool en de betekenis ervan is in onze tijd net zo groot als in de zijne.” –The Review and Herald, 11 november 1890.

Woensdag — 22 juli

4. Zekerheid voor de zachtmoedige

A. Welke genadige beloften liet de God des hemels over Zijn berouwvolle kind stromen?

Genesis 28:13-15.

Genesis 28:13: En ziet, de HEERE stond op dezelve en zeide: Ik ben de HEERE, de God van uw vader Abraham, en de God van Izak; dit land, waarop gij ligt te slapen, zal Ik aan u geven, en aan uw zaad. Genesis 28:14: En uw zaad zal wezen als het stof der aarde, en gij zult uitbreken in menigte, westwaarts en oostwaarts, en noordwaarts en zuidwaarts; en in u, en in uw zaad zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. Genesis 28:15: En zie, Ik ben met u, en Ik zal u behoeden overal, waarheen gij trekken zult, en Ik zal u wederbrengen in dit land; want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik zal gedaan hebben, hetgeen Ik tot u gesproken heb.

“De helderheid van de troon van God straalde neer op deze ladder en weerkaatste een licht van onuitsprekelijke heerlijkheid op de aarde. Deze ladder vertegenwoordigde Christus, die de verbinding tussen aarde en hemel had geopend.

In de vernedering van Christus daalde Hij neer in de diepten van het menselijk leed in medeleven en medelijden met de gevallen mens, die aan Jakob werd voorgesteld door het ene uiteinde van de ladder, die op de aarde rustte, terwijl de top van de ladder, reikend tot in de hemel, de goddelijke kracht van Christus vertegenwoordigt, de Oneindige vastgrijpend en zo de aarde met de hemel verbindend en de eindige mens met de oneindige God. Door Christus is de verbinding geopend tussen God en de mens. Engelen kunnen heen en weer gaan van de hemel naar de aarde met boodschappen van liefde voor de gevallen mens, en om hen te dienen, die erfgenamen van de verlossing zullen zijn. Alleen door Christus is het, dat de hemelse boodschappers de mensen bijstaan.” –Confrontation, blz. 46.

B. Wat maakte de droom zo belangrijk?

Psalm 37:11;

Psalmen 37:11: De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede.

Filippensen 2:5-7.

Filippenzen 2:5: Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; Filippenzen 2:6: Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; Filippenzen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;

“Laat de aarde blij zijn, laten de bewoners van de wereld zich verheugen, dat Christus de kloof heeft overbrugd, die de zonde had gemaakt, en de aarde en de hemel met elkaar heeft verbonden. Er is een directe weg gebaand voor de vrijgekochten van de Heer. De vermoeide en zwaarbeladen mensen kunnen tot Hem komen en rust vinden voor hun ziel. De pelgrim mag naar de woningen reizen, die Hij is gaan voorbereiden voor hen, die Hem liefhebben.

Door de aangenomen menselijkheid plantte Christus de ladder stevig op de aarde. De ladder reikt tot in de hoogste hemel en Gods heerlijkheid schijnt vanaf de top en verlicht haar hele lengte, terwijl de engelen heen en weer gaan met boodschappen van God aan de mens, met smeekbeden en lof van de mens naar God. Door de goddelijke natuur was Christus één met de Vader; en door de aangenomen menselijkheid identificeerde Hij Zich met de mens… (Zie Filippensen 2:6-7). In het visioen van Jakob was de verbinding van de menselijkheid en het goddelijke in Christus voorgesteld.

Terwijl de engelen heen en weer gaan op de ladder, wordt God voorgesteld als met genoegen neerkijkend op de mensenkinderen vanwege de verdienste van Zijn Zoon.” –The Review and Herald, 11 november 1890.

Donderdag — 23 juli

5. Jakobs plechtige gelofte

A. Hoe kan Jakobs gelofte bij Bethel een inspiratie voor ons zijn?

Genesis 28:16-22.

Genesis 28:16: Toen nu Jakob van zijn slaap ontwaakte, zeide hij: Gewisselijk is de HEERE aan deze plaats, en ik heb het niet geweten! Genesis 28:17: En hij vreesde, en zeide: Hoe vreselijk is deze plaats! Dit is niet dan een huis Gods, en dit is de poort des hemels! Genesis 28:18: Toen stond Jakob des morgens vroeg op, en hij nam dien steen, dien hij tot zijn hoofdpeluw gelegd had, en zette hem tot een opgericht teken, en goot daar olie boven op. Genesis 28:19: En hij noemde den naam dier plaats Beth-El; daar toch de naam dier stad te voren was Luz. Genesis 28:20: En Jakob beloofde een gelofte, zeggende: Wanneer God met mij geweest zal zijn, en mij behoed zal hebben op dezen weg, dien ik reize, en mij gegeven zal hebben brood om te eten, en klederen om aan te trekken; Genesis 28:21: En ik ten huize mijns vaders in vrede zal wedergekeerd zijn; zo zal de HEERE mij tot een God zijn! Genesis 28:22: En deze steen, dien ik tot een opgericht teken gezet heb, zal een huis Gods wezen, en van alles, wat Gij mij geven zult, zal ik U voorzeker de tienden geven!

“Het was niet Jakobs bedoeling hier met God een overeenkomst te sluiten. De Here had reeds beloofd, dat hij voorspoedig zou zijn, en deze gelofte was de uiting van een hart vol dank voor de verzekering van Gods liefde en genade.” –Patriarchen en Profeten, blz. 157.

“Jakob deed zijn gelofte, toen hij verkwikt was door de dauw der genade en versterkt door de tegenwoordigheid en verzekering van God. Toen de goddelijke heerlijkheid voorbij was, werd hij aangevochten door verzoekingen, evenals mensen in onze tijd; maar hij bleef trouw aan zijn gelofte en wilde geen gedachten koesteren over de mogelijkheid om zich af te maken van hetgeen hij beloofd had. Hij zou geredeneerd kunnen hebben, zoals mensen tegenwoordig doen, dat die openbaring maar een droom was, dat hij bovenmatig in verrukking was gebracht, toen hij zijn gelofte deed, en dat hij die derhalve niet hoefde te houden; maar zo deed hij niet…

Jakob gaf de tiende van alles, wat hij had, en rekende daarbij nog de vrucht van de tiende, en gaf de Heere dus ook nog het toekomende deel, van wat hij voor zijn eigen privé had gebruikt gedurende de tijd, dat hij in een heidens land was en daar zijn gelofte niet kon nakomen. Dat was een groot bedrag, maar hij aarzelde geen moment; dat wat hij de Heere beloofd had, beschouwde hij niet als zijn eigendom, maar dat des Heeren.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 565.

“Hoe weinig worden ze op prijs gesteld; hoe wordt altijd getracht om geld, tijd en liefde af te meten tegen een liefde, die zo mateloos is, tegenover een gave van zulk een onschatbare waarde! Tienden voor Christus! Hoe weinig, welk een magere beloning voor datgene, wat zoveel gekost heeft! Van het kruis op Golgota roept Christus op tot een onvoorwaardelijke toewijding. Alles wat we hebben, alles wat we zijn, zou aan God gewijd moeten worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 158.

Vrijdag — 24 juli

Terugblik

1. Hoe kan ik de bittere ervaring van Rebekka vermijden?

2. Wat moeten wij bedenken, als wij eenzaamheid ondergaan zoals Jakob?

3. Wat toont mijn hemelse Vader aan mij door de droom van Jakob?

4. Wat gebeurt er, als de engelen de ladder opgaan en afdalen?

5. Hoe kan ik dieper geraakt worden door Jakobs gelofte aan God?