“En ik zeg: Wandelt door de Geest, en volbrengt de begeerlijkheid van het vlees niet”
Galaten 5:16
“Het is onze taak onze eetlusten en onze levensgewoonten in overeenstemming met de wetten der natuur te brengen.” –Het Geheiligde Leven, blz. 22.
Aanvullende studie:: -Testimonies 2, blz. 37-50.
A. Wat moeten wij beseffen, als wij een sterk verlangen hebben naar iets, ook als het niet iets is, dat wij als verkeerd beschouwen?
Spreuken 19:21.
“Dag en nacht hield dit alles zijn gedachten bezig, tot hij aan vrijwel niets anders meer kon denken. Maar hoewel hij de eeuwige zegeningen stelde boven de tijdelijke zegeningen, had Jakob toch geen ware kennis aangaande de God, die hij aanbad. Zijn hart was niet vernieuwd door Gods genade. Hij meende, dat de belofte, die op hem betrekking had, nooit in vervulling kon gaan, zolang Esau het recht van eerstgeborene had, en gedurig zocht hij naar wegen om de zegen te verkrijgen, die door zijn broer zo werd geringgeschat, maar waarop hij zoveel prijs stelde.” –Patriarchen en Profeten, blz. 150-151.
B. Wat had Jakob in deze fase van zijn leven moeten doen, en wat moeten wij ook altijd bedenken?
Psalm 37:5-7.
“Soms lijkt het moeilijk geduldig te wachten, totdat Gods tijd komt om het goede te rechtvaardigen. Maar mij is getoond dat, als wij ongeduldig worden, wij een rijke beloning verliezen.” –Testimonies 3, blz. 327.
A. Hoe profiteerde Jakob van Ezau’s zwakheid?
Genesis 25:29-31.
“Toen Esau op zekere dag vermoeid en uitgeput van de jacht naar huis kwam en aan Jakob vroeg om eten, wat deze aan het klaarmaken was, maakte deze gebruik van de gelegenheid om de gedachte, die steeds bij hem leefde, in vervulling te doen gaan.” –Patriarchen en Profeten, blz. 151.
“Jakob gebruikte de kans om de behoefte van Ezau in zijn eigen voordeel te veranderen en stelde de soep voor aan hem te geven, als hij afstand zou doen van alle aanspraak op zijn eerstgeboorterecht.” –Spiritual Gifts 3, blz. 114.
B. Waarom was zijn sluwe plan tegen zijn verleide broer, hoewel het idee van Jakob slim was, geen ideaal plan in de ogen van God?
Spreuken 3:29.
“Gods woord … leert ons om in al onze handelstransacties onszelf in de plaats te denken van degenen, met wie we te doen hebben, en niet alleen onze eigen belangen te behartigen, maar ook die van anderen. Wie voordeel haalt uit pech van anderen om zichzelf te bevoordelen door zwakheid of onkunde van een ander, is overtreder, zowel van de beginselen als van de voorschriften van Gods woord.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 153.
C. Wat besloot Ezau te doen en waarom?
Genesis 25:32-33.
“Ezau had zo lang zichzelf tevreden gesteld, dat hij niet de noodzaak voelde om zich af te wenden van het verleidelijke, begeerde gerecht.” –Testimonies 2, blz. 38.
“Hij dacht erover na, deed geen speciale moeite om zijn eetlust te bedwingen, totdat de kracht van de eetlust elke andere overweging onderdrukte en hem beheerste, en hij zich voorstelde, dat hij veel ongemak en zelfs de dood zou ondergaan, als hij dit specifieke gerecht niet kon hebben. Hoe meer hij erover nadacht, des te sterker werd zijn verlangen, totdat zijn eerstgeboorterecht, dat heilig was, zijn waarde en zijn heiligheid verloor. Hij dacht: als ik het nu verkoop, kan ik het gemakkelijk terugkopen. Hij gaf het weg voor een geliefd gerecht, hij vleide zich, dat hij er naar believen over kon beschikken en het met plezier kon terugkopen.” –Testimonies 2, blz. 38-39.
A. Op welke waarschuwing moeten wij letten van Ezau’s haastige besluit, toen Jakob hem voedsel aanbood in ruil voor zijn eerstgeboorterecht?
Genesis 25:34.
“En voor een bord rode soep deed hij afstand van zijn eerstgeboorterecht en bekrachtigde de overeenkomst met een eed. Enkele ogenblikken later had hij zijn honger kunnen stillen in de tent van zijn vader, maar om aan het verlangen van dat moment te voldoen, verkwanselde hij roekeloos de heerlijke erfenis, die God Zelf aan zijn vaderen beloofd had. Zijn enige belangstelling ging uit naar het heden. Hij was bereid het hemelse op te offeren voor het aardse, en een toekomstige erfenis te ruilen voor de opwelling van dat ogenblik.
‘Zo verachtte Esau het eerstgeboorterecht’ (Genesis 25:34). Hij voelde zich in zekere zin opgelucht, toen hij er afstand van gedaan had. Nu stond hem niets meer in de weg; hij kon doen wat hij wilde. Hoevelen verkopen nog steeds ter wille van deze genoegens, die ze ten onrechte vrijheid noemen, hun eerstgeboorterecht op een zuivere en onbevlekte erfenis, die eeuwig is in de hemelen!” –Patriarchen en Profeten, blz. 151.
B. Wat moeten wij begrijpen over Gods waarschuwing met betrekking tot de erfenis van Ezau? Maleáchi 1:2-3;
Romeinen 9:13-14.
“Het was geen willekeur van Gods kant, waardoor Esau werd buitengesloten van de zegen der zaligheid. De gaven van Zijn genade door Christus zijn bestemd voor allen. Alleen door eigen keus kan men verloren gaan. God heeft in Zijn woord de voorwaarden bekendgemaakt aan de hand, waarvan iedere ziel uitverkoren wordt tot eeuwig leven, gehoorzaamheid aan Zijn geboden, door geloof in Christus. God heeft gesteld, dat het karakter in harmonie dient te zijn met Zijn wet, en iedereen, die aan deze maatstaf beantwoordt, zal ingaan in het rijk der heerlijkheid…
Iedereen, die zijn eigen zaligheid wil bewerken onder vrees en beven, is uitverkoren. Hij, die uitverkoren is, zal de wapenrusting aandoen en de goede strijd des geloofs strijden. Wie uitverkoren is, zal waken in de gebeden, zal de Schrift onderzoeken, en de verzoeking vlieden. Wie uitverkoren is, zal voortdurend geloven en gehoorzaam zijn aan alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat. De voorzieningen van verlossing zijn bedoeld voor iedereen; de gevolgen van de verlossing zijn voor hen, die aan de voorwaarden voldaan hebben.” –Patriarchen en Profeten, blz. 176-177.
A. God heeft ons trek gegeven om voeding te waarderen, maar wat moeten wij nog meer beseffen?
1 Korinthe 6:19.
“Wij moeten waken over elk deel van de mens. We moeten oppassen, dat hetgeen wij in onze maag opnemen, niet hoge en heilige gedachten uit onze geest bant. Mag ik dan niet met mijzelf doen, wat ik wil? Dat vragen sommigen, alsof wij zouden proberen hen van een groot goed te willen beroven, wanneer wij hen de noodzaak voorhouden om met verstand te eten, en al hun gewoonten te conformeren aan de wetten, die God heeft vastgesteld…
Zelfs ons lichaam is niet van onszelf, zodat we daarmee naar willekeur zouden kunnen omgaan, of het kreupel kunnen maken door decadente gewoonten, waardoor het onmogelijk wordt om God volmaakt te dienen. Ons leven en al onze capaciteiten behoren Hem toe.” –Christus Weerspiegelen, blz. 137.
B. Leg uit, hoe de geest van de christen gezond blijft.
Romeinen 8:1-6.
“Alles, wat de lichaamskracht vermindert, verzwakt de geest en maakt deze minder bevattelijk voor het onderscheiden tussen goed en kwaad. Wij zijn daardoor minder in staat een keuze te doen tussen goed en kwaad en hebben minder wilskracht om dat te doen, wat wij weten dat goed is.
Het misbruik van onze lichaamskrachten verkort het leven, dat gebruikt kan worden tot eer van God. Het maakt ons ongeschikt het werk te doen, dat God ons heeft opgedragen. Door ons te veroorloven verkeerde gewoonten te vormen, door laat naar bed te gaan en onze eetgewoonten te bevredigen ten koste van de gezondheid, leggen wij de grondslag voor zwakte. Door lichaamsoefening na te laten en verstand en lichaam te overwerken brengen wij het zenuwstelsel uit zijn evenwicht. Zij, die op deze wijze hun leven verkorten en zich onbekwaam maken voor het werk door zich niet te storen aan de natuurwetten, zijn schuldig aan het beroven van God. Zij beroven eveneens hun medemensen. De kans om anderen te zegenen, het werk, waartoe God hen in de wereld heeft gezonden, is door hun eigen handelwijze onmogelijk gemaakt… De Heer houdt ons aansprakelijk, als wij door onze schadelijke gewoonten de wereld het goede onthouden.
Het overtreden van de natuurwet betekent het overtreden van de zedenwet, want God heeft zowel de natuurwetten als de zedenwet gegeven.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 212.
A. Waarom was Ezau niettemin verantwoordelijk voor zijn eigen keuze, hoewel Jakob Ezau een verleidelijk gerecht had aangeboden?
Jakobus 1:14-15.
B. Wat zijn de sleutels tot overwinning over het aandringen van ongetemde eetlust?
Galaten 2:20;
Galaten 5:16,
Galaten 5:24-25;
1 Korinthe 15:57.
“Onder de vreselijke macht der verleiding, het hunkerende verlangen, dat naar onmatigheid leidt, roept menig mens in wanhoop uit: ‘Ik kan het kwade niet weerstaan’. Vertel hem, dat hij dat wel kan, dat hij weerstand moet bieden. Hij kan herhaaldelijk overwonnen worden, maar het behoeft niet altijd zo te zijn. Hij is moreel zwak, geleid door de gewoonten van een zondig leven. Zijn beloften en besluiten zijn als los zand. De wetenschap van zijn verbroken beloften verzwakken het vertrouwen in zijn eigen oprechtheid en geven hem het gevoel, dat God hem niet kan accepteren of met zijn pogingen kan samenwerken. Maar hij hoeft niet te wanhopen.
Zij, die hun vertrouwen in Christus stellen, behoeven niet verslaafd te raken aan enige erfelijke of aangeleerde gewoonte of neiging. In plaats van gebonden te worden gehouden aan de lagere natuur, kunnen zij over iedere lust en hartstocht de baas zijn. God laat hen niet alleen tegen het kwade vechten in onze zwakke krachten. Wat ook onze geërfde of gecultiveerde neigingen tot het kwade zijn, wij kunnen overwinnen door de kracht, die Hij bereid is te geven.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 142.
“Voor iedere worstelende ziel, die oprijst uit het leven van zonde tot een leven van reinheid, ligt het grote krachtselement hierin ‘En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden’ (Handelingen 4:12).” –De Weg tot Gezondheid, blz. 146.
1. In welke zin toonde Jakobs plan om Ezau te verstrikken een gebrek aan geloof?
2. Noem enkele manieren, waarop de vijand ons verleidt, zoals hij dat deed bij Ezau.
3. Hoe velen maken nu in wezen dezelfde fout als Ezau?
4. Waarom moeten wij, die ons op de eeuwigheid voorbereiden, onze eetlust ernstig beheersen?
5. Hoe kunnen allen, die worstelen met eetlust, beseffen dat er hoop is?