Les 13 — Sabbat, 26 september 2020
Hoop voor het overblijfsel van Israël
Tekst om te onthouden
“De Heere verhore u in de dag der benauwdheid; de Naam van de God Jakobs zette u in een hoog vertrek”
Psalm 20:2
“Worstel, evenals Jakob, in het gebed. Verga van zielsangst.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 50.
Aanvullende studie:: -Testimonies 1, blz. 158-160;; Testimonies 3, blz. 540-544.
A. Welke laatste boodschap gaf Jakob aan zijn zonen?
1Daarna riep Jakob zijn zonen, en hij zeide: Verzamelt u, en ik zal u verkondigen, hetgeen u in de navolgende dagen wedervaren zal.
2Komt samen en hoort, gij, zonen van Jakob! en hoort naar Israel, uw vader.
“Terwijl zijn (Jakobs) kinderen wachtten, daalde de Geest der inspiratie op hem neer en zag hij in een profetisch vergezicht de toekomst van zijn nakomelingen. Na elkaar werden de namen van zijn zonen genoemd, het karakter van elk van hen werd beschreven, en in het kort werd de toekomst van elke stam voorzegd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 203.
“Jakob had geen wrokgevoelens jegens zijn bedroefde kinderen. Maar God verhief door de geest der profetie de geest van Jakob boven zijn natuurlijke gevoelens. In zijn laatste uren waren engelen overal om hem heen en de kracht van de genade van God scheen op hem. Zijn vaderlijke gevoelens zouden hem hebben geleid om alleen te uiten in zijn stervensgetuigenis uitdrukkingen van liefde en tederheid. Maar onder invloed van de inspiratie uitte hij waarheid, hoewel pijnlijk.” –Spiritual Gifts 3, blz. 172-173.
B. Hoe toonde Jakobs laatste verzoek de manier, waarop Gods krachtige genade het hart van de patriarch verbazingwekkend had geraakt aangaande zijn eerste vrouw, die hij eens had gehaat?
28Al deze stammen van Israel zijn twaalf; en dit is het, wat hun vader tot hen sprak, als hij hen zegende; hij zegende hen, een iegelijk naar zijn bijzonderen zegen.
29Daarna gebood hij hun, en zeide tot hen: Ik word verzameld tot mijn volk: begraaft mij bij mijn vaders, in de spelonk, die is in den akker van Efron, den Hethiet;
30In de spelonk, welke is op den akker van Machpela, die tegenover Mamre is, in het land Kanaan, die Abraham met dien akker gekocht heeft van Efron, den Hethiet, tot een erfbegrafenis.
31Aldaar hebben zij Abraham begraven, en Sara, zijn huisvrouw; daar hebben zij Izak begraven, en Rebekka, zijn huisvrouw; en daar heb ik Lea begraven.