“Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de Heere over degenen, die Hem vrezen”
Psalm 103:13
“Aardse ouders kunnen niet zó geduldig zijn met de fouten en gebreken van hun kinderen, als God is met hen, die Hij wil redden.” –Schreden naar Christus, blz. 43.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 192-208.
A. Beschrijf de diepte van Jakobs verdriet, toen hij dacht, dat Jozef dood was, en de indruk die dit maakte op zijn schuldige zonen.
Genesis 37:33-35.
“Met angstige voorgevoelens hadden ze (Jakobs zonen) naar dit moment uitgezien, maar ze waren niet voorbereid op de hartverscheurende droefheid, de uitingen van smart, waarvan ze getuige waren. ‘Het is het kleed van mijn zoon’, zei Jakob; ‘een wild dier heeft hem verslonden; Jozef is stellig verscheurd’. Tevergeefs trachten zijn zonen en dochters hem te troosten. Hij scheurde zijn klederen en deed een rouwgewaad om zijn heupen en treurde lange tijd over zijn zoon. De tijd scheen zijn verdriet niet te verzachten. ‘Rouw dragend zal ik tot mijn zoon in het dodenrijk neerdalen’, was zijn wanhopige kreet. De mannen, ontzet over hetgeen ze gedaan hadden en bang voor de verwijten van hun vader, verborgen hun schuldbesef, die zelfs in hun eigen ogen zeer groot scheen, in hun hart.” –Patriarchen en Profeten, blz. 181.
B. Wat moet verdriet in ons ontwikkelen?
Jakobus 1:3-4.
“God staat toe, dat wij onder omstandigheden worden geplaatst, die ons zullen beproeven, om onze liefde toe te nemen en om ons vertrouwen in Hem te vervolmaken… Beproevingen zullen komen, maar zij zijn een bewijs, dat wij kinderen van God zijn.” –Gospel Workers, blz. 441 (1892).
A. Hoe was Jakobs karakter gegroeid sinds zijn kwellende nacht in gebed voor zichzelf en zijn gezin te Bethel?
Psalm 92:13-16.
“Jakob had de erfenis des geloofs gekozen. Hij had getracht deze te verkrijgen door sluwheid, door verraad en bedrog; maar God had toegelaten, dat zijn zonde haar vruchten droeg. Toch had Jakob in zijn latere leven nooit zijn doel uit het oog verloren of zijn keus losgelaten, ondanks de bittere ervaringen, die zijn deel waren. Hij had begrepen, dat hij tegen God had gestreden, toen hij zijn toevlucht nam tot menselijk vernuft en sluwheid. Na de nacht van worsteling bij de Jabbok was Jakob een ander mens geworden. Zijn zelfvertrouwen was aan het wankelen gebracht. Van nu af ontdekte men bij hem niets meer van de vroegere sluwheid. In plaats van list en bedrog werd zijn leven gekenmerkt door eenvoud en waarheid. Hij had geleerd te vertrouwen op de Almachtige arm, en te midden van verdrukking en beproeving boog hij ootmoedig voor de wil van God. De minderwaardige elementen van zijn natuur werden verteerd in de oven der beproeving; het zuivere goud werd verfijnd, tot het geloof van Abraham en Isaak duidelijk zichtbaar was in Jakob.” –Patriarchen en Profeten, blz. 177.
B. Welke erfenis van Jakob heeft God bestemd voor onze gezinnen?
Jesaja 8:16-18;
Deuteronomium 29:29.
“De vader is in zekere zin de priester van het gezin, die ‘s morgens en ’s avonds op het altaar van God het offer brengt, terwijl de vrouw en de kinderen in gebed en lofprijzing zich verenigen. Bij zo’n gezin zal Jezus vertoeven, en door Zijn verkwikkende invloed zullen de vreugdevolle uitroepen van de ouders gehoord worden te midden van meer verheven scènes, zeggende: “Zie, ik en de kinderen, die de Heer mij heeft gegeven”. Gered, gered, eeuwig gered! Bevrijd van de verdorvenheid, die in de wereld is door begeerte, en door de verdiensten van Christus erfgenamen van onsterfelijkheid gemaakt! Ik zag, dat maar weinig vaders hun verantwoordelijkheid beseffen. Zij hebben niet geleerd zichzelf te beheersen, en totdat deze les is geleerd, zullen zij slecht weinig werk leveren bij het besturen van hun kinderen. Volmaakte zelfbeheersing zal handelen als een bekoorlijke eigenschap op het gezin. Wanneer dit is bereikt, is een grote overwinning behaald. Dan kunnen zij hun kinderen leren zichzelf te beheersen.” –Testimonies 1, blz. 547.
A. Wat toonde de verandering in hun houding, toen Jakobs zonen voor de leider van Egypte stond (die, buiten hun medeweten, eigenlijk Jozef was)?
Genesis 42:21.
“Tijdens de jaren, waarin Jozef van zijn broers gescheiden was geweest, was het karakter van de zonen van Jakob veranderd. Ze waren afgunstig, gewelddadig, bedrieglijk, wreed en wraaklustig geweest, maar nu door tegenspoed op de proef gesteld, bleek dat ze onzelfzuchtig, trouw aan elkaar en toegewijd aan hun vader waren geworden; hoewel ze mannen waren van middelbare leeftijd, erkenden ze zijn gezag.” –Patriarchen en Profeten, blz. 193.
“Hij (Jozef) had bij zijn broers de vruchten van oprechte bekering gezien.” –Patriarchen en Profeten, blz. 198.
B. Waar werd de volhardende patriarch uiteindelijk naartoe geroepen, na zoveel jaren van beproeving in het leven van Jakob en zijn kinderen?
Genesis 45:9,
Genesis 45:25-28.
C. Hoe alleen wist Jakob zeker, dat dit een stap was, die hij moest zetten, en waarom regelde de Heer het?
Genesis 46:1-5;
Psalm 103:13.
“De belofte was aan Abraham gegeven, dat zijn nageslacht talrijk zou zijn als de sterren, maar tot dusver was het uitverkoren volk slechts langzaam gegroeid. En het land Kanaän bood op dat moment geen plaats voor de ontwikkeling van een volk, zoals dat voorzegd was. Het was in het bezit van machtige heidense volken, die pas in ‘het vierde geslacht’ verdreven zouden worden… En als ze zich met de Kanaänieten zouden vermengen, zou het gevaar bestaan, dat ze tot afgoderij zouden vervallen. Egypte bood echter de voorwaarden, die noodzakelijk waren om de goddelijke belofte in vervulling te doen gaan. Een deel van het land, waar overvloedig water en vruchtbare grond was, stond voor hen open en bood de gelegenheid voor een snelle groei. En de tegenzin, die ze in Egypte zouden ondervinden vanwege hun beroep, want elke herder was een gruwel voor de Egyptenaren, zou hen in staat stellen een apart en afgescheiden volk te blijven en zou verhinderen, dat ze deel hadden aan de afgoderij van Egypte.” –Patriarchen en Profeten, blz. 200.
A. Beschrijf de hereniging van Jakob en Jozef.
Genesis 46:28-30.
“Bij het bereiken van Egypte trok het gezelschap rechtstreeks naar het land Gosen. Jozef kwam in zijn wagen daarheen, begeleid door een koninklijke stoet. De pracht van zijn omgeving en de waardigheid van zijn positie waren vergeten; slechts één gedachte vervulde hem, één verlangen doortrilde zijn hart. Toen hij de reizigers naderbij zag komen, kon hij de liefde, die zo lange jaren onderdrukt was, niet langer inhouden. Hij sprong van zijn wagen en haastte zich naar voren om zijn vader te begroeten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 200.
B. Vertel de ontmoeting tussen Jakob en de koning.
Genesis 47:7-10.
“De patriarch was een vreemdeling aan een koninklijk hof; maar te midden van de verhevenheid van de natuur had hij omgang gehad met een machtiger Vorst. En nu, zich ervan bewust, dat hij de meerdere was, hief hij zijn handen op en zegende Farao.” –Patriarchen en Profeten, blz. 201.
C. Wat was Jakobs ervaring in Egypte?
Genesis 47:27-28.
“Bij zijn eerste begroeting van Jozef had Jakob zich geuit alsof hij, na deze blijde beëindiging van zijn lange onrust en smart, gereed was om te sterven. Maar het werd hem gegund nog zeventien jaar te leven in de vredige omgeving van Gosen. Deze jaren vormden een gelukkig contrast met de voorgaande jaren. In zijn zonen had hij blijken gezien van waarachtige bekering; hij zag zijn gezin omgeven door alle voorwaarden, die nodig waren om uit te groeien tot een grote natie. Zijn geloof legde beslag op de zekerheid van de belofte, dat ze zich in de toekomst in Kanaän zouden vestigen. Zelf was hij omringd met alle mogelijke blijken van liefde en gunst, die de eerste minister van Egypte hem kon betonen. Gelukkig nu weer te zijn bij zijn zoon, die zo lang verloren was geweest, bracht hij rustig en vredig de laatste dagen door, die hem nog scheidden van het graf.” –Patriarchen en Profeten, blz. 201.
D. Welk ernstig verzoek toonde, ondanks Jakobs prettige tijd in Egypte, hoe sterk zijn doel was om op Gods beloften te vertrouwen?
Genesis 47:29-31.
A. Wat toont Jakobs profetisch inzicht aangaande de zonen van Jozef?
Hebreeën 11:21;
Genesis 48:8-9,
Genesis 48:17-19.
B. Hoe zou deze profetie spoedig vervuld worden?
Numeri 1:33-35;
Numeri 2:21,
Numeri 2:24;
Deuteronomium 33:16-17.
C. Hoe moet het leven van Jakob en zijn zonen ons nu motiveren?
Romeinen 12:1-2.
“De kracht van het kwaad in zijn (Jakobs) eigen natuur was gebroken, zijn karakter had een verandering ondergaan…
Toen Jakob een terugblik in zijn leven wierp, zag hij de steunende kracht Gods, ‘God, die mij als herder geleid heeft, mijn hele leven lang tot op deze dag; de Engel, die mij verlost heeft uit alle nood’ (Genesis 48:15-16).
Dezelfde ervaring is te zien in de geschiedenis van Jakobs zonen, zonde, die vergelding verkreeg en berouw, dat vrucht der gerechtigheid ten leven voortbracht.
God doet Zijn wetten niet teniet. Hij werkt niet lijnrecht daartegen in. Hij maakt het werk der zonde niet ongedaan. Maar Hij brengt een verandering teweeg. Door Zijn genade wordt de vloek ten zegen.” –Karaktervorming, blz. 147-148.
1. Wat kan het echte doel zijn van de beproeving, die ik tegenwoordig het hoofd moet bieden?
2. Beschrijf Gods plan voor de hedendaagse vaders.
3. Waarom was Egypte een geschikte plaats voor Gods volk, maar slechts tijdelijk?
4. Wat moet ik leren van het standpunt van Jakob, hoewel kort in Egypte?
5. Hoe kunnen eigenzinnige gezinsleden veranderen, zoals die van Jakob deden?