Lessen uit het leven van Jakob — Sabbat, 12 september 2020

Les 11: Vruchten in het gezin

Tekst om te onthouden

“Zo iemand Mij dient, die volge Mij; waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En zo iemand Mij dient, de Vader zal hem eren”

Johannes 12:26

“Door de openbaring van Gods genade kunnen harten, die eens onverschillig of vervreemd waren, verenigd zijn.” –God’s Amazing Grace, blz. 115.

Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 175-181.

Zondag — 6 september

1. Berouw en herstel

A. Welke situatie had lang bestaan in zijn huisgezin, al vele jaren, ondanks de bedoeling van Jakob om God te volgen, en waarom?

Spreuken 26:21;

Spreuken 26:21: De dove kool is om de vurige kool, en het hout om het vuur; alzo is een kijfachtig man, om twist te ontsteken.

Spreuken 27:15.

Spreuken 27:15: Een gedurige druiping ten dage des slagregens en een kijfachtige huisvrouw zijn even gelijk.

“De zonde van Jakob en de loop der gebeurtenissen, waartoe deze leidde, lieten niet na hun kwade invloed uit te oefenen, een invloed die zijn bittere vruchten openbaarde in het karakter en het leven van zijn zonen. Toen deze jongens mannen werden, openbaarden ze ernstige gebreken. De gevolgen van veelwijverij werden zichtbaar in het gezin. Dit vreselijke kwaad leidt ertoe, dat de bronnen van liefde opdrogen, en de invloed ervan verzwakt de meest geheiligde banden. De afgunst van de verschillende moeders had de verhoudingen in het gezin verbitterd; de kinderen waren ontevreden en onbeheerst opgegroeid, en het leven van de vader was versomberd door zorg en verdriet.” –Patriarchen en Profeten, blz. 177.

B. Waarom kan de manier, die de Heer eerde, in de standvastige hervormingen van Jakob in het gezin, ons nu inspireren?

Genesis 35:9-15;

Genesis 35:9: En God verscheen Jakob wederom, als hij van Paddan-Aram gekomen was; en Hij zegende hem. Genesis 35:10: En God zeide tot hem: Uw naam is Jakob, uw naam zal voortaan niet Jakob genoemd worden, maar Israel zal uw naam zijn; en Hij noemde zijn naam Israel. Genesis 35:11: Voorts zeide God tot hem: Ik ben God de Almachtige! wees vruchtbaar, en vermenigvuldig! Een volk, ja, een hoop der volken zal uit u worden, en koningen zullen uit uw lenden voortkomen. Genesis 35:12: En dit land, dat Ik aan Abraham en Izak gegeven heb, dat zal Ik u geven; en aan uw zaad na u zal Ik dit land geven. Genesis 35:13: Toen voer God van hem op in die plaats, waar Hij met hem gesproken had. Genesis 35:14: En Jakob stelde een opgericht teken op in die plaats, waar Hij met hem gesproken had, een stenen opgericht teken; en hij stortte daarop drankoffer, en goot olie daarover. Genesis 35:15: En Jakob noemde den naam dier plaats, alwaar God met hem gesproken had, Beth-El.

Johannes 12:26.

Johannes 12:26: Zo iemand Mij dient, die volge Mij; en waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En zo iemand Mij dient, de Vader zal hem eren.

“Doe de zonde weg en klamp u dan vast aan de Machtige, die elke smet der zonde kan wegwassen. Nu is dit een werk van nederigheid in deze tijd, en wij moeten onze zonden belijden en dichter bij God komen, zodat Hij ‘Vergeving’ bij onze namen kan schrijven.” –Manuscript Releases 9, blz. 252.

Maandag — 7 september

2. Voorwaarts reizen

A. Hoe toonde de tijd van Rachels dood, dat Gods kracht haar tot een overwinnaar heeft gemaakt?

Genesis 35:16-20

Genesis 35:16: En zij reisden van Beth-El; en er was nog een kleine streek lands om tot Efrath te komen; en Rachel baarde, en zij had het hard in haar baren. Genesis 35:17: En het geschiedde, als zij het hard had in haar baren, zo zeide de vroedvrouw tot haar: Vrees niet; want deze zoon zult gij ook hebben! Genesis 35:18: En het geschiedde, als haar ziel uitging (want zij stierf), dat zij zijn naam noemde Ben-oni; maar zijn vader noemde hem Benjamin. Genesis 35:19: Alzo stierf Rachel; en zij werd begraven aan den weg naar Efrath, hetwelk is Bethlehem. Genesis 35:20: En Jakob richtte een gedenkteken op boven haar graf, dit is het gedenkteken van Rachels graf tot op dezen dag.

(vergelijk

Genesis 31:30,

Genesis 31:30: En nu, gij hebt immers willen vertrekken, omdat gij zo zeer begerig waart naar uws vaders huis; waarom hebt gij mijn goden gestolen?

Genesis 31:32,

Genesis 31:32: Bij wien gij uw goden vinden zult, laat hem niet leven! Onderken gij voor onze broederen, wat bij mij is, en neem het tot u. Want Jakob wist niet, dat Rachel dezelve gestolen had.

Genesis 31:34;

Genesis 31:34: Maar Rachel had de terafim genomen, en zij had die in een kemels zadeltuig gelegd, en zij zat op dezelve. En Laban betastte die ganse tent, en hij vond niets.

Genesis 35:4

Genesis 35:4: Toen gaven zij Jakob al die vreemde goden, die in hun hand waren, en de oorsierselen, die aan hun oren waren, en Jakob verborg ze onder den eikeboom, die bij Sichem is.

).

B. Welke waarschuwing moeten wij nu in acht nemen van een ernstige geestelijke tegenslag, hoe de zonde van Ruben, de eerstgeborene van Jakob, hem noodzaakte de gezegende voorrechten van het eerstgeboorterecht te verliezen?

Genesis 35:21-22;

Genesis 35:21: Toen verreisde Israel, en hij spande zijn tent op gene zijde van Migdal-Eder. Genesis 35:22: En het geschiedde, als Israel in dat land woonde, dat Ruben heenging, en lag bij Bilha, zijns vaders bijwijf; en Israel hoorde het. En de zonen van Jakob waren twaalf.

Spreuken 6:32-33.

Spreuken 6:32: Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet; Spreuken 6:33: Plage en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden.

“Op de weg naar Efrata werd het gezin van Jakob door een andere misdadige smet getroffen, waardoor aan Ruben, de eerstgeboren zoon, de voorrechten en eer van het eerstgeboorterecht werden ontzegd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 175.

“Ik heb geen echte reden van hoop voor degenen, die als herders voor de kudde hebben gestaan en die jarenlang door de barmhartige God worden gedragen, hen volgend met vermaning, met waarschuwingen en met smeekbeden, maar die hun slechte wegen verborgen hebben gehouden en in hen doorgingen, en tartten aldus de wetten van de God des hemels door hoererij te beoefenen. Wij kunnen hen hun eigen verlossing laten bewerken, met vreze en beven, nadat alles is gedaan om hen te hervormen; maar vertrouw hun in geen geval de bescherming van zielen toe. Valse herders!” –Testimonies to Ministers, blz. 428.

C. Hoe werd Jakob daarentegen gezegend met zowel vrede als welvaart, omdat hij Gods wil als zijn hoogste prioriteit koesterde?

Genesis 35:27-29;

Genesis 35:27: En Jakob kwam tot Izak, zijn vader, in Mamre, te Kirjath-Arba, hetwelk is Hebron, waar Abraham als vreemdeling had verkeerd, en Izak. Genesis 35:28: En de dagen van Izak waren honderd jaren, en tachtig jaren. Genesis 35:29: En Izak gaf den geest en stierf, en werd verzameld tot zijn volken, oud en zat van dagen; en zijn zonen Ezau en Jakob begroeven hem.

Genesis 36:6-7.

Genesis 36:6: Ezau nu had genomen zijn vrouwen, en zijn zonen, en zijn dochters, en al de zielen zijns huizes, en zijn vee, en al zijn beesten, en al zijn bezitting, die hij in het land Kanaan geworven had, en was vertrokken naar een ander land, van het aangezicht van zijn broeder Jakob. Genesis 36:7: Want hun have was te veel, om samen te wonen; en het land hunner vreemdelingschappen kon ze niet dragen vanwege hun vee.

“Jakob en Esau ontmoeten elkaar aan het sterfbed van hun vader. Vroeger had de oudste broer uitgezien naar dit moment als een gelegenheid om wraak te nemen, maar sindsdien waren zijn gevoelens sterk veranderd. En Jakob, die volkomen tevreden was met de geestelijke zegeningen van het eerstgeboorterecht, liet aan zijn oudere broeder de erfenis van de rijkdom van zijn vader, de enige erfenis die Esau zocht en op prijs stelde. Niet langer waren ze van elkaar vervreemd door afgunst en haat, maar toch scheidden ze van elkaar, en Esau vertrok naar het gebergte Seïr. God, die rijk is in zegeningen, had Jakob werelds bezit geschonken, naast het hogere goed waarnaar hij gezocht had… Deze scheiding was overeenkomstig Gods plannen met Jakob. Daar de broers zoveel van elkaar verschilden in hun godsdienstige overtuiging, was het beter voor hen om gescheiden te leven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 176.

Dinsdag — 8 september

3. De keuze is aan ons

A. Welke vermaningen moeten wij opnieuw benadrukken als we kijken naar Ezau’s afwijzing van Gods keus van genade?

Romeinen 9:13.

Romeinen 9:13: Gelijk geschreven is: Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat.

“Esau en Jakob hadden hetzelfde onderricht aangaande de kennis van God gehad. Beiden stond vrij om in Zijn geboden te wandelen en zijn gunst te ontvangen; maar ze hadden niet allebei deze keus gedaan…

Het was geen willekeur van Gods kant, waardoor Esau werd buitengesloten van de zegen der zaligheid. De gaven van Zijn genade door Christus zijn bestemd voor allen. Alleen door eigen keus kan men verloren gaan. God heeft in Zijn woord de voorwaarden bekendgemaakt aan de hand, waarvan iedere ziel uitverkoren wordt tot eeuwig leven, gehoorzaamheid aan Zijn geboden, door geloof in Christus. God heeft gesteld, dat het karakter in harmonie dient te zijn met Zijn wet, en iedereen, die aan deze maatstaf beantwoordt, zal ingaan in het rijk der heerlijkheid… (Zie Johannes 3:36; Matthéüs 7:21). En in De Openbaring zegt Hij: ’Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens, en door de poorten ingaan in de stad’ (Openbaring 22:14). Betreffende de uiteindelijke zaligheid van de mens is dit de enige vorm van uitverkiezing, die in het Woord van God naar voren komt.

Iedereen, die zijn eigen zaligheid wil bewerken zonder vrees en beven, is uitverkoren. Hij, die uitverkoren is, zal de wapenrusting aandoen en de goede strijd des geloofs strijden. Wie uitverkoren is, zal waken in de gebeden, zal de Schrift onderzoeken en de verzoeking vlieden. Wie uitverkoren is, zal voortdurend geloven en gehoorzaam zijn aan alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat. De voorzieningen van verlossing zijn bedoeld voor iedereen; de gevolgen van de verlossing zijn voor hen, die aan de voorwaarden voldaan hebben.” –Patriarchen en Profeten, blz. 176-177.

B. Wat moeten wij, zoals Jakob, steeds in gedachten houden?

2 Korinthe 4:18.

2 Korinthe 4:18: Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.

“Esau had de zegeningen van het verbond veracht. Hij had de tijdelijke goederen meer waard geacht dan de geestelijke en had verkregen, wat hij wenste. Het was zijn eigen bewuste keus, waardoor hij gescheiden was van het Gods volk. Jakob had de erfenis des geloofs gekozen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 177.

Woensdag — 9 september

4. Ouderlijke voorliefde vermijden

A. Hoe gedroeg Jakob zich onverstandig jegens zijn zoon Jozef?

Genesis 37:3-4.

Genesis 37:3: En Israel had Jozef lief, boven al zijn zonen; want hij was hem een zoon des ouderdoms; en hij maakte hem een veelvervigen rok. Genesis 37:4: Als nu zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broederen liefhad, haatten zij hem, en konden hem niet vredelijk toespreken.

“Er was echter één (van de zonen van Jakob), die een heel andere aard had, de oudste zoon van Rachel, Jozef, wiens opmerkelijke uiterlijke schoonheid een weerkaatsing scheen te zijn van zijn innerlijke schoonheid van geest en hart. Zuiver, werkzaam en opgeruimd gaf de knaap tevens blijk van morele ernst en vastbeslotenheid. Hij luisterde naar de raad van zijn vader en gehoorzaamde God van harte… Het hart van Jakob was verknocht aan dit kind van zijn ouderdom. Hij beminde Jozef meer dan zijn andere kinderen.

Maar ook deze genegenheid zou aanleiding worden tot moeilijkheden en verdriet. Op een niet verstandige wijze toonde Jakob zijn voorkeur voor Jozef. Dit wekte de afgunst van de andere zonen op.” –Patriarchen en Profeten, blz. 177-178.

B. Hoe kan onze eigen houding de kwaliteit van vriendelijkheid van karakter bij onze opgroeiende kinderen bevorderen?

1 Timótheüs 5:21;

1 Timotheüs 5:21: Ik betuig voor God, en den Heere Jezus Christus, en de uitverkoren engelen, dat gij deze dingen onderhoudt, zonder vooroordeel, niets doende naar toegenegenheid.

Jakobus 3:17.

Jakobus 3:17: Maar de wijsheid, die van boven is, die is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam, bescheiden, gezeggelijk, vol van barmhartigheid en van goede vruchten, niet partijdig oordelende, en ongeveinsd.

“Er is geen voorkeur bij God, en geen partijdigheid, geen huichelarij mag worden ingevoerd of gehandhaafd in onze gezinnen, gemeenten of instellingen.” –The Ellen G. White 1888 Materials, blz. 1821.

C. Jozef was trouw en gehoorzaam en groeide op door veel lijden. Maar welke algemene waarschuwende woorden worden ons allemaal gegeven tegen het verwennen of begunstigen van sommige kinderen boven anderen?

Jesaja 3:4-5.

Jesaja 3:4: En Ik zal jongelingen stellen tot hun vorsten, en kinderen zullen over hen heersen; Jesaja 3:5: En het volk zal gedrongen worden, de een zal zijn tegen den ander, en een iegelijk tegen zijn naaste; de jongeling zal stout zijn tegen den oude, de verachte tegen den eerlijke.

“In uw blinde en dwaze voorliefde heeft u zich allebei aan uw kind overgegeven. U heeft haar toegestaan de teugels in haar kleine vuisten te houden, en zij regeerde u allebei, voordat zij kon lopen. Wat kan er van de toekomst verwacht worden met het oog op het verleden? … Uw kind zal het koninkrijk van God nooit zien met haar huidige gewoonten en karakter. En u, haar ouders, zult degenen zijn, die de poorten van de hemel voor haar hebben gesloten. Hoe zal het dan staan met betrekking tot uw eigen verlossing?” –Testimonies 4, blz. 383.

Donderdag — 10 september

5. De wrok van jaloezie

A. Hoe diep vielen Jakobs zonen in de strik van bittere jaloezie tegen hun jongste broer Jozef?

Genesis 37:13-18,

Genesis 37:13: Zo zeide Israel tot Jozef: Weiden uw broeders niet bij Sichem? Kom, dat ik u tot hen zende. En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik! Genesis 37:14: En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem. Genesis 37:15: En een man vond hem (want ziet, hij was dwalende in het veld); zo vraagde hem deze man, zeggende: Wat zoekt gij? Genesis 37:16: En hij zeide: Ik zoek mijn broederen; geef mij toch te kennen, waar zij weiden. Genesis 37:17: Zo zeide die man: Zij zijn van hier gereisd; want ik hoorde hen zeggen: Laat ons naar Dothan gaan. Jozef dan ging zijn broederen na, en vond hen te Dothan. Genesis 37:18: En zij zagen hem van verre; en eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listigen raad, om hem te doden.

Genesis 37:24,

Genesis 37:24: En zij namen hem, en wierpen hem in den kuil; doch de kuil was ledig; er was geen water in.

Genesis 37:28,

Genesis 37:28: Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.

Genesis 37:31-32.

Genesis 37:31: Toen namen zij Jozefs rok, en zij slachtten een geitenbok, en zij doopten den rok in het bloed. Genesis 37:32: En zij zonden den veelvervigen rok, en deden hem tot hun vader brengen, en zeiden: Dezen hebben wij gevonden; beken toch, of deze uws zoons rok zij, of niet.

“Zijn (Jozefs) broers zagen hem aankomen; maar geen gedachte aan de lange reis, die hij had afgelegd om hen op te zoeken, aan zijn vermoeidheid en honger, aan zijn recht op hun gastvrijheid en broederliefde verzachtte de bitterheid van hun haat. Het zien van de mantel, het bewijs van de liefde van hun vader, vervulde hen met wrevel. ‘Zie, daar komt die aartsdromer aan’, riepen ze spottend uit. Nijd en wraakgevoelens, zolang in stilte gekoesterd, beheersten hen nu ten volle.” –Patriarchen en Profeten, blz. 179.

B. Wat veroorzaakt jaloezie, en wat is het bitterste voorbeeld daarvan in de geschiedenis?

Spreuken 6:34-35;

Spreuken 6:34: Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen. Spreuken 6:35: Hij zal geen verzoening aannemen; en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot.

Matthéüs 27:17-23.

Mattheüs 27:17: Als zij dan vergaderd waren, zeide Pilatus tot hen: Welken wilt gij, dat ik u zal loslaten, Bar-abbas, of Jezus, Die genaamd wordt Christus? Mattheüs 27:18: Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd hadden. Mattheüs 27:19: En als hij op de rechterstoel zat, zo heeft zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: Heb toch niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil. Mattheüs 27:20: Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus doden. Mattheüs 27:21: En de stadhouder, antwoordende, zeide tot hen: Welke van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? En zij zeiden: Bar-abbas. Mattheüs 27:22: Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden. Mattheüs 27:23: Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden!

“Het hele leven en de leringen van Christus waren voortdurende lessen van nederigheid, liefdadigheid, deugdzaamheid en zelfverloochening. Dit was een voortdurende terechtwijzing van de zelfingenomen, veeleisende geest, die door de Joden werd geopenbaard. Satan leidde hen voort, totdat zij door een razernij bezeten leken te zijn bij het noemen van de wonderbaarlijke werken van Christus, die de aandacht van de mensen van hen trok… Zijn grote goedheid maakte Hem tot onderwerp van hun jaloezie en haat, en in hun blinde woede riepen zij uit: Kruis Hem! Kruis Hem!” –Spiritual Gifts 4A, blz. 117.

Vrijdag — 11 september

Terugblik

1. Hoe biedt het leven van Jakob hoop voor elk gezin in moeilijkheden?

2. Welke onmogelijke gebieden in mijn leven kunnen worden veranderd door overgave aan God?

3. Waarom moet ik, ondanks Jakobs fouten, hem trachten te evenaren in plaats van Ezau?

4. Waarom moet ik zorgvuldig zijn om partijdigheid, voorkeur en afgunst te vermijden?

5. Waarom is het beslissend om God te vragen elk spoor van jaloezie in mij uit te roeien?