Lessen uit het leven van Jakob — Sabbat, 5 september 2020

Les 10: Reformatie in het gezin

Tekst om te onthouden

“Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen”

Genesis 35:2

“God wil, dat ouders verstandig handelen en zó leven, dat ieder kind behoorlijk opgevoed kan worden.” –Het Bijbels Gezin, blz. 131.

Aanvullende studie:: -Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 657-662.

Zondag — 30 augustus

1. Een nieuwe plaats, nieuwe uitdagingen

A. Hoe zorgde God, na Jakobs ontmoeting met Ezau, voor zijn volgende stap?

Genesis 33:17-20.

Genesis 33:17: Maar Jakob reisde naar Sukkoth, en bouwde een huis voor zich, en maakte hutten voor zijn vee; daarom noemde hij den naam dier plaats Sukkoth. Genesis 33:18: En Jakob kwam behouden tot de stad Sichem, welke is in het land Kanaan, als hij kwam van Paddan-Aram; en hij legerde zich in het gezicht der stad. Genesis 33:19: En hij kocht een deel des velds, waarop hij zijn tent gespannen had, van de hand der zonen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds. Genesis 33:20: En hij richte aldaar een altaar op, en noemde het: De God Israels is God!

“Zo werd het gebed van de patriarch, dat hij in Betel gebeden had, en waarin hij gevraagd had om behouden terug te keren naar zijn land, vervuld.” –Patriarchen en Profeten, blz. 173.

B. Wat moeten wij bedenken bij het zien van Jakobs nalatigheid in het gezinsbeheer, terwijl hij zich vestigde in het nieuwe gebied?

Genesis 34:1;

Genesis 34:1: En Dina, de dochter van Lea, die zij Jakob gebaard had, ging uit, om de dochteren van dat land te bezien.

Matthéüs 6:13 (eerste deel).

[Matt.6.13.a]

“Vaders en moeders, realiseert u zich wel het belang van de verantwoordelijkheid, die op u rust? Staat u uw kinderen toe omgang te hebben met andere kinderen zonder aanwezig te zijn om te weten, wat voor soort lering zij krijgen? Staat niet toe, dat zij alleen zijn met andere kinderen…

Dit is een proef en een keus voor u om ofwel het risico te lopen uw buren te grieven door hun kinderen naar hun huis te sturen, of hen toe te staan bij uw kinderen te logeren, en hen zo bloot te stellen aan leringen van zaken, die hun levenslang tot vloek kunnen zijn.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 130, 131.

Maandag — 31 augustus

2. Het schenden van Dina

A. Wat gebeurde er, toen Jakobs dochter, Dina, uitging met een ogenschijnlijk onschuldig plan om de dochters van het land te zien, en hoe is deze tragedie nu een waarschuwing voor ons?

Genesis 34:2;

Genesis 34:2: Sichem nu, de zoon van Hemor den Heviet, den landvorst, zag haar, en hij nam ze, en lag bij haar, en verkrachtte ze.

1 Korinthe 15:33.

1 Korinthe 15:33: Dwaalt niet, kwade samensprekingen verderven goede zeden.

“Wie het vermaak zoekt bij wie God niet vrezen, begeeft zich op het terrein van Satan en roept om diens verzoeking.” –Patriarchen en Profeten, blz. 173.

“Over heel de wereld … ziet en hoort men aan alle kanten het kwade. Overal zijn verlokkingen tot zinnelijkheid en uitspattingen.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 302.

“De steden zijn als Sodom geworden, en onze kinderen worden dagelijks blootgesteld aan veel kwaad. Degenen, die naar de openbare scholen gaan, gaan vaak om met anderen, die meer verwaarloosd zijn dan zij, die, afgezien van de tijd die zij in het klaslokaal hebben doorgebracht, worden overgelaten om op straat opgeleid te worden. De harten van de jongeren zijn gemakkelijk onder de indruk; en tenzij hun omgeving het juiste karakter heeft, zal Satan deze verwaarloosde kinderen gebruiken om hen te beïnvloeden, die beter opgevoed zijn. Dus, voordat de Sabbathoudende ouders weten wat er wordt gedaan, worden de verdorven lessen geleerd, en zijn de zielen van hun kleintjes verdorven.” –Counsels to Parents, Teachers and Students, blz. 173.

“Zinnelijkheid heeft de wens tot heiligheid geblust en vernietigt geestelijke voorspoed.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 528.

B. Wat kan ons van dergelijke strikken afhouden?

1 Thessalonicensen 5:22.

1 Thessalonicenzen 5:22: Onthoudt u van allen schijn des kwaads.

“Degenen, die belast zijn met de zorg voor Gods eigendom, in de zielen en lichamen van de kinderen, gevormd naar Zijn beeld, moeten hinderpalen opwerpen tegen het innerlijke toegeven van de eeuw, dat vernielend werkt op de fysieke en morele gezondheid van duizenden. Als van vele misdaden van deze tijd de ware oorzaak werd opgespoord, zou men zien, dat zij te wijten zijn aan de onwetendheid van de vaders en moeders, die in dit opzicht onverschillig zijn.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 131-132.

“Er zijn mensen, die zullen zeggen: “O, u moet niet zo kieskeurig zijn. Een beetje onschuldig flirten zal geen kwaad doen.” En het vleselijke hart drijft naar de verleiding en naar de praktische goedkeuring van het toegeven, die eindigen in zonde. Dit is een lage moraal, die niet voldoet aan de hoge standaard van de wet van God.” –Medical Ministry, blz. 143.

Dinsdag — 1 september

3. Klaar om te verbinden

A. Hoe bezag de heidense Sichem zijn verplichting jegens Dina?

Genesis 34:3-4,

Genesis 34:3: En zijn ziel kleefde aan Dina, Jakobs dochter; en hij had de jonge dochter lief, en sprak naar het hart van de jonge dochter. Genesis 34:4: Sichem sprak ook tot zijn vader Hemor, zeggende: Neem mij deze dochter tot een vrouw.

Genesis 34:6,

Genesis 34:6: En Hemor, de vader van Sichem, ging uit tot Jakob, om met hem te spreken.

Genesis 34:8,

Genesis 34:8: Toen sprak Hemor met hen, zeggende: Mijns zoons Sichems ziel is verliefd op ulieder dochter; geeft hem haar toch tot een vrouw.

Genesis 34:11-12.

Genesis 34:11: En Sichem zeide tot haar vader, en tot haar broederen: Laat mij genade vinden in uw ogen; en wat gij tot mij zeggen zult, zal ik geven. Genesis 34:12: Vergroot zeer over mij den bruidschat en het geschenk; en ik zal geven, gelijk als gij tot mij zult zeggen; geef mij slechts de jonge dochter tot een vrouw.

Welke noodvoorziening moest God de Hebreeën later geven voor deze situatie?

Deuteronomium 22:28-29.

Deuteronomium 22:28: Wanneer een man een jonge dochter zal gevonden hebben, die een maagd is, dewelke niet ondertrouwd is, en haar zal gegrepen en bij haar gelegen hebben, en zij gevonden zullen zijn; Deuteronomium 22:29: Zo zal de man, die bij haar gelegen heeft, den vader van de jonge dochter vijftig zilverlingen geven, en zij zal hem ter vrouwe zijn, omdat hij haar vernederd heeft; hij zal ze niet mogen laten gaan al zijn dagen.

B. Hoewel Sichem onwetend was van Gods standaard voor Zijn volk, scheen zijn genegenheid voor Jakobs dochter oprecht te zijn, maar welk gevaar was eraan de horizon met het huwelijksvoorstel van zijn vader?

Genesis 34:9-10.

Genesis 34:9: En verzwagert u met ons; geeft ons uw dochteren; en neemt voor u onze dochteren; Genesis 34:10: En woont met ons; en het land zal voor uw aangezicht zijn; woont, en handelt daarin, en stelt u tot bezitters daarin.

“Wat betreft de verhouding tussen Israël en de omliggende volken had God door Mozes gezegd: ‘Gij zult met hen geen verbond sluiten en hun geen genade verlenen. Gij zult u ook met hen niet verzwageren; … want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, zodat zij andere goden zouden dienen; en de toorn des Heeren tegen u zou ontbranden en Hij u weldra zou verdelgen’.

‘Gij zijt een volk, dat de Heere, uw God, heilig is, en u heeft de Heere uitverkoren om Hem een heilig volk te zijn uit alle volken, die op de aardbodem wonen.’ (Deuteronomium 7:2-4; 14:2.

Het resultaat van zulk een verbond met de omringende volkeren was duidelijk voorzegd.” –Profeten en Koningen, blz. 346-347.

C. Hoe moet Gods waarschuwing tegen het trouwen met ongelovigen blijven doorklinken tot ons nu?

2 Korinthe 6:14-18.

2 Korinthe 6:14: Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis? 2 Korinthe 6:15: En wat samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met den ongelovige? 2 Korinthe 6:16: Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn. 2 Korinthe 6:17: Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen. 2 Korinthe 6:18: En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heere, de Almachtige.

“Tenzij je een thuis wilt, waaruit de schaduwen nooit verdwijnen, verbind je nooit met iemand, die een vijand van God is.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 416.

“De volgelingen van Christus moeten uit de wereld komen en afgescheiden zijn en het onreine niet aanraken, en zij hebben de belofte van de zonen en dochters van de Allerhoogste te zijn, leden van de koninklijke familie. Maar als van hun kant niet aan de voorwaarden wordt voldaan, zullen zij niet, kan niet, de vervulling van de belofte realiseren.” –Testimonies 2, blz. 441.

Woensdag — 2 september

4. Onbetrouwbare vruchten

A. Hoe stelden Jakobs zonen voor de hachelijke situatie op te lossen, en wat was het antwoord?

Genesis 34:7,

Genesis 34:7: En de zonen van Jakob kwamen van het veld, als zij dit hoorden; en het smartte deze mannen, en zij ontstaken zeer, omdat hij dwaasheid in Israel gedaan had, Jakobs dochter beslapende, hetwelk alzo niet zoude gedaan worden.

Genesis 34:13-24.

Genesis 34:13: Toen antwoordden Jakobs zonen aan Sichem en Hemor, zijn vader, bedriegelijk, en spraken (overmits dat hij Dina, hun zuster, verontreinigd had); Genesis 34:14: En zij zeiden tot hen: Wij zullen deze zaak niet kunnen doen, dat wij onze zuster aan een man geven zouden, die de voorhuid heeft; want dat ware ons een schande. Genesis 34:15: Doch hierin zullen wij u ter wille zijn, zo gij wordt gelijk als wij, dat onder u besneden worde al wat mannelijk is. Genesis 34:16: Dan zullen wij u onze dochteren geven, en uw dochteren zullen wij ons nemen, en wij zullen met u wonen, en wij zullen tot een volk zijn. Genesis 34:17: Maar zo gij naar ons niet zult horen, om besneden te worden, zo zullen wij onze dochteren nemen, en wegtrekken. Genesis 34:18: En hun woorden waren goed in de ogen van Hemor, en in de ogen van Sichem, Hemors zoon. Genesis 34:19: En de jongeling vertoogde niet, deze zaak te doen; want hij had lust in Jakobs dochter; en hij was geeerd boven al zijns vaders huis. Genesis 34:20: Zo kwam Hemor en Sichem, zijn zoon, tot hunner stadspoort; en zij spraken tot de mannen hunner stad, zeggende: Genesis 34:21: Deze mannen zijn vreedzaam met ons; daarom laat hen in dit land wonen, en daarin handelen, en het land (ziet het is wijd van begrip) voor hun aangezicht zijn; wij zullen ons hun dochteren tot vrouwen nemen, en wij zullen onze dochteren aan hen geven. Genesis 34:22: Doch hierin zullen deze mannen ons ter wille zijn, dat zij met ons wonen, om tot een volk te zijn; als al wat mannelijk is onder ons besneden wordt, gelijk als zij besneden zijn. Genesis 34:23: Hun vee, en hun bezitting, en al hun beesten, zullen die niet onze zijn? Alleen laat ons hun te wille zijn, en zij zullen met ons wonen. Genesis 34:24: En zij hoorden naar Hemor, en naar Sichem, zijn zoon, allen, die ter zijner stadspoort uitgingen; en zij werden besneden, al wat mannelijk was, allen, die ter zijner stadspoort uitgingen.

B. Welke vreselijke daad voerden twee van Jakobs zonen daarna uit, ondanks de minnelijke schikking, en hoe worden wij gewaarschuwd voor de manier, waarop zij probeerden hun verraad te rechtvaardigen?

Genesis 34:25-29,

Genesis 34:25: En het geschiedde ten derden dage, toen zij in de smart waren, zo namen de twee zonen van Jakob, Simeon en Levi, broeders van Dina, een iegelijk zijn zwaard, en kwamen stoutelijk in de stad, en doodden al wat mannelijk was. Genesis 34:26: Zij sloegen ook Hemor, en zijn zoon Sichem, dood met de scherpte des zwaards; en zij namen Dina uit Sichems huis, en gingen van daar. Genesis 34:27: De zonen van Jakob kwamen over de verslagenen, en plunderden de stad, omdat zij hun zuster verontreinigd hadden. Genesis 34:28: Hun schapen, en hun runderen, en hun ezelen, en hetgeen dat in de stad, en hetgeen dat in het veld was, namen zij. Genesis 34:29: En al hun vermogen, en al hun kleine kinderen, en hun vrouwen, voerden zij gevankelijk weg, en plunderden denzelven, en al wat binnenshuis was.

Genesis 34:31;

Genesis 34:31: En zij zeiden: Zou hij dan met onze zuster als met een hoer doen?

Matthéüs 5:13.

Mattheüs 5:13: Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buiten geworpen, en van de mensen vertreden te worden.

“Het verblijf van Jakob en zijn zonen te Sichem eindigde met geweld en bloedvergieten. De enige dochter in het gezin was onteerd; twee broers waren betrokken in een moord; een hele stad viel ten prooi aan verwoesting en afslachting, als vergelding voor de onwettige daad van een overijlde jongeman…

De verraderlijke wreedheid van Simeon en Levi was niet ongegrond; toch begingen ze door hun handelwijze jegens de bewoners van Sichem een ernstige zonde.” –Patriarchen en Profeten, blz. 173.

“Een uiting van godsvrucht zonder het levende beginsel is net zo volslagen waardeloos als zout zonder de goede eigenschappen. Een zonder beginsel belijdende christen is een prototype, een smaad voor Christus, een schande voor Zijn naam.” –Testimonies 2, blz. 443.

C. Wat besefte Jakob over de ernstige tekortkomingen in zijn gezinsbeheer, en wat voor sprankje hoop kwam in zijn hart?

Genesis 34:30;

Genesis 34:30: Toen zeide Jakob tot Simeon en tot Levi: Gij hebt mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners dezes lands, onder de Kanaanieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis.

Genesis 35:1.

Genesis 35:1: Daarna zeide God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-El, en woon aldaar; en maak daar een altaar dien God, Die u verscheen, toen gij vluchttet voor het aangezicht van uw broeder Ezau.

“Jakob voelde, dat er reden was voor diepe verootmoediging. Wreedheid en bedrog werden openbaar in het karakter van zijn zonen. In het kamp waren valse goden, en afgoderij had tot op zekere hoogte zelfs in zijn gezin vaste voet gekregen. Zou de Here met hen handelen in overeenstemming met hun afdwalingen? Zou Hij hen overgeven aan de wraak van de hen omringende volken? Terwijl Jakob aldus gebukt ging onder zorgen, stuurde de Here hem op zijn weg naar het zuiden naar Betel. Deze plaats herinnerde de patriarch niet alleen aan zijn visioen van de engelen en aan Gods belofte van ontferming, maar ook aan de belofte, die hij daar had afgelegd, dat de Here zijn God zou zijn.” –Patriarchen en Profeten, blz. 174.

Donderdag — 3 september

5. Naar Gods wegen terugkeren

A. Verklaar de belangrijke stap, die Jakob nam bij de gezinshervorming, en de verbazingwekkende resultaten.

Genesis 35:2-5.

Genesis 35:2: Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen; Genesis 35:3: En laat ons ons opmaken, en optrekken naar Beth-El; en ik zal daar een altaar maken dien God, Die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid, en met mij geweest is op den weg, die ik gewandeld heb. Genesis 35:4: Toen gaven zij Jakob al die vreemde goden, die in hun hand waren, en de oorsierselen, die aan hun oren waren, en Jakob verborg ze onder den eikeboom, die bij Sichem is. Genesis 35:5: En zij reisden heen; en Gods verschrikking was over de steden, die rondom hen waren, zodat zij de zonen van Jakob niet achterna jaagden.

“Terwijl hij (Jakob) de wonderbare handelwijze van God met hem overzag, werd zijn hart geraakt en ook zijn kinderen werden getroffen door een onweerstaanbare macht; hij had de beste manier gekozen om hen voor te bereiden voor de dienst van God, wanneer ze in Betel zouden aankomen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 174.

“Jacob was vernederd en eiste van zijn gezin, dat zij zich vernederden en al hun versieringen aflegden, want hij moest verzoening doen voor hun zonden, door een offer aan God te brengen, zodat hij voor hen kon bidden, en hen niet over te laten om door andere volken vernietigd te worden.” –Spiritual Gifts 3, blz. 137.

B. Hoe kunnen gelovigen in elk tijdperk worden beïnvloed door de frisse, nieuwe ervaring, die Jakob te Bethel had?

Genesis 35:6-7;

Genesis 35:6: Alzo kwam Jakob te Luz, hetwelk is in het land Kanaan (dat is Beth-El), hij en al het volk, dat bij hem was. Genesis 35:7: En hij bouwde aldaar een altaar, en noemde die plaats El Beth-El; want God was hem aldaar geopenbaard geweest, als hij voor zijns broeders aangezicht vlood.

Handelingen 19:18-20.

Handelingen 19:18: En velen dergenen, die geloofden, kwamen, belijdende en verkondigende hun daden. Handelingen 19:19: Velen ook dergenen, die ijdele kunsten gepleegd hadden, brachten de boeken bijeen, en verbrandden ze in aller tegenwoordigheid; en berekenden de waarde derzelve, en bevonden vijftig duizend zilveren penningen. Handelingen 19:20: Alzo wies het Woord des Heeren met macht, en nam de overhand.

“God nam de inspanningen van Jakob aan om het kwaad uit zijn gezin te verwijderen, en verscheen aan hem, en zegende hem, en vernieuwde de belofte, die aan hem werd gedaan, omdat zijn vreze voor Hem was.” –Spiritual Gifts 3, blz. 137.

“Verbrand de magische boeken; verbrand ze allemaal; verbrand alles, ja, verteer het, dat een verbinding zal ondergaan tussen u en de machten van de duisternis. ‘Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan wat onrein is, en Ik zal u aannemen’ (2 Korinthe 6:17). Dit is wat wij moeten willen doen. Wij willen eerbiedig buigen voor de God van de hemel.” –Sermons and Talks 2, blz. 68.

Vrijdag — 4 september

Terugblik

1. Waarom moeten ouders in deze tijd bijzonder waakzaam zijn over kinderen en jongeren?

2. Hoe waarschijnlijk is het, dat een tragedie, zoals in het geval van Dina, nu zal gebeuren?

3. Wat was er verkeerd met de manier, waarop Simeon en Levi met de zonde van Sichem omgingen?

4. Waarom is het zo belangrijk, dat ik een goed voorbeeld geef voor de wereld?

5. Wat voor reformatie kan ik nodig hebben om in mijn eigen gezin door te voeren?

Eerste Sabbatgaven voor de Onderwijsafdeling

De behoefte aan arbeiders in de wijngaard van de Heer is duidelijk. “Hoe snel zou de boodschap van een gekruisigde, verrezen en spoedig komende Heiland aan de wereld gebracht kunnen worden, wanneer we zo’n getraind leger van arbeiders hadden, als onze jeugd met een goede opleiding zou kunnen vormen?” –Karaktervorming, blz. 273.

Het werk is er en de gemeente moet investeren om er zeker van te zijn, dat onze kinderen en jongeren ‘met een goede opleiding’ de opdracht van de Heer vervullen: ‘Ga heen in de gehele wereld en onderwijs alle volken’.

De Zevende Dags Adventisten Reformatiebeweging investeert middelen in het educatieve werk op verschillende plaatsen, in grootte en instructie talen om dit doel te bereiken. Vanaf onderwijs voor kinderen tot zendingsscholen voor hoger onderwijs. Onze jonge mensen krijgen een stevig fundament in de “Tegenwoordige Waarheid” en in de beste methodes, waardoor deze waarheid aan andere zielen gepresenteerd kan worden.

“Ware opvoeding is een zendingstraining. Ieder kind van God is geroepen om een zendeling te zijn; wij zijn geroepen tot een dienst van God en onze medemens; en om ons daarvoor geschikt te maken zou die dienst een onderwerp van de opvoeding moeten zijn.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 331.

“Het is om de jeugd te versterken tegen de misleidingen van de vijand, dat we scholen hebben opgericht, waar ze onderwezen worden om in dit leven bruikbaar te zijn en voor de dienst van God tot in eeuwigheid.” –Counsels to Parents, Teachers and Students, blz. 495.

Door Gods genade zijn de gevestigde scholen uitgebreid met satelliet programma’s, seminar programma’s en recentelijk online onderwijs platforms om ervoor te zorgen, dat iedereen toegang heeft tot het onderwijs. Deze online platforms van de campus van onze scholen in Colombia en de Verenigde Staten van Amerika maken het mogelijk voor studenten om een zendingsopleiding te volgen, ongeacht waar ze wonen.

Toon alstublieft uw steun voor het opleiden van onze jeugd door uw genereuze bijdrage voor dit fonds. Uw genereuze gave zal bijdragen voor de ontwikkeling van deze dankbare tak van Gods werk.

Bij voorbaat dank en moge God de gaven en gevers zegenen.

De Onderwijsafdeling van de Generale Conferentie