Lessen uit het leven van Jakob — Sabbat, 4 juli 2020

Les 1: Het vroegere leven

Tekst om te onthouden

“Ik zoek met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen”

Psalm 119:10

“Hij (God) zal Zich openbaren aan elke ziel, die tot Hem zal komen in alle nederigheid en Hem met het hele hart zal zoeken.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 531.

Aanvullende studie:: -Karaktervorming, blz. 255-263.

Zondag — 28 juni

1. Isaak en Rebekka

A. Wat toont het oprechte geloof van de ouder wordende patriarch Abraham voor zijn nageslacht na de dood van zijn vrouw?

Genesis 24:1-4,

Genesis 24:1: Abraham nu was oud, en wel bedaagd; en de HEERE had Abraham in alles gezegend. Genesis 24:2: Zo sprak Abraham tot zijn knecht, den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had: Leg toch uw hand onder mijn heup, Genesis 24:3: Opdat ik u doe zweren bij den HEERE, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon; Genesis 24:4: Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult.

Genesis 24:7.

Genesis 24:7: De HEERE, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt.

B. Hoe verklaart Abrahams dienstknecht Gods leiding bij de keuze van Rebekka om de vrouw van Isaak te worden?

Genesis 24:42-51,

Genesis 24:42: En ik kwam heden aan de fontein; en ik zeide: O, HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke ik ga; Genesis 24:43: Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik; Genesis 24:44: En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kemelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan den zoon van mijn heer heeft toegewezen. Genesis 24:45: Eer ik geeindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein en putte; en ik zeide tot haar: Geef mij toch te drinken! Genesis 24:46: Zo haastte zij zich en liet haar kruik van zich neder, en zeide: Drink gij, en ik zal ook uw kemelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kemelen. Genesis 24:47: Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo legde ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen; Genesis 24:48: En ik neigde mijn hoofd, en aanbad de HEERE; en ik loofde den HEERE, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen. Genesis 24:49: Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechterhand of ter linkerhand wende. Genesis 24:50: Toen antwoordde Laban en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken. Genesis 24:51: Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, gelijk de HEERE gesproken heeft!

Genesis 24:58.

Genesis 24:58: En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met deze man trekken? En zij antwoordde: Ik zal trekken.

C. Wat kunnen wij leren van het geluk van dit verbond?

Genesis 24:63-67.

Genesis 24:63: En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen! Genesis 24:64: Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af. Genesis 24:65: En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich. Genesis 24:66: En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had. Genesis 24:67: En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.

“Isaak was opgevoed in de vreze van God voor een leven van gehoorzaamheid. En toen hij veertig jaar was, onderwierp hij zich eraan, dat de Godvrezende, ervaren dienstknecht van zijn vader voor hem zou kiezen. Hij geloofde, dat God zou leiden, wat betreft het verkrijgen van een vrouw.

Kinderen nu, van vijftien tot twintig, beschouwen zichzelf over het algemeen als bekwaam om hun eigen keuze te maken, zonder goedkeuring van hun ouders. En zij zouden met verbazing kijken, als hen zou worden voorgesteld om te gaan in de vreze van God en van de zaak een onderwerp van gebed te maken! Isaaks geval is vastgelegd, als voorbeeld voor kinderen om na te volgen in generaties, vooral zij, die belijden God te vrezen.” –Spiritual Gifts 3, blz. 112.

Maandag — 29 juni

2. Strijd

A. Welke beproeving moest het nieuwe echtpaar het hoofd bieden en hoe lang, gebaseerd op de vermelding van Isaaks leeftijd?

Genesis 25:20-21 (eerste deel),

Genesis 25:20: En Izak was veertig jaren oud, als hij Rebekka, de dochter van Betuel, den Syrier, uit Paddan-Aram, de zuster van Laban, den Syrier, zich ter vrouw nam.

Genesis 25:26 (laatste deel).

[Gen.25.26.b]

B. Hoe werd Isaaks geloof beloond?

Genesis 25:21.

Genesis 25:21: En Izak bad den HEERE zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw; want zij was onvruchtbaar; en de HEERE liet zich van hem verbidden, zodat Rebekka, zijn huisvrouw, zwanger werd.

C. Welke tumultueuze ervaring onderging Rebekka, nadat zij zwanger was geworden, en wat deed zij eraan?

Genesis 25:22.

Genesis 25:22: En de kinderen stieten zich samen in haar lichaam. Toen zeide zij: Is het zo? waarom ben ik dus? en zij ging om den HEERE te vragen.

D. Waarom had Rebekka zo’n ervaring, en wat moest zij begrijpen?

Genesis 25:23-24.

Genesis 25:23: En de HEERE zeide tot haar: Twee volken zijn in uw buik, en twee natien zullen zich uit uw ingewand van een scheiden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de meerdere zal den mindere dienen. Genesis 25:24: Als nu haar dagen vervuld waren om te baren, ziet, zo waren tweelingen in haar buik.

“God kent het einde vanaf het begin. Hij wist, voor de geboorte van Jakob en Ezau, precies welke karakters zij beiden zouden ontwikkelen. Hij wist, dat Ezau geen hart zou hebben om Hem te gehoorzamen. Hij beantwoordde het onrustige gebed van Rebekka en informeerde haar, dat zij twee kinderen zou hebben en dat de oudste de jongere zou dienen. Hij toonde haar de toekomstige geschiedenis van haar twee zonen, dat zij twee volken zouden zijn, de een groter dan de andere, en dat de oudste de jongere zou dienen.” –The Spirit of Prophecy 1, blz. 105-106.

E. Beschrijf de eerste van de tweeling.

Genesis 25:25,

Genesis 25:25: En de eerste kwam uit, ros; hij was geheel als een haren kleed; daarom noemden zij zijn naam Ezau.

Genesis 25:27 (eerste helft).

[Gen.25.27.a]

Hoe neigt een rusteloze geest als de zijne naar ontevredenheid?

Spreuken 27:20.

Spreuken 27:20: De hel en het verderf worden niet verzadigd; alzo worden de ogen des mensen niet verzadigd.

“Ezau groeide op in eigenliefde en richtte zijn belangstelling op het heden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 149.

“Geluk wordt niet gevonden in zelfzuchtige voldoening; het volgt alleen op plichtsvervulling.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 242.

Dinsdag — 30 juni

3. Tegengestelde persoonlijkheden

A. Wat deed de jongere van de tweeling bij de geboorte?

Genesis 25:26 (eerste helft).

[Gen.25.26.a]

B. Beschrijf het karakter van de jongere.

Genesis 25:27 (laatste deel).

[Gen.25.27.b]

“Jakob, bedachtzaam, ijverig en zorgzaam, meer bedacht op de toekomst dan op het heden, was tevreden met zijn werk bij huis, bezig met de zorg voor de kudden en het bewerken van de grond.” –Patriarchen en Profeten, blz. 149.

C. Hoe verhouden de ouders zich tot hun twee zonen?

Genesis 25:28.

Genesis 25:28: En Izak had Ezau lief; want het wildbraad was naar zijn mond; maar Rebekka had Jakob lief.

“Ongeduldig van aard genoot hij (Ezau)van de onbeteugelde vrijheid van het jagen, en al vroeg werd hij een jager. Toch was hij de lieveling van zijn vader. De rustige, vreedzame herder werd aangetrokken door de durf en levenslust van zijn oudste zoon, die onbevreesd woestijn en gebergte doorkruiste, en naar huis terugkeerde met wild voor zijn vader en met opwindende verhalen van zijn avontuurlijk leven…

Zijn (Jakobs)volharding, ijver en doorzicht werden door de moeder op prijs gesteld. Zijn gevoelens waren diep en sterk, en zijn zachtaardige, spontane attenties droegen veel meer bij tot haar geluk dan de luidruchtige en zeldzame bewijzen van vriendelijkheid van Esau. Jakob was de lievelingszoon van Rebekka.

De beloften, die aan Abraham gedaan werden en die aan zijn zoon bevestigd werden, hielden Isaak en Rebekka voor ogen als het grote doel van hun verlangens en hoop. Esau en Jakob kenden deze beloften ook.” –Patriarchen en Profeten, blz. 149.

D. Waarom was de volgorde van geboorte in de oudheid zo belangrijk?

Exodus 13:12.

Exodus 13:12: Zo zult gij tot den HEERE doen overgaan alles, wat de baarmoeder opent; ook alles, wat de baarmoeder opent van de vrucht der beesten, die gij hebben zult; de mannetjes zullen des HEEREN zijn.

“Met het geestelijk eerstgeboorterecht was het tijdelijke verbonden, waardoor hij hoofd van het gezin en bezitter van een dubbel deel van de rijkdommen van zijn vader zou worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 152-153.

Woensdag — 1 juli

4. Een kwestie van houding

A. Afgezien van de opvattingen van de ouders over Jakob, hoe beschouwde God hem, en waarom?

Psalm 47:5;

Psalmen 47:5: Hij verkiest voor ons onze erfenis, de heerlijkheid van Jakob, dien Hij heeft liefgehad. Sela.

Matthéüs 5:6.

Mattheüs 5:6: Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.

B. Beschrijf de diepte van de ervaring, die wordt getoond in een waar verlangen naar God.

Job 23:11-12;

Job 23:11: Aan Zijn gang heeft mijn voet vastgehouden; Zijn weg heb ik bewaard, en ben niet afgeweken. Job 23:12: Het gebod Zijner lippen heb ik ook niet weggedaan; de redenen Zijns monds heb ik meer dan mijn bescheiden deel weggelegd.

Psalm 119:10.

Psalmen 119:10: Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

“Laat uw hart smachten naar de levende God… Maak voor uzelf het volhardend geloof van Jakob, met de onwankelbare doorzetting van Elia aanspraak op alles, wat God heeft beloofd.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 86.

C. Welk tijdloos principe toont in Jakobs houding, waarom hij, in geestelijke termen en karakter, meer geschikt voor het eerstgeboorterecht was dan zijn niet godsdienstige broer?

Romeinen 13:14.

Romeinen 13:14: Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.

“Men had hen geleerd het eerstgeboorterecht te beschouwen als een zaak van grote betekenis, want hierin lag niet alleen een erfenis van werelds bezit maar ook van geestelijke voorrechten opgesloten. Wie het eerstgeboorterecht ontving, zou de priester van zijn familie zijn, en uit zijn nageslacht zou de Verlosser der wereld voortkomen. Anderzijds rustten bepaalde verplichtingen op de bezitter van het eerstgeboorterecht. Wie deze zegeningen beërfde, moest zijn leven wijden aan het dienen van God. Evenals Abraham moest hij gehoorzaam zijn aan Gods geboden. Hij moest met God rekening houden in zijn huwelijk, zijn familiebetrekkingen, en zijn dagelijks leven…

Esau, als de oudste, had recht op het eerstgeboorterecht. Maar Esau voelde niets voor toewijding; hij neigde niet naar een godsdienstig leven.

De verplichtingen, die opgesloten lagen in het geestelijk geboorterecht, waren een onwelkome en zelfs hatelijke beperking in zijn oog. Gods wet, die de grondslag vormde van het verbond tussen God en Abraham, werd door Esau gezien als een juk van dienstbaarheid. Omdat hij geneigd was zijn eigen zin door te drijven, verlangde hij boven alles om vrij te zijn in zijn doen en laten. Voor hem betekenden macht en rijkdom, feestvieren en zwelgen pas geluk. Hij genoot van de onbeperkte vrijheid van zijn wilde, zwervende leven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 149-150.

Donderdag — 2 juli

5. Verlangen naar de Oneindige

A. Waar waren de gedachten van Jakob op gericht?

2 Korinthe 4:18.

2 Korinthe 4:18: Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.

“Van zijn moeder had Jakob vernomen, dat het Gods bedoeling was hem het eerstgeboorterecht te geven, en hij was bezield met een onuitsprekelijk verlangen naar de voorrechten, die hiermee verbonden waren. Hij verlangde niet zo zeer naar de rijkdommen van zijn vader; bovenal stelde hij prijs op het geestelijk geboorterecht. De omgang met God zoals de godvruchtige Abraham die kende, het brengen van het zoenoffer aan God voor zijn gezin, de voorvader te zijn van het uitverkoren volk en van de beloofde Messias, en de onverderfelijke bezittingen te beërven, die in de zegen van het verbond waren begrepen, dit waren de voorrechten en eerbewijzen, die zijn vurigste verlangens wekten. Zijn gedachten waren altijd bezig met de toekomst en trachtten de ongeziene zegeningen te begrijpen.

Zwijgend luisterde hij naar alles, wat zijn vader vertelde over het geestelijk eerstgeboorterecht; zorgvuldig bewaarde hij in zijn hart, wat hij van zijn moeder hoorde. Dag en nacht hield dit alles zijn gedachten bezig, tot hij aan vrijwel niets anders meer kon denken.” –Patriarchen en Profeten, blz. 150.

B. Waarom moet de prioriteit in het leven van Jakob ons nu inspireren?

Psalm 42:1-2;

Psalmen 42:1: Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. Psalmen 42:2: Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!

Psalmen 119:11.

Psalmen 119:11: Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

“Een intensiteit, zoals nooit tevoren werd gezien, is bezig de wereld in bezit te nemen. In vermaak, in geld verdienen, in de strijd om de macht, ja in de worsteling om het bestaan, ontketent zich een vreselijke kracht, die lichaam ziel en geest in beslag neemt. Te midden van deze krankzinnige wedloop laat God zich horen. Hij nodigt ons uit in alle eenzaamheid met Hem gemeenschap te zoeken.” –Karaktervorming, blz. 262.

Vrijdag — 3 juli

Terugblik

1. Wat kunnen wij leren van de patriarchen met betrekking tot het kiezen van een echtgenoot?

2. Leg het geestelijke inzicht uit, gegeven aan Rebekka aangaande haar twee zonen.

3. Welk contrast bestond er tussen de persoonlijkheid van Jakob en Ezau?

4. Naar welk aspect van het geboorterecht ging Jakobs verlangen?

5. Wat moeten wij bedenken, te midden van het intense niveau van afleiding nu?

Eerste Sabbatgaven voor het Noordelijk Zendingsproject van Midden-Amerika

Midden-Amerika is een bergachtig gebied met vruchtbare kustgebieden en herbergt 7% van de biodiversiteit van de aarde. Het gebied staat bekend om tropische regenwouden en commerciële plantages, die producten exporteren zoals: bananen, meloenen, suikerriet, rijst, koffie en groenten.

Het was door Gods genade, dat in de jaren zestig het werk van de ZDA-Reformatiebeweging het noordelijk deel van Midden-Amerika en Guatemala bereikte (momenteel een bevolking van bijna 17 miljoen) en El Salvador (nu meer dan 6,3 miljoen) in 1970. Beide van deze landen hebben Spaans als voertaal en de officiële godsdienst is Rooms Katholiek. Belize, met een bevolking van bijna 375.000 (waar de belangrijkste godsdienst ook Rooms Katholiek is en de meeste mensen Engels spreken) werd in 1992 bereikt.

Deze drie landen werden tot 1997 gehouden als zendingsvelden van de Generale Conferentie, toen de Midden-Amerikaanse Unie werd gevormd, met ook Panama, Costa Rica, Nicaragua en Honduras. Tijdens de Afgevaardigde zitting van Midden-Amerika in oktober 2015 volgde het besluit om het werk in het gebied te spreiden, waardoor plaats werd gemaakt voor de organisatie van de Unie van Honduras en twee Zendingsvelden: de Noordelijke Zending van Midden-Amerika met Guatemala, El Salvador en Belize, en de Zuidelijke Zending van Midden-Amerika met Costa Rica, Panama en Nicaragua.

In de Noordelijke Zending van Midden-Amerika zijn we erg gezegend met de schenking van een stuk land van 1.016,98 vierkante meter, waarop we een behoorlijk ambitieus project willen ontwikkelen: de bouw van ons hoofdkantoor en administratieve faciliteiten, een zendingsschool en een aula met de hulp van onze hemelse Vader en tot Zijn eer.

Daarom doen we een beroep op al onze dierbare broeders en zusters over de hele wereld om ons rijkelijk te ondersteunen, wanneer de Eerste Sabbatgaven bijeengebracht worden voor de Noordelijke Zending van Midden-Amerika, zodat dit bouwproject tot stand kan komen. We danken u allen voor uw waardevolle steun, biddend dat God Zijn wonderbare zegeningen aan elke gever mag schenken.

Uw broeders en zusters van de Noordelijke Zending van Midden-Amerika