Zwerftochten door de Woestijn, deel 2 — Sabbat, 23 mei 2020

Les 8: Zwerven door de woestijn

Tekst om te onthouden

“En gij zult gedenken aan al de weg, die u de Heere, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te beproeven, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet”

Deuteronomium 8:2

“Het omzwerven in de woestijn diende niet alleen als een oordeel over de opstandelingen en mopperaars, maar moest ook dienen als onderricht voor het opkomend geslacht, om hen voor te bereiden op hun intocht in het beloofde land.” –Patriarchen en Profeten, blz. 370.

Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 369-373.

Zondag — 17 mei

1. Een uitgestelde toegang tot het beloofde land

A. Hoe lang dwaalden de kinderen van Israël in de woestijn, voordat zij terugkwamen bij Kades en de beek Zered overstaken?

Deuteronomium 2:14.

Deuteronomium 2:14: De dagen nu, die wij gewandeld hebben van Kades-Barnea, totdat wij over de beek Zered getogen zijn, waren acht en dertig jaren; totdat het ganse geslacht der krijgslieden uit het midden der heirlegers verteerd was, gelijk de HEERE hun gezworen had.

Waarom duurde het zo lang?

“God gaf duidelijke bewijzen, dat Hij in de hemel overheerst, en opstand werd met de dood gestraft. Slechts twee van hen, die als volwassenen Egypte verlieten, hebben het beloofde land gezien. De zwerftochten van het volk werden verlengd, tot de overigen in de woestijn waren begraven.” –Bijbelkommentaar, blz. 56.

“Als Israël had geluisterd naar de aanwijzingen, die Mozes hun gaf, zou geen van hen, die uit Egypte op reis waren gegaan, in de woestijn aan ziekte of dood ten prooi zijn gevallen. Ze hadden een veilige Gids. Christus Zelf had beloofd hen veilig naar het beloofde land te brengen, als ze Zijn leiding wilden volgen. Deze talrijke menigte van meer dan een miljoen mensen stond onder Zijn rechtstreeks gezag. Ze vormden Zijn familie. Hij stelde belang in ieder van hen.” –Bijbelkommentaar, blz. 63.

Maandag — 18 mei

2. God treft voorzieningen en geeft aanwijzingen

A. Welke bewijzen hebben wij van Gods zorg voor Zijn volk tijdens hun zwerftochten in de woestijn?

Nehemia 9:19-21;

Nehemia 9:19: Hebt Gij hen nochtans door Uw grote barmhartigheid niet verlaten in de woestijn; de wolkkolom week niet van hen des daags, om hen op den weg te leiden, noch de vuurkolom des nachts, om hen te lichten, en dat, op den weg, waarin zij zouden wandelen. Nehemia 9:20: En Gij hebt Uw goeden Geest gegeven om hen te onderwijzen; en Uw Manna hebt Gij niet geweerd van hun mond, en water hebt Gij hun gegeven voor hun dorst. Nehemia 9:21: Alzo hebt Gij hen veertig jaren onderhouden in de woestijn; zij hebben geen gebrek gehad; hun klederen zijn niet veroud, en hun voeten niet gezwollen.

Psalm 105:37.

Psalmen 105:37: En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun stammen was niemand, die struikelde.

B. Hoe was de woestijntocht een boetedoening voor de komende generatie?

Deuteronomium 8:2-3.

Deuteronomium 8:2: En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet. Deuteronomium 8:3: En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat.

“God stond deze eenzame reizen door de woestijn toe, zodat Zijn volk een ervaring zou kunnen opdoen in het verdragen van ontberingen, en dat zij, wanneer zij in gevaar waren, zouden weten, dat er alleen verlichting en bevrijding in God was. Zo kunnen zij leren God te kennen en te vertrouwen, en Hem te dienen met een levend geloof.” –Counsels to Parents, Teachers and Students, blz. 409.

“Terwijl de Israëlieten door de woestijn trokken, werden hun vele kostelijke lessen gegeven door middel van het lied… De geboden, gegeven op de Sinaï, vol van beloften van Gods gunst en verhalen van Zijn wonderlijke werken ten aanzien van hun verlossing, werden op goddelijk bevel op muziek gezet, terwijl de Israëlieten op de maat marcheerden, wanneer zij eensgezind de lofzangen zongen.

Zo werden hun gedachten afgeleid van de beproevingen en moeilijkheden van de reis, de rusteloze, woelige geest werd gekalmeerd, de beginselen der waarheid werden in het geheugen vastgelegd en het geloof versterkt.” –Karaktervorming, blz. 38-39.

C. Wat was de belangrijkste reden, waarom veel Israëlieten niet in staat waren het Beloofde Land binnen te gaan? Hoe kunnen wij voorkomen, dat wij in dezelfde zonde vallen?

Hebreeën 3:7-14.

Hebreeën 3:7: Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, Hebreeën 3:8: Zo verhardt uw harten niet, gelijk het geschied is in de verbittering, ten dage der verzoeking, in de woestijn; Hebreeën 3:9: Alwaar Mij uw vaders verzocht hebben; zij hebben Mij beproefd, en hebben Mijn werken gezien, veertig jaren lang. Hebreeën 3:10: Daarom was Ik vertoornd over dat geslacht, en sprak: Altijd dwalen zij met het hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend. Hebreeën 3:11: Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn; Indien zij in Mijn rust zullen ingaan! Hebreeën 3:12: Ziet toe, broeders, dat niet te eniger tijd in iemand van u zij een boos, ongelovig hart, om af te wijken van den levenden God; Hebreeën 3:13: Maar vermaant elkander te allen dage, zolang als het heden genaamd wordt, opdat niet iemand uit u verhard worde door de verleiding der zonde. Hebreeën 3:14: Want wij zijn Christus deelachtig geworden, zo wij anders het beginsel van dezen vasten grond tot het einde toe vast behouden;

“Het was niet Gods bedoeling, dat de Israëlieten veertig jaar in de woestijn zouden rondzwerven… Het was ook niet Gods bedoeling, dat de wederkomst van Christus zo lang zou worden vertraagd en dat Zijn volk nog zoveel jaren in deze wereld van zonde en leed zou blijven. Maar hun ongeloof maakte scheiding tussen hen en God. Toen zij weigerden het werk te doen, dat Hij hun had opgedragen, werden anderen geroepen om de boodschap te verkondigen. In Zijn barmhartigheid voor de wereld vertraagt Jezus Zijn komst, want Hij wil zondaren een kans geven de waarschuwing te horen om in Hem een schuilplaats te vinden, voordat Gods toorn wordt uitgestort.” –De Grote Strijd, blz. 425.

Dinsdag — 19 mei

3. De invloed van de niet bekeerden

A. Welke klasse mensen bleken vaak onruststokers te zijn?

Numeri 11:4.

Numeri 11:4: En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?

“De gemengde menigte, die met de Israëlieten uit Egypte was getrokken, vormde een bron van gedurige verleiding en moeilijkheden. Ze gaven voor, dat ze hun afgoderij de rug hadden toegekeerd om de ware God te dienen; maar het onderwijs, dat ze in hun jeugd hadden genoten, had hun gewoonten en hun karakter gevormd, en ze waren door hun afgoderij min of meer bedorven, zodat ze geen ontzag hadden voor God. Vaak waren zij het, die moeilijkheden veroorzaakten, en hun afgodische gebruiken en hun morren tegen God werkten verderfelijk op de vergadering.” –Patriarchen en Profeten, blz. 371.

B. Wat was Gods gebod met betrekking tot het zich verenigen met ongelovigen?

Deuteronomium 7:3-4;

Deuteronomium 7:3: Gij zult u ook met hen niet vermaagschappen; gij zult uw dochters niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen. Deuteronomium 7:4: Want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, dat zij andere goden zouden dienen; en de toorn des HEEREN zou tegen ulieden ontsteken, en u haast verdelgen.

2 Korinthe 6:14.

2 Korinthe 6:14: Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?

Hoe is dit nu?

“Ze (de Israëlieten) kregen de waarschuwing geen omgang te hebben met afgodendienaars, geen huwelijken met hen af te sluiten of op andere wijzen zich in gevaar te begeven om door hun gruwelen te worden aangetast en verdorven. Ze kregen de raad zelfs de schijn van het kwaad te vermijden, om niet met de zonde te spelen, want dat was de zekerste weg om onder te gaan in zonde en vernietiging.” –Bijbelkommentaar, blz. 81.

“God verbood ten strengste aan Zijn oude volk zich te vermengen met andere volken… Maar de heidenen verkeerden in een gunstiger positie dan de verstokten van deze tijd, die, het licht der waarheid hebbende, nochtans volhardend weigeren, dat aan te nemen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 600.

C. Wat is altijd het gevolg van nauw verbonden te zijn met de niet bekeerden?

1 Korinthe 15:33-34.

1 Korinthe 15:33: Dwaalt niet, kwade samensprekingen verderven goede zeden. 1 Korinthe 15:34: Waakt op rechtvaardiglijk, en zondigt niet. Want sommigen hebben de kennis van God niet. Ik zeg het u tot schaamte.

“Het is verkeerd voor christenen om te gaan met hen, van wie de moraal lichtzinnig is. Een innige, dagelijkse omgang, die tijd in beslag neemt zonder in enige mate bij te dragen aan de kracht van het intellect of de moraal, is gevaarlijk. Als de morele atmosfeer rondom personen niet zuiver en geheiligd is, maar besmet is met verdorvenheid, zullen zij, die deze atmosfeer inademen, ontdekken, dat het bijna onbewust werkt op het verstand en het hart om te vergiftigen en te vernietigen. –Testimonies 3, blz. 125.

Woensdag — 20 mei

4. Minachting voor goddelijke gezag

A. Hoe werd minachting voor goddelijk gezag en overtreding van het derde gebod bestraft?

Leviticus 24:10-16,

Leviticus 24:10: En er ging de zoon ener Israelietische vrouw uit, die, in het midden der kinderen Israels, de zoon van een Egyptische man was; en de zoon van deze Israelietische en een Israelietisch man twistten in het leger. Leviticus 24:11: Toen lasterde de zoon der Israelietische vrouw uitdrukkelijk den NAAM, en vloekte; daarom brachten zij hem tot Mozes; de naam nu zijner moeder was Selomith, de dochter van Dibri, van den stam Dan. Leviticus 24:12: En zij leidden hem in de gevangenis, opdat hem, naar den mond des HEEREN, verklaring geschieden zou. Leviticus 24:13: En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Leviticus 24:14: Breng den vloeker uit tot buiten het leger, en allen, die het gehoord hebben, zullen hun handen op zijn hoofd leggen; daarna zal hem de gehele vergadering stenigen. Leviticus 24:15: En tot de kinderen Israels zult gij spreken, zeggende: Een ieder, als hij zijn God gevloekt zal hebben, zo zal hij zijn zonde dragen. Leviticus 24:16: En wie den Naam des HEEREN gelasterd zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem zekerlijk stenigen; alzo zal de vreemdeling zijn, gelijk de inboorling, als hij den NAAM zal gelasterd hebben, hij zal gedood worden.

Leviticus 24:23.

Leviticus 24:23: En Mozes zeide tot de kinderen Israels, dat zij den vloeker tot buiten het leger uitbrengen, en hem met stenen stenigen zouden. En de kinderen Israels deden, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

“Bij een zekere gelegenheid verliet de zoon van een Israëlitische vrouw en een Egyptenaar, iemand van de gemengde menigte, die met Israël was opgetrokken uit Egypte, het deel van de legerplaats, die hem was aangewezen, en ging naar het deel van de Israëlieten, terwijl hij aanspraak maakte op het recht daar zijn tent te plaatsen. Gods wet had dit verboden, omdat de nakomelingen van de Egyptenaren tot in het derde geslacht buiten de vergadering moesten worden gehouden. Er ontstond twist tussen hem en een Israëliet, en de rechters beslisten in het nadeel van de overtreder.

Woedend over deze beslissing vervloekte hij de rechter, en opgewonden lasterde hij de naam van God… God zelf sprak het vonnis uit; op Zijn bevel moest de lasteraar buiten de legerplaats worden gebracht om daar gestenigd te worden. Zij, die getuigen van deze zonde waren geweest, moesten hun handen op zijn hoofd leggen, en op deze wijze plechtig de waarheid betuigen van de aanklacht, die tegen hem was ingebracht. Toen wierpen zij de eerste stenen, en het volk, dat daarbij aanwezig was, hielp daarna bij de voltrekking van het vonnis.” –Patriarchen en Profeten, blz. 370-371.

B. Waarom was de straf voor deze overtreding zo zwaar?

Exodus 20:7.

Exodus 20:7: Gij zult den Naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden, die Zijn Naam ijdellijk gebruikt.

“Er zijn mensen, die Gods liefde en gerechtigheid in twijfel trekken, omdat Hij zulk een zware straf toepast op woorden, die in drift gesproken worden. Maar zowel liefde als gerechtigheid eisen, dat alle lasteringen tegen God als een zware zonde gezien zullen worden. De straf voor de eerste overtreder moest dienen als een waarschuwing voor anderen, dat men eerbied moet hebben voor Gods naam. Als de zonde van deze man niet was bestraft, zouden anderen erdoor ontaard zijn geworden; en als gevolg zouden vele mensenlevens eenmaal daardoor opgeofferd zijn geworden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 371.

C. Hoe tonen wij tegenwoordig soms minachting voor Gods gezag?

Richteren 17:6.

Richteren 17:6: In diezelve dagen was er geen koning in Israel; een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen.

“De zonde dezer eeuw is de minachting voor Gods uitdrukkelijke geboden.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 425.

Donderdag — 21 mei

5. Kies gehoorzaamheid in plaats daarvan

A. Waarom eiste de Heer gehoorzaamheid van zijn oude volk?

Deuteronomium 6:1-2,

Deuteronomium 6:1: Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten; Deuteronomium 6:2: Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden.

Deuteronomium 6:24-25.

Deuteronomium 6:24: En de HEERE gebood ons te doen al deze inzettingen, om te vrezen den HEERE, onzen God, ons voor altoos ten goede, om ons in het leven te behouden, gelijk het te dezen dage is. Deuteronomium 6:25: En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft.

Waar komt echte gehoorzaamheid vandaan?

Deuteronomium 6:5-6.

Deuteronomium 6:5: Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen. Deuteronomium 6:6: En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.

“Alle ware gehoorzaamheid komt voort uit het hart. Christus werkte met Zijn hart. En indien wij daarin toestemmen, zal Hij Zich zó vereenzelvigen met onze gedachten en bedoelingen, zó onze harten en gedachten vormen overeenkomstig Zijn wil, dat wij, wanneer wij Hem gehoorzamen, slechts datgene zullen doen, waartoe wij worden gedrongen. De gezuiverde en geheiligde wil zal zijn hoogste vreugde vinden in het dienen van God. Wanneer we God kennen, zoals we het voorrecht hebben Hem te kennen, zal ons leven een leven van voortdurende gehoorzaamheid zijn. Door het naar waarde schatten van het karakter van Christus, door gemeenschap met God, zal de zonde door ons worden gehaat.” –De Wens der Eeuwen, blz. 585.

B. Waar moeten wij beginnen om gehoorzaamheid te onderwijzen en waarom?

Deuteronomium 6:7-9.

Deuteronomium 6:7: En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat. Deuteronomium 6:8: Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen. Deuteronomium 6:9: En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.

“Vanaf hun vroegste leven moeten kinderen geleerd worden om hun ouders te gehoorzamen, om hun woord te respecteren en hun gezag te eerbiedigen…

In het eerbiedigen en gehoorzamen van hun ouders leren zij hun hemelse Vader te eerbiedigen en te gehoorzamen.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 93, 95.

“Zorgt, dat de jeugd en de kleine kinderen geleerd worden voor zichzelf dat koninklijke kleed te kiezen, dat geweven is op de hemelse weefgetouwen, het ‘fijne linnen, rein en wit’ (Openbaring 19:8), dat alle heiligen van de aarde zullen dragen. Dit kleed, Christus’ eigen vlekkeloze karakter, wordt vrij aangeboden aan elk menselijk wezen. Maar allen, die het ontvangen, zullen het hier ontvangen en dragen.

Zorgt, dat de kinderen wordt geleerd, dat wanneer zij hun geest openen voor reine, liefhebbende gedachten en liefdevolle hulpvaardige daden verrichten, zij zichzelf kleden met Zijn mooi karakterkleed.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 220-221.

Vrijdag — 22 mei

Terugblik

1. Hadden de Israëlieten Mozes gehoorzaamd, wat zou er dan met hen gebeurd zijn?

2. Welke rol speelde zingen in de woestijnreis?

3. Wat moet ons enige doel zijn in het omgaan met ongelovigen?

4. Hoe kunnen wij nu Gods naam eerbiedigen?

5. Hoe kunnen wij onszelf dagelijks kleden met het karakter van Christus?