“En zij (Korach, Dathan en Abiram) stonden op voor het aangezicht van Mozes, alsmede tweehonderd vijftig mannen uit de kinderen Israëls, oversten van de vergadering, de geroepenen der samenkomst, mannen van naam”
Numeri 16:2
“De vroegere opstanden waren vaak niet meer dan een volksoploop geweest, als resultaat van de opwinding van de menigte, maar nu werd een complot gesmeed met als doel het omverwerpen van het gezag der leiders, die God had aangesteld.” –Patriarchen en Profeten, blz. 358.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 358-368.
A. Welke samenzwering ontstond onder de Israëlieten, terwijl zij zich opwonden over het besluit van de Heer, dat zij veertig jaar door de woestijn moesten ronddwalen? Wie waren de belangrijkste samenzweerders?
Numeri 16:1-3.
B. Welke test stelde Mozes voor aan de samenzweerders om de goddelijke oproep te bewijzen?
Numeri 16:4-7,
Numeri 16:16-18.
Waarom waren de mensen geneigd om met de rebellen te sympathiseren?
“Zij, die ongelijk hebben en straf verdienen, horen niets liever dan blijken van medeleven en eerbewijs.” –Patriarchen en Profeten, blz. 360.
“De mensen dachten dat, als Korach hen kon leiden en aanmoedigen en bij hun rechtvaardige daden zou blijven stilstaan, zouden zij, in plaats van hen aan hun mislukkingen te herinneren, een zeer vredige, voorspoedige reis hebben, en hij zou hen zonder twijfel leiden, niet heen en weer in de woestijn, maar in het beloofde land. Zij zeiden, dat het Mozes was, die hun had verteld, dat zij het land niet konden ingaan, en dat de Heer het niet zo had gezegd.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 31.
A. Hoe probeerde Mozes te redeneren met de belangrijkste rebellen, en van wat beschuldigden zij hem?
Numeri 16:8-15.
“Datan en Abiram hadden zich niet zo hardnekkig verzet als Korach; en Mozes, die hoopte, dat ze nog niet volkomen verdorven waren door de samenzwering, riep hen op om voor hem te verschijnen, zodat ze hun klachten tegen hem zouden kunnen inbrengen. Maar ze wilden niet komen, en weigerden zo onbeschaamd zijn gezag te erkennen…
Zo pasten ze de beschrijving van de Here aangaande het beloofde land toe op het land van hun dienstbaarheid. Ze beschuldigden Mozes, dat hij zich voordeed als iemand, die handelt onder goddelijke leiding, om daardoor zijn eigen gezag te handhaven…
Duidelijk bleek, dat het volk achter de ontevredenen stond; maar Mozes deed geen poging zich te rechtvaardigen. Plechtig beriep hij zich in de tegenwoordigheid van de vergadering op God als Getuige van de zuiverheid van zijn bedoelingen en de oprechtheid van zijn gedrag, en smeekte Hem als zijn Rechter op te treden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 362.
B. Welke inspanningen leverden Mozes en Aäron om de vergadering van vernietiging te redden?
Numeri 16:22-30.
Wat was het gevolg van hun inspanningen?
“Ze (Mozes en Aäron) vielen op hun aangezicht, met de bede: ‘O God, God der geesten van alle levende schepselen, als één man zondigt, zult Gij dan tegen de gehele vergadering toornen?’
Korach had zich van de vergadering gescheiden om zich bij Datan en Abiram te voegen, toen Mozes en de zeventig oudsten uitgingen om de mannen, die geweigerd hadden bij hem te komen, voor de laatste maal te waarschuwen. De menigte volgde, en eer Mozes zijn boodschap overbracht, verzocht hij op Gods bevel het volk: ‘Wijkt toch van de tenten dezer goddeloze mannen en raakt niets aan, dat hun toebehoort, opdat gij niet door al hun zonden wordt weggeraapt’. Aan deze waarschuwing werd gehoor gegeven, want allen hadden een voorgevoel van een naderend oordeel. De voornaamste opstandelingen zagen zich verlaten door hen, die ze misleid hadden, maar ze bleven even hardnekkig. Met hun gezinnen stonden ze voor hun tenten, alsof ze Gods waarschuwing uitdaagden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 363.
A. Welk lot overkwam de rebellen?
Numeri 16:31-35.
“De ogen van heel Israël waren op Mozes gericht, terwijl ze vol angst het gebeuren afwachtten. Toen hij zweeg, opende de aarde zich, en de opstandelingen werden levend begraven met alles wat hun toebehoorde, en ze kwamen om te midden der vergadering. Het volk vluchtte, daar het zich schuldig voelde aan dezelfde zonde.
Maar aan het oordeel was nog geen einde gekomen. Vuur uit de wolk verteerde de tweehonderd vijftig vorsten, die wierook geofferd hadden. Deze mannen, die niet tot de aanstokers van de opstand behoorden, werden niet gelijktijdig met de voornaamste samenzweerders gestraft. Ze mochten hun einde aanschouwen, en kregen de gelegenheid zicht te keren; maar ze kozen de zijde van de opstandelingen, en deelden in hun lot.” –Patriarchen en Profeten, blz. 363.
B. Hoe weten wij, dat God niet onzorgvuldig straft? Wie werd gespaard?
Deuteronomium 24:16;
Numeri 26:9-11;
1 Kronieken 9:19.
Welke lessen kunnen wij hiervan leren?
“De kinderen werden niet veroordeeld voor de zonden van hun ouders; maar wanneer de kinderen met de kennis van al het licht, dat aan hun ouders werd geschonken, ook het licht, dat zijzelf nog hadden verkregen, zouden verwerpen, werden ze medeschuldig aan de overtredingen van de ouders en maakten ze de maat van hun ongerechtigheid vol.” –De Grote Strijd, blz. 26.
“Toen Mozes Israël bad om de komende ondergang te ontvlieden, had Gods oordeel nog afgewend kunnen worden, wanneer Korach en de zijnen berouw hadden getoond en vergiffenis hadden gezocht. Maar hun halsstarrigheid bezegelde hun ondergang…
Toch maakte God in Zijn grote lankmoedigheid onderscheid tussen de leiders van de opstand en hen, die zich lieten meeslepen. Het volk, dat zich had laten verleiden, kreeg gelegenheid zich te bekeren. Het had overvloedige bewijzen gekregen van hun ongelijk en van het feit, dat Mozes in het gelijk stond. De duidelijke manifestatie van Gods macht had alle twijfel verdreven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 363-364.
C. Welk gebruik werd gemaakt van de wierookvaten van de opstandelingen? Met welk doel?
Numeri 16:36-40.
A. Welke koers volgden zij de volgende dag tegenover Mozes en Aäron, ondanks de bewijzen, die aan de vergadering waren gegeven?
Numeri 16:41.
“Men kan God nauwelijks een grotere beledeging aandoen dan de werktuigen te minachten en te verwerpen, die Hij voor hun zaligheid had willen gebruiken. Niet alleen dit hadden de Israëlieten gedaan, ze waren ook van plan geweest Mozes en Aäron te doden. Toch beseften ze niet de noodzaak om bij God vergiffenis te zoeken voor deze grote zonde. Die nacht van onderzoek werd niet doorgebracht in berouw en schuldbelijdenis, maar in het bedenken van wegen om weerstand te bieden aan de bewijzen, dat ze de voornaamste van alle zondaars waren. Nog steeds haatten ze de mannen, die door God waren aangesteld, en ze besloten zich te verzetten tegen hun gezag. Satan stond gereed hun oordeel te misbruiken en hen geblinddoekt naar de ondergang te leiden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 364.
B. Op welke manier kwam de Heer opnieuw tussenbeide met een zware straf, en wat deden Mozes en Aäron om het oordeel af te wenden?
Numeri 16:44-49.
“Zelfs nadat God Zijn hand uitstrekte, de aarde de boosdoeners verzwolg en het volk ontzet naar hun tenten vluchtte, was hun opstand niet genezen. De diepte van hun ontevredenheid kwam tot uiting, zelfs onder Gods oordelen. De dag na de vernietiging van Korach, Dathan en Abiram en hun metgezellen kwam het volk bij Mozes en Aäron met de woorden: ‘Gij hebt het volk des Heren gedood.’ Om deze valse beschuldiging tegen Gods dienstknechten werden nog eens duizenden gedood, want in hen leefde zonde, zelfverheffing en aanmatigende boosheid.” –Bijbelkommentaar, blz. 57.
“Mozes voelde zich niet schuldig en daarom was hij niet bevreesd, en haastte hij zich niet weg om de vergadering te laten omkomen. Mozes toefde, en openbaarde in deze hachelijke crisis de belangstelling van de ware herder voor de kudde, die aan zijn zorg is toevertrouwd. Hij smeekte, dat Gods toorn het volk, dat Hij gekozen had, niet volledig zou vernietigen. Door zijn tussenkomst hield hij de arm der wrake tegen, zodat niet een eind werd gemaakt aan het ongehoorzame, opstandige Israël…
Terwijl de rook van de wierook opsteeg, bad Mozes in de tabernakel tot God en werd de plaag een halt toegeroepen; maar veertienduizend Israëlieten lagen dood, als teken van de schuld van hun morren en opstand.” –Patriarchen en Profeten, blz. 365.
A. Welke test regelde de kwestie van het priesterschap voor altijd, en waar werd Aärons staf bewaard als een getuige?
Numeri 17:1-11.
“Alle opmerkelijke veranderingen in de staf vonden in één nacht plaats, om hen te overtuigen, dat God duidelijk onderscheid had gemaakt tussen Aäron en de rest van de kinderen Israëls.” –Bijbelkommentaar, blz. 59.
B. Welke waarschuwing komt tot ons van die grote opstand?
1 Korinthe 10:10-11.
“Bestaan ook nu niet de zonden, die de oorzaak waren van de ondergang van Korach? Trots en eerzucht zijn alom verbreid; en waar ze gekoesterd worden, openen ze de weg tot nijd, en een streven naar macht; de ziel wordt vervreemd van God, en onbewust raakt ze in de macht van Satan.
Evenals Korach en zijn metgezellen zijn er velen, zelfs onder de belijdende christenen, die plannen maken en werken voor zelfverheffing, om zo de sympathie en steun te krijgen van anderen, zodat ze zelfs bereid zijn de waarheid te verdraaien, en de dienstknechten des Heren in een onjuist daglicht te plaatsen, en hen beschuldigen van de laaghartige en zelfzuchtige motieven, die in hun eigen hart leven. Door hardnekkig vast te houden aan deze leugens, al zijn deze in strijd met elk bewijs, komen ze ten slotte ertoe deze als waar te geloven. Terwijl ze trachten het vertrouwen te vernietigen in mannen, die door God zijn gekozen, menen ze werkelijk, dat ze een goed werk doen en Gods wil volbrengen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 366.
1. Welke houding is aangenaam voor het natuurlijke hart, als wij verkeerd doen?
2. Wat was belangrijk voor hun gezinnen, die naast hen stonden, toen Dathan en Abiram weigerden te komen praten met Mozes?
3. Welke les kunnen wij leren van Gods handelen met de kinderen van Korach?
4. Wat was het antwoord van het volk na de vernietiging van Korach, Dathan, Abiram en hun bondgenoten? Waarom is deze houding zo gevaarlijk?
5. Welke gekoesterde houding lag ten grondslag aan de opstand tegen God?