“Doch Mijn knecht Kaleb, omdat een andere geest met hem geweest is, en hij volhard heeft Mij na te volgen, zo zal Ik hem brengen tot het land, waarin hij gekomen was, en zijn zaad zal het erfelijk bezitten”
Numeri 14:24
“De Here beloofde, dat Hij Israël niet aanstonds zou uitroeien; maar vanwege hun ongeloof en lafhartigheid kon Hij Zijn macht niet tonen in het verdelgen van hun vijanden. Daarom gaf Hij in Zijn barmhartigheid hun bevel, als de enig veilige weg, terug te keren naar de Rode Zee.” –Patriarchen en Profeten, blz. 354.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 350-357.
A. Met welk doel werden verspieders uit Kades in het land Kanaän gestuurd? Wiens idee was het eigenlijk, dat de verspieders het land Kanaän binnengingen?
Numeri 13:1-3;
Numeri 13:17-20;
Deuteronomium 1:20-25.
B. Na hoeveel dagen keerden de verspieders terug naar Kades, en welke zichtbare tekenen van de vruchtbaarheid van het land brachten zij mee?
Numeri 13:21-26.
“Ze gingen heen en verkenden heel het land van het zuiden uit tot aan de noordelijke grenzen. Na een afwezigheid van veertig dagen keerden ze terug. Het volk Israël koesterde hoge verwachtingen en zag vol belangstelling uit naar hun terugkeer. Het nieuws van hun aankomst ging van stam tot stam en werd met blijdschap begroet. Het volk snelde de verspieders tegemoet, die heelhuids aan de gevaren van deze onderneming ontkomen waren. De verspieders hadden monsters meegebracht van de vruchten, die de vruchtbaarheid van de bodem lieten zien.” –Patriarchen en Profeten, blz. 350.
A. Welk verslag brachten tien van de verspieders?
Numeri 13:27-29,
Numeri 13:31-33.
“Ze (de tien verspieders) hadden zich voorgenomen elke poging om in het bezit van Kanaän te komen, te weerstaan. Ze verdraaiden de waarheid ten einde hun noodlottige invloed te doen gelden…
Maar als mensen zich overgeven aan ongeloof, stellen ze zich onder de invloed van Satan, en niemand kan voorspellen tot welke uitersten dit kan leiden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 352.
B. Wat was het antwoord van Kaleb en Jozua?
Numeri 13:30;
Numeri 14:6-9.
Wat is nu één van onze grootste behoeften?
“In de verschillende perioden van de geschiedenis van ons werk is er dringend behoefte geweest aan Kalebs. Nu hebben wij mannen nodig, die absoluut trouw zijn, die de Heere volkomen volgen, mannen die niet zwijgen, als ze moeten spreken, die absoluut trouw zijn aan hun beginselen, die geen behoefte hebben aan vertoon, maar ootmoedig wandelen met God, geduldige, vriendelijke, voorkomende mannen, waarop men kan rekenen; mannen die begrijpen, dat echt bidden wil zeggen, geloof te beoefenen en werken te tonen, die tot eer van God en tot welzijn van Zijn volk zijn.” –Bijbelkommentaar, blz. 56.
C. Hoe ontving het volk de tegenstrijdige verslagen van de verspieders?
Numeri 14:1-4,
Numeri 14:10.
“Hoop en moed maakten plaats voor lafhartige wanhoop, toen de verspieders tot uitdrukking brachten, wat er leefde in hun ongelovige harten, die vol waren met ontmoediging. Hun ongeloof wierp een sombere schaduw over de vergadering, en de grote kracht van God, die zo vaak ten behoeve van het uitverkoren volk was geopenbaard, werd vergeten. Het volk gunde zich niet de tijd om na te denken; ze dachten er niet aan, dat Hij, die hen tot dusver had geleid, hen voorzeker het land zou geven; ze haalden zich niet voor de geest, hoe wonderlijk God hen had verlost van hun verdrukkers en een weg had gebaand door de zee, terwijl Hij het achtervolgende leger van Farao had verdelgd…
Opstand en muiterij volgden spoedig; want Satan had de leiding, en het volk scheen van zijn zinnen beroofd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 351, 352.
A. Hoe reageerden Mozes en Aäron, toen zij zagen, dat het volk het lafhartige verslag had aanvaard en opstandig werd?
Numeri 14:5.
“In droefheid en vernedering ‘wierpen Mozes en Aäron zich op hun aangezicht ten aanschouwen van de gehele gemeente van de vergadering der Israëlieten’, daar ze niet wisten, wat te doen om hen te weerhouden van het volvoeren van hun overhaaste en hartstochtelijke plannen. Kaleb en Jozua trachtten het tumult tot zwijgen te brengen. Met gescheurde kleren als teken van rouw en verontwaardiging haastten ze zich te midden van het volk, en hun luide stemmen werden gehoord boven het rumoer van geklaag en opstandig geween: ‘Het land, dat wij doorgetrokken zijn om het te verspieden, dat land is buitengewoon goed. Indien de Here welgevallen aan ons heeft, dan zal Hij ons in dit land brengen en het ons geven, een land, dat vloeit van melk en honing. Alleen, weest dan niet opstandig tegen de Here, en gij, vreest het volk van het land niet, want zij zijn ons tot spijs, hun schaduw is van hen geweken, en de Here is met ons; vreest hen niet’.” –Patriarchen en Profeten, blz. 352-353.
B. Hoe kwam de Heer op dit cruciale moment tussenbeide en wat zei Hij?
Numeri 14:10-12.
“De ontrouwe verspieders brachten luidde aanklachten in tegen Kaleb en Jozua, en de kreet werd gehoord om hen te stenigen. De krankzinnige menigte greep stenen om deze getrouwe mannen te doden. Met woest getier renden ze voorwaarts, toen plotseling de stenen uit hun handen vielen, een stilte over hen viel, en ze van schrik beefden. God was tussenbeide gekomen om hun moordplannen te verhinderen. De heerlijkheid van Zijn tegenwoordigheid verlichtte als een vlammend licht de tabernakel. Heel het volk zag het teken van God. Iemand, die machtiger was dan zij, had Zich geopenbaard, en niemand durfde langer te volharden in zijn opstand. De verspieders, die een kwaad verslag hadden gebracht, krompen verschrikt ineen en slopen ademloos naar hun tenten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 353.
C. Welke reden gaf Mozes de Heer om het volk Israël te vergeven en te sparen, toen Mozes de Heer smeekte?
Numeri 14:13-19.
A. Welk vonnis sprak de Heer uit over de mopperaars en rebellen?
Numeri 14:22-23,
Numeri 14:29-33.
“In hun opstand had het volk uitgeroepen: ‘Och, waren wij in deze woestijn gestorven!’ Nu zou dit gebed worden verhoord…
Zoals de verspieders veertig dagen op verkenning waren geweest, zou het leger van Israël veertig jaar in de woestijn omzwerven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 354.
B. Hoe strafte God de tien verspieders, die het slechte verslag gaven?
Numeri 14:36-37.
“Toen Mozes Gods besluit aan het volk bekendmaakte, veranderde hun woede in droefheid. Ze wisten, dat hun straf gerechtvaardigd was. De tien ontrouwe verspieders werden door Gods plaag getroffen en stierven voor hun ogen; en in hun lot las het volk zijn eigen vonnis.” –Patriarchen en Profeten, blz. 354.
C. Welke zonde van veronderstelling begingen de mopperaars de volgende dag en met welke gevolgen?
Numeri 14:39-45.
“Ten slotte gedwongen om het op te geven, keerden de overlevenden terug en weenden voor het aangezicht des Heren; ‘maar de Here luisterde niet’ naar hun stem (Deuteronomium 1:45). Door deze duidelijke overwinning werden de vijanden van Israël, die vol angst en beven de komst van dat machtige leger hadden afgewacht, vervuld met vertrouwen om hen te weerstaan. Alle berichten, die ze gehoord hadden betreffende de wonderbare dingen, die God voor Zijn volk had gedaan, beschouwden ze als onjuist, en ze meenden, dat er geen reden was om te vrezen. Die eerste nederlaag van Israël, die de Kanaänieten vervulde met moed en vastbeslotenheid, had de moeilijkheden van de verovering sterk vergroot. Voor Israël bleef niets anders over dan zich terug te trekken voor hun overwinnende vijanden, en de wijk te nemen naar de woestijn, in het besef dat deze het graf voor de gehele generatie zou zijn.” –Patriarchen en Profeten, blz. 357.
A. Wat voor berouw leidt tot verlossing?
2 Korinthe 7:10.
Wat ontbrak aan het berouw van de Israëlieten?
“Nu schenen ze (het volk) oprecht berouw te hebben van hun zondig gedrag; maar ze treurden meer over de gevolgen van hun verkeerde handwijze dan over hun ondankbaarheid en ongehoorzaamheid. Toen ze zagen, dat God niet op Zijn besluit terugkwam, werden ze weer eigenzinnig en ze zeiden, dat ze niet naar de woestijn wilden terugkeren. Toen Hij hun beval zich af te wenden van het land hunner vijanden, stelde God hun schijnbare onderwerping op de proef, en nu bleek, dat deze onderwerping niet oprecht was… Hun harten waren niet veranderd, en er was weinig voor nodig om een verontschuldiging te vinden voor een soortgelijke opstand…
Als ze over hun zonden getreurd hadden, toen deze hen werden voorgehouden, zou dit vonnis niet zijn uitgesproken; maar ze treurden over het vonnis; hun verdriet was niet vanwege berouw, en kon het vonnis niet ongedaan maken.” –Patriarchen en Profeten, blz. 354-355.
B. Wat hoort bij echt berouw?
Handelingen 3:19.
“Om vergeving te ontvangen moet de zondaar berouw tonen jegens God, wiens wet is overtreden, en geloof in Christus, Zijn verzoenend offer. Zonder oprecht berouw kan er geen echte bekering zijn.” –The Spirit of Prophecy 4, blz. 298.
1. Wat werd getoond door het feit, dat het volk graag verspieders wilden sturen om het land te inspecteren?
2. Hoe beïnvloedde ongeloof de tien verspieders en de gemeente als geheel? Hoe kunnen wij hetzelfde ongeloof tonen?
3. Hoe probeert een echte leider het werk van klagers tegen te gaan?
4. Zou u, zoals God, u op uw woord nemen, als u in haast spreekt?
5. Als ik echt spijt heb van mijn zonden, waar zal dit dan toe leiden in mijn eigen leven?