Zwerftochten door de Woestijn, deel 2 — Sabbat, 25 april 2020

Les 4: Ontrouwe priesters

Tekst om te onthouden

“En zij zullen Mijn volk onderscheid leren tussen het heilige en onheilige, en hun bekend maken het onderscheid tussen het onreine en reine”

Ezechiël 44:23

“Wij moeten ons onthouden van elke praktijk, die het geweten zal afstompen of verleiding zal aanwakkeren. Wij moeten geen deur openen, die Satan toegang verleent tot de geest van ook maar één menselijk wezen, dat naar het beeld van God geformeerd is.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 294.

Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 323-326.

Zondag — 19 april

1. De inwijding van Aäron en zijn zonen

A. Beschrijf in het kort de ceremonie van de inwijding van Aäron en zijn zonen voor de dienst van het heiligdom.

Leviticus 8:1-9,

Leviticus 8:1: Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Leviticus 8:2: Neem Aaron en zijn zonen met hem, en de klederen, en de zalfolie, daartoe den var des zondoffers, en de twee rammen, en den korf van de ongezuurde broden; Leviticus 8:3: En verzamel de ganse vergadering aan de deur van de tent der samenkomst. Leviticus 8:4: Mozes nu deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; en de vergadering werd verzameld aan de deur van de tent der samenkomst. Leviticus 8:5: Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen. Leviticus 8:6: En Mozes deed Aaron en zijn zonen naderen, en wies hen met dat water. Leviticus 8:7: Daar deed hij hem den rok aan, en gordde hem met den gordel, en trok hem den mantel aan; en deed hij hem den efod aan, en gordde dien met de kunstelijken riem des efods, en ombond hem daarmede. Leviticus 8:8: Voorts deed hij hem den borstlap aan, en voegde aan den borstlap de Urim en de Thummim. Leviticus 8:9: En hij zette den hoed op zijn hoofd; en aan den hoed boven zijn aangezicht zette hij de gouden plaat, de kroon der heiligheid, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

Leviticus 8:12-13,

Leviticus 8:12: Daarna goot hij van de zalfolie op het hoofd van Aaron, en hij zalfde hem, om hem te heiligen. Leviticus 8:13: Ook deed Mozes de zonen van Aaron naderen, en trok hun rokken aan, en gordde hen met een gordel, en bond hun mutsen op, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

Leviticus 8:24,

Leviticus 8:24: Hij deed ook de zonen van Aaron naderen; en Mozes deed van dat bloed op het lapje van hun rechteroor, en op den duim van hun rechterhand, en op den groten teen van hun rechtervoet; daarna sprengde Mozes dat bloed rondom op het altaar.

Leviticus 8:30,

Leviticus 8:30: Mozes nam ook van de zalfolie, en van het bloed, hetwelk op het altaar was, en sprengde het op Aaron, op zijn klederen, en op zijn zonen, en op de klederen zijner zonen met hem; en hij heiligde Aaron, zijn klederen, en zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem.

Leviticus 8:33.

Leviticus 8:33: Ook zult gij uit de deur van de tent der samenkomst, zeven dagen, niet uitgaan, tot aan den dag, dat vervuld worden de dagen uws vuloffers; want zeven dagen zal men uw handen vullen.

“Alles was gedaan, zoals God bevolen had; Hij nam het offer aan en openbaarde Zijn heerlijkheid op een opmerkelijke wijze: vuur kwam van God en verteerde het offer op het altaar. Het volk zag vol ontzag en met diepe belangstelling naar deze wonderbare manifestatie van goddelijke macht. Ze zagen er een teken in van Gods heerlijkheid en genade, en ze juichten allen en wierpen zich op hun aangezicht, alsof ze zich in de onmiddellijke tegenwoordigheid van de Here bevonden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 323.

B. Wat werd er gevraagd van hen, die geroepen waren tot de dienst in de tegenwoordigheid van de Heer?

Exodus 19:22.

Exodus 19:22: Daartoe zullen ook de priesters, die tot den HEERE naderen, zich heiligen, dat de HEERE niet tegen hen uitbreke.

Wat maakt mannen ongeschikt voor heilige verantwoordelijkheden?

“Als iemand geen levendige verbinding met God heeft, zullen zijn eigen geest en gevoelens de overhand hebben. Dit kan goed worden weergegeven als het offeren van vreemd vuur in de plaats van het heilige.” –Testimonies to Ministers, blz. 371.

Maandag — 20 april

2. Nadab en Abihu zijn gedood

A. Welke daad van Nadab en Abihu toonde aan, dat zij niet geschikt waren voor het heilige ambt, dat hun was gegeven?

Leviticus 10:1.

Leviticus 10:1: En de zonen van Aaron, Nadab en Abihu, namen een ieder zijn wierookvat, en deden vuur daarin, en legden reukwerk daarop, en brachten vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN, hetwelk hij hen niet geboden had.

Hoe gebruiken belijdende christenen in onze tijd ‘vreemd vuur’?

“De bekerende kracht van God moet op de mensen komen, die omgaan met heilige dingen, maar toch niet in staat zijn, door een reden die God het beste kent, om onderscheid te maken tussen het heilige vuur van Gods eigen aanmaakhout en het vreemde vuur, dat zij aanbieden. Dat vreemde vuur is net zo onterend voor God als dat, wat werd gepresenteerd door Nadab en Abihu. Het heilige vuur van Gods liefde zou de mensen teder, vriendelijk en meelevend maken voor hen, die in gevaar zijn. Degenen, die zich overgeven aan scherpe, aanmatigende woorden, zeggen in werkelijkheid: Ik ben heiliger dan u. Ziet u niet mijn verheven positie?” –Testimonies to Ministers, blz. 356.

“Er zijn bekeerde mensen nodig, mensen die God zullen liefhebben en eren, bang om zich in hun eigen wijsheid te bewegen en beseffen, dat hun inspanningen alleen succesvol kunnen zijn, als deze door Hem erkend zijn, want zonder Zijn zegen is er geen voorspoed. Elk moment moet goddelijke kracht worden gecombineerd met menselijke inspanning, anders zal er vreemd vuur worden geofferd in plaats van het heilige…

Heilige dingen behandelen zoals wij gewone zaken zouden doen, is een belediging voor God; want dat, wat God apart heeft gezet om Zijn dienst te doen door licht te geven aan deze wereld, is heilig. Degenen, die enige verbinding hebben met het werk van God, moeten niet in de ijdelheid van hun eigen wijsheid wandelen, maar in de wijsheid van God, anders zullen zij in gevaar zijn om heilige en gewone dingen op hetzelfde niveau te plaatsen, en zo zichzelf van God scheiden.” –The Review and Herald, 8 september 1896.

B. Hoe werd hun ontheiligende gedrag bestraft?

Leviticus 10:2.

Leviticus 10:2: Toen ging een vuur uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde hen; en zij stierven voor het aangezicht des HEEREN.

“Op het uur van aanbidding, terwijl de gebeden en lofprijzingen van het volk tot God opstegen, namen twee zonen van Aäron hun wierookvaten en legden hierin brandende wierook als een lieflijke reuk voor de Here. Maar ze overtraden Zijn bevel door ‘vreemd vuur’ te gebruiken. In plaats van het vuur dat God zelf had ontstoken en dat voor dit doel gebruikt moest worden, namen ze gewoon vuur voor hun wierookvaten. Vanwege deze zonde ging vuur uit van de Here en verteerde hen voor de ogen van het volk.” –Patriarchen en Profeten, blz. 323.

Dinsdag — 21 april

3. De gevolgen van verkeerde opvoeding

A. Toen Mozes onmiddellijk de oorzaak van de problemen zag, wat zei hij toen tegen Aäron?

Leviticus 10:3.

Leviticus 10:3: En Mozes zeide tot Aaron: Dat is het, wat de HEERE gesproken heeft, zeggende: In degenen, die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden, en voor het aangezicht van al het volk zal Ik verheerlijkt worden. Doch Aaron zweeg stil.

Wat maakte de zonde van Nadab en Abihu des te erger in de ogen van God?

“Naast Mozes en Aäron stonden Nadab en Abihu bovenaan bij het volk. Ze waren op bijzondere wijze door God geëerd, doordat ze samen met de zeventig oudsten Zijn heerlijkheid op de berg hadden mogen aanschouwen. Hun overtreding werd echter op grond van dit alles niet verontschuldigd of licht opgenomen. Hun zonde was juist groter.” –Patriarchen en Profeten, blz. 323.

B. Welke principes zal Aäron hebben geweten bij de opvoeding van zijn zonen?

Spreuken 22:6;

Spreuken 22:6: Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.

Spreuken 29:21.

Spreuken 29:21: Als men zijn knecht van jongs op weeldig houdt, hij zal in zijn laatste een zoon willen zijn.

Op welk gebied faalde hij?

“In hun jeugd hadden Nadab en Abihu niet geleerd zich te beheersen. De neiging van de vader om toe te geven, zijn gebrek aan vastheid in het doen van het recht, hadden hem ertoe gebracht de tucht van zijn kinderen te verwaarlozen. Hij had goedgevonden, dat zijn zonen hun eigen wil volgden. Zelfzuchtige gewoonten vormen, als ze lange tijd gekoesterd worden, banden die zelfs door de verantwoordelijkheden van het heiligste ambt niet verbroken kunnen worden. Ze hadden niet geleerd eerbied te hebben voor het gezag van hun vader en ze beseften niet de noodzaak van strikte gehoorzaamheid aan de eisen van God.” –Patriarchen en Profeten, blz. 324.

“Er kan niet te veel belang gehecht worden aan de vroege opvoeding van de kinderen. De lessen, die dan geleerd worden, de gewoonten die gevormd worden gedurende de kleuter- en kinderjaren, hebben meer te doen met de vorming van het karakter en de richting van het leven dan alle onderwijs en opvoeding in de latere jaren.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 317.

C. Welke aanwijzing en waarschuwing gaf Mozes aan Aäron en zijn nog levende zonen? Waarom?

Leviticus 10:6-7.

Leviticus 10:6: En Mozes zeide tot Aaron, en tot Eleazar, en tot Ithamar, zijn zonen: Gij zult uw hoofden niet ontbloten, noch uw klederen verscheuren, opdat gij niet sterft, en grote toorn over de ganse vergadering kome; maar uw broederen, het ganse huis van Israel, zullen dezen brand, dien de HEERE aan gestoken heeft, bewenen. Leviticus 10:7: Gij zult ook uit de deur van de tent der samenkomst niet uitgaan, opdat gij niet sterft; want de zalfolie des HEEREN is op u. En zij deden naar het woord van Mozes.

“Hij mocht niet door een uiten van droefheid meevoelen met zonde. De vergadering mocht er niet toe geleid worden tegen God te morren.” –Patriarchen en Profeten, blz. 325.

Woensdag — 22 april

4. Een waarschuwing voor ons nu

A. Welke waarschuwing gaf de Heer tegen het gebruik van alcoholische dranken?

Leviticus 10:8-11.

Leviticus 10:8: En de HEERE sprak tot Aaron, zeggende: Leviticus 10:9: Wijn en sterken drank zult gij niet drinken, gij, noch uw zonen met u, als gij gaan zult in de tent der samenkomst, opdat gij niet sterft; het zij een eeuwige inzetting onder uw geslachten; Leviticus 10:10: En om onderscheid te maken tussen het heilige en tussen het onheilige, en tussen het onreine en tussen het reine; Leviticus 10:11: En om den kinderen Israels te leren al de inzettingen, die de HEERE door den dienst van Mozes tot hen gesproken heeft.

Strekt deze waarschuwing zich ook uit tot ons nu?

Exodus 19:5-6.

Exodus 19:5: Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; Exodus 19:6: En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult.

“Het gebruik van geestrijke dranken verzwakt het lichaam, benevelt de geest, en verlaagt de moraal. Het maakt, dat de mens niet de heiligheid onderscheidt van heilige zaken, of de bindende kracht ontdekt van Gods geboden. Allen, die een plaats bekleden van heilige verantwoordelijkheid moeten strikt matige mensen zijn, zodat hun geest helder is en ze onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, en ze een vastheid van beginsel bezitten en wijsheid hebben om gerechtigheid te beoefenen en barmhartigheid te betonen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 326.

B. Welke Bijbelse principes laten ons zien, dat de wijn, die Jezus op het huwelijksfeest gaf, niet gefermenteerde druivensap was?

Spreuken 20:1;

Spreuken 20:1: De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig; al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn.

Spreuken 23:32.

Spreuken 23:32: In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder.

“Sommigen hebben verklaard, dat Christus de voorkeur gaf aan het gematigde gebruik van gefermenteerde wijn, als getuigen daarvan verwezen zij naar Zijn wonder van het veranderen van water in wijn. Maar wij protesteren, dat Christus nooit bedwelmende wijn heeft gemaakt; een dergelijke daad zou in strijd zijn geweest met alle leringen en voorbeeld van Zijn leven.” –The Health Reformer, 1 juli 1878.

C. Wat zullen zij doen, die streven naar het meesterschap in het christelijke leven?

1 Korinthe 9:25.

1 Korinthe 9:25: En een iegelijk, die om prijs strijdt, onthoudt zich in alles. Dezen dan doen wel dit, opdat zij een verderfelijke kroon zouden ontvangen, maar wij een onverderfelijke.

“Ware zelfbeheersing leert ons om volledig af te zien van alles, wat schadelijk is, en verstandig te gebruiken wat gezond is.” –Temperance, blz. 138.

“De enige veilige weg is om thee, koffie, wijn, tabak, opium en alcoholische dranken niet aan te raken, niet te proeven, niet te hanteren…

Laten wij nooit een glas alcoholische drank tot ons nemen. Laten wij deze nooit aanraken.” –Temperance, blz. 163.

“De jeugd en de kinderen moeten begrip krijgen van de uitwerking van alcohol, tabak en andere soortgelijke vergiften, die verderfelijk zijn voor het lichaam, het verstand verduisteren en de ziel zinnelijk maken. Het moet duidelijk gemaakt worden, dat iemand, die deze dingen gebruikt, niet lang in het bezit kan blijven van de volledige kracht van zijn lichamelijke, verstandelijke en zedelijke vermogens.” –Karaktervorming, blz. 204.

Donderdag — 23 april

5. ‘Heilig en achtenswaardig is Zijn naam’

A. Waarom werd de zonde van Nadab en Abihu opgeschreven?

Romeinen 15:4.

Romeinen 15:4: Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden.

Wat kunnen wij leren van deze gebeurtenis?

“God wilde het volk de les leren, dat ze hem eerbiedig en vol ontzag moesten naderen, op de wijze die hij had voorgeschreven. Hij kan geen gedeeltelijke gehoorzaamheid aannemen. Het was niet voldoende, dat op dit plechtig tijdstip van aanbidding bijna alles gedaan was, zoals Hij had aangegeven. God heeft een vloek uitgesproken over hen, die van Zijn geboden afdwalen en geen verschil maken tussen gewone en heilige dingen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 324.

B. Wat voor soort mensen roept de Heer op om plaatsen van heilige verantwoordelijkheid in te nemen?

1 Petrus 1:15-16;

1 Petrus 1:15: Maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gijzelven heilig in al uw wandel; 1 Petrus 1:16: Daarom dat er geschreven is: Zijt heilig, want Ik ben heilig.

1 Petrus 2:9.

1 Petrus 2:9: Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;

“Een dienaar van Christus moet rein zijn in zijn spreken en zijn handelingen. Hij moet er immer aan gedenken, dat hij te doen heeft met bezielde woorden van een heilige God. Hij moet er eveneens aan gedenken, dat de kudde aan zijn zorg is toevertrouwd, en dat hij hun gevallen tot Jezus moet brengen, en voor hen moet pleiten, gelijk Jezus voor ons pleit met de Vader. Ik werd teruggewezen op de kinderen van Israël in de oude tijd, en zag hoe rein en heilig de dienaars van het heiligdom moesten zijn, omdat zij door hun werk in nauw verband met God gebracht werden. Zij, die dienst doen, moeten heilig, rein en zonder smet zijn, of God zal hen uitdelgen. God wordt niet veranderd.” –Eerste Geschriften, blz. 116.

Vrijdag — 24 april

Terugblik

1. Waarom brengen wij soms onze eigen gedachten en zelfzuchtige ideeën in het werk van God?

2. Wat is nodig om te voorkomen, dat heilige en gewone dingen op hetzelfde niveau worden geplaatst?

3. Wanneer moet zelfbeheersing worden geleerd? Waarom?

4. Waarom wil God, dat ik nu strikt gematigd ben?

5. Waarom is eerbied zo belangrijk? Waar begint dit? Hoe?