“En zij zullen Mijn volk onderscheid leren tussen het heilige en onheilige, en hun bekend maken het onderscheid tussen het onreine en reine”
Ezechiël 44:23
“Wij moeten ons onthouden van elke praktijk, die het geweten zal afstompen of verleiding zal aanwakkeren. Wij moeten geen deur openen, die Satan toegang verleent tot de geest van ook maar één menselijk wezen, dat naar het beeld van God geformeerd is.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 294.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 323-326.
A. Beschrijf in het kort de ceremonie van de inwijding van Aäron en zijn zonen voor de dienst van het heiligdom.
Leviticus 8:1-9,
Leviticus 8:12-13,
Leviticus 8:24,
Leviticus 8:30,
Leviticus 8:33.
“Alles was gedaan, zoals God bevolen had; Hij nam het offer aan en openbaarde Zijn heerlijkheid op een opmerkelijke wijze: vuur kwam van God en verteerde het offer op het altaar. Het volk zag vol ontzag en met diepe belangstelling naar deze wonderbare manifestatie van goddelijke macht. Ze zagen er een teken in van Gods heerlijkheid en genade, en ze juichten allen en wierpen zich op hun aangezicht, alsof ze zich in de onmiddellijke tegenwoordigheid van de Here bevonden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 323.
B. Wat werd er gevraagd van hen, die geroepen waren tot de dienst in de tegenwoordigheid van de Heer?
Exodus 19:22.
Wat maakt mannen ongeschikt voor heilige verantwoordelijkheden?
“Als iemand geen levendige verbinding met God heeft, zullen zijn eigen geest en gevoelens de overhand hebben. Dit kan goed worden weergegeven als het offeren van vreemd vuur in de plaats van het heilige.” –Testimonies to Ministers, blz. 371.
A. Welke daad van Nadab en Abihu toonde aan, dat zij niet geschikt waren voor het heilige ambt, dat hun was gegeven?
Leviticus 10:1.
Hoe gebruiken belijdende christenen in onze tijd ‘vreemd vuur’?
“De bekerende kracht van God moet op de mensen komen, die omgaan met heilige dingen, maar toch niet in staat zijn, door een reden die God het beste kent, om onderscheid te maken tussen het heilige vuur van Gods eigen aanmaakhout en het vreemde vuur, dat zij aanbieden. Dat vreemde vuur is net zo onterend voor God als dat, wat werd gepresenteerd door Nadab en Abihu. Het heilige vuur van Gods liefde zou de mensen teder, vriendelijk en meelevend maken voor hen, die in gevaar zijn. Degenen, die zich overgeven aan scherpe, aanmatigende woorden, zeggen in werkelijkheid: Ik ben heiliger dan u. Ziet u niet mijn verheven positie?” –Testimonies to Ministers, blz. 356.
“Er zijn bekeerde mensen nodig, mensen die God zullen liefhebben en eren, bang om zich in hun eigen wijsheid te bewegen en beseffen, dat hun inspanningen alleen succesvol kunnen zijn, als deze door Hem erkend zijn, want zonder Zijn zegen is er geen voorspoed. Elk moment moet goddelijke kracht worden gecombineerd met menselijke inspanning, anders zal er vreemd vuur worden geofferd in plaats van het heilige…
Heilige dingen behandelen zoals wij gewone zaken zouden doen, is een belediging voor God; want dat, wat God apart heeft gezet om Zijn dienst te doen door licht te geven aan deze wereld, is heilig. Degenen, die enige verbinding hebben met het werk van God, moeten niet in de ijdelheid van hun eigen wijsheid wandelen, maar in de wijsheid van God, anders zullen zij in gevaar zijn om heilige en gewone dingen op hetzelfde niveau te plaatsen, en zo zichzelf van God scheiden.” –The Review and Herald, 8 september 1896.
B. Hoe werd hun ontheiligende gedrag bestraft?
Leviticus 10:2.
“Op het uur van aanbidding, terwijl de gebeden en lofprijzingen van het volk tot God opstegen, namen twee zonen van Aäron hun wierookvaten en legden hierin brandende wierook als een lieflijke reuk voor de Here. Maar ze overtraden Zijn bevel door ‘vreemd vuur’ te gebruiken. In plaats van het vuur dat God zelf had ontstoken en dat voor dit doel gebruikt moest worden, namen ze gewoon vuur voor hun wierookvaten. Vanwege deze zonde ging vuur uit van de Here en verteerde hen voor de ogen van het volk.” –Patriarchen en Profeten, blz. 323.
A. Toen Mozes onmiddellijk de oorzaak van de problemen zag, wat zei hij toen tegen Aäron?
Leviticus 10:3.
Wat maakte de zonde van Nadab en Abihu des te erger in de ogen van God?
“Naast Mozes en Aäron stonden Nadab en Abihu bovenaan bij het volk. Ze waren op bijzondere wijze door God geëerd, doordat ze samen met de zeventig oudsten Zijn heerlijkheid op de berg hadden mogen aanschouwen. Hun overtreding werd echter op grond van dit alles niet verontschuldigd of licht opgenomen. Hun zonde was juist groter.” –Patriarchen en Profeten, blz. 323.
B. Welke principes zal Aäron hebben geweten bij de opvoeding van zijn zonen?
Spreuken 22:6;
Spreuken 29:21.
Op welk gebied faalde hij?
“In hun jeugd hadden Nadab en Abihu niet geleerd zich te beheersen. De neiging van de vader om toe te geven, zijn gebrek aan vastheid in het doen van het recht, hadden hem ertoe gebracht de tucht van zijn kinderen te verwaarlozen. Hij had goedgevonden, dat zijn zonen hun eigen wil volgden. Zelfzuchtige gewoonten vormen, als ze lange tijd gekoesterd worden, banden die zelfs door de verantwoordelijkheden van het heiligste ambt niet verbroken kunnen worden. Ze hadden niet geleerd eerbied te hebben voor het gezag van hun vader en ze beseften niet de noodzaak van strikte gehoorzaamheid aan de eisen van God.” –Patriarchen en Profeten, blz. 324.
“Er kan niet te veel belang gehecht worden aan de vroege opvoeding van de kinderen. De lessen, die dan geleerd worden, de gewoonten die gevormd worden gedurende de kleuter- en kinderjaren, hebben meer te doen met de vorming van het karakter en de richting van het leven dan alle onderwijs en opvoeding in de latere jaren.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 317.
C. Welke aanwijzing en waarschuwing gaf Mozes aan Aäron en zijn nog levende zonen? Waarom?
Leviticus 10:6-7.
“Hij mocht niet door een uiten van droefheid meevoelen met zonde. De vergadering mocht er niet toe geleid worden tegen God te morren.” –Patriarchen en Profeten, blz. 325.
A. Welke waarschuwing gaf de Heer tegen het gebruik van alcoholische dranken?
Leviticus 10:8-11.
Strekt deze waarschuwing zich ook uit tot ons nu?
Exodus 19:5-6.
“Het gebruik van geestrijke dranken verzwakt het lichaam, benevelt de geest, en verlaagt de moraal. Het maakt, dat de mens niet de heiligheid onderscheidt van heilige zaken, of de bindende kracht ontdekt van Gods geboden. Allen, die een plaats bekleden van heilige verantwoordelijkheid moeten strikt matige mensen zijn, zodat hun geest helder is en ze onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, en ze een vastheid van beginsel bezitten en wijsheid hebben om gerechtigheid te beoefenen en barmhartigheid te betonen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 326.
B. Welke Bijbelse principes laten ons zien, dat de wijn, die Jezus op het huwelijksfeest gaf, niet gefermenteerde druivensap was?
Spreuken 20:1;
Spreuken 23:32.
“Sommigen hebben verklaard, dat Christus de voorkeur gaf aan het gematigde gebruik van gefermenteerde wijn, als getuigen daarvan verwezen zij naar Zijn wonder van het veranderen van water in wijn. Maar wij protesteren, dat Christus nooit bedwelmende wijn heeft gemaakt; een dergelijke daad zou in strijd zijn geweest met alle leringen en voorbeeld van Zijn leven.” –The Health Reformer, 1 juli 1878.
C. Wat zullen zij doen, die streven naar het meesterschap in het christelijke leven?
1 Korinthe 9:25.
“Ware zelfbeheersing leert ons om volledig af te zien van alles, wat schadelijk is, en verstandig te gebruiken wat gezond is.” –Temperance, blz. 138.
“De enige veilige weg is om thee, koffie, wijn, tabak, opium en alcoholische dranken niet aan te raken, niet te proeven, niet te hanteren…
Laten wij nooit een glas alcoholische drank tot ons nemen. Laten wij deze nooit aanraken.” –Temperance, blz. 163.
“De jeugd en de kinderen moeten begrip krijgen van de uitwerking van alcohol, tabak en andere soortgelijke vergiften, die verderfelijk zijn voor het lichaam, het verstand verduisteren en de ziel zinnelijk maken. Het moet duidelijk gemaakt worden, dat iemand, die deze dingen gebruikt, niet lang in het bezit kan blijven van de volledige kracht van zijn lichamelijke, verstandelijke en zedelijke vermogens.” –Karaktervorming, blz. 204.
A. Waarom werd de zonde van Nadab en Abihu opgeschreven?
Romeinen 15:4.
Wat kunnen wij leren van deze gebeurtenis?
“God wilde het volk de les leren, dat ze hem eerbiedig en vol ontzag moesten naderen, op de wijze die hij had voorgeschreven. Hij kan geen gedeeltelijke gehoorzaamheid aannemen. Het was niet voldoende, dat op dit plechtig tijdstip van aanbidding bijna alles gedaan was, zoals Hij had aangegeven. God heeft een vloek uitgesproken over hen, die van Zijn geboden afdwalen en geen verschil maken tussen gewone en heilige dingen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 324.
B. Wat voor soort mensen roept de Heer op om plaatsen van heilige verantwoordelijkheid in te nemen?
1 Petrus 1:15-16;
1 Petrus 2:9.
“Een dienaar van Christus moet rein zijn in zijn spreken en zijn handelingen. Hij moet er immer aan gedenken, dat hij te doen heeft met bezielde woorden van een heilige God. Hij moet er eveneens aan gedenken, dat de kudde aan zijn zorg is toevertrouwd, en dat hij hun gevallen tot Jezus moet brengen, en voor hen moet pleiten, gelijk Jezus voor ons pleit met de Vader. Ik werd teruggewezen op de kinderen van Israël in de oude tijd, en zag hoe rein en heilig de dienaars van het heiligdom moesten zijn, omdat zij door hun werk in nauw verband met God gebracht werden. Zij, die dienst doen, moeten heilig, rein en zonder smet zijn, of God zal hen uitdelgen. God wordt niet veranderd.” –Eerste Geschriften, blz. 116.
1. Waarom brengen wij soms onze eigen gedachten en zelfzuchtige ideeën in het werk van God?
2. Wat is nodig om te voorkomen, dat heilige en gewone dingen op hetzelfde niveau worden geplaatst?
3. Wanneer moet zelfbeheersing worden geleerd? Waarom?
4. Waarom wil God, dat ik nu strikt gematigd ben?
5. Waarom is eerbied zo belangrijk? Waar begint dit? Hoe?