“Verder zeide de Heere tot Mozes: Schrijf u deze woorden; want naar luid van deze woorden heb Ik een verbond met u en met Israël gemaakt”
Exodus 34:27
“Op Gods bevel had hij (Mozes) twee stenen tafelen klaargemaakt en ze mee naar de bergtop genomen; en opnieuw ‘schreef de Here op de tafelen de woorden van het verbond’, de tien geboden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 291.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 284-293.
A. Wat bracht Mozes met zich mee, toen hij van de berg afkwam, en hoe legden Jozua en Mozes elk het lawaai uit, dat zij in het kamp hoorden?
Exodus 32:17-18.
B. Beschrijf de reactie van Mozes op de afgoderij in het kamp en Aärons ijdele poging tot zelfrechtvaardiging.
Exodus 32:19-24.
“Toen Mozes bij zijn terugkeer in de legerplaats voor de opstandelingen stond, waren zijn verwijten en verontwaardiging, die hij openbaarde door de geheiligde tafelen der wet te breken voor de ogen van het volk in schrille tegenstelling met de aangename woorden en het waardige gedrag van zijn broer; hun sympathie ging dan ook uit naar Aäron. Om zich te rechtvaardigen had Aäron getracht het volk verantwoordelijk te stellen voor zijn zwakheid in het toegeven aan hun eisen; maar ondanks dit alles waren ze vol bewondering voor zijn zachtaardigheid en geduld. God ziet echter anders dan de mens. De meegaande geest van Aäron en zijn verlangen om het volk te behagen, hadden zijn ogen gesloten voor de grootte van de misdaad, die hij goedkeurde. Het feit, dat hij door zijn invloed in Israël de zonde goedkeurde, kostte aan duizenden mensen het leven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 286.
A. Hoe aanstootgevend was de houding van Aäron in de ogen van God?
Deuteronomium 9:20.
“Als Aäron de moed had gehad om op te komen voor het recht, zonder rekening te houden met de gevolgen, had hij die afval kunnen tegengaan.” –Patriarchen en Profeten, blz. 286.
B. Welke oproep deed Mozes, nadat hij zijn broer had berispt, en wat was het gevolg?
Exodus 32:26-29.
“Het was noodzakelijk om de zonde te bestraffen, als een getuigenis voor de omringende volken, dat God vertoornd was over afgodendienst. Door gerechtigheid te beoefenen jegens de schuldigen moest Mozes, als Gods werktuig, een verslag nalaten van een plechtig en openbaar protest tegen hun misdaad. Wanneer de Israëlieten later de afgoderij van de hen omringende stammen zouden veroordelen, zouden hun vijanden hun de beschuldiging voor de voeten gooien, dat het volk, dat Jehova als hun God erkende, een kalf had gemaakt en dit had aanbeden bij de Horeb. Dan kon Israël, hoewel ze gedwongen zouden zijn deze onaangename waarheid te erkennen, wijzen op het vreselijke lot van de overtreders, als bewijs dat hun zonde niet goedgekeurd of verontschuldigd kon worden.
Zowel liefde als gerechtigheid eisten, dat het oordeel op deze zonde zou volgen. God is de Bewaker van, maar ook de Heerser over Zijn volk. Hij verdelgt hen, die vasthouden aan hun opstand, zodat ze anderen niet naar de ondergang kunnen leiden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 287-288.
C. Wat maakte Mozes bekend aan hen, die spijt hadden van hun zonde, en hoe communiceerde hij later met God voor hen?
Exodus 32:30-35.
“Mozes was zich van het vreselijk lot van de zondaar bewust; en toch wenste hij, als het volk Israël door de Here verworpen zou worden, dat ook zijn naam, samen met de hunne, zou uitgewist worden; hij kon niet verdragen, dat Gods oordelen zouden vallen op hen, die zo wonderlijk gered waren. De tussenkomst van Mozes ten behoeve van Israël toont het middelaarswerk van Christus ten behoeve van zondige mensen. Maar de Here liet Mozes niet de schuld dragen van de zondaar, zoals Christus eens zou doen. ‘Wie tegen Mij gezondigd heeft’, zei Hij, ‘zal Ik uit Mijn boek delgen’.” –Patriarchen en Profeten, blz. 289.
A. Hoe reageerde het volk, toen zij hoorden, dat de Heer hen niet naar Kanaän zou leiden vanwege hun zonde?
Exodus 33:1-6.
B. Waar sloeg Mozes de tabernakel op na deze vreselijke ervaring? Welk teken toonde hoop voor hen, die de Heer zochten?
Exodus 33:7-10.
“De tent werd buiten de legerplaats opgeslagen, maar Mozes noemde het de ‘tent der samenkomst’. Allen, die oprecht berouw hadden en tot de Here wilden terugkeren, kregen opdracht daarheen te gaan om hun zonden te belijden en Zijn barmhartigheid te zoeken. Toen ze naar hun tenten terugkeerden, ging Mozes de tent binnen. Met pijnlijke belangstelling wachtte het volk op een of ander teken, waaruit zou blijken dat zijn pleiten voor hen zou worden aanvaard. Als God Zich zou verwaardigen om met hem samen te komen, konden ze hopen, dat ze niet volledig verdelgd zouden worden. Toen de wolkkolom neerdaalde en bij de ingang van de tent bleef rusten, weende het volk van blijdschap, ‘het stond op en boog zich neder, ieder aan de ingang van zijn tent’.” –Patriarchen en Profeten, blz. 290.
C. Welke verzekering kreeg Mozes van de Heer?
Exodus 33:11-17.
Hoe kunnen wij dezelfde zekerheid krijgen?
“Deze ervaring, en vooral de belofte, dat Gods tegenwoordigheid hem zou vergezellen, was voor Mozes een verzekering van succes in het werk, dat nog voor hem lag; en hij achtte het van oneindig grotere waarde dan alle wetenschap van Egypte of alles wat hij als staatsman of militair aanvoerder bereikt had. Er is geen aardse kennis, macht of wetenschap, die de plaats van Gods blijvende tegenwoordigheid kan vervangen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 292.
“Ga naar God en zeg Hem, zoals Mozes deed: “Ik kan dit volk niet leiden, tenzij Uw tegenwoordigheid met mij zal gaan”. En vraag dan nog meer; bid met Mozes: ‘Toon mij uw heerlijkheid’. Wat is deze heerlijkheid? Het karakter van God. Dat is, wat Hij verkondigde aan Mozes. Laat de ziel, in levend geloof, zich aan God vastmaken. Laat de tong Zijn lof spreken. Wanneer u met elkaar omgaat, laat de geest zich dan eerbiedig wenden tot de overdenking van eeuwige werkelijkheden. Zo zult u elkaar helpen tot een geestelijke gezindheid. Wanneer uw wil in harmonie is met de goddelijke wil, zult u in harmonie zijn met elkaar; u zult Christus aan uw zijde hebben als raadgever.” –Testimonies to Ministers, blz. 499.
A. Welk verder verzoek deed Mozes en wat was het antwoord van de Heer?
Exodus 33:18-19.
Hoe verkondigde de Heer Zijn naam aan Mozes?
Exodus 34:5-7.
“Het is ons voorrecht om hoger en steeds hoger te reiken voor duidelijker openbaringen van Gods karakter. Toen Mozes bad: ‘Ik smeek U, doe mij toch uw heerlijkheid zien’, vermaande God hem niet, maar vervulde zijn gebed. Hij zei tot Mozes: ‘Ik zal Mijn luister aan u doen voorbijgaan, en de naam des Heeren voor u uitroepen’ (Exodus 33:18-19.
Het is de zonde, die ons denken verduistert en onze opmerkingsgave benevelt. Als de zonde uit onze harten weggewassen wordt, zal het licht van de kennis van Gods heerlijkheid in het aangezicht van Jezus Christus Zijn woord verlichten, en wij zullen weerkaatst in de natuur, Hem meer en meer zien als ‘barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw’ (Exodus 34:6).” –De Weg tot Gezondheid, blz. 399.
B. Waar bad Mozes voor, nadat God Zijn heerlijkheid aan Mozes openbaarde, en hoe antwoordde God?
Exodus 34:8-17,
Exodus 34:27.
“Mozes vertrouwde God volkomen, omdat hij een echt geloof bezat. Hij had hulp nodig, en hij bad erom; in geloof legde hij er beslag op en vervlocht het geloof, dat God voor hem zorgde, met zijn dagelijks leven. Hij geloofde, dat God op bijzondere wijze leiding gaf aan zijn leven. Hij zag en erkende God in elk detail van zijn leven en besefte, dat hij gezien werd door het oog van de Alziende, die motieven weegt en het hart beproeft. Hij zag op God en vertrouwde op Hem voor kracht om hem onverdorven door elke vorm van verzoeking te dragen… De aanwezigheid van God was voldoende om hem door de meest beproevende situaties, waarvoor een mens maar geplaatst kon worden, te leiden.
Mozes dacht niet alleen maar aan God, hij zag Hem. God stond hem als een voortdurend visioen voor ogen; hij verloor Zijn gezicht nooit uit het oog. Hij zag Jezus als zijn Verlosser, en hij geloofde, dat de verdiensten van de Verlosser hem zouden worden toegerekend. Dit geloof was voor Mozes geen veronderstelling, het was een realiteit. Dit is het soort geloof, dat wij nodig hebben, een geloof dat de toets zal doorstaan.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 529.
A. Wat konden de kinderen van Israël nu waarderen over de zegeningen, die werden aangeboden onder het verbond met Abraham in tegenstelling tot hun eerste verbond met God?
Psalm 103:8;
Hebreeën 7:19;
Jeremia 31:33-34.
“Ze (de kinderen van Israël) hadden gezien, hoe de wet in ontzagwekkende majesteit was verkondigd, en beefden van ontzetting aan de voet van de berg; en toch verstreken er slechts enkele weken voor ze hun verbond met God verbraken en zich bogen voor een gegoten beeld. Ze konden niet rekenen op de gunst van God op grond van een verbond, dat ze verbroken hadden; en nu ze hun eigen zondigheid en hun behoefte aan vergiffenis zagen, kwamen ze ertoe te verlangen naar een Heiland, die in het verbond met Abraham was geopenbaard en die in de offerdiensten werd afgebeeld. Nu werden ze door geloof en liefde met God verbonden als hun Bevrijder van de slavernij der zonde. Nu waren ze in staat de zegeningen van het nieuwe verbond op prijs te stellen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 335.
B. Wat bracht Mozes mee van de berg na veertig dagen, en hoe voelde het volk zich, toen zij hem zagen?
Exodus 34:28-30,
Exodus 34:33.
“De heerlijkheid op het gelaat van Mozes illustreert de zegeningen, die het geboden-houdend volk van God ontvangt door het middelaarswerk van Christus. Het laat zien, dat hoe nauwer onze gemeenschap is met God en hoe duidelijker ons begrip is van Zijn eisen, we meer het goddelijke beeld gelijkvormig worden, en we meer deelhebbers van de goddelijke natuur zullen zijn.” –Patriarchen en Profeten, blz. 292.
1. Waarom verachten wij vaak degene, die de zonde berispt en bewonderen de zachtaardige en meegaande?
2. Waarom was de zonde van het aanbidden van het gouden kalf zo groot?
3. Wat was voor Mozes waardevoller dan zijn vaardigheden als een staatsman of een militaire leider? Waarom?
4. Als Jezus het hart reinigt van zonde, wat zullen wij dan uit Zijn Woord zien schijnen en weerspiegeld zien in de natuur?
5. Welke twee dingen zullen mij ertoe leiden, dat ik vollediger aangepast word aan Gods beeld? Hoe?