“Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle”
1 Korintiërs 10:12
“Het is in deze laatste dagen het speciale werk van Satan om bezit te nemen van de geest van de jeugd, om de gedachten te bederven en de hartstochten te ontsteken; want hij weet, dat hij hen hierdoor tot onreine daden kan aanzetten, waardoor alle edele vermogens van de geest verlaagd worden.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 520-521.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 410-417.
A. Wat probeerde Balak, de koning van Moab, te doen? Waarom?
Numeri 22:2-3,
Numeri 22:5–7.
B. Waarom kon Bileam Israël niet vervloeken?
Numeri 22:38;
Numeri 23:8.
C. Welk feit over de geestelijke staat van Israël was een andere reden, waarom zij niet konden worden vervloekt?
Numeri 23:21.
Hoe is dit zo bemoedigend voor ons?
“Zolang ze stonden onder Gods bescherming zou geen enkele natie, al werd deze door Satan geholpen, iets tegen hen vermogen. Heel de wereld zou zich verbazen over Gods wonderen ten behoeve van Zijn volk, dat iemand, die vastbesloten een zondige weg volgde, zó geleid kon worden door God, dat hij, in plaats van vervloekingen, de rijkste en kostbaarste beloften uitte in de meest verheven taal. En Gods zorg, die toen over Israël werd geopenbaard, was een verzekering van Zijn bescherming en zorg voor Zijn gehoorzame, getrouwe kinderen in alle tijden. Als Satan boze mensen zou inblazen om Gods volk onjuist voor te stellen, hen te benauwen en te vernietigen, zou dit voorval in hun herinnering opkomen, zodat hun geloof en vertrouwen in God versterkt zouden worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 406.
A. Met welke zegeningen inspireerde God Bileam om over Israël uit te spreken? Eerste zegen:
Numeri 23:7-10.
Tweede zegen: Verzen 18-24. Derde zegen: Hoofdstuk 24:5-9.
B. Welke profetie sprak Bileam toen uit over Israël en de komende Messias?
Numeri 24:15-17.
“Het licht van God schijnt steeds in de duisternis van het heidendom. Wanneer deze magiërs de sterrenhemel bestudeerden en het geheim trachtten te peilen van hun lichte paden, aanschouwden ze de heerlijkheid van de Schepper. Op zoek naar helderder kennis wendden zij zich tot de Hebreeuwse geschriften. In hun eigen land werden profetische geschriften, die de komst van een goddelijke leraar voorspelden, verzameld. Bileam behoorde tot de magiërs, hoewel hij eenmaal een profeet van God was; geleid door de Heilige Geest had hij de voorspoed van Israël en de verschijning van de Messias voorzegd; en zijn profetieën waren door de overlevering van eeuw tot eeuw bewaard gebleven. Maar in het Oude Testament werd de komst van de Heiland duidelijker geopenbaard.” –De Wens der Eeuwen, blz. 38.
C. Wat profeteerde Bileam over het lot van de volkeren, die toen in het Beloofde Land woonden?
Numeri 24:17-23.
“God geeft aan de volken een bepaalde proeftijd. Hij zendt licht en bewijzen, waardoor ze gered zullen worden, als ze er acht opslaan, maar als ze dat weigeren, zoals de Joden weerstand boden aan het licht, zullen verontwaardiging en straf hen treffen. Als de mensen weigeren te worden gezegend en de duisternis liever hebben dan het licht, zullen ze de vruchten van hun eigen keuze plukken.” –Bijbelkommentaar, blz. 229-230.
“Met onfeilbare nauwkeurigheid houdt de Oneindige een verslag bij van alle naties. Zolang Zijn genade nog wordt vertederd door de oproep tot berouw, blijft dit verslag open; wanneer echter het moment bereikt is, dat God heeft vastgesteld, gaat Hij over tot de uitstorting van Zijn toorn. Het verslag wordt afgesloten. Het goddelijk geduld eindigt. Genade pleit niet langer ten gunste van hen.
De profeet (Ezechiël), die de eeuwen overzag, zag in visioen onze tijd. De volkeren van onze tijd hebben ongekend veel genade ontvangen. De grootste hemelse zegeningen zijn hun gegeven, maar toenemende trots, begeerte, minachting van God en ondankbaarheid worden tegen hen opgetekend. Zij maakten snel een einde aan Gods geduld. ” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 171.
A. Met welk lokmiddel probeerde Satan de kinderen van Israël in de val te lokken, toen ze op het punt stonden het Beloofde Land binnen te gaan?
Numeri 25:1.
B. Wat deden de Moabieten om Israël nog verder van God weg te lokken?
Numeri 25:2-3.
“Op advies van Bileam werd een groot feest ter ere van hun goden voorbereid door de koning van Moab, en stilletjes werd er overlegd, dat Bileam de Israëlieten zou overhalen hier aan deel te nemen. Ze beschouwden hem als een profeet van God, en daarom was het voor hem niet moeilijk zijn plannen ten uitvoer te brengen. Velen uit het volk schaarden zich bij hem in het gadeslaan van de feestelijkheden. Ze waagden zich op verboden terrein, en raakten in Satans strikken. Bekoord door de muziek en de dansen, door de schoonheid der heidense meisjes, lieten ze hun trouw aan Jehova los. Terwijl ze deelnamen aan feestvieren en vermaak, benevelde de wijn hun zinnen en verloren ze tenslotte hun zelfbeheersing. Ze vierden hun hartstochten bot; en toen hun geweten verdorven was door hun gedrag, werden ze ertoe gebracht zich te buigen voor de afgoden. Ze brachten offerranden op de heidense altaren en namen deel aan de verlagende plechtigheden.
Spoedig had het gif zich als een dodelijke besmetting door heel het leger van Israël verbreid. Zij, die in de strijd hun vijanden zouden hebben overwonnen, vielen ten prooi aan de listen van heidense vrouwen. Het volk scheen dronken. De oversten en leiders van het volk behoorden tot de eersten, die zondigden, en zovelen van het volk waren schuldig, dat de afval algemeen werd. ‘Israël had zich gekoppeld aan Baäl-Peor’.” –Patriarchen en Profeten, blz. 411.
C. Welke snelle straf zond God de ongehoorzamen? Waarom?
Numeri 25:4-5,
Numeri 25:9.
“Een vreselijke pestziekte brak uit in de legerplaats, waaraan tienduizenden ten offer vielen. God gaf bevel, dat de leiders van de afval door de overheid ter dood gebracht moesten worden. Dit bevel werd onmiddellijk ten uitvoer gebracht. De schuldigen werden gedood, en hun lichamen werden ten aanschouwen van geheel Israël opgehangen, opdat de vergadering bij het zien van de zware straf voor de leiders, zich bewust zou zijn van de afschuw, die God had voor hun zonde, en zou beseffen hoe groot Zijn toorn tegen hen was.” –Patriarchen en Profeten, blz. 412.
A. Welke zonden zijn onder de werken van het zondige menselijke karakter?
Galaten 5:19.
Hoe overheersend is wellust of losbandigheid in onze tijd?
“Losbandigheid is de zonde van deze tijd. Nooit stak de verdorvenheid haar mismaakt hoofd zo driest op als tegenwoordig. De mensen schijnen als verdoofd, en zij, die de deugd en ware goedheid liefhebben, worden door haar onbeschaamdheid, kracht en overheersing bijna ontmoedigd. De toenemende ongerechtigheid kan niet enkel toegeschreven worden aan de ongelovige en de spotter. Was dit maar het geval, maar het is helaas niet zo. Vele mannen en vrouwen, die de godsdienst van Christus belijden, zijn schuldig… Elke christen zal moeten leren om zijn driften te beteugelen en zich door een beginsel te moeten laten leiden.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 263, 264.
B. Als wij nu aan de grens van het hemelse Kanaän staan, welke les kunnen wij dan leren van de afvalligheid van Israël bij de Jordaan?
1 Korinthe 10:8,
1 Korintiërs 10:12.
“Door de eeuwen heen liggen de wrakstukken van hen, die gestrand zijn op de rotsen van zinnelijke lusten. Naarmate we het einde naderen, en Gods volk zich aan de grens van het hemelse Kanaän bevindt, zal Satan evenals vroeger zijn inspanningen verdubbelen om te verhinderen, dat ze dat goede land binnengaan. Hij zet zijn strikken voor iedere ziel. Niet alleen de onwetenden en ongeleerden moeten op hun hoede zijn; hij zal ook hen verzoeken, die een vooraanstaande plaats bekleden en het heiligste ambt vervullen; en als hij hen ertoe kan brengen hun ziel te verontreinigen, kan hij tal van anderen door hen verderven. En hij gebruikt dezelfde middelen als drieduizend jaar geleden. Door wereldse vriendschap, door bekoorlijkheid der schoonheid, door het najagen van genot, feestvieren, vrolijkheid en de beker, tracht hij hen ertoe te brengen het zevende gebod te overtreden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 414.
“Toegeven aan zingenot verzwakt de geest en verlaagt de ziel. De verstandelijke en geestelijke krachten worden afgestompt en verlamd door het toegeven aan dierlijke lusten; en de slaaf van zijn hartstocht kan niet langer de heilige verplichting ontdekken van Gods wet, niet langer het verzoeningswerk op prijs stellen of de waarden van een ziel juist schatten. Goedheid, zuiverheid en waarheid, eerbied voor God, en liefde voor heilige dingen, al deze geheiligde neigingen en edele verlangens, die de mens met de hemelse wereld verbinden, verteren door de gloed der hartstocht.” –Patriarchen en Profeten, blz. 414-415.
A. Welke waarschuwingen zijn berekend om ons te beschermen voor afvalligheid, vooral nu in onze voorbereiding op de hemel?
2 Korinthe 6:17;
Jakobus 4:4.
“Door hun omgang met afgodendienaars en het meedoen met hun feestelijkheden werden de Hebreeën ertoe gebracht Gods wet te overtreden en Zijn oordelen over het volk uit te roepen. Zo heeft Satan ook nu het meeste succes, wanneer hij de volgelingen van Christus kan overhalen samen te gaan met de goddelozen en mee te doen aan hun vermaken, zodat ze voor de zonde bezwijken. ‘Daarom gaat weg uit hun midden, en scheidt u af, spreekt de Here, ‘en houdt niet vast aan het onreine’ (2 Korinthe 6:17). God eist ook nu nog van Zijn volk hetzelfde onderscheid met de wereld in gedrag, gebruiken en beginselen, als Hij dat eiste van het oude Israël. Als ze getrouw de aanwijzingen in Zijn woord opvolgen, zal dit verschil bestaan; iets anders is onmogelijk. De waarschuwingen, die aan de Hebreeën gegeven zijn om zich niet te vermengen met de heidenen, zijn niet minder van kracht voor de christenen in deze tijd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 415.
B. Wat kunnen wij doen om losbandigheid te voorkomen?
1 Petrus 1:13;
Filippensen 4:8.
“Zij, die niet ten prooi willen vallen aan de plannen van Satan, moeten de toegangen tot de ziel bewaren. Zij moeten niet datgene lezen, zien of horen, dat onzuivere gedachten zou opwekken. De geest mag niet vrij dwalen naar elk thema, dat de vijand der zielen suggereert.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 379.
“Elke verkeerde neiging kan, door de genade van Christus, worden onderdrukt, niet op een lome, onduidelijke manier, maar met een vastberaden doel, met een sterk voornemen om Christus tot het voorbeeld te maken. Laat uw liefde uitgaan voor die dingen, die Jezus lief had, en onthoudt u van die dingen, die geen kracht zullen geven aan de juiste drijfveer.” –That I May Know Him, blz. 135.
1. Wat moet ons hoop en moed geven, als boosdoeners zich tegen ons verzetten?
2. Hoe werd Bileam gebruikt om heidense volken te verlichten met betrekking tot Christus?
3. Hoe verloor Israël Gods bescherming aan de grenzen van Kanaän?
4. Waarom moet een zinnelijk vermaak nu een grote zorg voor ons zijn?
5. Hoe kunnen wij onze gedachten zuiver houden?