“En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden”
Johannes 3:14
“De koperen slang werd opgeheven in de woestijn, opdat zij, die er in geloof op zagen, gezond zouden worden. Op gelijke wijze zendt God een boodschap, die herstel en genezing brengt aan de mensen, door hen te roepen niet langer te zien op de mensen en op aardse zaken, maar hun vertrouwen op God te stellen.” –Bijbelkommentaar, blz. 60.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 383-392.
A. Welke boodschap stuurde Mozes naar de koning van Edom, en welk antwoord werd ontvangen?
Numeri 20:14-18.
“De Edomieten waren nakomelingen van Abraham en Isaak, en ter wille van Zijn dienstknechten had God Zijn gunst betoond aan de kinderen van Ezau. Hij had hun het gebergte Seïr tot een bezitting gegeven, en ze mochten niet verdreven worden, tenzij hun zonden aanleiding zouden zijn, dat ze Zijn gunst niet langer zouden bezitten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 384.
B. Hoe hernieuwden de leiders van Israël hun beroep op de koning van Edom, en wat was zijn antwoord?
Numeri 20:19-20.
Welk falen van het volk gaf Satan een bepaald voordeel in deze negatieve ervaring?
“De Israëlieten handelden niet stipt op Gods woord, en terwijl ze klaagden en morden, ging de gulden kans voorbij. Toen ze eindelijk hun verzoek tot de koning richten, werd dit geweigerd.” –Patriarchen en Profeten, blz.383-384.
A. Welke route namen de kinderen van Israël in plaats van door Edom te gaan?
Numeri 20:21-22;
Numeri 21:4.
B. Wat zei de Heer tegen Mozes en Aäron, toen Israël bij de berg Hor kwam?
Numeri 20:23-26.
“Vele jaren hadden Mozes en Aäron samen zorgen en arbeid gedeeld. Samen hadden ze ontelbare gevaren getrotseerd, en samen hadden ze gedeeld in Gods bijzondere zegeningen; maar nu was het uur van scheiding aangebroken. Langzaam trokken ze verder, want elk ogenblik in elkanders nabijheid was kostbaar. De helling was steil en vermoeiend; en telkens als ze stilhielden om uit te rusten, spraken ze met elkaar over het verleden en over de toekomst…
In hun harten leefde geen opstandig gevoel, geen morren kwam over hun lippen; toch lag droefheid op hun gelaat, toen ze eraan dachten, wat de oorzaak was van het feit, dat ze de erfenis van hun vaderen niet mochten betreden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 386.
C. Welke plechtigheid ging gepaard met de overdracht van de hogepriesterlijke verantwoordelijkheden van Aäron op Eleazar, en hoe lang rouwde Israël om Aäron?
Numeri 20:27-29.
“Met diepe smart ontdeed Mozes Aäron van de heilige gewaden, en bekleedde Eleazar daarmee, die nu op Gods bevel zijn opvolger werd. Op grond van zijn zonde te Kades mocht Aäron niet als Gods hogepriester in Kanaän dienst doen, hij mocht niet het eerste offer in dat goede land brengen, en op deze wijze de erfenis van Israël wijden. Mozes moest zijn last verder dragen en het volk tot aan de grenzen van Kanaän leiden. Hij mocht het beloofde land zien maar het niet binnengaan. Hoe heel anders zou de toekomst van deze dienstknechten van God zijn geweest, als ze bij de rotssteen te Kades zonder morren de proef, waaraan ze werden blootgesteld, hadden doorstaan! Een verkeerde daad kan niet herroepen worden. Een leven lang kan niet goedmaken, wat in een ogenblik van verzoeking of zelfs onnadenkendheid verloren is gegaan.” –Patriarchen en Profeten, blz. 387.
A. Wie viel Israël aan kort na de dood van Aäron, en wat was het gevolg?
Numeri 21:1-3.
“Kort na hun vertrek bij de berg Hor leden de Israëlieten de nederlaag in een strijd met Arad, een van de Kanaänitische koningen. Toen ze echter ernstig Gods hulp smeekten, kregen ze deze, en hun vijanden sloegen op de vlucht. In plaats van dankbaar te zijn en meer op God te vertrouwen, werd het volk zelf-vertrouwend en hoog gevoelend.” –Patriarchen en Profeten, blz. 388.
B. In welke praktijk verviel het volk weer in plaats van de Heer dankbaar te zijn?
Numeri 21:4 (laatste deel)
Numeri 21:-5.
“Spoedig vielen ze terug in hun oude gewoonte van morren. Ze waren ontevreden, omdat het leger van Israël niet direct na hun opstand, veertig jaar geleden, het land Kanaän was binnengetrokken. Ze noemden hun lange zwerftocht in de woestijn een nodeloos uitstel en meenden, dat ze hun vijanden even gemakkelijk als nu hadden kunnen verslaan. Toen ze verder trokken naar het zuiden, leidde hun weg door een hete zandvlakte, waar helemaal geen plantengroei was. De weg scheen lang en moeilijk, en ze leden veel van vermoeidheid en dorst. Weer doorstonden ze niet de beproeving van hun geloof en geduld. Doordat ze steeds zagen op de schaduwzijde van hun ervaringen, dwaalden ze steeds verder van God af. Ze vergaten, dat ze niet rondom Edom hadden behoeven te trekken, als ze niet te Kades gemord hadden, toen er geen water was. God had iets beters met hen voor. Hun harten hadden met dank jegens Hem vervuld moeten zijn, omdat Hij hun zonden zo licht gestraft had. In plaats hiervan verbeeldden ze zich, dat ze reeds in het bezit van het beloofde land zouden zijn geweest, als God en Mozes niet tussenbeide gekomen waren. Nadat ze zichzelf al deze moeilijkheden op de hals hadden gehaald en zo hun lot zwaarder hadden gemaakt, dan Gods bedoeling was geweest, gaven ze Hem de schuld van al hun tegenspoeden. Ze verbitterden zich over Zijn handelwijze met hen en waren ten slotte met alles ontevreden. Egypte leek veel aantrekkelijker dan de vrijheid van het land, waarheen God hen leidde.” –Patriarchen en Profeten, blz. 388-389.
A. Wat stond de Heer toe om in het kamp van Israël te komen vanwege het ongerechtvaardigde gemopper van het volk?
Numeri 21:6.
“Omdat ze door Gods macht beschermd waren geworden, hadden ze niet de talrijke gevaren beseft, waardoor ze gedurig omgeven waren. In hun ondankbaarheid en ongeloof hadden ze steeds de dood verwacht, en God liet nu toe, dat de dood toesloeg. De giftige slangen van de woestijn werden vurige slangen genoemd, omdat hun beet een vurige ontsteking en een snelle dood veroorzaakte. Toen Gods beschermende hand van Israël werd weggenomen, werden velen gebeten door deze giftige dieren.
Nu ontstond er schrik en verwarring in het gehele legerkamp. In bijna iedere tent lagen stervenden of doden. Niemand was veilig. Dikwijls werd de stilte van de nacht verbroken door doordringende kreten, die wezen op nieuwe slachtoffers. Allen waren druk in de weer om te zorgen voor de lijdenden, of trachtten onder angstige zorg degenen te beschermen, die nog niet gebeten waren. Nu morden ze niet. Vergeleken met het huidige lijden schenen hun vroegere moeilijkheden en beproevingen niet noemenswaard.” –Patriarchen en Profeten, blz. 389-390.
B. Wat deed het volk, toen zij beseften, dat de Heer hen strafte voor hun opstandig gedrag, en welk middel tot genezing werd er geboden?
Numeri 21:7-9.
“Op Gods bevel maakte Mozes een koperen slang, die op de levende slangen geleek, en richtte deze op onder het volk. Allen, die gebeten waren, moesten hierop zien en zouden dan verlichting vinden…
Het volk begreep heel goed, dat de koperen slang niet de macht bezat zulk een verandering tot stand te brengen in degenen, die erop zagen. Alleen God kon genezing schenken. In Zijn wijsheid koos Hij deze manier om Zijn macht te openbaren. Door dit eenvoudige middel moest het volk beseffen, dat deze beproeving het gevolg was van hun eigen zonden. Ze kregen ook de verzekering, dat ze geen reden tot vrees hadden, wanneer ze God gehoorzaam waren, want Hij zou hen beschermen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 390.
A. Van wie was de koperen slang een type?
Johannes 3:14-15;
Amos 5:4.
“Het leven van de Israëlieten werd gered, doordat ze zagen op de opgerichte slang. Dat zien eiste geloof. Ze leefden, omdat ze Gods Woord geloofden, en vertrouwd hadden op de middelen, die beschikbaar waren gesteld voor hun herstel. Zo kan de zondaar zien op Christus, en leven. Hij ontvangt vergiffenis door het geloof in het verzoenend offer. In tegenstelling met het dode en levenloze symbool heeft Christus de macht en de mogelijkheid in Zich om de berouwvolle zondaar te genezen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 391.
B. Door wie en hoe alleen kunnen wij genezen worden?
Psalm 103:2-3;
1 Petrus 2:21,
1 Petrus 2:24.
“Hoewel we ons bewust zijn van onze hulpeloze toestand zonder Christus, moeten we niet toegeven aan moedeloosheid, maar vertrouwen op de verdiensten van een gekruisigde en opgestane Heiland. Zie en leef! Jezus heeft Zijn woord gegeven; Hij zal allen redden, die tot Hem komen. Hoewel miljoenen, die genezing nodig hebben, Zijn aanbod van genade zullen verwerpen, zal niemand, die op Zijn verdiensten vertrouwt, ten onder gaan.” –Patriarchen en Profeten, blz. 392.
“Hoewel de zondaar zichzelf niet kan redden, moet hij toch iets doen om de zaligheid te verkrijgen. ‘Wie tot Mij komt’, zegt Christus, ‘zal Ik geenszins uitwerpen’ (Johannes 6:37). Maar wij moeten tot Hem komen; en als we berouw hebben over onze zonden, moeten we geloven, dat Hij ons aanneemt en vergiffenis schenkt. Geloof is Gods gave, maar de kracht om het uit te oefenen ligt bij ons.” –Patriarchen en Profeten, blz. 391.
1. Waarom werden de Edomieten op dit moment niet vernietigd?
2. Wat kunnen wij leren van de ervaring van Mozes en Aäron over de verstrekkende gevolgen van slechts één daad?
3. Welk denkpatroon leidt tot gemopper? Hoe kunnen wij dit voorkomen?
4. Welk eenvoudig middel werd aangeboden voor de slangenbeten? Waar was de genezende eigenschap in de koperen slang?
5. Waar moeten wij naar kijken om gered te worden van de zonde? Wat brengt het kijken met zich mee?
Geliefde broeders en zusters over de hele wereld,
We leven in de laatste momenten van de geschiedenis van de planeet Aarde en onze Heer wacht al heel lang vol verlangen om ons naar huis te brengen. De profetische gebeurtenissen, die zich voor onze ogen ontvouwen, vertellen ons, dat de wederkomst van Jezus nabij is, ja voor de deur staat. Helaas heeft de evangelieboodschap niet het einde van de wereld bereikt en heeft niet elk schepsel de gelegenheid gehad om de waarheid te horen.
“De mensen zullen spoedig tot grote beslissingen worden gedwongen, en ze moeten de gelegenheid hebben om de Bijbelse waarheid te horen en te begrijpen, zodat zij op verstandige wijze hun standpunt aan de juiste kant kunnen innemen.” –Evangelism, blz. 25.
Als leden van Gods gemeente is het ons voorrecht om Zijn karakter te vertegenwoordigen en deel te nemen aan het verspreiden van het evangelie tot het einde van de wereld door onze tijd, kracht en financiële middelen te besteden aan dit speciale werk.
Dankzij de gebeden van onze leden en vrienden en de financiële bijdrage worden in vele regio’s nieuwe zendingen gesticht. Deze nieuwe Zendingen hebben nog onze steun nodig, totdat ze goed gevestigd zijn en zichzelf kunnen onderhouden, terwijl nieuwe gebieden worden geopend. Elk jaar verzamelen we een speciale collecte om in de nodige middelen te voorzien om de boodschap in vele delen van de wereld te verspreiden.
“Als het erfgoed van de Heer vreemd genoeg verwaarloosd wordt, zal God Zijn volk hiervoor oordelen. Aan trots en liefde voor uiterlijk vertoon wordt toegegeven door opeengestapelde voordelen, terwijl nieuwe velden onaangeroerd blijven. De vermaning van God aan de bestuurders voor de liefde voor en het toe-eigenen van Gods goederen.” –Testimonies 8, blz.59.
Wilt u ervoor kiezen uw inspanningen te verenigen met die van de zendelingen en hun gezinnen door ruim te geven van uw inkomen, zodat de aarde vervuld kan worden met Gods heerlijkheid en dat Jezus spoedig kan komen? Wij hopen dat u het wilt.
Voor een wereld in nood,
De Zending Afdeling van de Generale Conferentie