Zwerftochten door de Woestijn, deel 1 — Sabbat, 22 februari 2020

Les 8: Lessen bij Mara en Elim

Tekst om te onthouden

“Hij (Mozes) dan riep tot de Heere; en de Heere wees hem een hout, dat wierp hij in het water, toen werd het water zoet. Aldaar stelde Hij het volk een inzetting en recht, en aldaar beproefde Hij het”

Exodus 15:25

“Zoek de Heer voor wijsheid in elk noodgeval. Smeek Jezus in elke beproeving om u een uitweg uit uw problemen te tonen, dan zullen uw ogen worden geopend om het middel te zien en op uw zaak de genezende beloften toe te passen, die in Zijn Woord zijn vastgelegd.” –Selected Messages 2, blz. 273.

Aanvullende studie:: Patriarchen en Profeten, blz. 254-257.

Zondag — 16 februari

1. In de woestijn van Sur

A. Hoeveel dagen reisden de Israëlieten door de woestijn zonder water te vinden?

Exodus 15:22.

Exodus 15:22: Hierna deed Mozes de Israelieten voortreizen van de Schelfzee af; en zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water.

B. Hoe heette de plaats, waar zij water vonden en hoe was het water?

Exodus 15:23.

Exodus 15:23: Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd derzelver naam genoemd Mara.

Wat betekent ‘Mara’? (Hetzelfde vers) (Vergelijk met

Ruth 1:20

Ruth 1:20: Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.

).

“Maar bij het verder reizen vonden ze gedurende drie dagen geen water. De voorraad, die ze hadden meegenomen, was uitgeput. Er was niets om hun brandende dorst te lessen, terwijl ze zich moeizaam voortsleepten over en door de verschroeiende vlakten. Mozes, die met deze omgeving bekend was, wist wat aan de anderen onbekend was, dat te Mara, de dichtstbijzijnde plaats waar bronnen waren, het water niet geschikt was voor gebruik. Met intense spanning sloeg hij de wolk gade, die hen leidde. Met een bezwaard hart hoorde hij blijde kreten: ‘Water! Water!’

Mannen, vrouwen en kinderen haastten zich met blijde verwachting naar de bron, toen er een uitroep van teleurstelling werd gehoord uit de schare, het water was bitter.” –Patriarchen en Profeten, blz. 254.

Maandag — 17 februari

2. De zegeningen vergeten

A. Wat deed het volk, toen zij dorst begonnen te krijgen?

Exodus 15:24;

Exodus 15:24: Toen murmureerde het volk tegen Mozes, zeggende: Wat zullen wij drinken?

Psalm 106:13.

Psalmen 106:13: Doch zij vergaten haast Zijn werken, zij verbeidden naar Zijn raad niet.

“In hun verschrikking en wanhoop verweten ze Mozes, dat hij hen op zulk een weg was voorgegaan, dat Gods tegenwoordigheid in die geheimzinnige wolk zowel hem als hen had geleid. In zijn droefheid over hun verslagenheid deed Mozes, wat zij vergeten hadden: hij riep ernstig tot de Here om hulp.” –Patriarchen en Profeten, blz. 254.

B. Wat zegt Christus tegen hen, die eerdere zegeningen zijn vergeten in hun ongerustheid voor hun toekomstige behoeften?

Lukas 12:29-30.

Lukas 12:29: En gijlieden, vraagt niet, wat gij eten, of wat gij drinken zult; en weest niet wankelmoedig. Lukas 12:30: Want al deze dingen zoeken de volken der wereld; maar uw Vader weet, dat gij deze dingen behoeft.

“Christenen moeten zich niet laten bezighouden met angstige zorg voor de levensbehoeften. Als mensen God liefhebben en gehoorzamen en hun deel doen, zal God in al hun behoeften voorzien. Hoewel uw levensonderhoud misschien moet worden verkregen door het zweet van uw voorhoofd, moet u God niet wantrouwen; want in het grote plan van Zijn voorzienigheid zal Hij elke dag in uw behoefte voorzien.” –Counsels on Stewardship, blz. 227.

C. Wat toont, dat God ons nooit zal vergeten?

Jesaja 44:21;

Jesaja 44:21: Gedenk aan deze dingen, o Jakob, en Israel! Want gij zijt Mijn knecht, Ik heb u geformeerd; gij zijt Mijn knecht, Israel, gij zult van Mij niet vergeten worden.

Jesaja 49:15-16.

Jesaja 49:15: Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over den zoon haars buiks? Ofschoon deze vergate, zo zal Ik toch u niet vergeten. Jesaja 49:16: Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd; uw muren zijn steeds voor Mij.

“De liefde van Jezus is iets, dat wordt weergegeven, tederder dan zelfs de liefde van een moeder voor haar kind. De meest tedere liefde, die wij kennen, is die van een moeder voor haar kind, maar de liefde van Jezus overtreft deze. Zij kan veranderen in haar genegenheid. Moeders kunnen onvriendelijk worden, maar Jezus zal nooit, nooit zorgeloos of onvriendelijk, of wreed voor Zijn kinderen worden.

Dan zullen wij nooit, nooit wantrouwen en gebrek aan geloof tonen. Zijn liefde is zo sterk, dat het al de genegenheden van Zijn natuur beheerst en Hij al Zijn enorme middelen gebruikt om Zijn volk goed te doen. Zijn liefde is duurzaam, zonder verandering of schaduw van ommekeer. Laat ons nooit God onteren door zo hard te proberen onszelf te bewaren, onze ogen op onszelf te richten en onszelf voortdurend in beeld te houden.” –The Upward Look, blz. 180.

“O, hoe gemakkelijk voor ons om God te vergeten, terwijl Hij ons nooit vergeet; Hij bezoekt ons ieder uur met Zijn genade.” –Our High Calling, blz. 314.

Dinsdag — 18 februari

3. Het bitter zoet gemaakt

A. Hoe werden de wateren bij Mara zoet?

Exodus 15:25.

Exodus 15:25: Hij dan riep tot den HEERE; en de HEERE wees hem een hout, dat wierp hij in dat water; toen werd het water zoet. Aldaar stelde Hij het volk een inzetting en recht, en aldaar verzocht Hij hetzelve,

Welke praktische lessen kunnen wij hiervan leren?

“Voor iedere moeilijkheid heeft God hulp voorzien. Toen Israël in de woestijn bij de bittere wateren van Mara kwam, riep Mozes tot de Heere. De Heere gaf niet één of ander nieuw middel; Hij vestigde de aandacht op dat, wat voor de hand lag. Een struik, die Hij geschapen had, moest in de bron geworpen worden om het water zuiver en zoet te maken. Toen dit gebeurd was, dronk het volk van het water en men werd verfrist. Als wij Hem zoeken, geeft Christus ons in iedere moeilijkheid hulp. Onze ogen zullen geopend worden om de genezende beloften, die in Zijn woord gegeven zijn, te ontdekken. De Heilige Geest zal ons leren, hoe wij elke zegen moeten gebruiken tot tegengif voor verdriet. Voor iedere bittere teug, die ons aan de lippen komt, zullen wij een genezende twijg vinden.

Wij moeten niet toelaten, dat de toekomst, met haar problemen en haar onbevredigende vooruitzichten, onze harten aan het wankelen brengt, onze knieën doet knikken en onze handen verslapt. ‘Laat hen Mijn bescherming aangrijpen’, zegt de Machtige, ‘en vrede met Mij maken; en hij zal vrede met Mij maken’ (Jesaja 27:5). Zij, die hun leven aan Zijn leiding hebben overgegeven en tot Zijn dienst bereid zijn, zullen nooit in omstandigheden geplaatst worden, waarvoor Hij geen voorzorgen genomen heeft. Hoe de situatie ook is, als wij Zijn woord doen, hebben wij een Gids om ons de weg te wijzen, wij hebben een Raadsman, wat onze zorgen ook zijn, verlies of eenzaamheid, wij hebben een meevoelende Vriend.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 209.

B. Waar en bij welke andere gelegenheid bestond een soortgelijk probleem, en hoe werd het opgelost?

2 Koningen 2:19-22.

2 Koningen 2:19: En de mannen der stad zeiden tot Elisa: Zie toch, de woning dezer stad is goed, gelijk als mijn heer ziet; maar het water is kwaad, en het land onvruchtbaar. 2 Koningen 2:20: En hij zeide: Brengt mij een nieuwe schaal, en legt er zout in. En zij brachten ze tot hem. 2 Koningen 2:21: Toen ging hij uit tot de waterwel, en wierp het zout daarin, en zeide: Zo zegt de HEERE: Ik heb dit water gezond gemaakt, er zal geen dood noch onvruchtbaarheid meer van worden. 2 Koningen 2:22: Alzo werd dat water gezond, tot op dezen dag, naar het woord van Elisa, dat hij gesproken had.

“Het gezond maken van de wateren van Jericho vond plaats, niet door de wijsheid van mensen, maar door Gods wonderlijke tussenkomst…

Door het zout te werpen in de bittere bron, onderwees Elisa dezelfde geestelijke les, die de Heiland eeuwen later meedeelde aan Zijn discipelen, toen Hij zei: ‘Gij zijt het zout der aarde’ (Matthéüs 5:13). Het zout, dat zich vermengde met de verontreinigde bron, zuiverde het water en bracht leven en zegeningen, waar dit voorheen vloek en dood had gebracht. Als God Zijn kinderen vergelijkt met zout, wil Hij hen onderwijzen, dat het Zijn bedoeling is hen te maken tot voorwerpen van Zijn genade, zodat zij werktuigen kunnen worden in het redden van anderen.” –Profeten en Koningen, blz. 144.

Woensdag — 19 februari

4. Beloften aan de gehoorzame

A. Wat beloofde de Heer voor Zijn volk te doen, en wat waren de voorwaarden?

Exodus 15:26.

Exodus 15:26: En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester!

Zijn er nu vergelijkbare voorwaarden?

“Er zijn voorwaarden, die door allen, die gezond willen blijven, in acht genomen moeten worden. Allen moeten leren, welke deze voorwaarden zijn. Het behaagt de Here niet, wanneer wij onwetend zijn betreffende Zijn wetten, zowel de natuurlijke als de geestelijke. Wij moeten met God samenwerken aan het herstel van de gezondheid voor het lichaam zowel als voor de ziel.

En wij moeten ook anderen leren, hoe zij hun gezondheid kunnen bewaren en terugkrijgen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 723.

B. Welke zekerheid is gegeven aan hen, die ziek zijn?

Psalm 103:2-5;

Psalmen 103:2: Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden; Psalmen 103:3: Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest; Psalmen 103:4: Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden; Psalmen 103:5: Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.

Jakobus 5:15-16.

Jakobus 5:15: En het gebed des geloofs zal den zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden. Jakobus 5:16: Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel.

“De verlamde vond in Christus genezing voor zowel ziel als lichaam. Hij had genezing voor de ziel nodig, voordat hij de lichamelijke gezondheid op prijs kon stellen. Voordat lichamelijke ziekte genezen kon worden, moest Christus verlichting in de geest brengen en de ziel van zonde reinigen. Deze les mag niet over het hoofd gezien worden. Ook nu zijn er duizenden, die aan lichamelijke ziekten lijden, die, zoals de verlamde, verlangen naar de boodschap: ‘Uw zonden zijn u vergeven’. De last der zonde, met zijn onrust en onvervulde verlangens, is de voedingsbodem van hun ziekten. Zij kunnen geen verlichting vinden, totdat zij tot de Heelmeester van de ziel komen. De vrede, die Hij alleen kan geven, zou nieuwe levenskracht geven aan de geest en gezondheid aan het lichaam.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 57.

C. Waarom moeten wij nauwgezet zijn in onze zorg voor onze lichamen?

1 Korinthe 6:19-20;

1 Korinthe 6:19: Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt? 1 Korinthe 6:20: Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn.

1 Korintiërs 10:31.

1 Korinthe 10:31: Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.

“De heilige tempel van het lichaam moet zuiver en onbesmet worden bewaard, Gods Heilige Geest mag erin wonen. Wij moeten de eigendommen van de Heer getrouw bewaken, want elk misbruik van onze krachten verkort de tijd, dat ons leven kan worden gebruikt voor de eer van God… Door onze krachten juist te gebruiken in hun breedste omvang in de meest bruikbare dienst, door elk orgaan in gezondheid te houden, door elk orgaan zo te bewaren dat geest, pees en spier harmonieus zullen werken, kunnen wij de meest waardevolle dienst voor God doen.” –My Life Today, blz. 134.

Donderdag — 20 februari

5. De bronnen bij Elim

A. Nadat de Israëlieten Mara hadden verlaten, waar maakten zij toen hun kamp? Beschrijf de oase, die zij daar vonden.

Exodus 15:27.

Exodus 15:27: Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.

B. Net zoals God voorzag in voedsel en water voor de Israëlieten op hun reis door de woestijn, hoe belooft Hij te voorzien in de behoeften van Zijn volk vlak voor hun binnengaan in het hemelse Kanaän?

Jesaja 33:16;

Jesaja 33:16: Die zal in de hoogten wonen, de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis.

Psalm 37:19.

Psalmen 37:19: Zij zullen niet beschaamd worden in den kwade tijd, en in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden.

“De Heer heeft mij herhaaldelijk getoond, dat het tegen de Bijbel is om voorziening te maken voor onze tijdelijke behoeften in de tijd der benauwdheid. Ik zag dat, wanneer de heiligen voedsel verzameld en bij zich of buiten op het veld hadden in de tijd der benauwdheid, wanneer het zwaard, de hongersnood en pestilentie in het land zijn, het door geweld van hen weggenomen zou worden, en vreemdelingen hun velden zouden oogsten. Dan zal het onze tijd zijn om volkomen op God te vertrouwen, en Hij zal ons ondersteunen. Ik zag, dat ons brood en ons water in die tijd gewis zullen zijn, en dat wij geen armoede zullen lijden of hongeren; want God is bij machte om een tafel voor ons toe te richten in de woestijn. Indien nodig zou Hij ons raven zenden om ons te voeden, gelijk Hij met Elia gedaan had, of manna uit de hemel laten regenen, gelijk Hij voor de Israëlieten deed.” –Eerste Geschriften, blz. 57.

Vrijdag — 21 februari

Terugblik

1. Waarom werd de plaats, waar de kinderen van Israël water vonden, Mara genoemd?

2. Hoe reageerden zij op Gods voorzienigheid door hen naar deze plaats te brengen? Hoe zijn wij soms hetzelfde? Wat moeten wij in plaats daarvan doen?

3. God heeft beloofd, dat wij ons nooit zullen bevinden in een situatie, waarin Hij niet in onze behoeften heeft voorzien. Onder welke voorwaarden is dit waar?

4. Waarom is het zo belangrijk om nu Gods gezondheidswetten te houden?

5. Wat heeft God beloofd om voor Zijn volk te zorgen vlak voor hun binnengaan in het hemelse Kanaän?