Zwerftochten door de Woestijn, deel 1 — Sabbat, 15 februari 2020

Les 7: De Rode Zee oversteken

Tekst om te onthouden

“En Hij schold de Schelfzee, zodat zij uitdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn”

Psalm 106:9

“De machtige hand van Christus rolde de wateren van de Rode Zee terug, zodat ze stonden als een muur. Zo maakte Hij een pad door de zee en Israël ging er droogvoets door.” –Bijbelkommentaar, blz. 36.

Aanvullende studie:: Patriarchen en Profeten , blz. 247-253.

Zondag — 9 februari

1. De angstigen vertroosten

A. Hoe uitten de Israëlieten hun angsten, toen zij de zee voor zich zagen en het leger van Farao achter hen?

Exodus 14:10-12.

Exodus 14:10: Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE. Exodus 14:11: En zij zeiden tot Mozes: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte gans geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte gevoerd hebt? Exodus 14:12: Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende: Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaren dienen? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven.

“De Hebreeën waren gelegerd naast de zee, waarvan de wateren een schijnbaar onneembare hindernis voor hen betekenden, terwijl naar het zuiden een woest gebergte hun verdere voortgang verhinderde. Plotseling zagen ze in de verte de blinkende wapenrustingen en strijdwagens, die de komst van een groot leger aankondigden… Ontzetting vulde de harten van Israël.” –Patriarchen en Profeten, blz. 247.

B. Met welke woorden probeerde Mozes hun angsten te kalmeren?

Exodus 14:13-14.

Exodus 14:13: Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in eeuwigheid. Exodus 14:14: De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.

“Mozes was diep getroffen, dat het volk zo weinig vertrouwen in God openbaarde, hoewel ze getuigen waren geweest van Zijn machtige daden voor hen. Hoe konden ze hem de schuld geven van de gevaren en moeilijkheden van hun situatie, terwijl hij alleen maar het duidelijk bevel van God had opgevolgd? Het is waar, dat er geen mogelijkheid was tot uitredding, tenzij God zelf voor hen tussenbeide zou komen om hen te verlossen; maar omdat Mozes hen hier gebracht had op Gods bevel, koesterde hij geen angst voor de gevolgen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 249.

Maandag — 10 februari

2. God maakt een weg om te ontsnappen

A. Welke instructie gaf God aan Mozes met het oog op het dreigende gevaar?

Exodus 14:15-18.

Exodus 14:15: Toen zeide de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken. Exodus 14:16: En gij, hef uw staf op, en strek uw hand uit over de zee, en klief dezelve, dat de kinderen Israels door het midden der zee gaan op het droge. Exodus 14:17: En Ik, zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn heir, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren. Exodus 14:18: En de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.

Hoe gaf Christus Zijn discipelen een vergelijkbare opdracht, wanneer zij zouden omringd zijn door moeilijkheden?

Johannes 16:33.

Johannes 16:33: Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.

“Christus versaagde niet en werd ook niet ontmoedigd; en de discipelen moesten een geloof van hetzelfde standvastige karakter tonen. Zij moesten werken, zoals Hij had gedaan, steunend op Zijn sterkte. Ofschoon hun weg door schijnbaar onoverkomelijke moeilijkheden zou worden versperd, moesten zij toch in Zijn genade voorwaarts gaan, aan geen ding wanhopende en alle dingen verwachtende.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 18.

B. Hoe maakte de Engel van God een uitweg voor de kinderen van Israël door de zee?

Exodus 14:19-22.

Exodus 14:19: En de Engel Gods, Die voor het heir van Israel ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen. Exodus 14:20: En zij kwamen tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israel; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte den nacht; zodat de een tot den ander niet naderde den gansen nacht. Exodus 14:21: Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. Exodus 14:22: En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.

“Maar nu verhief de wolkkolom zich majestueus omhoog, en terwijl het Egyptische leger naderde om hen als een gemakkelijke prooi gevangen te nemen, trok de wolk over het leger van Israël, en daalde neer tussen hen en het leger van Egypte. Een muur van duisternis bevond zich tussen hen en hun achtervolgers. De Egyptenaren zagen het kamp der Hebreeën niet meer, de wolk werd voor de Hebreeën een helder licht, en bestraalde heel het leger met de helderheid van de dag.” –Patriarchen en Profeten, blz. 249.

C. Welke les moeten wij leren van deze ervaring?

Romeinen 8:31.

Romeinen 8:31: Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

“Tijdens elke crisis kan Zijn volk vol vertrouwen uitroepen: ‘Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn?’ (Romeinen 8:31). Hoe sluw de hinderlagen van Satan en zijn werktuigen ook mogen zijn, God kan ze ontdekken en al hun raadslagen verijdelen. De uiting van het geloof in onze tijd zal dezelfde zijn als de uitspraak van Nehemia: ‘Onze God zal voor ons strijden’; want God staat achter het werk en niemand is in staat uiteindelijk succes te verhinderen.” –Profeten en Koningen, blz. 395.

Dinsdag — 11 februari

3. Een probleem voor de Egyptenaren

A. Hoe hinderde de Heer het leger van de Egyptenaren?

Exodus 14:23-25 (eerste deel);

Exodus 14:23: En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagenen en zijn ruiteren, in het midden van de zee.

Psalm 77:16-19.

Psalmen 77:16: Gij hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela. Psalmen 77:17: De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd. Psalmen 77:18: De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen. Psalmen 77:19: Het geluid Uws donders was in het ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde.

“De Egyptenaren durfden zich te wagen op het pad, dat God voor Zijn volk had bereid, en engelen van God gingen door hun leger en verwijderden hun wagenwielen. Zij werden geplaagd. Hun voortgang was erg traag en zij begonnen problemen te krijgen. Zij herinnerden zich de oordelen, die de God van de Hebreeën over hen in Egypte had gebracht om hen te dwingen Israël te laten gaan, en zij dachten, dat God hen allemaal in de handen van de Israëlieten kon overleveren. Zij besloten, dat God voor de Israëlieten vocht en zij waren vreselijk bang.” –Spiritual Gifts 3, blz. 235.

B. Toen de Egyptenaren worstelden om de Israëlieten te achtervolgen, wat zeiden zij tegen elkaar?

Exodus 14:25 (laatste deel).

[Exod.14.25.b]

C. Wat gebeurde er, zodra de Israëlieten veilig de zee overgestoken waren en Mozes opnieuw zijn staf uitstrekte?

Exodus 14:26-30.

Exodus 14:26: En de HEERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars, over hun wagenen en over hun ruiters. Exodus 14:27: Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee; en de zee kwam weder, tegen het naken van den morgenstond, tot haar kracht; en de Egyptenaars vluchtten die tegemoet; en de HEERE stortte de Egyptenaars in het midden der zee. Exodus 14:28: Want als de wateren wederkeerden, zo bedekten zij de wagenen en de ruiters van het ganse heir van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet een van hen over. Exodus 14:29: Maar de kinderen Israels gingen op het droge, in het midden der zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand. Exodus 14:30: Alzo verloste de HEERE Israel aan dien dag uit de hand der Egyptenaren; en Israel zag de Egyptenaren dood aan den oever der zee.

Hoe zal God een vergelijkbare verlossing voor Zijn volk bewerkstelligen aan de grenzen van het hemelse Kanaän?

“De Egyptenaren werden aangegrepen door verwarring en ontmoediging. Onder de woede van de elementen, waarin ze de stem van een toornig God vernamen, trachtten ze terug te keren naar de oever, die ze verlaten hadden. Maar Mozes strekte zijn staf uit en de opgestapelde wateren stortten brullend, begerig naar hun prooi, ineen en verzwolgen het Egyptische leger in hun diepten. Toen de morgen aanbrak, zagen de scharen van Israël wat er overgebleven was van hun machtige vijanden, de bewapende lichamen die op de oever geworpen waren. Een enkele nacht had hen van de grootste gevaren gebracht naar volkomen bevrijding.” –Patriarchen en Profeten, blz. 250.

“De hemelse wezens, engelen die uitblinken in kracht, wachten gehoorzaam op Zijn bevel, om zich te verenigen met menselijke agenten; en de Heer zal tussenbeide komen, wanneer de zaken tot zo’n punt zijn gekomen, dat niemand anders dan een goddelijke macht het werk van de satanische agenten kan tenietdoen. Wanneer Zijn volk in het grootste gevaar zal zijn, schijnbaar niet in staat om de macht van Satan te weerstaan, zal God voor hen werken. De uiterste nood van de mens is Gods kans.” –Selected Messages 2, blz. 373.

Woensdag — 12 februari

4. Een grote verlossing

A. Hoe beschreef de Psalmist de doortocht door de Rode Zee door het volk van Israël?

Psalm 77:20-21;

Psalmen 77:20: Uw weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend. [ (Psalms 77:21) Gij leiddet Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aaron. ]

Psalmen 106:8-11.

Psalmen 106:8: Doch Hij verloste hen om Zijns Naams wil, opdat Hij Zijn mogendheid bekend maakte. Psalmen 106:9: En Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn. Psalmen 106:10: En Hij verloste hen uit de hand des haters, en Hij bevrijdde hen van de hand des vijands. Psalmen 106:11: En de wateren overdekten hun wederpartijders; niet een van hen bleef over.

B. Wat was nodig van de kant van de Israëlieten, zodat God de Rode Zee voor hen zou openen?

Hebreeën 11:29.

Hebreeën 11:29: Door het geloof zijn zij de Rode zee doorgegaan, als door het droge; hetwelk de Egyptenaars, ook verzoekende, zijn verdronken.

“In Zijn voorzienigheid leidde God de Hebreeën naar de woestijn bij de zee, om Zijn macht ten opzichte van hun bevrijding te openbaren en de trots van hun verdrukkers te vernederen. Hij had hen ook op een andere wijze kunnen verlossen, maar Hij koos deze wijze om hun geloof te beproeven en hun vertrouwen in Hem te sterken. Het volk was vermoeid en bevreesd, maar wanneer ze achtergebleven zouden zijn, toen Mozes hen beval voorwaarts te gaan, zou God nimmer een weg voor hen gebaand hebben. ‘Door geloof zijn zij door de Rode Zee gegaan als over droog land’ (Hebreeën 11:29). Door de zee in te gaan bewezen ze, dat ze het woord van God, door Mozes gesproken, geloofden. Ze deden alles, wat in hun macht was, en toen deelde de Almachtige de zee om een weg te banen voor hun voeten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 252.

C. Hoe reageerden de Israëlieten op de wonderbare verlossing, die de Heer voor hen had bereid?

Exodus 14:31;

Exodus 14:31: Ook zag Israel de grote hand, die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde den HEERE, en geloofde in den HEERE, en aan Mozes, Zijn knecht.

Psalm 106:12.

Psalmen 106:12: Toen geloofden zij aan Zijn woorden; zij zongen Zijn lof.

Welke les leert deze ervaring ons?

“De grote les, die hier geleerd wordt, geldt voor alle tijden. Dikwijls wordt het pad van de christen omgeven door gevaren, en schijnt het moeilijk de taak te verrichten. De verbeelding ziet naderende ondergang voor ogen, en banden en dood, die wachten. Toch wordt de stem van God duidelijk vernomen: ‘Ga voorwaarts’. We moeten aan dit bevel gehoor geven, al kunnen onze ogen de duisternis niet doordringen, en voelen we de koude golven rondom onze voeten. De hinderpalen, die onze vooruitgang hinderen, zullen nooit verdwijnen voor een aarzelende, twijfelende geest. Zij, die wachten met hun gehoorzaamheid tot alle schaduwen van onzekerheid verdwenen zijn en er geen spoor van risico of nederlaag meer bestaat, zullen allemaal niet gehoorzamen.

Het ongeloof fluistert: ‘Laten we wachten tot alle hinderpalen verdwenen zijn en we duidelijk kunnen zien, wat voor ons ligt’; maar het geloof dringt erop aan moedig voorwaarts te gaan, terwijl we alle dingen hopen, alle dingen geloven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 252-253.

Donderdag — 13 februari

5. Het lied van de overwinning zingen

A. Hoe uitte het volk hun blijdschap? Wat zijn enkele belangrijkste gedachten uit het lied van Mozes?

Exodus 15:1-21.

Exodus 15:1: Toen zong Mozes en de kinderen Israels de HEERE dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen. Exodus 15:2: De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen! Exodus 15:3: De HEERE is een krijgsman; HEERE is Zijn Naam! Exodus 15:4: Hij heeft Farao's wagenen en zijn heir in de zee geworpen; en de keure zijner hoofdlieden zijn verdronken in de Schelfzee. Exodus 15:5: De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen. Exodus 15:6: O HEERE! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o HEERE! heeft den vijand verbroken! Exodus 15:7: En door Uw grote hoogheid hebt Gij, die tegen U opstonden, omgeworpen; Gij hebt Uw brandenden toorn uitgezonden, die hen verteerd heeft als een stoppel. Exodus 15:8: En door het geblaas van Uw neus zijn de wateren opgehoopt geworden; de stromen hebben overeind gestaan, als een hoop; de afgronden zijn stof geworden in het hart der zee. Exodus 15:9: De vijand zeide: Ik zal vervolgen, ik zal achterhalen, ik zal den buit delen, mijn ziel zal van hen vervuld worden, ik zal mijn zwaard uittrekken, mijn hand zal hen uitroeien. Exodus 15:10: Gij hebt met Uw wind geblazen; de zee heeft hen gedekt, zij zonken onder als lood in geweldige wateren! Exodus 15:11: O HEERE! wie is als Gij onder de goden? wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder? Exodus 15:12: Gij hebt Uw rechterhand uitgestrekt, de aarde heeft hen verslonden! Exodus 15:13: Gij leiddet door Uw weldadigheid dit volk, dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uwer heiligheid. Exodus 15:14: De volken hebben het gehoord, zij zullen sidderen; weedom heeft de ingezetenen van Palestina bevangen. Exodus 15:15: Dan zullen de vorsten van Edom verbaasd wezen; beving zal de machtigen der Moabieten bevangen; al de ingezetenen van Kanaan zullen versmelten! Exodus 15:16: Verschrikking en vrees zal op hen vallen; door de grootheid van Uw arm zullen zij verstommen, als een steen, totdat Uw volk, HEERE! henen doorkome; totdat dit volk henen doorkome, dat Gij verworven hebt. Exodus 15:17: Die zult Gij inbrengen, en planten hen op den berg Uwer erfenis, ter plaatse, welke Gij, o HEERE! gemaakt hebt tot Uw woning, het heiligdom, hetwelk Uw handen gesticht hebben, o HEERE! Exodus 15:18: De HEERE zal in eeuwigheid en geduriglijk regeren! Exodus 15:19: Want Farao's paard, met zijn wagen, met zijn ruiters, zijn in de zee gekomen, en de HEERE heeft de wateren der zee over hen doen wederkeren; maar de kinderen Israels zijn op het droge in het midden van de zee gegaan. Exodus 15:20: En Mirjam, de profetes, Aarons zuster, nam een trommel in haar hand; en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien. Exodus 15:21: Toen antwoordde Mirjam hunlieden: Zingt den HEERE; want Hij is hogelijk verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!

“Dit lied en de grote verlossing, waarvan het spreekt, maakten een indruk, die nooit uit het geheugen van het Hebreeuwse volk verdwenen is. Van tijd tot tijd werd het gezongen door de profeten en zangers van Israël, om te getuigen dat Jehova de kracht en bevrijding is van hen, die vertrouwen in Hem stellen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 251.

B. Wanneer, waar en door wie zal een soortgelijk lied opnieuw gezongen worden?

Openbaring 15:2-4.

Openbaring 15:2: En ik zag als een glazen zee, met vuur gemengd; en die de overwinning hadden van het beest, en van zijn beeld, en van zijn merkteken, en van het getal zijns naams, welke stonden aan de glazen zee, hebbende de citers Gods; Openbaring 15:3: En zij zongen het gezang van Mozes, den dienstknecht Gods, en het gezang des Lams, zeggende: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen! Openbaring 15:4: Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij zijt alleen heilig; want alle volken zullen komen, en voor U aanbidden; want Uw oordelen zijn openbaar geworden.

“Dit lied behoort niet alleen het Joodse volk toe. Het ziet vooruit naar de ondergang van alle vijanden der gerechtigheid en de uiteindelijke overwinning van het Israël Gods.” –Patriarchen en Profeten, blz. 251.

“Ze zingen ‘een nieuw gezang’ vóór de troon, een gezang dat niemand anders kan leren dan de honderd vier en veertig duizend. Het is het lied van Mozes en het lied van het Lam, een overwinningslied. Alleen de honderd vier en veertig duizend kunnen dit lied aanleren; want het is een lied over hun ervaringen. Geen enkele andere groep heeft deze ervaringen ooit gemaakt.” –De Grote Strijd, blz. 598.

Vrijdag — 14 februari

Terugblik

1. Waarom was Mozes niet bang bij de Rode Zee? Hoe kan ik zoals hij zijn?

2. Hoe maakte God een uitweg voor de Israëlieten? Hoe heeft Hij soms een uitweg voor u gemaakt?

3. Wanneer zal God ingrijpen om Zijn volk te helpen, dat zich juist aan de grenzen van het hemelse Kanaän bevindt?

4. Waarom koos God ervoor om de Israëlieten in deze moeilijke situatie te brengen? Waarom bevinden wij ons soms op moeilijke plaatsen?

5. Waarom kan het lied van Mozes en het Lam alleen worden gezongen door een speciaal gezelschap?