“En Hij schold de Schelfzee, zodat zij uitdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn”
Psalm 106:9
“De machtige hand van Christus rolde de wateren van de Rode Zee terug, zodat ze stonden als een muur. Zo maakte Hij een pad door de zee en Israël ging er droogvoets door.” –Bijbelkommentaar, blz. 36.
Aanvullende studie:: Patriarchen en Profeten , blz. 247-253.
A. Hoe uitten de Israëlieten hun angsten, toen zij de zee voor zich zagen en het leger van Farao achter hen?
Exodus 14:10-12.
“De Hebreeën waren gelegerd naast de zee, waarvan de wateren een schijnbaar onneembare hindernis voor hen betekenden, terwijl naar het zuiden een woest gebergte hun verdere voortgang verhinderde. Plotseling zagen ze in de verte de blinkende wapenrustingen en strijdwagens, die de komst van een groot leger aankondigden… Ontzetting vulde de harten van Israël.” –Patriarchen en Profeten, blz. 247.
B. Met welke woorden probeerde Mozes hun angsten te kalmeren?
Exodus 14:13-14.
“Mozes was diep getroffen, dat het volk zo weinig vertrouwen in God openbaarde, hoewel ze getuigen waren geweest van Zijn machtige daden voor hen. Hoe konden ze hem de schuld geven van de gevaren en moeilijkheden van hun situatie, terwijl hij alleen maar het duidelijk bevel van God had opgevolgd? Het is waar, dat er geen mogelijkheid was tot uitredding, tenzij God zelf voor hen tussenbeide zou komen om hen te verlossen; maar omdat Mozes hen hier gebracht had op Gods bevel, koesterde hij geen angst voor de gevolgen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 249.
A. Welke instructie gaf God aan Mozes met het oog op het dreigende gevaar?
Exodus 14:15-18.
Hoe gaf Christus Zijn discipelen een vergelijkbare opdracht, wanneer zij zouden omringd zijn door moeilijkheden?
Johannes 16:33.
“Christus versaagde niet en werd ook niet ontmoedigd; en de discipelen moesten een geloof van hetzelfde standvastige karakter tonen. Zij moesten werken, zoals Hij had gedaan, steunend op Zijn sterkte. Ofschoon hun weg door schijnbaar onoverkomelijke moeilijkheden zou worden versperd, moesten zij toch in Zijn genade voorwaarts gaan, aan geen ding wanhopende en alle dingen verwachtende.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 18.
B. Hoe maakte de Engel van God een uitweg voor de kinderen van Israël door de zee?
Exodus 14:19-22.
“Maar nu verhief de wolkkolom zich majestueus omhoog, en terwijl het Egyptische leger naderde om hen als een gemakkelijke prooi gevangen te nemen, trok de wolk over het leger van Israël, en daalde neer tussen hen en het leger van Egypte. Een muur van duisternis bevond zich tussen hen en hun achtervolgers. De Egyptenaren zagen het kamp der Hebreeën niet meer, de wolk werd voor de Hebreeën een helder licht, en bestraalde heel het leger met de helderheid van de dag.” –Patriarchen en Profeten, blz. 249.
C. Welke les moeten wij leren van deze ervaring?
Romeinen 8:31.
“Tijdens elke crisis kan Zijn volk vol vertrouwen uitroepen: ‘Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn?’ (Romeinen 8:31). Hoe sluw de hinderlagen van Satan en zijn werktuigen ook mogen zijn, God kan ze ontdekken en al hun raadslagen verijdelen. De uiting van het geloof in onze tijd zal dezelfde zijn als de uitspraak van Nehemia: ‘Onze God zal voor ons strijden’; want God staat achter het werk en niemand is in staat uiteindelijk succes te verhinderen.” –Profeten en Koningen, blz. 395.
A. Hoe hinderde de Heer het leger van de Egyptenaren?
Exodus 14:23-25 (eerste deel);
Psalm 77:16-19.
“De Egyptenaren durfden zich te wagen op het pad, dat God voor Zijn volk had bereid, en engelen van God gingen door hun leger en verwijderden hun wagenwielen. Zij werden geplaagd. Hun voortgang was erg traag en zij begonnen problemen te krijgen. Zij herinnerden zich de oordelen, die de God van de Hebreeën over hen in Egypte had gebracht om hen te dwingen Israël te laten gaan, en zij dachten, dat God hen allemaal in de handen van de Israëlieten kon overleveren. Zij besloten, dat God voor de Israëlieten vocht en zij waren vreselijk bang.” –Spiritual Gifts 3, blz. 235.
B. Toen de Egyptenaren worstelden om de Israëlieten te achtervolgen, wat zeiden zij tegen elkaar?
Exodus 14:25 (laatste deel).
C. Wat gebeurde er, zodra de Israëlieten veilig de zee overgestoken waren en Mozes opnieuw zijn staf uitstrekte?
Exodus 14:26-30.
Hoe zal God een vergelijkbare verlossing voor Zijn volk bewerkstelligen aan de grenzen van het hemelse Kanaän?
“De Egyptenaren werden aangegrepen door verwarring en ontmoediging. Onder de woede van de elementen, waarin ze de stem van een toornig God vernamen, trachtten ze terug te keren naar de oever, die ze verlaten hadden. Maar Mozes strekte zijn staf uit en de opgestapelde wateren stortten brullend, begerig naar hun prooi, ineen en verzwolgen het Egyptische leger in hun diepten. Toen de morgen aanbrak, zagen de scharen van Israël wat er overgebleven was van hun machtige vijanden, de bewapende lichamen die op de oever geworpen waren. Een enkele nacht had hen van de grootste gevaren gebracht naar volkomen bevrijding.” –Patriarchen en Profeten, blz. 250.
“De hemelse wezens, engelen die uitblinken in kracht, wachten gehoorzaam op Zijn bevel, om zich te verenigen met menselijke agenten; en de Heer zal tussenbeide komen, wanneer de zaken tot zo’n punt zijn gekomen, dat niemand anders dan een goddelijke macht het werk van de satanische agenten kan tenietdoen. Wanneer Zijn volk in het grootste gevaar zal zijn, schijnbaar niet in staat om de macht van Satan te weerstaan, zal God voor hen werken. De uiterste nood van de mens is Gods kans.” –Selected Messages 2, blz. 373.
A. Hoe beschreef de Psalmist de doortocht door de Rode Zee door het volk van Israël?
Psalm 77:20-21;
Psalmen 106:8-11.
B. Wat was nodig van de kant van de Israëlieten, zodat God de Rode Zee voor hen zou openen?
Hebreeën 11:29.
“In Zijn voorzienigheid leidde God de Hebreeën naar de woestijn bij de zee, om Zijn macht ten opzichte van hun bevrijding te openbaren en de trots van hun verdrukkers te vernederen. Hij had hen ook op een andere wijze kunnen verlossen, maar Hij koos deze wijze om hun geloof te beproeven en hun vertrouwen in Hem te sterken. Het volk was vermoeid en bevreesd, maar wanneer ze achtergebleven zouden zijn, toen Mozes hen beval voorwaarts te gaan, zou God nimmer een weg voor hen gebaand hebben. ‘Door geloof zijn zij door de Rode Zee gegaan als over droog land’ (Hebreeën 11:29). Door de zee in te gaan bewezen ze, dat ze het woord van God, door Mozes gesproken, geloofden. Ze deden alles, wat in hun macht was, en toen deelde de Almachtige de zee om een weg te banen voor hun voeten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 252.
C. Hoe reageerden de Israëlieten op de wonderbare verlossing, die de Heer voor hen had bereid?
Exodus 14:31;
Psalm 106:12.
Welke les leert deze ervaring ons?
“De grote les, die hier geleerd wordt, geldt voor alle tijden. Dikwijls wordt het pad van de christen omgeven door gevaren, en schijnt het moeilijk de taak te verrichten. De verbeelding ziet naderende ondergang voor ogen, en banden en dood, die wachten. Toch wordt de stem van God duidelijk vernomen: ‘Ga voorwaarts’. We moeten aan dit bevel gehoor geven, al kunnen onze ogen de duisternis niet doordringen, en voelen we de koude golven rondom onze voeten. De hinderpalen, die onze vooruitgang hinderen, zullen nooit verdwijnen voor een aarzelende, twijfelende geest. Zij, die wachten met hun gehoorzaamheid tot alle schaduwen van onzekerheid verdwenen zijn en er geen spoor van risico of nederlaag meer bestaat, zullen allemaal niet gehoorzamen.
Het ongeloof fluistert: ‘Laten we wachten tot alle hinderpalen verdwenen zijn en we duidelijk kunnen zien, wat voor ons ligt’; maar het geloof dringt erop aan moedig voorwaarts te gaan, terwijl we alle dingen hopen, alle dingen geloven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 252-253.
A. Hoe uitte het volk hun blijdschap? Wat zijn enkele belangrijkste gedachten uit het lied van Mozes?
Exodus 15:1-21.
“Dit lied en de grote verlossing, waarvan het spreekt, maakten een indruk, die nooit uit het geheugen van het Hebreeuwse volk verdwenen is. Van tijd tot tijd werd het gezongen door de profeten en zangers van Israël, om te getuigen dat Jehova de kracht en bevrijding is van hen, die vertrouwen in Hem stellen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 251.
B. Wanneer, waar en door wie zal een soortgelijk lied opnieuw gezongen worden?
Openbaring 15:2-4.
“Dit lied behoort niet alleen het Joodse volk toe. Het ziet vooruit naar de ondergang van alle vijanden der gerechtigheid en de uiteindelijke overwinning van het Israël Gods.” –Patriarchen en Profeten, blz. 251.
“Ze zingen ‘een nieuw gezang’ vóór de troon, een gezang dat niemand anders kan leren dan de honderd vier en veertig duizend. Het is het lied van Mozes en het lied van het Lam, een overwinningslied. Alleen de honderd vier en veertig duizend kunnen dit lied aanleren; want het is een lied over hun ervaringen. Geen enkele andere groep heeft deze ervaringen ooit gemaakt.” –De Grote Strijd, blz. 598.
1. Waarom was Mozes niet bang bij de Rode Zee? Hoe kan ik zoals hij zijn?
2. Hoe maakte God een uitweg voor de Israëlieten? Hoe heeft Hij soms een uitweg voor u gemaakt?
3. Wanneer zal God ingrijpen om Zijn volk te helpen, dat zich juist aan de grenzen van het hemelse Kanaän bevindt?
4. Waarom koos God ervoor om de Israëlieten in deze moeilijke situatie te brengen? Waarom bevinden wij ons soms op moeilijke plaatsen?
5. Waarom kan het lied van Mozes en het Lam alleen worden gezongen door een speciaal gezelschap?