“Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelf”
Johannes 6:53
“De volgelingen van Christus moeten deelhebben aan Zijn ervaring. Ze moeten het Woord van God ontvangen en in zich opnemen, zodat het de drijfveer van leven en daden zal worden. Door de macht van Christus moeten ze naar Zijn beeld veranderen en Gods eigenschappen weerkaatsen. Ze moeten het vlees van de Zoon van God eten en Zijn bloed drinken, anders hebben ze geen leven.” –Patriarchen en Profeten, blz. 241-242.
Aanvullende studie:: Patriarchen en Profeten, blz. 239-244.
A. Hoe werd Mozes gezien door de Egyptenaren?
Exodus 11:3 (laatste deel).
B. Welk oordeel werd voorzegd voor de tiende plaag, en wat zouden Farao en zijn dienaren doen?
Exodus 11:1,
Exodus 11:4-8;
Exodus 12:12.
C. Wat kunnen wij leren over Gods karakter door de vele waarschuwingen, die Hij naar de Egyptenaren zond, voordat Hij de tiende plaag zond?
2 Petrus 3:9.
“Het oordeel, waarvoor Egypte was gewaarschuwd, zou ten slotte voltrokken worden. God is lankmoedig en rijk in barmhartigheid. Hij heeft tedere zorg voor de wezens, die naar Zijn beeld geschapen zijn. Als het verlies van hun oogst en hun kudden en kleinvee Egypte tot bekering had gebracht, zouden de kinderen niet gedood zijn; maar het volk had hardnekkig Gods bevel weerstaan, en nu zou de laatste slag vallen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 239.
“De Heer wil niet, dat enige ziel verloren gaat. Zijn genade kent geen grens.” –The Upward Look, blz. 150.
A. Wie mocht het Pascha lam eten?
Exodus 12:43,
Exodus 12:48-49.
B. Wat moesten de Israëlieten doen met het bloed, en wat was het doel van die aanwijzing?
Exodus 2:7,
Exodus 2:13,
Exodus 2:23.
“Voor ze de vrijheid kregen, moesten de slaven hun geloof in de grote bevrijding tonen, die bijna hun deel was. Het teken van het bloed moest aan hun huizen worden aangebracht, en ze moesten zichzelf en hun gezinnen afscheiden van de Egyptenaren en in hun eigen huizen blijven. Als de Israëlieten op enige wijze de aanwijzingen, die ze ontvingen, veronachtzaamd hadden, als ze nagelaten hadden hun kinderen afgezonderd te houden van de Egyptenaren, als ze het lam hadden geslacht maar niet de deurposten met het bloed bestreken hadden, of hun huizen verlaten hadden, zouden ze niet bewaard zijn gebleven. Ze mochten oprecht geloofd hebben, dat ze al het nodige gedaan hadden, maar hun oprechtheid zou hen niet redden. Allen, die nalieten acht te slaan op de aanwijzingen des Heren, zouden hun eerstgeborenen door de hand van de verderver verliezen.
Door te gehoorzamen zou het volk blijk geven van hun geloof. Zo moeten allen, die door de verdiensten van het bloed van Christus gered hopen te worden, beseffen, dat ze zelf iets moeten doen om zich te verzekeren van hun zaligheid. Hoewel alleen Christus ons kan verlossen van de straf der overtreding, moeten wij ons afwenden van de zonde en gehoorzamen. De mens moet gered worden door geloof, niet door de werken; toch moet zijn geloof blijken uit zijn werken.” –Patriarchen en Profeten, blz. 242.
C. Wie moest het werk uitvoeren van het slachten van het Pascha lam en het aanbrengen van het bloed op de deurpost?
Exodus 12:21-22.
Welke betekenis heeft dit nu voor ons?
“De vader moest als priester van het gezin optreden. En als de vader gestorven was, moest de oudste in leven zijnde zoon de deurpost plechtig met bloed besprenkelen. Dat is een beeld van wat in elk gezin gedaan moet worden. Ouders moeten hun kinderen bij elkaar halen en Christus als Paaslam aan hen voorhouden. Vader moet iedereen in huis aan God wijden en de taak vervullen, die door het feest van Pascha wordt uitgebeeld. Het is gevaarlijk deze plechtige opdracht aan anderen over te laten.” –Het Bijbels Gezin, blz. 265-266.
A. Hoe moesten de Israëlieten het lam en de andere voorzieningen van het Pascha feest eten?
Exodus 12:8-11.
Welke verandering vond er plaats, nadat zij zich in hun eigen land hadden gevestigd?
“Ten tijde van de verlossing uit Egypte aten de kinderen Israëls het paasmaal staande, de lendenen omgord en met de staf in de hand, gereed voor de reis. De wijze, waarop ze deze inzetting vierden, was in overeenstemming met hun omstandigheden; zij stonden immers op het punt het land Egypte uit te trekken, en ze moesten beginnen aan een pijnlijke en moeitevolle reis door de woestijn. Maar in de dagen van Christus waren de omstandigheden gewijzigd. Zij stonden nu niet op het punt een vreemd land uit te trekken, maar zij waren inwoners van hun eigen land. In overeenstemming met de rust, die hun was gegeven, namen de mensen toen in een liggende houding deel aan het paasmaal.” –De Wens der Eeuwen, blz. 572-573.
B. Hoe werd de wonderbare bevrijding van de Israëlieten uit Egypte vers in de gedachten gehouden van hun kinderen?
Exodus 12:26-27.
“Het Pascha was ingesteld als een herinnering aan de verlossing van Israël uit de slavernij in Egypte. God had verordend dat jaar voor jaar, als de kinderen zouden vragen naar de betekenis van deze instelling, de geschiedenis zou worden verteld. Deze wonderbaarlijke verlossing moest vers in de gedachten van allen bewaard blijven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 572.
C. Wat is de verbinding tussen de Pascha dienst en het Heilig Avondmaal? Welk werk wordt in onze gedachten bewaard door de Heilig Avondmaaldienst?
Matthéüs 26:17-19,
Mattheüs 26:26-29;
1 Korinthe 11:26.
“Terwijl Hij (Christus) met Zijn discipelen het Pascha at, stelde Hij hiervoor in de plaats een dienst, die een gedachtenis zou zijn aan Zijn grote offerande. Het nationale feest van de Joden zou voorgoed voorbij zijn. De dienst, die Christus instelde, zou door Zijn volgelingen in alle landen en door alle eeuwen heen worden gehouden… De instelling van het Avondmaal des Heren werd gegeven om de grote verlossing te gedenken, die tot stand kwam als gevolg van de dood van Christus. Tot Hij voor de tweede maal zal komen in macht en heerlijkheid, moet deze inzetting worden gevierd. Het is het middel, waardoor Zijn grote werk steeds in onze gedachten blijft.” –De Wens der Eeuwen, blz. 572.
A. Van wie was het Pascha lam een type?
Johannes 1:29;
1 Korinthe 5:7.
“God wilde hun leren, dat de gave, die hen met Hem verzoent, voortkomt uit Zijn eigen liefde.” –De Wens der Eeuwen, blz. 83.
“Het offerlam is een beeld van ‘het Lam Gods’, waarin onze enige hoop op de zaligheid ligt. De apostel zegt: ‘Christus ons Pascha is voor ons geslacht’ (1 Korinthe 5:7). Het was niet voldoende, dat het paaslam geslacht werd; het bloed moest aan de deurposten gestreken worden; zo moeten de verdiensten van Christus op de ziel van toepassing worden gebracht. We moeten niet slechts geloven, dat Hij stierf voor de wereld, maar dat Hij stierf voor een ieder van ons. We moeten de waarde van het verzoenend offer op onszelf van toepassing brengen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 241.
B. Wie wordt gesymboliseerd door het brood en aan welke werkelijkheid moet dit ons herinneren?
Johannes 6:47-48,
Johannes 6:51.
“Zelfs dit aardse leven danken wij aan de dood van Christus. Het brood, dat wij eten, is gekocht door Zijn gebroken lichaam. Het water, dat wij drinken, werd betaald met Zijn vergoten bloed. Nooit eet iemand, heilige of zondaar, zijn dagelijks voedsel, of hij wordt gevoed door het lichaam en bloed van Christus. Het kruis van Golgotha heeft op ieder brood zijn stempel gedrukt. Het wordt weerspiegeld in iedere waterbron. Dit alles heeft Christus, door het instellen der symbolen van Zijn grote offer, onderwezen. Het licht, dat uitstraalt van de avondmaaldienst in de opperzaal, maakt de voorzieningen voor ons dagelijks leven heilig. De gezinsdis wordt de tafel des Heren, en iedere maaltijd een heilige handeling.
En hoeveel te meer zijn de woorden van Christus waar, wat betreft onze geestelijke natuur. Hij verklaart: ‘Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven’. Door het leven aan te nemen, dat voor ons aan het kruis van Golgotha werd uitgestort, kunnen wij een geheiligd leven leiden. En dit leven hebben wij aangenomen door Zijn Woord aan te nemen, door die dingen te doen die Hij heeft geboden. Op deze wijze worden wij één met Hem. (Zie Johannes 6:54, 56-57)…
Deze tekst is in het bijzonder van toepassing op het Heilig Avondmaal. Wanneer het geloof het grote offer van de Here overpeinst, wordt de ziel gelijkgemaakt aan het geestelijk leven van Christus. Die ziel zal door ieder Avondmaal geestelijke kracht ontvangen. De dienst vormt een levende band, waardoor de gelovige met Christus wordt verbonden, en op deze wijze ook met de Vader. Op een bijzondere wijze vormt het Avondmaal een verbinding tussen afhankelijke menselijke wezens en God.” –De Wens der Eeuwen, blz. 578-579.
A. Beschrijf de laatste plaag.
Exodus 12:29-30.
B. Hoe werden de Israëlieten uit het land Egypte verdreven? Waarom?
Exodus 12:31-33.
“Door heel het gebied van Egypte was de trots van elk gezin weg. De klachten en het gejammer van de rouwklagers vulden de lucht. Koning en hovelingen stonden met bleek gelaat en bevende ledematen door de overweldigende schrik. Farao herinnerde zich, hoe hij vroeger had uitgeroepen: ‘Wie is de Here, naar wie ik zou moeten luisteren om Israël te laten gaan? Ik ken de Here niet, en ik zal Israël ook niet laten gaan’. Nu, daar zijn hemeltergende trots tot in het stof vernederd was, ontbood hij des nachts Mozes en Aäron en zei: ‘Maakt u gereed, gaat weg uit het midden van mijn volk, zowel gij als de Israëlieten; gaat, dient de Here, zoals gij gezegd hebt. Neemt ook uw kleinvee en uw runderen mee, zoals gij gezegd hebt; maar gaat! En wilt ook mij zegenen’. De koninklijke raadslieden en het volk smeekten eveneens de Israëlieten om het land snel te verlaten, ‘want’, zeiden ze, ‘wij sterven allen’.” –Patriarchen en Profeten, blz. 243-244.
1. Hoe toonde God genade in Zijn waarschuwingen vóór elke plaag en vooral vóór de tiende plaag?
2. Hoe illustreert de Pascha dienst, hoe geloof en werken moeten worden gecombineerd? Hoe verhoudt dit zich tot mijn eigen persoonlijk leven?
3. Welke bevrijding herdenkt het Heilig Avondmaal? Waarom moeten wij het regelmatig naleven?
4. Hoe kunnen wij ons voor onze zielen het verlossende bloed van Christus toe-eigenen?
5. Hoe wachten wij, zoals Farao, soms totdat God ons heeft vernederd, voordat wij Zijn stem gehoorzamen?
Tanzania is een Oost Afrikaans land, dat bekend staat om de uitgestrekte wildernis. Ze omvatten de vlaktes van Serengeti Nationaal park, een safari mekka (bevolkt door olifanten, leeuwen, luipaarden, buffels en neushoorns), en Kilimanjaro Nationaal park, de thuisbasis van de hoogste berg van Afrika. Voor de kust liggen de tropische eilanden Zanzibar en Mafia, met een zeepark met walvishaaien en koraalriffen.
Hoewel godsdienstige statistieken niet beschikbaar zijn voor Tanzania, schatten religieuze leiders en sociologen, dat moslim en christelijke gemeenschappen ongeveer even groot zijn, elk 30 tot 40% van de bevolking, de rest bestaat uit beoefenaars van andere wereld geloven, beoefenaars van inheemse godsdiensten en mensen zonder religie. De bevolking was in 2016 55,57 miljoen. De officiële talen van Tanzania zijn Swahili en Engels, hoewel er in totaal 126 lokale talen zijn.
Tanzania is verdeeld in dertig regio’s (mkoa), vijfentwintig op het vasteland en vijf in Zanzibar.
De boodschap van opwekking en reformatie bereikte Tanzania via onze broeders en zusters uit Kenia. We werden ook geholpen en nog steeds door onze Duitse broeders en zusters. De Generale Conferentie drukt de Sabbat Bijbel Lessen in de Swahili taal door de Rwanda Unie, nabij Tanzania. Swahili wordt gesproken in alle Oost Afrikaanse landen.
Het werk is nu zover, dat we een hoofdkantoor moeten vestigen. Wij geloven, dat Dar es Salaam de beste plaats daarvoor zal zijn. Dar es Salaam, of gewoon Dar, voorheen bekend als Mzizima, is de voormalige hoofdstad en tevens de meest dichtbevolkte stad in Tanzania en een regionaal belangrijk economisch centrum. De stad ligt aan de kust van Swahili en is een van de snelst groeiende steden ter wereld. Dar is een multiculturele stad, de thuisbasis van Afrikaanse Tanzanianen, Arabische en Zuid Aziatische gemeenschappen, Britse en Duitse bannelingen, katholieken, Lutheranen en moslims. Dit is een ideale plek voor ons hoofdkantoor, omdat het ons zendingswerk voor het hele land zal vergemakkelijken.
We doen een beroep op al onze leden van de Sabbatschool over de hele wereld om royaal aan dit project te geven. Bij voorbaat bedankt voor uw hulp. Moge God uw vriendelijkheid voor Zijn werk in Afrika rijkelijk terugbetalen.
Uw broeders en zusters van de Zending van Tanzania