“Neem dan deze staf in uw hand, waarmee gij die tekenen doen zult”
Exodus 4:17
“De tijd voor de verlossing van Israël was gekomen. Maar Gods doel zou tot stand gebracht worden op een wijze, die spotte met menselijke trots. De verlosser zou komen als een eenvoudige herder, met slechts een staf in zijn hand; maar God zou die staf tot een symbool maken van Zijn macht.” –Patriarchen en Profeten, blz. 219-220.
Aanvullende studie:: Patriarchen en Profeten, blz. 220-224.
A. Wat gebeurde er in Egypte, terwijl Mozes zorgde voor de kudden van Jethro?
Exodus 2:23-25.
B. Welke ervaring had Mozes bij de brandende struik?
Exodus 3:1-5.
C. Welke belangrijke les kunnen wij leren van deze ervaring?
Psalm 89:8.
“Nederigheid en eerbied moeten het gedrag kenmerken van allen, die in de tegenwoordigheid van God komen. In Jezus’ naam mogen we vol vertrouwen tot Hem naderen, maar we mogen Hem niet naderen met de aanmatigende vrijmoedigheid, alsof Hij onze gelijke was. Er zijn mensen, die de grote almachtige God, die een ontoegankelijk licht bewoont, naderen alsof ze een gelijke aanspreken, of zelfs een mindere. Er zijn mensen, die zich in zijn huis gedragen, zoals ze dat niet zouden doen in de audiëntiezaal van een aards vorst. Zij moeten eraan denken, dat ze in tegenwoordigheid zijn van Hem, die door serafim wordt aanbeden, voor wie engelen hun gelaat bedekken.” –Patriarchen en Profeten, blz. 220.
A. Wat ging de Heer doen voor Zijn volk?
Exodus 3:7-9.
B. Hoe paste Mozes in Gods plan om dit te volbrengen?
Exodus 3:10;
Handelingen 7:34-35.
C. Hoe reageerde Mozes op Gods oproep en wat wilde de Heer, dat hij zich realiseerde?
Exodus 3:11-15.
“Verbaast en ontzet over deze opdracht trad Mozes terug, met de woorden: ‘Wie ben ik, dat ik naar Farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden’. Het antwoord luidde: ‘Ik ben immers met u! En dit zal u het teken zijn, dat Ik u gezonden heb: wanneer gij het volk uit Egypte hebt geleid, zult gij God dienen op deze berg’.
Mozes dacht aan de moeilijkheden, die hem te wachten stonden, aan de blindheid, de onwetendheid en het ongeloof van zijn volk, van wie velen bijna niets meer wisten van de ware God. ‘Maar’, zei hij, ‘wanneer ik tot de Israëlieten kom en hun zeg: De God uwer vaderen heeft mij tot u gezonden, en zij mij vragen: hoe is zijn naam, wat moet ik hun dan antwoorden?’
Het antwoord luidde: ‘IK BEN, DIE IK BEN’. Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij tot u gezonden’.” –Patriarchen en Profeten, blz. 220-221.
“Mozes verwachtte niet, dat dit de manier was, waarop de Heer hem zou gebruiken om Israël uit Egypte te bevrijden. Hij dacht, dat het door strijd zou zijn. En toen de Heer hem bekend maakte, dat hij voor Farao moest staan, en in Zijn naam hem vragen Israël te laten gaan, huiverde hij voor de opdracht.
De Farao, voor wie hij moest verschijnen, was niet degene, die had besloten, dat hij ter dood moest worden gebracht. Die koning was dood en een ander had de teugels van de regering overgenomen. Bijna alle Egyptische koningen werden Farao genoemd. Mozes had er de voorkeur aan gegeven om aan het hoofd van de kinderen van Israël te staan als hun generaal en oorlog te voeren met de Egyptenaren. Maar dit was niet Gods plan. Hij zou voor zijn volk worden groot gemaakt, en niet alleen hen maar ook de Egyptenaren leren, dat er een levende God is, die macht heeft om te redden en te vernietigen.” –Spiritual Gifts 3, blz. 1 89-190.
A. Welke boodschap moest Mozes de oudsten van Israël geven?
Exodus 3:16-20.
B. Hoe zou God Zijn belofte vervullen, dat Zijn volk Egypte niet met lege handen zou verlaten?
Exodus 3:21-22.
“De Egyptenaren waren verrijkt door de arbeid, die ze onrechtmatig van de Israëlieten hadden geëist, en nu de laatsten zich op weg zouden begeven naar hun nieuw tehuis, konden ze terecht het loon voor hun jaren arbeid opeisen. Ze moesten artikelen van waarde vragen, die gemakkelijk meegenomen konden worden, en God zou hun gunst schenken in het oog der Egyptenaren. De machtige wonderen, die voor hun bevrijding bewerkstelligd zouden worden, zouden schrik brengen bij de verdrukkers, zodat aan het verzoek van de slaven voldaan zou worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 221.
C. Welk verder bewijs gaf de Heer Mozes van Zijn voorzienigheid, omdat hij onwillig was om Gods roeping aan te nemen?
Exodus 4:1-9.
Hoe moeten wij nu antwoorden op Gods roeping?
“Mozes zag onoverkomelijke moeilijkheden voor zich. Welk bewijs kon hij geven, dat God hem werkelijk gezonden had? ‘Maar als zij mij niet geloven en niet naar mij luisteren, doch zeggen: de Here is niet verschenen?’ Nu kreeg hij bewijzen, die zijn zintuigen aanspraken. Hij moest zijn staf op de grond werpen. Toen hij dit deed, werd deze een slang, en Mozes vluchtte weg. Hij kreeg bevel de slang te pakken, en in zijn hand werd ze een staf. Nu moest hij zijn hand in zijn boezem steken. Hij gehoorzaamde, en, toen hij ze eruit trok, zie, zijn hand was melaats, sneeuwwit. Nadat hem was gezegd de hand opnieuw in zijn boezem te steken, bemerkte hij bij het terugtrekken, dat ze weer was geworden als zijn andere hand. Door deze wonderen verzekerde de Here aan Mozes, dat zijn eigen volk, zowel als Farao, overtuigd zouden zijn, dat Iemand, machtiger dan de koning van Egypte, onder hen aanwezig was.” –Patriarchen en Profeten, blz. 221-222.
“Wie staat klaar om bij Gods oproep lang gekoesterde plannen en familiebetrekkingen op te geven? Wie zal nieuwe plichten op zich nemen, en nieuwe gebieden betreden om Gods werk te doen met een gewillig en vastberaden hart, terwijl ze voor Christus’ werk hun verlies als winst beschouwen?” –Patriarchen en Profeten, blz. 99.
A. Wat toont, dat Mozes nog steeds onwillig was Gods oproep te gehoorzamen?
Exodus 4:10-13.
“Maar de dienstknecht van God was nog steeds overweldigd door de gedachte aan het vreemde en wonderlijke werk, dat hem wachtte. In zijn verwarring en vrees zocht hij nu een verontschuldiging door zijn moeilijke spraak… Hij was zo lang uit Egypte weggeweest, dat hij de taal niet meer zo goed beheerste als toen hij onder hen vertoefde…
In het eerst waren deze verontschuldigingen het gevolg van nederigheid en ootmoed; maar nadat God beloofd had om alle moeilijkheden uit de weg te ruimen en hem succes te verlenen, toonde elk verder terugschrikken en klagen over ongeschiktheid een gebrek aan vertrouwen in God. Er lag de vrees in opgesloten, dat God niet in staat was om hem geschikt te maken voor het grote werk, waartoe Hij hem geroepen had, of dat Hij Zich vergist had in het kiezen van de juiste persoon.” –Patriarchen en Profeten, blz. 222.
B. Welke hulp bood God aan Mozes, toen Hij geduldig Zijn dienstknecht probeerde te bemoedigen?
Exodus 4:14-17.
Hoe bemoedigt God Zijn volk nu?
“Laten zij (de leden van Gods gemeente) beseffen, dat het werk, waarmee zij zich bezighouden, er een is, waarop de Heer Zijn zegel heeft geplaatst…
Hij vraagt ons door te gaan met de woorden te spreken, die Hij ons geeft, terwijl Zijn heilige aanraking op onze lippen gevoeld wordt.” –God’s Amazing Grace, blz. 275.
C. Welke verdere zekerheid gaf God Mozes?
Exodus 4:18-23.
“Iemand zal macht en bekwaamheid verkrijgen, als hij de verantwoordelijkheden aanvaardt, die God op hem legt, en met heel zijn hart ernaar streeft zich te ontwikkelen om ze op de juiste wijze te volbrengen. Als Mozes op eigen kracht en wijsheid, en begerig de grote opdracht had aanvaard, zou hij te kennen hebben gegeven, dat hij volkomen ongeschikt was voor zulk een werk. Het feit, dat iemand zijn zwakheid beseft, is op zijn minst een bewijs, dat hij de grootte van het aangewezen werk beseft, en dat hij God tot zijn Raadgever en kracht wil maken.” –Patriarchen en Profeten, blz. 223.
A. Toen Mozes Gods roeping aanvaardde en naar Egypte ging, wat gebeurde er onderweg?
Exodus 4:24-26.
Welke plechtige parallel kan worden getrokken uit deze gebeurtenis?
“Mozes herinnerde zich, dat hij een van Gods geboden had veronachtzaamd; door te zwichten voor de overredingskracht van zijn vrouw, had hij nagelaten zijn jongste zoon te besnijden. Hij had nagelaten te voldoen aan de voorwaarde, waarop zijn kinderen aanspraak konden maken op de zegeningen van Gods verbond met Israël; en zulk een veronachtzaming door de leider die door God was verkoren, kon slechts de kracht van Gods geboden bij het volk verzwakken…
Tijdens zijn zending naar Farao bevond Mozes zich in groot gevaar; zijn leven kon slechts gespaard worden door de bescherming van heilige engelen. Maar als hij tijdens zijn leven aan hem bekende verplichting naliet, was hij niet veilig; want dan konden Gods engelen hem niet bewaren.
In de tijd van benauwdheid, kort voor de wederkomst van Jezus, zullen de rechtvaardigen bewaard worden door de dienst van hemelse engelen; maar er zal geen beschutting zijn voor de overtreder van Gods wet. Engelen kunnen geen bescherming bieden aan hen, die een van Gods geboden veronachtzamen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 223-224.
B. Hoe reageerde het volk op de boodschap van bevrijding, toen Mozes en Aäron in Egypte aankwamen en de oudsten verzamelden?
Exodus 4:29-31.
1. Wat leert het verslag van Mozes bij de brandende struik ons over de manier, waarop wij God in gebed en in het heiligdom moeten benaderen?
2. Hoe verwachtte Mozes, dat God Israël uit Egypte zou bevrijden? Waarom bevrijdde God Israël niet op deze manier?
3. Waarom zijn wij soms onwillig om Gods roeping aan te nemen om voor Hem te werken?
4. Wat is een teken van ware grootheid in hen, die God dienen?
5. Wat doen zij, die slechts één van de goddelijke voorschriften negeert in de tijd der benauwdheid vóór ons?