“Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des Heeren gaan”
Psalm 119:1
“Hij, die begrip heeft voor de verreikende eisen van Gods wet, kan iets begrijpen van de gruwelijkheid van zonde. En hoe verhevener zijn ideeën over Gods eisen zijn, des te groter zal zijn dankbaarheid zijn voor de vergeving, die hem is verleend.” –Our High Calling, blz. 137.
Aanvullende studie:: Patriarchen en Profeten, blz. 265-275.
A. Wanneer werd de Sabbat aan de mensheid gegeven? Wat was het doel van de Sabbat?
Genesis 2:1-3.
“De Sabbat … moet herdacht en waargenomen worden als het gedenkteken van het werk van de Schepper. Door te wijzen op God als de Schepper van hemel en aarde, onderscheidt hij de ware God van alle afgoden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 272.
B. Wat zijn enkele algemene richtlijnen voor het oprecht houden van de Sabbat?
Jesaja 58:13.
C. Waarom falen wij vaak om onze woorden op de Sabbat te bewaken?
Matthéüs 12:34.
“Om de Sabbat te heiligen moeten we onze gedachten zelfs niet laten stilstaan bij dingen van een werelds karakter.” –Patriarchen en Profeten, blz. 272.
“Maar om de Sabbat heilig te houden moeten de mensen zelf heilig zijn. Door het geloof moeten zij deel krijgen aan de gerechtigheid van Christus.” –De Wens der Eeuwen, blz. 236.
A. Wat benadrukt God meteen aan het begin van de wet en toont het belang ervan?
Exodus 20:3.
Hoe laten wij zien, dat wij iets de eerste voorkeur in ons leven geven? Welke andere goden dienen wij vaak?
“Jehova, de Eeuwige, in Zichzelf Bestaande, Ongeschapene, de Bron en Onderhouder van alles, heeft alleen recht op volkomen eerbied en aanbidding.
De mens mag geen enkel ander voorwerp de eerste plaats geven in zijn genegenheid of in zijn dienen. Alles, wat door ons gekoesterd wordt en de neiging heeft onze liefde tot God te verminderen of wat verhindert, dat we Hem de dienst bewijzen, waarop Hij recht heeft, van dat alles maken we een god.” –Patriarchen en Profeten, blz. 270.
B. Hoe moet onze houding tegenover God zijn?
Markus 12:30;
Deuteronomium 10:12.
“Het dienen van Christus vereist de hele mens, het hart, de geest, de ziel, de kracht. Hij zal een verdeeld hart niet accepteren. Hij verwacht van ons, dat wij ons best doen.” –This Day with God, blz. 161.
C. Welke eigenschap is van vitaal belang, als wij een verbinding met God moeten aangaan, waar Hij de eerste plaats inneemt?
Galaten 5:6.
“Het geloof, dat helpt om ons in belangrijk contact te brengen met Christus, drukt van onze kant de hoogste voorkeur uit, volkomen vertrouwen, volledige toewijding… Het bewerkt in het leven van de volgeling van Christus ware gehoorzaamheid aan Gods geboden, want liefde tot God en liefde voor de mens zullen het gevolg zijn van een levendige verbinding met Christus.” –In Heavenly Places, blz. 108.
“(De oprechte gelovige) blijft in Christus en haalt zijn voeding uit Hem.
Deze geestelijke verbinding kan alleen worden gevestigd door de uitoefening van een persoonlijk geloof. Dit geloof moet van onze kant de hoogste voorkeur, volkomen vertrouwen, volledige toewijding uitdrukken. Onze wil moet volledig worden overgegeven aan de goddelijke wil; onze gevoelens, verlangens, interesses en eer, verbonden met de voorspoed van het koninkrijk van Christus en de eer van Zijn zaak, wij ontvangen voortdurend genade van Hem en Christus aanvaardt dankbaarheid van ons.” –My Life Today, blz. 11.
A. Waar komt het zondige verlangen vandaan, dat leidt tot ernstige zonden zoals hebzucht en overspel?
Spreuken 4:23;
Matthéüs 15:19;
Mattheüs 22:37.
“De verleider kan ons nooit dwingen om kwaad te doen. Hij kan geen kracht uitoefenen over iemands geest, tenzij die persoon zichzelf onder zijn macht heeft gesteld. De wil moet toegeven, het geloof moet Christus loslaten, voordat Satan macht over ons kan uitoefenen. Maar ieder zondig verlangen, dat wij koesteren, geeft hem houvast. Ieder punt, waarin wij falen te voldoen aan de goddelijke maatstaf, is een open deur, waardoor Satan kan binnenkomen om ons te verleiden en te vernietigen. En iedere mislukking of nederlaag van ons geeft hem de gelegenheid om Christus te smaden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 96.
“Het tiende gebod raakt de wortel van elke zonde, daar het zelfzuchtig verlangen verbiedt, waaruit elke zondige daad ontspruit. Hij, die in gehoorzaamheid aan Gods wet, zelfs een zondig verlangen naar dat wat aan een ander toebehoort, onderdrukt, zal onschuldig zijn aan een daad, waardoor zijn medeschepselen nadeel zouden ondervinden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 274.
B. Als wij beseffen, dat het slagveld zich in de geest bevindt, wat moeten wij dan doen?
Filippensen 2:5-8;
Openbaring 3:20.
“Jezus werd een mens om te kunnen bemiddelen tussen mens en God… zodat Hij de oorspronkelijke geest, die hij in Eden verloor door Satans aanlokkelijke verleiding, voor de mens kon herstellen.” –That I May Know Him, blz. 291.
“Door bekering en verandering moeten mensen de geest van Christus ontvangen.” –That I May Know Him, blz. 134.
C. Hoe verreikend is gehoorzaamheid aan het zevende gebod?
Matthéüs 5:27-28.
“Dit gebod verbiedt niet slechts onzuivere daden, maar ook zinnelijke gedachten en verlangens, of gebruiken, die de neiging hebben ze op te wekken. Niet alleen in het dagelijkse leven wordt reinheid geëist, maar ook in de verborgen gedachten en gevoelens van het hart. Christus, die de verstrekkende verplichting van Gods wet duidelijk maakte, heeft gezegd, dat de onreine gedachte of blik even zondig is als de ongeoorloofde daad.” –Patriarchen en Profeten, blz. 273.
A. Wat is de wortel, waaruit moord ontspringt?
1 Johannes 3:15.
Wat is er nog meer betrokken bij het houden van het zesde gebod?
“Alle onrechtvaardige daden, waardoor het leven verkort wordt; de geest van haat en wraaklust, of het toegeven aan hartstochten, die leiden tot daden van geweld jegens anderen, zelfs het toewensen van kwaad aan anderen (want ‘een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoordenaar’); een zelfzuchtig veronachtzamen van de zorg voor behoeftigen of lijdenden; alle toegeven aan zelfzuchtige neigingen of onnodige ontzeggingen of buitensporige arbeid, die de gezondheid benadeelt, al deze dingen zijn in meer of mindere mate overtredingen van het zesde gebod.” –Patriarchen en Profeten, blz. 273.
B. Welke eigenschap van het vleselijke hart leidt tot haat, en hoe beïnvloedt deze slechte eigenschap hen, die deze koesteren?
1 Korinthe 3:3;
Spreuken 14:30.
“Nijd is het gevolg van trots, en als het gekoesterd wordt, zal het leiden tot haat en uiteindelijk tot moord.” –Patriarchen en Profeten, blz. 594.
“Nijd is een van de meest verachtelijke trekken van een satanisch karakter. Die tracht steeds zichzelf omhoog te steken door smaad op anderen te werpen. Iemand, die afgunstig is, zal zijn naaste kleineren in de mening zichzelf daardoor te verheffen.” –Bijbelkommentaar, blz. 204-205.
“Jaloersheid, nijd en kwaad denken zijn een helse schaduw, waardoor Satan uw blik op Christus’ karakter tracht te onderscheppen, zodat u door het aanschouwen van het kwaad naar de gelijkenis ervan wordt veranderd.” – Bijbelkommentaar, blz. 212.
C. Hoe ver moet onze eerlijkheid gaan, als wij echt het achtste gebod willen houden?
2 Korinthe 8:21.
“Het (achtste gebod) veroordeelt diefstal en roof. Het eist strikte eerlijkheid in de kleinste zaken van het leven. Het verbiedt overvragen bij het zaken doen en eist, dat schulden worden betaald. Het zegt, dat elke poging zichzelf te bevoordelen door de onwetendheid, zwakheid of het ongeluk van een ander als oneerlijkheid in de hemelse boeken vermeld staat.” –Patriarchen en Profeten, blz. 273.
A. Wat is er speciaal aan het vijfde gebod? Efeze 6:2;
Exodus 20:12.
“Ouders hebben recht op een mate van liefde en eerbied, waarop geen ander recht heeft. God Zelf, die op hen de verantwoordelijkheid heeft gelegd voor zielen, die aan hen zijn toevertrouwd, heeft bepaald, dat in de vroege levensjaren ouders de plaats van God bij hun kinderen zullen innemen. Wie het rechtmatig gezag van zijn ouders verwerpt, verwerpt hiermee het gezag van God. Het vijfde gebod eist, dat kinderen niet slechts respect, onderdanigheid en gehoorzaamheid tonen jegens hun ouders, maar ook dat ze hun liefde en tederheid bewijzen, hun lasten verlichten, zorg dragen voor hun goede naam en hen helpen en troosten, als ze oud zijn. Tevens wordt gewezen op eerbied voor evangeliedienaars en heersers en anderen aan wie God gezag heeft verleend.” –Patriarchen en Profeten, blz. 272.
“Onze verplichting jegens onze ouders houdt nooit op. Onze liefde voor hen, en die van hen voor ons, wordt niet gemeten aan de hand van jaren of afstand, en onze verantwoordelijkheid kan nooit opzij worden gezet.” –My Life Today, blz. 278.
“Degenen, die Christus oprecht zouden volgen, moeten Hem in het hart laten verblijven en Hem daar als allerhoogste eren. Zij moeten Zijn geest en karakter in hun huiselijk leven weergegeven en hoffelijkheid en vriendelijkheid tonen aan hen, met wie zij in contact komen. Er zijn veel kinderen, die belijden de waarheid te kennen, die hun ouders niet de eer en genegenheid geven, die zij moeten geven aan hen, die maar weinig liefde tonen aan vader en moeder, en nalaten hen te eren door hun wensen te respecteren, of door te proberen hun bezorgdheid te verlichten.” –Sons and Daughters of God, blz. 60.
1. Hoe alleen kan ik de Sabbat heilig houden? Wat zullen mijn woorden en daden tonen?
2. Wat zal het gevolg zijn, als ik een levendige verbinding met Christus heb?
3. Wat gebeurt er, wanneer een zondig verlangen wordt gekoesterd, een zondige gedachte blijft hangen?
4. Wat is afgunst? Wat is het gevolg van het koesteren van deze zondige eigenschap?
5. Waarom hebben ouders recht op liefde en respect meer dan enige andere persoon?