Spring naar inhoud
Les 12Sabbat, 21 maart 2020

God spreekt tot Zijn volk

Tekst om te onthouden

“Van aangezicht tot aangezicht heeft de Heere met u op de berg gesproken uit het midden van het vuur”

Deuteronomium 5:4

“Toen de wet werd gesproken, stond de Heere, de Schepper van hemel en aarde, naast Zijn zoon, gehuld in vuur en rook op de berg.” –Bijbelkommentaar, blz. 39-40.

Aanvullende studie:: Patriarchen en Profeten, blz. 265-270.
A. Hoe lang nadat zij Egypte hadden verlaten, kwamen de Israëlieten bij de berg Sinaï? Welke openbaring stond God op het punt aan hen te doen?
auto_storiesExodus 19:1-2open_in_new
1In de derde maand, na het uittrekken der kinderen Israels uit Egypteland, ten zelfden dage kwamen zij in de woestijn Sinai.
2Want zij togen uit Rafidim, en kwamen in de woestijn Sinai, en zij legerden zich in de woestijn; Israel nu legerde zich aldaar tegenover dien berg.
“Aan alle kanten spraken uitgestrekte, rotsachtige hoogten in hun ontzagwekkende grootheid van eeuwige duur en majesteit. Hier was de geest onder de indruk van ernst en ontzag. De mens gevoelde zijn onwetendheid en zwakte in tegenwoordigheid van Hem, die ‘de bergen woog met een waag, en de heuvelen met een weegschaal’ (Jesaja 40:12). Hier zou Israël de wonderbaarlijkste openbaring, ooit door God aan de mens gegeven, in ontvangst nemen. De Heere had Zijn volk hier bijeengebracht om hen te doordringen van de heiligheid van Zijn eisen, door met eigen stem Zijn heilige wet bekend te maken. Grote en ingrijpende veranderingen moesten tot stand komen; want de ontaarde invloeden van dienstbaarheid en een langdurig contact met afgoderij hadden een indruk achtergelaten op gewoonten en karakter. God was aan het werk om hen op te heffen tot een hogere morele positie, door hen een kennis aangaande Zichzelf mee te delen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 266-267.
B. Welke mooie woorden sprak God tot Mozes op de berg en deelde Zijn verlangen voor de Israëlieten en Zijn volk in alle eeuwen?
auto_storiesExodus 19:3-6open_in_new
3En Mozes klom op tot God. En de HEERE riep tot hem van den berg, zeggende: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israels verkondigen:
4Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht hebt.
5Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn;
6En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult.