Zwerftochten door de Woestijn, deel 1 — Sabbat, 14 maart 2020

Les 11: Het bezoek van Jethro

Tekst om te onthouden

“Doch de schoonvader van Mozes zeide tot hem: … Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, Godvrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel ze over hen, oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig, oversten van tien”

Exodus 18:17

“In Zijn aanwijzingen aan Mozes heeft de Heer heel duidelijk uiteengezet het karakter van hen, die belangrijke functies als raadgevers moesten vervullen.” –Testimonies to Ministers, blz. 341.

Aanvullende studie:: Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 17-23.

Zondag — 8 maart

1. Een gelukkige hereniging

A. Wie kwam Mozes bezoeken, na de strijd met de Amalekieten, en wie nam hij mee?

Exodus 18:1-5.

Exodus 18:1: Toen Jethro, priester van Midian, schoonvader van Mozes, hoorde al wat God aan Mozes, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had: dat de HEERE Israel uit Egypte uitgevoerd had; Exodus 18:2: Zo nam Jethro, Mozes' schoonvader, Zippora, Mozes' huisvrouw (nadat hij haar wedergezonden had), Exodus 18:3: Met haar twee zonen, welker enes naam was Gersom (want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geweest in een vreemd land); Exodus 18:4: En de naam des anderen was Eliezer, want, zeide hij, de God mijns vaders is tot mijn Hulpe geweest, en heeft mij verlost van Farao's zwaard. Exodus 18:5: Toen nu Jethro, Mozes' schoonvader, met zijn zonen en zijn huisvrouw, tot Mozes kwam, in de woestijn, aan den berg Gods, waar hij zich gelegerd had,

“Niet ver van de plaats, waar de Israëlieten nu gelegerd waren, woonde Jethro, de schoonvader van Mozes. Jethro had gehoord, hoe de Israëlieten bevrijd waren, en nu ging hij op weg om hen op te zoeken en aan Mozes zijn vrouw en beide zonen te brengen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 265.

B. Toen Jethro Mozes berichtte, dat hij zou komen, wat deed Mozes meteen?

Exodus 18:6-7.

Exodus 18:6: Zo zeide hij tot Mozes: Ik, uw schoonvader Jethro, kom tot u, met uw huisvrouw, en haar beide zonen met haar. Exodus 18:7: Toen ging Mozes uit, zijn schoonvader tegemoet, en hij boog zich, en kuste hem; en zij vraagden de een den ander naar den welstand, en zij gingen naar de tent.

“De grote leidsman kreeg bericht door boodschappers, dat hij naderde, en ging vol vreugde uit, hem tegemoet, en na de eerste begroetingen bracht hij hen naar zijn tent. Hij had zijn gezin teruggezonden, toen hij op weg was naar Egypte om het volk uit te leiden, maar nu kon hij zich weer verheugen in hun gezelschap.” –Patriarchen en Profeten, blz. 265.

Maandag — 9 maart

2. Het goede nieuws delen

A. Wat vertelde Mozes zijn schoonvader?

Exodus 18:8.

Exodus 18:8: En Mozes vertelde zijn schoonvader alles, wat de HEERE aan Farao en aan de Egyptenaren gedaan had, om Israels wil; al de moeite, die hun op dien weg ontmoet was, en dat hen de HEERE verlost had.

B. Hoe reageerde Jethro op het goede nieuws?

Exodus 18:9-12.

Exodus 18:9: Jethro nu verheugde zich over al het goede, hetwelk de HEERE Israel gedaan had; dat Hij het verlost had uit de hand der Egyptenaren. Exodus 18:10: En Jethro zeide: Gezegend zij de HEERE, Die ulieden verlost heeft uit de hand der Egyptenaren, en uit Farao's hand; Die dit volk van onder de hand der Egyptenaren verlost heeft! Exodus 18:11: Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden; want in de zaak, waarin zij trotselijk gehandeld hebben, was Hij boven hen. Exodus 18:12: Toen nam Jethro, de schoonvader van Mozes, Gode brandoffer en slachtofferen; en Aaron kwam, en al de oversten van Israel, om brood te eten met den schoonvader van Mozes, voor het aangezicht Gods.

“Aan Jethro vertelde hij (Mozes) Gods wonderbaarlijke handelwijze met Israël, en de patriarch verheugde zich en zegende de Heere; samen met Mozes en de oudsten bracht hij een offer en er werd een feest gevierd om God te danken voor Zijn barmhartigheid.” –Patriarchen en Profeten, blz. 365.

C. Als wij deze tijd van delen tussen Mozes en Jethro beschouwen, wat moeten wij dan bedenken, als wij in contact komen met anderen, zowel binnen als buiten de gemeente?

Psalm 105:1;

Psalmen 105:1: Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.

1 Thessalonicensen 5:18.

1 Thessalonicenzen 5:18: Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.

“De omgang van God met Zijn volk moet vaak worden herhaald. Hoe vaak werden de tekenen geplaatst door de Heer in Zijn omgang met het oude Israël! Opdat zij de geschiedenis van het verleden niet zouden vergeten, gebood Hij Mozes deze gebeurtenissen om te zetten in een lied, zodat ouders hun kinderen deze konden leren. Zij moesten gedenktekens verzamelen en in het zicht zetten. Speciale moeite moest gedaan worden om hen te bewaren, zodat wanneer de kinderen naar deze dingen zouden vragen, het hele verhaal zou kunnen worden herhaald. Zo werden de wonderbaarlijke omgang en de kenmerkende goedheid en genade van God in Zijn zorg en bevrijding van Zijn volk in gedachten gehouden… Voor Zijn volk in deze generatie heeft de Heer gewerkt als een wonderwerkende God… Wij moeten vaak Gods goedheid vertellen en Hem prijzen voor Zijn wonderbare werken…

Laten wij kijken naar de monumentale zuilen, herinneringen aan wat de Heer heeft gedaan om ons te troosten en om ons te redden uit de hand van de vernietiger. Laten wij alle tedere barmhartigheden, die God ons heeft getoond, vers in ons geheugen houden, de tranen die Hij heeft weggevaagd, de pijnen die Hij heeft verzacht, de ongerustheid weggenomen, de angsten verdreven, in de behoeften voorzien, de zegeningen toegekend, aldus onszelf versterkend voor alles wat voor ons is voor de rest van onze pelgrimstocht.” –Conflict and Courage, blz. 364.

“We ontvangen onophoudelijk de blijken van Gods genade. Maar hoe weinig geven we uiting aan onze dank en hoe weinig prijzen wij Hem voor wat Hij voor ons heeft gedaan.” –Schreden naar Christus, blz.124.

Dinsdag — 10 maart

3. Jethro geeft raad

A. Wat merkte Jethro met betrekking tot het gerechtelijke werk van Mozes, en wat was het antwoord van Mozes?

Exodus 18:13-16.

Exodus 18:13: Doch het geschiedde des anderen daags, zo zat Mozes om het volk te richten, en het volk stond voor Mozes, van den morgen tot den avond. Exodus 18:14: Als de schoonvader van Mozes alles zag, wat hij het volk deed, zo zeide hij: Wat ding is dit, dat gij het volk doet? Waarom zit gij zelf alleen, en al het volk staat voor u, van den morgen tot den avond? Exodus 18:15: Toen zeide Mozes tot zijn schoonvader: Omdat dit volk tot mij komt, om God raad te vragen. Exodus 18:16: Wanneer zij een zaak hebben, zo komt het tot mij, dat ik richte tussen den man en tussen zijn naaste; en dat ik hun bekend make Gods instellingen en Zijn wetten.

“Terwijl Jethro in het leger vertoefde, zag hij, hoe zwaar de lasten waren, die op Mozes drukten. Orde en tucht te handhaven onder die grote, onwetende en onopgevoede menigte was werkelijk een enorme taak. Mozes was de door hen erkende leider en bestuurder; niet alleen zaken van algemeen belang en de plichten van het volk, maar ook alle twisten, die ontstonden, werden hem voorgelegd. Hij had dit zo geregeld, omdat hij op deze wijze gelegenheid had hen te onderrichten, zoals hij zei: ‘Ik maak de inzettingen en wetten Gods bekend’. Maar Jethro ging hier tegenin.”–Patriarchen en Profeten, blz. 265.

B. Welk raad gaf de godvrezende priester toen aan zijn schoonzoon?

Exodus 18:17-23.

Exodus 18:17: Doch de schoonvader van Mozes zeide tot hem: De zaak is niet goed, die gij doet. Exodus 18:18: Gij zult geheel vervallen, zo gij, als dit volk, hetwelk bij u is; want deze zaak is te zwaar voor u, gij alleen kunt het niet doen. Exodus 18:19: Hoor nu mijn stem, ik zal u raden, en God zal met u zijn; wees gij voor het volk bij God, en breng gij de zaken voor God; Exodus 18:20: En verklaar hun de instellingen en de wetten, en maak hun bekend den weg, waarin zij wandelen zullen, en het werk, dat zij doen zullen. Exodus 18:21: Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel ze over hen, oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen. Exodus 18:22: Dat zij dit volk te allen tijde richten; doch het geschiede, dat zij alle grote zaken aan u brengen, maar dat zij alle kleine zaken richten; verlicht alzo uzelven, en laat hen met u dragen. Exodus 18:23: Indien gij deze zaak doet, en God het u gebiedt, zo zult gij kunnen bestaan; zo zal ook al dit volk in vrede aan zijn plaats komen.

C. Wat waren de vier belangrijkste punten, die de bezoeker benadrukte in de selecties van de mannen, die de lasten van Mozes moesten delen?

Exodus 18:21 (eerste deel).

[Exod.18.21.a]

Welke raad, gegeven aan die uitgekozen bestuurders van de scholen, is net zo nu van toepassing voor de verschillende afdelingen van het werk?

“Waar scholen gesticht worden, moeten verstandige beheerders worden aangewezen, ‘kloeke mannen, Godvrezende, waarachtige mannen, de hebzucht hatende’, mannen die hun uiterste best zullen doen in de verschillende

verantwoordelijkheden van hun ambt. Zij moeten bekwaam zijn in het zakelijke, maar het is van nog groter belang, dat ze ootmoedig met God wandelen en geleid worden door de Heilige Geest. Zulke mannen zullen door God geleerd worden en zij zullen raad inwinnen bij hun broeders, die mannen des gebeds zijn.

De beheerders van onze scholen moeten werken uit zuivere beweegredenen. In hun onzelfzuchtigheid zullen ze gedenken, dat andere delen van het grote oogstveld dezelfde gerieflijkheden zullen vragen, die gegeven worden aan de school onder hun beheer.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 2, blz. 496-497.

Woensdag — 11 maart

4. De raad opvolgen

A. Wat antwoordde Mozes op de wijze raad van zijn schoonvader?

Exodus 18:24-25.

Exodus 18:24: Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, en hij deed alles, wat hij gezegd had. Exodus 18:25: En Mozes verkoos kloeke mannen, uit gans Israel, en maakte hen tot hoofden over het volk; oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, en oversten der tienen;

“De Heere had Mozes grotelijks geëerd en wonderen gedaan door zijn hand; maar het feit, dat hij gekozen was om anderen te onderrichten, was voor hem geen reden de gevolgtrekking te maken, dat hij zelf geen onderricht nodig had. De uitverkoren leider van Israël luisterde gaarne naar de voorstellen van de godvruchtige priester van Midian en aanvaardde zijn plan als een verstandige regeling.” –Patriarchen en Profeten, blz. 266.

B. Wat leert dit ons over, hoe wij hen moeten behandelen, die ouder zijn en meer ervaring hebben dan wij? Wat maakt hun raad waardevol?

Leviticus 19:32;

Leviticus 19:32: Voor het grauwe haar zult gij opstaan, en zult het aangezicht des ouden vereren; en gij zult vrezen voor uw God; Ik ben de HEERE!

Spreuken 16:31.

Spreuken 16:31: De grijsheid is een sierlijke kroon; zij wordt op den weg der gerechtigheid gevonden.

“Eerbied moet ook getoond worden voor Gods vertegenwoordigers, voor predikanten, leraars en ouders, die geroepen zijn in Zijn plaats te spreken en te handelen. In de eerbied aan hen getoond wordt Hij geëerd.

God verlangt ook bijzonder minzame eerbied voor bejaarden. Hij zegt: ‘De grijsheid is een sierlijke kroon, zij wordt op de weg der gerechtigheid gevonden’ (Spreuken 16:31). Zij vertelt van strijd en van behaalde overwinningen; van gedragen lasten en weerstane verzoekingen. Zij vertelt van vermoeide voeten, die hun laatste rust naderen, van plaatsen die weldra open zullen zijn. Leer de kinderen, dat zij daaraan denken en door hun beleefdheid en eerbied zullen zij het pad van de bejaarde effenen, en in hun eigen leven deugd en schoonheid brengen, wanneer zij acht geven op het gebod: ‘Voor het grijze haar zult gij opstaan en aan de oude zult gij eer bewijzen’ (Leviticus 19:32).” –Karaktervorming, blz. 246.

C. Wat was het gevolg van de aanbevolen delegatie van gezag?

Exodus 18:26.

Exodus 18:26: Dat zij het volk te allen tijde richtten, de harde zaak tot Mozes brachten, maar zij alle kleine zaak richtten.

“Deze raad werd aangenomen en bracht niet alleen verlichting voor Mozes, maar had als gevolg , dat er een betere orde heerste onder het volk.” –Patriarchen en Profeten, blz. 266.

Donderdag — 12 maart

5. Mozes’ geschiktheid voor leiderschap

A. Net zoals God vereiste, dat degenen onder Mozes bepaalde eigenschappen moesten hebben, wat waren dan de speciale eigenschappen van Mozes? Welke belangrijke eigenschap bezat hij?

Numeri 12:3.

Numeri 12:3: Doch de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen, die op den aardbodem waren.

“Mozes was een nederig mens; God noemde hem de zachtmoedigste mens op aarde. Hij was edelmoedig, edel, evenwichtig. Hij had geen gebreken en zijn hoedanigheden waren ten volle ontwikkeld. Hij kon met succes zijn medemensen aansporen, omdat zijn leven een aanschouwelijk beeld was van wat de mens kan worden en bereiken met God als Helper; van wat hij anderen leerde, van wat hij wilde, dat ze zouden worden en van hetgeen God van hem vroeg. Wat hij zei, kwam uit zijn hart en sprak tot het hart van de ander. Hij bezat grote kennis en was toch zo eenvoudig als een kind in het openbaren van zijn diepgevoelde medeleven. Begiftigd met een opmerkelijk instinct kon hij onmiddellijk de behoeften van anderen om hem heen beoordelen, alsmede van de zaken, die in slechte staat verkeerden en aandacht vereisten, en hij ging er niet aan voorbij.“ –Bijbelkommentaar, blz. 55.

B. Welke speciale belofte was door Jezus aan de zachtmoedigen gegeven?

Matthéüs 5:5.

Mattheüs 5:5: Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven.

“Zachtmoedigheid is een kostbare, christelijke eigenschap. De zachtmoedigheid en nederigheid van Christus worden alleen geleerd door het juk van Christus te dragen… Dat juk betekent volledige onderwerping.” –In Heavenly Places, blz. 236.

Vrijdag — 13 maart

Terugblik

1. Naar welke eigenschappen moeten wij kijken bij het kiezen van leiders in het hedendaagse werk? Moeten zij, die deze eigenschappen missen, gekozen worden?

2. Wat is van groter belang dan zakelijke vaardigheid bij het kiezen van mannen voor verantwoordelijke functies?

3. Wat moeten wij vaak uitspreken in ons contact met anderen? Waarom?

4. Hoe moeten wij onze predikanten, ouders en leraren in het geloof behandelen? Waarom?

5. Waarom waren de vermaningen van Mozes zo krachtig? Wat leert dit mij?